Betrokkenheid

Vroeger was ik feller. Tegenwoordig iets meegaander. Ik verzette mij altijd tegen commerciële feesten als Valentijnsdag en Halloween, ook omdat er al genoeg negatiefs over komt waaien uit Amerika. Maar natuurlijk, je bent als mens zelf verantwoordelijk voor hoe je je laat beïnvloeden, en bovendien moet je ervoor waken dat je geen oude zever wordt. Daarbij zijn sommige dingen toch onomkeerbaar dus dan kun je beter meebuigen. Dus, ik heb een doodskist in elkaar getimmerd en die zet ik in de voortuin. Ik schmink mijn gezicht wit, mijn ogen en lippen zwart en giet wat ketchup over me heen. Een paar Draculatanden doen de rest. Voor het donker wil ik erin liggen, en elke keer als de bel gaat open ik het piepende deksel en vraag op holle toon: U wenst, kindertjes der duisternis? Nee, ik vind inderdaad best dat ik eens wat meer betrokkenheid moet tonen.

Spontaan

Daarnet ging de telefoon. Wij zaten TVOH te kijken in de herhaling. Wij hadden het gisteren gemist vanwege een spetterend personeelsfeest. Een vroeger buurmeisje van me deed mee, dus dat wilde ik wel even zien. En al deed ze niet mee, dan nog. In elk geval, de telefoon. Het was Linda’s zus. Die kon geen woord meer uitbrengen van het lachen. Op de achtergrond hoorde ik mijn zwager over de grond rollen. Hihihihi, zo lacht hij. Het duurde een paar minuten voor ze kon uitbrengen waarom ze zo moest lachen. Ik had het kunnen weten. De Jostiband.

Zaterdag

Op zaterdagochtend gaan onze twee kinderen al alleen naar beneden. Dat is fijn. De oudste kan zelfs drinken inschenken voor de jongste. Het probleem is dat de jongste vaak warme melk wil, en de oudste niet met de magnetron om kan gaan. Toen wij een uurtje later beneden kwamen en Tammar haar beklag deed dat ze koude melk had gekregen in plaats van warme, was het verweer van Hans dat-ie niet wist waar de warme melk stond.

Zaterdagavond was het steengrillen. Ik kan daar het volgende over zeggen. Voor het beste resultaat kun je het beste steengrillen bij een ander. Zodat zijn huis een dag later nog meurt in plaats van het jouwe.

De eerste mens die duizend wordt

Vanochtend stond er in onze krant een foto van een man die morgen 100 wordt. Hij oogde nog jong. Linda gaf hem zeventig, ik tachtig. Mensen worden steeds ouder. Eergisteren stond er in de krant een berichtje over een professor die beweerde dat de eerste mens die duizend jaar oud wordt reeds onder ons is. Nu is professor geen beschermde titel, maar toch. Uiteraard gaan we deze professor niet serieus nemen en heel hard uitlachen. Maar toch moet je daarmee uitkijken. Want vroeger werden ook mensen uitgelachen die beweerden dat de aarde rond was. De betreffende professor beweerde dat we het door de medische vooruitgang kunnen gaan redden, 1000 jaar. Kwestie van versleten onderdelen vervangen. De pensioenleeftijd van 67 vond hij dan ook maar niks.

Ikzelf lees zo’n bericht en vraag me maar één ding af. Wie van ons is het, die duizend gaat worden? Niets ten nadele van u, maar ik vind eigenlijk dat ik er het meeste recht op heb. Niet omdat ik de beste ben, maar omdat ik met het idee kwam.

Een betoverend mooie dag.

Vanochtend zat ik met twee kleine meisjes bij het feestje ter ere van het 25-jarige bestaan van het kinderdagverblijf. Ik had geen idee wat me te wachten stond, ik wist alleen dat ik er heen moest. Ik was al blij dat ik nog even op de uitnodiging keek en zo te weten kwam dat het over een jubileum ging. Er werd een optreden verzorgd door Tjalling en Kees, twee grappenmakers voor peuters. Best knap wat die twee deden want peuters zijn een erg lastig publiek. Tammar bijvoorbeeld, die normaal toch onverschrokken is, week geen moment van mijn zijde. Ze nam niet plaats op de bankjes vooraan, maar bleef aan mijn been hangen, langs de kant van de zaal, anderhalf uur lang. Na elk liedje vroeg ze: “zijn ze nu klaar?” Ondankbaar publiek, die Tammar. Maar goed, ze kende alle grapjes al want haar bloedeigen vader is dat humorniveau ook nooit ontstegen.

 ’s Middags was er een programma voor de kinderen in de leeftijd van Hans, maar die kon niet. Wij gingen naar Yukiko. Kent u Yukiko, de heks? Ze is wel een heks, maar ze heeft vele lieve kanten. Ze heeft bijvoorbeeld een betoverde trampoline waardoor Tammar haar enkel kneusde, en die haar een zwelling bezorgde waar een ei jaloers op zou zijn. Maar dan komt ze ook met een zelfgemaakt brouwseltje om de zwelling te bestrijden. Het was groene zalf, een typische heksenkleur. Het werkte wel in die zin dat Tammar er weer rustig van werd. Maar een rustige Tammar is niet de oude Tammar, dus zal ze wel betoverd zijn. Ik had ook echt het idee dat Yukiko zich veel sneller door haar bostuin kon bewegen dan menselijkerwijs mogelijk is. Er moet een bezem in het spel zijn geweest. Verder probeerde ze me uit mijn concentratie te halen door het geluid van een bladblazer na te doen, en ik vond dat ze bedwelmende sauzen bij het eten serveerde, maar dat bleek haar hulpje Jenni gedaan te hebben.

Toch voelen wij ons wel op ons gemak bij heks Yukiko. Hans heeft de hele middag met haar dochtertje gespeeld, en ik heb hem niet één keer horen zeuren. Ook betoverd dus. Toen ik naar de wc ging, trok het ding niet door, dat schijnt ze ook op afroep te kunnen. Het gebeurt bijna niemand maar mij wel. Een akelige lach klonk uit de hal. Toen ik haar bestraffend toesprak, en zij zich bedacht dat ze alleen zichzelf maar had met het niet kunnen doortrekken, gaf ze me het juiste toverwoord.

 Toen het donker was en er een kampvuurtje gemaakt werd in de tuin -waar vind je dat nog?- en ik de volle maan zag rijzen terwijl het helemaal geen volle maan was, vond ik het genoeg. Dan miste ik het offerfeest maar, maar wij gingen weer naar veiliger oorden. Ze vond het jammer en toonde ons twee vers gevangen vleerhonden. Maar daarmee waren wij niet over te halen. Ze liet ons uit en leidde ons door de donkere bostuin naar de veilige, verlichte straat. Blij dat we die haalden. Wat harder dan normaal en met een iets verhoogde hartslag reed ik terug naar huis. Ik meende nog twee keer ingehaald te worden door een bezem zonder licht. Maar dat kunnen ook gewoon hallucinaties geweest zijn.

Coca Cola Light Break.

Gisteren ergerde ik mij op mijn werk. Ik probeerde iets te begrijpen maar omdat het zulk mooi weer was werd er een bende bladerblowers door de straat heen gejaagd. En het is waar, als ik iets lastig vind dan ga ik mij ook snel ergeren. Dus ik maak ze allerlei ondoordachte verwijten, maar ik erger mij niet voor niets! Bovendien, in mijn verdediging: het bedrijf naast ons huurt die bladerblowers elke week in. Zodra de zon schijnt, verschijnt ook deze bende oproerkraaiers.

Een beetje opgefokt trok ik de ramen met een knal dicht en deed de airco aan. Maar het helpt niks, want je hoort ze nog steeds, alleen zachter. Je probeert je af te sluiten maar het geluid dringt dwars door de ramen. En net als het iets beter gaat drukt er weer iemand op de printer, of komt iemand met een hoop herrie binnen zeilen. Geen punt als ik routineus zit te werken, maar als ik iets niet snap, en me eigenlijk daaraan erger, projecteer ik het op externe factoren.

Hoe dan ook, het werd pauze. Een van de bladerenblowers deed zijn masker af en bleek blonde manen te hebben. Hij trok zijn shirt uit en ging eens fijn op een bankje zitten, om zijn lichaam te showen aan de meisjes. Uiteraard deed hij net alsof hij in de zon zat, maar dat was niet zo, want anders heb je niet zulke Hans Klok-achtige manen. Helaas voor hem was ik mijn brood vergeten en reed ik naar huis om het te halen. Mijn Alfa mag dan afgeschreven zijn, maar dat merkt niemand die het niet weet. Op volle snelheid kwam ik aan, een hoop lawaai producerend, over de linkerweghelft waaraan hij zat scheurend, raam open en radio 1 keihard aan, ♪♫ en Marcel, hoe is de situatie in Uruzgan? ♪♫, één armpje uit het raam en een grote windvlaag producerend die zijn blonde haren deden wapperen. Dat zal hem leren! Geërgerd keek hij mij na. Beide armen had hij uitgespreid over de rugleuning van het bankje dus hij moet benzinewalm onder zijn oksels hebben gekregen. Op de terugweg zat hij er nog steeds en deed ik het weer, ditmaal over de rechterkant van de weg. Ik voelde de behoefte opkomen om naar hem te fluiten, maar dat durfde ik toch niet goed. Straks hapte hij! In elk geval, de toorn van de boekhouder is over hem gekomen. Ik weet niet of hij toevallig ook weblogt, want anders kunt u daar lezen dat er een aanstellerig boekhoudertje indruk probeerde te maken met zijn Alfaatje.

Cake en chocolade

De kinderen zaten zondagochtend vroeg op de bank de film “De IJsprinses” van K3 te kijken. K3 nog in de oude samenstelling, drie Vlaamse meisjes wier voornaam met een K begint. Ik stond in de keuken een broodje voor ze te smeren toen ik gevangen werd door een liedje. Een onbetekenend deuntje maar met een onweerstaanbare aantrekkingskracht. En dat lag niet alleen aan de meisjes van K3.  In de film spelen ook Urbanus en Mien Dobbelsteen een duistere rol, misschien is het liedje door hen gecomponeerd. Ik keek naar de televisie en zag één van de meisjes met een verleidelijke glimlach  het liedje zingen. Binnen een paar tellen was ik onder hypnose en riep ze mij naar zich toe, om me ergens á la Lorelei in de val te laten lopen.

Een paar minuten later werd ik door Linda bij de tv weggetrokken. Ik trachtte met mijn hoofd de beeldbuis binnen te dringen en de kinderen konden niks meer zien. Langzaam kwam ik weer bij mijn positieven. Ik was duidelijk een paar minuten in mijn herinnering kwijt. Het liedje heb ik gevonden op youtube en ik durf het alleen te vertonen omdat er geen bewegend beeld bij is. Anders werd u waarschijnlijk ook gehypnotiseerd. http://www.youtube.com/watch?v=xqb6jaFLtNg&feature=related

Het moment is nabij

Het moment nadert langzaam, mensen der Nederlanden. Het moment waar u niet naar hebt uitgekeken, maar waarvan u al wel wist dat het ooit zou komen. Het verval begon in 2007, met de kredietcrisis. Kort daarop volgde de economische crisis en eigenlijk was toen al wel duidelijk dat we die niet te boven zouden komen. Tot nu toe stelde de crisis niks voor. Als hij niet in de krant had gestaan, had u er niks van gemerkt. Maar de Nederlandse banken en pensioenfondsen hebben voor 150 miljard euro aan leningen uitstaan in risicolanden. Dat Griekenland gaat is onvermijdelijk. Daarna volgen Ierland en Portugal, vervolgens Spanje en Italië. Er is dan geen houden meer aan, alle banken in Nederland vallen om en u bent u geld kwijt. De staatsgarantie van € 100.000 per bankrekening zal ook een wassen neus blijken. En de mensen die hoopten dat ze met hun 67e met pensioen mochten, gaan van een koude kermis thuiskomen.

Nee, het allerzwartste financiële scenario komt akelig dichtbij. De schuldigen van dit alles lopen nog grotendeels vrij rond. Nou ja, misschien moeten ze binnen de omheiningen van hun villa’s blijven, maar dat is het dan. Het geld is op. Deze crisis werd veroorzaakt door hebzucht, en daar is de mensheid al meerdere malen voor gewaarschuwd. Het is niet voor niks dat er in de heilige bijbel staat: wie het onderste uit de kan wil, krijgt het deksel op zijn neus. Dat staat in het oude testament, dictatorium vers 9:4. Volgens mij.

Hoe dan ook, chaos zal heersen. De tijden van winkels zijn voorbij en u zult weer uw eigen voedsel moeten vangen. Wee degenen die in de steden wonen. De luiaards van weleer zullen verhongeren omdat zij te slap zijn om te jagen. De heersers van nu raken uitgeheerst. De ijdelen en de hebzuchtigen zullen bedelend langs de straten zitten. Ja, de toorn van de allerhoogste heeft ons achterhaald. De geschiedenis van Sodom en Gonorroe zal zich wederom voltrekken.

Maar dan kom ik. Ik zal, gezeten op een wit paard, gekleed in witte broek en donkerblauw jacket met gouden biezen, het geheel smaakvol afgemaakt met zwarte leren laarzen en een donkerblauwe baret, in mijn linkerhand de leidsels, in mijn rechter een baton, ten tonele verschijnen om dit land uit het diepe dal te trekken en de schuldigen voor het gerecht te brengen. Tot mijn dood zal ik heersen over de lage landen, waarvan België en Luxemburg ook weer deel gaan uitmaken. Ik zal mij laten aanspreken met: wij groeten u, o grootmaarschalk Mack.

Tenzij Jan-Kees de Jager zijn werk een beetje fatsoenlijk doet natuurlijk. Dan gaat het hele feest niet door.

The dark side of the moon.

Vanavond is er een maansverduistering. Om ongeveer tien uur zou deze onzichtbaar moeten zijn. Tot nu toe werd altijd aangenomen dat een maansverduistering werd veroorzaakt doordat de aarde tussen de zon en de maan in stond, zodat de maan als het ware de schaduw van de aarde over zich heen geworpen kreeg. Maar wetenschappers hebben nu ontdekt dat dat niet de precieze oorzaak is.

Hoe werkt het dan wel precies? In Amerika, in het stadje Polaroïde zit het NIM. National Institute of Moondarkness. Enkele wetenschappers van het NIM hebben ontdekt dat de maan oplicht door fluoriserende deeltjes op het oppervlak van de maan. Deze deeltjes absorberen het licht van de zon en slaan deze energie op. Vandaar ook dat de maan gewoon door kan schijnen terwijl de zon allang onder is. Op het moment dat de aarde tussen de zon en de maan schuift, wordt de aantrekkingskracht van de aarde omgezet in een afstotende kracht. De maan draait dan om zijn as, net als bij tegenpolen van twee magneten. De donkere kant draait dan naar de aarde toe, en het lichtgevende deel draait van ons af. Doordat de maan 180 graden om zijn as draait, raakt op aarde het getij compleet van slag. Waar het eb is wordt het vloed, en andersom. Dit is echter nog nooit waargenomen omdat tijdens de maansverduistering iedereen omhoog kijkt.

Op Saturnus, die zich tegengesteld beweegt t.o.v. onze aarde, is onze maan tijdens een maansverduistering ineens zichtbaar. Normaal zien ze hem daar niet, omdat de donkere kant altijd naar hen toewijst. De bevolking van Saturnus staat wat dit betreft nog voor een raadsel. Eens in de zoveel tijd is daar tijdelijk een lichte bol zichtbaar. De bevolking van Saturnus noemt dit verschijnsel het zogenaamde “bazrquef-kwierk” Op aarde zouden wij dat vertalen als: verlichte heiligheid. Wij dachten vroeger ook dat onweer veroorzaakt werd door de god Donar. Over de precieze toedracht van onweer vertel ik u volgende keer. Als u over de maansverduistering tenminste verder geen vragen meer heeft.