♪Diedeldiedeldie. Diedeldiedeldie♪
“Met Mack?”
“Spreek ik met de heer M. Webber, geboren 22-9-1969 te Utrecht?”
“Ja, daar spreekt u mee.”
“Komt het gelegen dat ik bel?”
“Nee, dat niet, maar zegt u het maar, want anders zit ik er de hele week tegenaan te hikken dat u terugbelt.”
“Oh, nou in dat geval, u speelt mee in de bankgiroloterij?”
“Ja, volgens mij wel.”
“Ja, volgens mij ook. Mag ik u bedanken dat u meespeelt? De goede doelen zijn er erg blij mee.”
“Ja, doet u maar.”
“Wanneer heeft u voor het laatst wat gewonnen?”
“Ik heb nog nooit wat gewonnen. Hooguit een keer de inleg terug, maar per saldo sta ik op een dik verlies.”
“Oh. Nou ja, deze maand mag ik u namens de bankgiroloterij aanbieden om mee te spelen voor dubbele kansen. En de eerste maand krijgt u van de bankgiroloterij gratis. Hoe lijkt u dat?”
“Daar geef ik geen antwoord op totdat ik weet waar het addertje schuilt.”
“Er is geen addertje. U bepaalt zelf hoe lang u meedoet. Dat mogen vier maanden zijn, twee, maar u mag ook alleen deze maand gratis meespelen. U stuurt dan gelijk een briefje dat u het opzegt.”
“Ah, dus toch een addertje.”
“Nou, het is maar een simpel briefje hoor. U kunt ze zo van internet downloaden.”
“Nee, ik kan zelf schrijven. Maar heeft u enig idee hoeveel instanties die mijn rekening willen plunderen ik in de gaten moet houden? Dat is een dagtaak hoor. Bovendien, het mooie van de bankgiroloterij vind ik juist dat je niks hoeft te doen, en dat de prijs vanzelf bijgeschreven wordt. In theorie dan hè?”
“Oh. Mag ik u dan misschien wijzen op de extra jackpot die elke maand gegarandeerd valt? Dat kost slecht € 1,50 extra. U kunt er een Mini Cooper mee winnen.”
“Een wat?”
“Een Mini Cooper. Een auto.”
“Man, dat is toch geen auto? Dat is een gadget op wielen.”
“Maar u kunt er ook nog veel andere prijzen mee winnen hoor.”
“Wat kan ik nu eigenlijk winnen?”
“U kunt nu een half miljoen winnen.”
“Doet u dat dan maar.”
“Dat hebt u al.”
“Echt?”
“Nee, ik bedoel, u maakt er kans op.”
“Oh! Ja, nee, dat wist ik wel. Da’s toch mooi hè, dat ik daar kans op maak. Misschien moet u me eens meehelpen hopen. Volgens mij helpt dat meer dan een dubbele inzet. Nee, ik hou het gewoon bij mijn half miljoen hoor. Daar ben ik dik tevreden mee.”
“In dat geval wens ik u nog een fijne dag.”
“Dank u wel. Had maar eerder gebeld.”
“Hoezo?
“Dan had ik er langer plezier van gehad.”
“Waarvan?”
“Van die fijne dag.”
“Ah zo.”
“Nou, in het kader van de wet telemarketing, krijgt u zo nog een bandje te horen. Blijft u even aan de lijn?”
“Doe ik. Tot ziens.”
En dan krijg je diezelfde vent aan de telefoon die ook de belastingtelefoon beantwoordt. Verdient zwart bij als telemarketeer. Vast ook nog nooit wat gewonnen.