Puur.

Het nieuwste uitlaatsysteem van Mercedes is een interactief systeem. Met een druk op de knop kun je het geluid regelen. Je kunt kiezen tussen ‘sport’ en ‘coming home’. De sportstand maakt van de auto een brullend monster, en de coming-homestand maakt hem een fluisterstille luxe cruiser. Mercedes doet hiermee opnieuw een gooi naar de titel van meest patserige auto van Duitsland, een wedstrijd waarbij Mercedes, Audi en BMW om en om met de titel aan de haal gaan. De Mercedes bestuurder kan nu, in zijn eigen woonomgeving, of wanneer zijn hoofd niet staat naar herrie, lekker rustig thuiskomen zonder dat de rust in de welvaartsbuurt ruw wordt verstoord. Zodra de bestuurder zijn eigen wijk uit is, kan de sportstand aan.

De zoveelste vruchteloze aftroefpoging uit Duitsland. BMW maakte een I-drive systeem waarbij de bestuurder kan kiezen uit 16 verschillende dempingstanden, en een knop waarmee hij nog 100 extra pk’s uit te motor tovert. Dat soort keuzeknoppen behoort niet in een auto. Het haalt de puurheid eruit en leidt de aandacht van de koper af van het gebrek aan rijbeleving. Die 100 pk extra wil je altijd, net als het racegeluid uit je uitlaat, en als je dat niet wilt ben je of te kaal, of te dik voor die auto.

Gisteren stonden er een aantal prachtige, goed onderhouden klassiekers op het Ireneveld in Vaassen. Een handvol Spitfires, glimmend in de lak, kap open en uitnodigend. Een Ford Mustang convertible met oceanen van ruimte, een Maserati Biturbo spider, een Audi (ur)Quattro, een Alfa 1750 en meer begeerlijk spul. De auto’s straalden eenvoud en geluk uit. Een dikke, kwaadkijkende, vol met opties behangen Duitser had zichzelf hiertussen zeker belachelijk gemaakt. Net als zijn bestuurder die tegenwoordig eerst twee minuten bezig is zijn auto optimaal in te stellen voordat hij weg kan rijden. Nee, ook autoliefde is niet met geld te koop. Nou ja, misschien wel, maar dan heet het ook gewoon prostitutie.

Souplesse

Gisterenavond reed ik door het donker terug naar huis. Er zijn weinig dingen zo mooi als autorijden in het donker. Het dashboard geeft rustgevend licht en de stem op de radio begeleidt mij door de avond.  Het is nog net geen nacht. De weg is leeg en ik laat de auto vlot doortrekken. Soepel boort de auto zich door het donker. Geluiden lijken gedempter. Ik tuur in de verte. Ik hou van turen. Ik probeer alles te zien wat er voor me gebeurt, ook al is dat niets. Ik probeer één te worden met de auto, alsof ik een onderdeel ben. Een onderdeel wat perfect moet functioneren. Concentratie en souplesse. Ik verbeeld mij veel. Het is een uurtje puur geluk. Eventjes doet een Jaguar mee met mijn spel maar bij een rotonde sla ik af waar hij rechtdoor gaat. Jammer. Er volgt een 12 km lange stille weg. Niets kan mij nu nog stoppen. Behalve een wegomleiding die mij even later door de bebouwde kom van Apeldoorn stuurt.  Of een filmpje dat je weer met beide benen op de grond zet. http://www.youtube.com/watch_popup?v=4TshFWSsrn8&vq=medium

De middelvinger

Voor de derde keer in een vrij kort tijdsbestek, ongeveer twee maanden, kreeg ik vandaag de middelvinger toegestoken wegens a-sociaal rijgedrag. Ik ben een zogenaamde hork die aangegeven moet worden op de horkenlijn. 

Hork 1:  Ik stond te wachten op een t-splitsing om linksaf te gaan. Dat duurde eindeloos en eindeloos en toen ik een gaatje zag waar ik in kon, kwam er een ineens een fietser van de overkant (de t-splitsing gold niet voor hem) die ik ook nog voorrang zou moeten geven, maar als ik dat deed, zou ik daarna weer eindeloos moeten wachten. Dus ja, ik dacht snel even voor hem langs te gaan, maar hij moest inhouden. Volgens hem ging ik voor mijn beurt, maar ik stond al veel langer te wachten. Dus dat voorrangssysteem klopt gewoon niet, en om mij daarvoor de middelvinger te geven vind ik niet terecht.

Hork 2: Er stond een auto aan de rechterkant van de weg geparkeerd, en ik moest daar omheen. Uit tegenovergestelde richting naderde een ongeveer 75-jaar oude mannelijke fietser. Ik schatte in dat ik er nog omheen kon zonder de fietser te hinderen, en dat was ook zo, al zou ik op een verkeersexamen zeker een ingreep hebben gehad. Maar de oude man gaf mij de vinger, ondanks dat ik hem eigenlijk amper hinderde. Je kunt je ook gehinderd gaan voelen natuurlijk. Ik keek mevrouw Mack een beetje verbaasd aan? Oude mannen? Gebruiken die hun middelvinger tegenwoordig ook al?

Hork 3: Met een noodgang van 70 km/u waar 60 is toegestaan, maar 80 ook, reed ik over een donkere weg door de weilanden. Ik had mijn groot licht aan en was alert op eventuele medeweggebruikers die ik zou hinderen. Niet dat het juist mijn bedoeling was ze te hinderen, ik was juist alert om ze niet te hinderen. Ineens doemt er schuin voor mij een schim met een hond op. Hij stond een meter of twee naast de weg in het weiland te wachten tot ik voorbij was. Ik had hem niet gezien, anders had ik mijn grote licht wel even uitgedaan en iets langzamer gereden. Maar het was al te laat, in het voorbijgaan stak hij zijn middelvinger op. De man had geluk dat ik mijn broer niet ben, want die had geremd, was achteruit gereden en had gevraagd: "wat moet je nou?"

Ondanks dat ik er het mijne van denk, hebben de mensen die mij bevingerden in de verte wel een klein beetje gelijk. Natuurlijk, het is een wat onvolwassen gebaar, en ze zijn wat heetgebakerd, maar ik ging natuurlijk ook niet geheel vrijuit. En dat spijt mij, want Alfa Romeo rijder zijnde, wil je je natuurlijk niet verlagen tot horkengedrag. Nee, je behoort immer vriendelijk te kijken en mensen met een imago-auto voor te laten als zij dat eisen. Je behoort je positief te onderscheiden en vrachtwagenchauffeurs en motorrijders extra voorrang te geven. Kortom, men moet denken als er een Alfa aankomt: "op hem hoef ik niet extra te letten want hij weet waar hij mee bezig is." In een Alfa hoef je je rechten niet zonodig op te eisen. Welnee. Hooguit tart je soms de regels, maar nooit zo dat iemand anders last van je heeft.

Persoonlijk heb ik mijn middelvinger nog nooit gebruikt. Tenminste niet in het verkeer of om mijn ongenoegen in andere situaties kenbaar te maken. Nee, mijn middelvinger slijt niet zo snel. 

Het Italovirus

Als ik geld genoeg had, zou ik een andere auto kopen. Een Italiaanse, dat staat vast. Voor mij is er niks dat mij hetzelfde gevoel geeft. Een Franse GTI of een Japanse rallyracer komen in de buurt maar zelfs die krijgen, als het er op aan komt, mij niet zo in vervoering als een snelle Italiaanse auto. Tegenwoordig gaat het totaal de verkeerde kant op met de auto's. Ik hoorde vanochtend dat het aantal nieuwe auto's dat werd teruggeroepen naar de fabriek was gestegen ten opzichte van het jaar ervoor, en dat de werkelijke cijfers nog hoger liggen omdat sommige grote merken weigeren inzage te geven in de aantallen die teruggeroepen werden.

Nee, auto's zijn niet meer wat ze geweest zijn. Het lijkt wel of ze meer dan vroeger een middel zijn geworden om je buurman af te troeven. Argumenten voor de aankoop zijn de smalst mogelijke naden tussen de portieren of de zachtheid van het materiaal van het dashboard. Serieus waar zijn er mensen die daar mee pochen. Ik stel me dan altijd iemand voor die de hele dag het dashboard van zijn nieuwe auto loopt te likken. De motor wordt door veel merken het liefst afgedekt met een plastic kap, waar slaat dat op? Welke autohater heeft dat ooit verzonnen? Opties, ook zoiets, wat boeit dat? Rijden moet het, en zo licht mogelijk. Het liefst met ouderwetse handbak. Nee, auto's met een hoge afleidingskwaliteit, uit het zicht gehouden motoren, en die bol staan van de opties, kunnen mij gestolen worden. Bah. Autohaters, dat zijn het.

Ik ben besmet met het Italovirus. Als ik geld had zou ik een andere kopen. Geen nieuwe, want nieuwe zijn het gewoon niet. Nee, ik zou een nog oudere auto kopen. Eentje die vlammen spuwt uit zijn uitlaat. Maar oude Italiaanse auto's, daarvoor moet je pas echt rijk zijn. Ik twijfel tussen een achterwielaangedreven Alfa Romeo 75 of een vierwielaangedreven Lancia Delta HF Integrale.

Geen grappen over Jos Verstappen

Hans is een nachtje uit logeren bij opa en oma. Bijna ging het niet door want opa en oma zouden hem ophalen maar vanwege de aangekondigde sneeuw vonden zij het verstandiger niet de weg op te gaan. Maar wij hadden ons er juist zo op verheugd! Hans bleef ook liever thuis, maar geen gezeur, dan brengt papa je wel even met zijn Alfa Romeo op zomerbanden. Zomerbanden bestaan overigens niet, dit zijn gewoon banden. Eventueel kun je spreken van normale banden. Winterbanden bestaan ook niet, de officiële benaming is sneeuwbanden, maar marketingtechnisch is de naam winterbanden beter omdat dan de schijn wordt gewekt dat je er de hele winter voordeel van hebt. Allemaal commercieel geleuter, winterbanden bieden alleen voordeel bij sneeuw en in iets mindere mate bij ijzel. In alle overige omstandigheden is een normale band beter en ben je je winterbanden onnodig hard aan het afslijten. Maar dit terzijde.

Bij de eerste de beste rotonde gingen we al flink dwars, maar de meeste mannen, waaronder ikzelf, vinden dat mooi. Het geeft ze het gevoel dat ze de auto onder controle hebben alsof ze Jos Verstappen zelf zijn. In werkelijkheid zijn het kinderen met een speeltje en een gevaar op de weg.  Ze doen stoer maar je zou hun gezichten eens moeten zien als het fout gaat en ze achterwaarts tegen een boom belanden. Nee, dat ziet er dan lang niet zo stoer uit als toen Jos in 1994 tijdens zijn eerste F1 race, in Brazilië met bijna 300 km/u over de kop sloeg en terwijl de auto nog tot stilstand moest komen, Jos zijn vizier al opendeed, ten teken dat deze race voorbij was.

Wij blijven kinderen. Omdat ik niet alleen tijdens sneeuwbuien een coureursgevoel wil hebben, rij ik Alfa Romeo. Je gaat er niks harder mee, maar de illusie dat dat wel zo is, is ook belangrijk. Italiaanse auto's hebben emotie. Het is niet te meten, je moet het ervaren. Maar zo'n goedkope marketingtruc als winterbanden, daar trap ik mooi niet in. Ik heb wat binnenwegen genomen om te kunnen genieten van het prachtige besneeuwde landschap.

Vraagstukken voor de Formule 1 liefhebber.

Ik vond het niet zo'n hele moeilijke voorspelling, twee jaar terug, en vandaag is die al uitgekomen. Sebastian Vettel is wereldkampioen Formule 1 geworden. Of zoals Hans zo mooi zegt: de Familie 1. Ik had de titel wel gegund aan Mark Webber, de sympathieke Australiër, want voor hem was het meer een nu of nooit kwestie. Vettel is nu de jongste wereldkampioen ooit, en die had de titel sowieso nog wel een keer gepakt.

Wat kan een mens veranderen hè? Stond ik tien jaar geleden nog 's nachts op voor het F1 spektakel, nu kijk ik soms niet eens meer terwijl ik weet dat het er is. Het heldhaftige lijkt eruit. Elke bocht waar de mannen zich konden onderscheiden van de jongens wordt vlak daarvoor voorzien van een chicane zodat de bocht daarna in de tweede versnelling kan worden genomen. En zoniet, wordt er een grindbak naast gegraven met de omvang van een kleine woestijn. Zelfs een vliegdekschip zou er op vast lopen. Europese circuits worden langzaam vervangen door nietszeggende, gladde banen in Abu Dahbi of een ander oord waar de baas, Mr. Ecclestone, het meeste geld aan verdient.

Veiliger, dat is het wel natuurlijk. En dat is gelijk het punt. De heroïek is weg. De helden van weleer, zo mooi beschreven in het boek "Mijn Formule 1" van Koen Vergeer zijn er niet meer. Er vallen geen doden meer in de sport en ondanks dat ik geen enkele F1-coureur dood wens, weet ik niet of dat een goede ontwikkeling is. Het klinkt wat cru, maar ik vind dat een F1-coureur het risico op een heldendood hoort te lopen. Zodat hij de vergelijking met de helden van weleer kan doorstaan. Dat er weer een prestatie wordt geleverd die niet zomaar te evenaren valt door een jonge coureur met een zak met geld. Er moeten dus weer bochten komen die niet voor iedereen volgas te nemen zijn. Zodat Gilles Villeneuve en Stefan Bellof weer waardige opvolgers krijgen.

Bovendien vind ik dat F1 een voornamelijk Europees/Zuid-Amerikaanse aangelegenheid moet blijven. Waarom? Tja, ik ben bang dat het voortkomt uit een ouderwets "vroeger was alles beter-gevoel". Ik wil het niet kwijt aan Chinezen, Arabieren en Russen. Straks degradeert de emotionele waarde ervan met dezelfde snelheid als het Eurovisie songfestival. Is het gepast om zoiets te vinden, of is het beter te accepteren dat marktwerking en globalisering alle tradities en zwaar bevochten rechten naar de knoppen helpen? Dat onderscheid langzaam van de planeet verbannen wordt?  

Andere auto.

Één keer in de maand mogen de ouders hun kinderen met zwemles vanaf de tribune bekijken. Een kwartiertje, anders leidt het teveel af. Vanochtend was het weer zover, en ik kwam als laatste boven bij de tribune. Kwestie van een Tammar met poep bij je hebben. Hans zag me gelijk en zwaaide, en ik keek hoe hij het deed. Ik mag wel onbevooroordeeld zeggen dat hij nu de beste van zijn groepje is. Vooral omdat degenen die beter waren al naar een volgend groepje zijn en hij nu dus tussen allemaal beginnelingen zwemt. Maar ik maak me niet druk. Zwemmen komt vanzelf, nooit meer iemand die vraagt hoe snel je je diploma hebt gehaald. Met autorijden wil je nog wel eens opscheppen en een lesje of 10 lager gaan zitten dan het werkelijke aantal dat je gehad hebt, maar met zwemmen hoor ik dat nooit. Na een kwartiertje ging de bel. Ik maakte mij al klaar om naar beneden te gaan toen een stem door de microfoon zei: "Er staat een blauwe Nissan met de lichten aan. Kenteken G en dan nog wat." "Ha, die gaan vanzelf uit, grapte mijn buurvrouw."" Ja, maar ik ga ze toch maar even uitdoen," zei ik. Het was voor mij een primeur. Vroeger op school werd het ook wel eens omgeroepen, en dan stonden de meeste jongens even op, grappend, alsof het hun auto was.

Linda's nieuwe Nissan blijkt een alarmsysteem voor brandende verlichting bij geopende portieren te hebben. Ja, natuurlijk, ik hoorde wel een piepje, maar dat ging uit toen ik de deur dicht gooide. Japanse auto's! Bij een Italiaanse kan zoiets niet. Lichten doven gelijk met het contact, zoals het hoort. Japanse auto's kon je ook altijd op slot gooien met de sleutel er nog in. Hartstikke onhandig. Echt een mooi model vind ik zo'n bus niet, en toen ik vanochtend voor het eerst ging rijden, zette ik mijn valse snor op om niet herkend te worden in het dorp. Maar hij rijdt wel fijn. En wat hebben die kinderen een ruimte! En wat een souplesse. En wat zit je hoog! Ik heb alleen nog niet gevonden waar de stempelautomaat zit.

Harz


Het is alweer bijna vier maanden geleden, maar vanavond waren de foto’s eindelijk ontwikkeld. Ik leg even uit. Linksboven: De motor van de aanvoerder wilde niet starten op het moment dat we vertrokken. Dat u niet denkt dat die rode auto problemen had. Rechtsboven: Motoren mogen overal parkeren, Alfa’s niet. Linksmidden: drie van de vier motormuizen, en links ikke. Rechtsmidden: zie logje over fotogeniek, van pas geleden. Linksonder: stromende regen, ik zit droog in de rode auto en heb het naar mijn zin. Rechtsonder: Mijn zwager, de vierde motormuis.

Twilight zone

Ik reed vanochtend naar mijn werk met de radio op 1, en dat is bij mij toevallig ook radio 1. Het ging over de reuzespannende kabinetsformatie en daar kun je niet genoeg over horen. Maar een hogere macht stak er een stokje voor en de stem van de presentatrice ging langzaam over in ruis. Heel in de verte kon ik haar nog horen. Ik drukte op het knopje van radio 2, maar ook daar was ruis. Evenals op 3, maar die staat niet voorgeprogrammeerd dus dat kon kloppen. Ik liet de radio automatisch zoeken maar ik zag steeds dezelfde getallen voorbij komen. 87.5, 92.2, 96,6, 104.7 en nergens bleef hij hangen. Alsof de hogere macht niet wilde dat ik iets hoorde. Ik drukte op het knopje van de cd en Elvis was bezig met zijn lied. Dat vergoedde veel, maar ik vreesde voor een kapotte radio, en voorlopig kan ik even niet bij de financieel directeur (lees Linda) aankomen met reparaties aan Alfa Romeo’s. Toen ik op mijn werk parkeerde had ik plots alle zenders weer terug. Tuuduuduuduu tuuduuduuduu.

Gelikt.

Volgens mijzelf, en dat is de norm, heb ik, sinds iemand zijn Maserati Spider verkocht heeft, de mooiste auto  van de straat. Ik ben verliefd op zijn schoonheid en zijn eenvoud. Uit geen enkele hoek irriteert het aanzicht van mijn auto. Dus als ik 's avonds buiten moet zijn om de vuilnis buiten te zetten, of om een kopje suiker te lenen bij de buurvrouw, dan loop ik altijd licht kwijlend langs mijn rode voiture. Heel soms, als het laat genoeg is, neem ik wel eens een likje van hem. Natuurlijk zijn er meer mooie auto's in de straat, maar die kunnen toch niet tippen aan de elegantie van mijn Italiaanse bolide. Zo is er een Saab 9000 met een nurburgringstickertje achterop, en er is een Corrado VR6 die wekelijks in de was wordt gezet, en dat zijn best aardige pogingen. Mijn buurman heeft een gloednieuwe Audi A4, ook leuk, maar diesel en lichtgrijs en daarvan zijn er inmiddels 10 miljoen de lopende band afgerold.

Een poosje geleden schrok ik. Iemand had zich een Peugeot 205 GTI 1.9 aangeschaft. Een wrak, zo leek het, dus ik hoefde me nog niet echt zorgen te maken. Later zag ik hem rijden en waren de kenmerkende 1.9 velgen eraf en reed hij op rare dunne wieltjes. 'Haha,' dacht ik, 'loser.' Maar twee dagen later zaten de 1.9 velgen er weer op, en die zagen eruit als nieuw! Gelukkig was zijn halfvergane motorkap er nog, maar die is nu ook vervangen door een glimmend exemplaar met een joekel van een Peugeot-leeuw erop getekend, alsmede de letters GTI. Bovendien zaten alle rode biezen er weer op, en waren de verstralers vervangen. Potverdorie, wat een mooie auto. Nu heb ik serieuze concurrentie van de mooiste GTI ooit gemaakt, de de Peugeot 205 GTI 1.9
Zal ik een likje nemen?