Veet.

De laatste tijd kom ik steeds meer in aanraking met (voornamelijk jonge) mannen die allerlei vreemde vrouwenmiddeltjes gebruiken. Scrubcrème, ontharingscrème, handcrème, gezichtscrème, verschillende soorten parfums, ze gaan naar massagesalons en gebruiken gezichtsmaskers, weten me van alles te vertellen over tandpasta's, epileren hun bilnaad, harsen hun harses en weet ik veel wat voor nichterig gedrag allemaal wel niet meer.
Tot voor kort kon ik ze gewoon belachelijk maken door ze heel hard uit te lachen maar het tij is gekeerd. Nu lachen ze mij uit omdat ik een achterlijke boer ben. En dat doet pijn. Zoveel pijn dat ik vlak voor de vakantie mijn schouders en bovenrug heb laten ontharen door mevrouw Mack. Met Veet.
Tien minuten later had ik een gladde rug, nu, drie weken later zit ik nog onder de rode uitslag.

Fantasie op hol maar waar gebeurd.


Op de foto ziet u mij in commandotrui en mijn zwager (geen paniek) zonder. Onze zoontjes Hans en Dan brengen we hier de grondbeginselen van het commando-zijn bij.
Mijn zwager is 40 en ik noem hem commando Piet. Ik ben 36 en hij noemt mij commando Jan. Ik noem de leeftijden er even bij omdat ik wil checken of wij abnormaal gedrag vertonen voor onze leeftijden.
In een eerdere log schreef ik dat wij op een avond -beiden met commandotrui- de Ardennen waren ingetrokken. Onderweg begon het te regenen dus ik begon razendsnel te bewegen. Ik zei tegen commando Piet: "Ik ben de druppels aan het ontwijken."
"Ja, ja, commando Jan, dat zie ik ook wel, dat heb ik ook geleerd tijdens mijn opleiding." Even later wees ik hem op een open plek in het bos.
"Luister, commando Piet, tijdens het Ardennenoffensief zat hier een mitrailleursnest van de Duitsers. Ik heb daar toen in mijn eentje een bom op gegooid, vandaar die open plek."
"Ja, ja, dat weet ik, ik zat daar toen in dat dal daar, wat destijds nog een berg was, maar ik ben iets te hard met de schep in de weer geweest, vandaar dat het nu een dal is."
"Hoe kom jij trouwens aan die schram op je gezicht, commando Jan?"
"Oh, gisteren tijdens mijn nachtelijke expeditie vloog er een straaljager tegen mijn wang, vandaar."
"Stop, commando Jan, voor ons een woeste rivier!" Hij wees mij op een miniscuul stroompje regen dat de heuvel af gleed.
"Hoe gaan wij deze woeste rivier oversteken, commando Piet?"
"Nou, commando Jan," antwoordde ik, "Ik neem gewoon een aanloop en ik slinger me via die liaan die daar hangt naar de overkant."
"Oh, da's goed, dan doe ik dat ook."
"Momentje commando Piet, ik heb al een half uur een rotsblok in mijn schoen, maar dat begint nu wat moeilijk te lopen."
"Blaas jij dat rotsblok even op, commando Jan, dan kan ik mooi die boomstam in mijn oog verwijderen. Dat begint ook wat te prikken."
Tijdens deze trip vielen wij geregeld van het lachen op de grond.
Goed. Na een uurtje of drie keerden wij terug van onze expeditie en u kunt zich misschien een voorstelling maken van welke gevaren wij getrotseerd hebben en hoe wij deze overwonnen hebben. Wij concludeerden dat het maar goed was dat er verder niemand bij was, want dan zou je toch maar mooi de rest van je leven gepest worden. Maar vooruit, sportief als ik ben krijgt u van mij toch een ooggetuigeverslag.

AH!

Het is me toch alweer een tijd geleden dat er een foto van Hansjepansje is verschenen. Dit is Hans tijdens afgelopen vakantie, terwijl hij een Liga eet. Daar wordt hij meestal erg blij van. Hij kan al één woordje en dat is "AH!". "AH!", gebruikt hij voor bijna alles, van koeien tot auto's en van croissantjes tot ballen.
Voor hem bestaat de hele wereld uit één woord en hij begrijpt niet waarom er zo nodig meerdere woorden uitgevonden zijn. Hij vindt dat maar omslachtig. Hans zegt "AH!" en wijst het aan met een Hitlergroet. Het is maar goed dat hij zijn snor nog niet kan laten staan. Elke keer als er een auto over het campingpad kwam rijden begroette Hans hem met "AH!" en zijn rechterarm schuin naar voren.
Wij riepen dan: "Doe maar zwaaien" waarop hij zijn arm op en neer bewoog, zodat wij er niet van beschuldigd konden worden hem extreem rechts op te voeden.

Traditie.


Het is 16 augustus. Vandaag ga ik naar mijn zwager, wij zetten een Elvis-beeld op tafel, trekken onze witte, met diamanten verfraaide pakken aan, eten broodjes pindakaas-banaan en kijken de hele dag jankend Elvis DVD's.
Maar dat is niks bijzonders, dat doet iedereen met een beetje kijk op muziek vandaag.

Meer oorlogsverhalen.

Mijn opa, Wilhelmus Maria Lodeficus van bijna 90, werd in de oorlog gezocht door de Duitsers. Niets ernstigs, hij had alleen een spoorkaartje vervalst en was niet meer verschenen op zijn werk in Duitsland. Hij had er genoeg van en was teruggekeerd naar zijn vrouw en baby in Utrecht. In hun toenmalige woning hadden ze een schuilplaats verzonnen voor het geval dat de Duitsers hem kwamen zoeken. Achter het gordijn waar het wiegje stond waar mijn vader in lag.
Toen opa zich op een ochtend aan het scheren was hoorden ze het geluid van stampende laarzen op de trap. Opa vluchtte achter het gordijn en had zich getraind in het doodstil zitten. Twee Duitsers kwamen binnen, gingen aan oma's bed zitten en vroegen waar mijn opa was. Mijn oma, goed katholiek en dus getraind in liegen voor een goede zaak, vertelde dat hij in Duitsland aan het werk was. De ingezeepte scheerkwast was nog zichtbaar voor de spiegel. De Duitser wees naar het wiegje en vertelde dat zijn vrouw ook zwanger was. Duidelijk niet zo'n zin in de oorlog knoopte hij hierover een gesprek aan met mijn oma. Die gaf steeds netjes antwoord maar in stilte bad ze voortdurend: "Heilige Maria, help me en laat ze weggaan." En dat heeft ze misschien wel gedaan want de Duitsers vertrokken zonder argwaan.
Aanstaande zaterdag, tijdens hun 65-jarige bruiloft, horen we deze anekdote vast weer, maar dat vindt niemand erg.

Oorlogsverhalen.

Mijn opa en oma van mijn vaders kant zijn binnenkort 65 jaar getrouwd. Wilhelmus Maria Lodeficus en Maria Helena, ofwel Wim en Rietje. Rietje was in de oorlog op de fiets vanuit Utrecht naar het Oosten vertrokken om eten te halen. Tijdens die tocht werd ze ziek, difterie. Langs de Amersfoortse weg lag ze toen een duitse arts haar vond. Hij gaf haar een briefje waarin stond dat het eerstvolgende passerende duitse voertuig haar mee moest nemen en naar het ziekenhuis moest brengen. Aldus geschiedde en Rietje werd naar het Julianaziekenhuis in Apeldoorn gebracht. Na een week was ze hersteld en mocht ze het ziekenhuis verlaten. Ze had in die week niks van zich kunnen laten horen aan het thuisfront. Opa was in zijn ongerustheid ook op de fiets (met houten banden voegt hij daar altijd steevast aan toe) gaan zoeken in alle ziekenhuizen in Gelderland en Overijssel. En net op het moment dat hij de trap van het Julianaziekenhuis opliep kwam oma eraf. Het was 1945 en mijn vader was een baby die door opa bij een zus was achtergelaten. "Ik heb mijn leven te danken aan een Duitser" zegt mijn oma altijd.
In 2005 werd in datzelfde ziekenhuis een jongetje geboren dat net zo heet als de baby van mijn opa en oma. Ik heb vorig jaar vaak aan dat verhaal moeten denken.

Nieuwe feiten aan het licht.

Bergen fascineren mij. Ze kunnen mij niet hoog genoeg zijn. Ik heb altijd de drang om het hoogste punt in de omgeving op te zoeken en op de top een beetje naar beneden te staren. Zo was ik afgelopen vakantie op de top van Le grand Ballon, de hoogste berg van de Vogezen met een hoogte van 1430 meter. Een beetje teleurstellende hoogte misschien, maar u kent wellicht het verhaal van mijn boze schoonzuster die weigerde verder te rijden. De hoogste berg van Frankrijk kent u waarschijnlijk wel, de Mont Blanc met een hoogte van 4807 meter. De hoogste berg van België is minder bekend, de Botrange, maar dat is met 694 meter ook nauwelijks een berg te noemen. Interessanter is de hoogste berg van Nederland. Velen denken dat dat de Vaalserberg is met een hoogte van 322 meter. Dat is echter niet zo. Ik bedoel ook niet de 375 meter hoge mast van Lopik, die eigenlijk in IJsselstijn staat.
De hoogste berg van Nederland ligt op het eiland Jan Mayen (tussen Groenland en Noorwegen) en heet de Beerenberg. Deze is 2277 meter hoog en daarmee tellen we mee! Dat de Noren dit eiland in 1921 laf van ons hebben ingepikt en het als hun eigendom beschouwen doet er niet toe, het is een Nederlandse berg. (Her)Ontdekt in 1612 en genoemd naar de West-Friezen Jan Jansz en May van Schellickhout. Door onze eigen Michiel Adriaanszoon de Ruyter bevaren en tijdelijk bewoond! Eigenlijk hadden we onze eigen Falkland oorlog moeten voeren tegen de Noren! Ik begrijp nu pas hoe de Palestijnen zich moeten voelen.
En die Fransen moeten helemaal ophouden met ons Pays-Bas te noemen. Uienvreters! Alp d' Huez is van ons. 1860 meter! Te wapen!

Le coq est mort.

Frankrijk is mijn favoriete vakantieland, ik ben er al vaak geweest en ik kan er vloeiend bier bestellen, en dat drinkt wel zo makkelijk. Je hoort wel eens Nederlanders zeggen dat Frankrijk een mooi land is maar dat er geen Fransen moesten wonen, maar da's natuurlijk klinkklare onzin. Behalve in het verkeer zijn Fransen uitermate beleefd. Beleefd zijn ze naar mijn beleving trouwens in elk buitenland. Onbeleefdheid is vast een Nederlandse uitvinding. Fransen geven elkaar elke dag een hand of, als er een dame in het spel is, twee kussen en vragen dan: "Ça va?" Precies zoals je het vroeger op school al leerde. En da's wel zo handig want het Nederlands wat je vroeger op school leerde is tegenwoordig volstrekt onbruikbaar.
Jongetjes op straat groeten je gewoon met "Bonjour" wat letterlijk goedendag betekent. Heeft iemand het in Nederland ooit wel eens meegemaakt dat een jongetje goedendag tegen u zei? Ik kan het me niet herinneren in elk geval. Als je iemand van onder de twintig groet wordt er stomverbaasd gekeken en doorgelopen. Op een goeie dag hoor je "hoi". Maar goeiedag, nee, dat kan echt niet meer. Dan word je gepest op school.
Le coq est trouwens wel behoorlijk mort. Ik heb zegge en schrijve precies één Française gezien die de moeite waard was om naar te kijken, maar dat kwam meer door haar licht doorschijnende witte t-shirt met daaronder twee enorme knoppen, dan door haar gezicht. Ik kan me haar gezicht trouwens niet eens herinneren.

Terug van Lynxenjacht.

Wij zijn weer terug van een regenachtige vakantie die ondanks dat erg gezellig en leuk was. De eerste week sliepen wij in een tent en de tweede week in een huisje, wat een enorme vooruitgang was.
In België hebben mijn zwager en ik ieder eenzelfde commando-trui gekocht, code XL en code XXL, waarmee wij op een avond de Ardennen zijn ingetrokken. Volgens onze mede-vakantiegangers liepen wij erg voor lul in dezelfde outfit, maar dat is niet zo want commando's hebben immers altijd gelijke kleding aan.
Twee meegereisde bijna-pubers met een grote mond (11 en 13 jaar) hebben wij onder de duim kunnen houden met een verhaal over lynxen die 's avonds om ons huisje zouden lopen. Toen ik ze in de verte aanwees zagen zij ze ook. Hele kuddes zagen ze. Tijdens een barbecue was mijn zwager even weg en juist op dat moment kwam er een brul van een lynx uit de bosjes die het hele gezelschap naar binnen deed vluchten.
Verder kan ik melden dat Hans het bijzonder naar zijn zin heeft gehad, zo zelfs dat hij voor het eerst los ging lopen, wat redelijk op tijd is, en dat hij nu zelf zijn flesje aan z'n mond zet en drinkt in plaats van dat wij het flesje moeten vasthouden, wat met bijna 15 maanden hopeloos te laat is.
Vandaag was hij om half negen 's ochtends op, heeft hij de hele dag in de auto gezeten en ging om half tien 's avonds naar bed, met tussendoor twee dutjes van twintig minuten en dat alles zonder vervelend te worden. Als dat geen zoon van mij is weet ik het niet meer…

Wij gaan naar de Ardennen

Wij vertrekken morgen voor twee weken naar het verre buitenland. Onze station zit zo vol dat wij de hoedenplank thuis moesten laten, wat automatisch inhoudt dat mijn hoeden niet meekunnen.
Omdat mijn schoonzus niet zover wilde rijden (Zuid-Limburg was het maximale) heb ik na lang onderhandelen kunnen bewerkstelligen dat we de eerste week naar de Ardennen (de frisse lucht is even wennen) gaan. De tweede week gaan we naar de Vogezen want ik heb haar wijsgemaakt dat dat vlak bij de Ardennen is. Eigenlijk wilde ik naar de Alpen maar dat lukte niet omdat ze wist dat die ver weg zijn. Uiteindelijk ben ik best tevreden met het resultaat want de eerste week zitten wij zowat op Eau Rouge. Ik zal proberen het baanrecord voor stationdiesels daar te verbeteren.
In de Vogezen zijn mevrouw Mack en ik al een keer eerder geweest. Daar barst het van de Linxen volgens de borden. ("Kijk, daar rechts, een linx!" Ah, net weg.") Dat vonden wij toen nog bijzonder omdat er toen nog geen poema's op de Veluwe zaten en nu wel volgens de krant.
Ik zie dat morgen inmiddels vandaag is geworden, ik moet hoognodig naar bed dus ik maak mijn excuses voor de abrupte onderbr