In mijn streven om sprekend op Elvis te lijken is mijn gewicht in de loop der jaren langzaam toegenomen. Volgens de nederlandse hartstichting loop ik al een licht verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Ik ben 93 kilo met een lengte van 1,89 ongeveer. Dat valt dus reuze mee. Omdat ik een binnenvetter ben lijk ik ook niet dik. Maar ik ben het wel. In werkelijkheid heb ik een enorme vetpens en daar wil ik wat aan doen. Vorig jaar heb ik een aantal van mijn beste broeken weg moeten geven aan mijn 39(!)-jarige zwager wiens buik nog steeds voor bewonderende blikken zorgt bij o.a. mevrouw Mack. En dat gaat natuurlijk te ver. Ik probeerde nog wat excuses over het staande werk wat hij doet, maar dat hielp allemaal niks, zwager Willy heeft gewoon een getrainde buik en dat komt omdat hij veel sport. Ik kan dat allemaal niet over mijn kant laten gaan en heb gezegd dat als ik zou willen, ik binnen de kortste keren ook zo'n buik heb. Hoongelach werd mijn deel. En dat moet je dus nooit doen, mij uitlachen en zeggen dat ik iets niet kan als ik het tegendeel beweer. Nu heb ik dus gewed (7,34 euro) dat ik binnenkort ook zo'n buik heb. En als ik wed, dan win ik ook. Want als ik iets zeker weet, dan is ook het zo. Want anders weet ik het niet zeker namelijk.
Even voor de volledigheid, het wordt niet zo'n aanstellerige sixpack/wasbord/gebakken-broodjes/Gerard Jolingbuik maar gewoon zoals Farrokh Bulsara.
levensvragen
Wat heeft werk toch een vreemde plaats in Nederland hè? Op school word je geleerd dat iedereen mag zeggen wat-ie wil en de politiek versterkt deze indruk nog eens. Vrijheid van meningsuiting als hoogste goed van de samenleving. Maar kom je op je werk dan geldt dat ineens niet meer. Ja natuurlijk, ook op je werk mag je zeggen wat je wil mits binnen de wet, je komt daarvoor echt niet in de gevangenis. Maar het is wel slecht voor je carrière als je tegen de baas (en dan bedoel ik degene die over jouw salaris gaat) ingaat. Dus als je baas een slecht idee heeft is het goed om het toch met hem eens te zijn. Ook al gaat het het bedrijf dik geld kosten, voor jou persoonlijk is het financieel voordeliger om achter je baas te gaan staan.
Ik worstel erg met dit probleem. Moet ik ingrijpen met als risico dat ik geen loonsverhoging meer krijg en red ik het bedrijf, of hou ik me stil, strijk een bonus op en help het bedrijf naar de afgrond?
Of heb ik er echt geen kijk op en gaat u wel speciaal voor het WK al uw deurkrukken vervangen voor oranje-exemplaren?
Van onze hospitaalcorrespondent.
Het gaat weer een stuk beter met Hans. De koorts is weg, hij eet en drinkt weer, zelfs de zusters mogen hem benaderen, zolang ze maar niet aan hem zitten. "You can look but you can't touch" lijkt hij te willen zeggen. Heel misschien mag morgen het infuus eraf en krijgt hij zijn linkerhandje terug van de dokter. Dat zou pas een mooi verjaardagskado zijn. Het is trouwens verbazingwekkend hoe snel een kind zich schikt in z'n lot, hij doet nu alles met één arm alsof hij er nooit twee had.
Wat hij nog steeds niet leuk vindt is wanneer mama weggaat, dan begint hij hard te krijsen. Echt veel harder dan wanneer ik wegga, want dan kijkt hij alleen verschrikt. Maar da's altijd nog een betere score dan wanneer de dokter weggaat, want dan steekt hij zijn tong uit.
God save the Queen.
Ik vond Mack (de echte) tijdens zijn leven al een geweldige hond, (hooguit een beetje krakkemikkig) maar na zijn tragische dood eind vorig jaar is dat eigenlijk te weinig eer.
Ik vond honden altijd al wel leuker dan katten, maar ook katten vind ik wel aardig. Wat mij echter wel stoort aan katten is hun aangeboren superieuriteitsgevoel. Ik snap ook niet dat niemand zijn kat "Adolf" noemt want dat is een prima naam voor een kat. Mack (de echte) maakte zijn engelse afkomst meer dan waar door nooit onder te doen voor de nazivijand, de kat.
Een vreemde kat in zijn territorium -dat hij overal mee naartoe nam- duldde hij niet en hij ging over tot de aanval. Het maakte daarbij niet uit of de kat wegliep of niet, hij rushte op het beest af en gebruikte zijn imponerende kop als stormram. Of hij daarbij wat schrammen opliep deed niet terzake. Ik zei altijd: "Mack, foei." hem onderwijl een schouderklopje gevend. Dat is gedrag waar ik van hou: de vijand niet ernstig verwonden maar hem wel verdrijven. Veel honden gaan in blinde razernij achter een kat aan, maar als dat beest blijft zitten lopen ze er een beetje schaapachtig omheen te blaffen. Mack niet, Mack deelde een beuk uit met z'n kop, als een stier tegen de Torero.
Sophie, onze eigen huisnazi, wist dit feilloos en was onderdanig naar Mack. En dat was prima, niks aan de hand, ze mocht zelfs in z'n mand zitten. Zolang ze maar niet speelde met een bal of miauwde want dan veranderde Mack in een hittezoekende torpedo. Diverse keren gleed ze met vier poten onder een eikenhouten kast waar ze maar ternauwernood onder paste. Maar dan waren de verhoudingen weer duidelijk. Ich Chef, du nichts. Sophie was een voorbeeldige poes in die tijd.
Sinds Mack's dood is dat veranderd en speelt ze de baas in huis. De hele dag miauwen, voor je voeten lopen, bedelen om eten, kikkers met drie poten binnen afleveren (deze week 3), gek word je ervan. Het is dat Hans haar zo leuk vind want anders verhuisden wij zonder Sophie in te lichten. Ik zal Hans ook leren dat vroeger de hond achter de kat aanjoeg en dat dat de enige juiste volgorde is. Dat sommige boze tongen beweren dat de kat de hond de baas is, is lasterpraat. Waarschijnlijk in de wereld gebracht door politici, marketingmanagers, communicatiespecialisten en andere onbetrouwbare lieden. En dat dat des te meer reden is om honden als Mack te eren. God save the Queen.
Pieter van den Hoogenband
Ik heb er eens diep over nagedacht, maar zo bijzonder is het helemaal niet wat hij heeft gepresteerd. We zijn allemaal ooit eens de snelste geweest bij een groot zwemtournooi.
Alcoholwedstrijd
Ik reed vanavond naar het ziekenhuis: politie. Alcoholcontrole.
Een agente zei:"Goedenavond, we houden een alcoholcontrole, maar dat had u vast al begrepen?"
"Nou nee, maar als ik dronken ben, ben ik ook nooit zo snel van begrip."
Op de terugweg werd ik wederom staande gehouden.
"Goedenavond, alcoholcontrole."
"Ja, dat weet ik, ik moest op de heenweg ook al blazen.
"Oh, nou dan kent u de uitslag al."
"Zeker, over een uur verloopt mijn rijverbod."
Nee, natuurlijk heb ik het niet echt gezegd. Ik begrijp ook wel dat politieagenten daar niet om kunnen lachen. Bovendien moet je dan én adrem zijn én veel lef hebben, en adrem ben ik alleen als ik niet gedronken heb en veel lef heb ik alleen als ik wel gedronken heb. Dus met twee brave P's binnen een uur mocht ik verder. Over de P. gesproken…
Maak een gedicht van maximaal 10 regels over alcohol. Stuur uw gedicht voor 31 mei in via het mailformulier van het ongevraagd adviesburo. De winnaar wordt beloond met een nationale slijtersbon van 20 euro. De uitslag volgt een doos wijn later. (Maar da's bij de P. best nog snel.)
(P.S. de P. zelf weet hier niets van, dus zeg niet dat het van mij komt.)
De kluit belazerd.
Nu, nu ik zelf een kind heb, weet ik dat mannen honderden jaren lang de kluit belazerd hebben.
Hans klampt zich het meest vast aan mama dus mama is degene die nu in het ziekenhuis is en bij hem blijft slapen. Ik zit achter de pc en ga morgen naar mijn werk. Mama blijft bij hem en troost hem ook al wordt ze soms gek van z'n gehuil. Ze tilt hem op ook al wordt hij na een poosje veel te zwaar. Ze geeft hem eten ook al doet-ie twee minuten over een hap. Ze praat tegen hem ook al huilt-ie alleen maar. Als hij slaapt wacht ze een paar uur in het ziekenhuis tot hij weer wakker wordt, ook al zou ze liever iets leukers doen. Ze houdt het vol zolang als nodig is.
Vroeger waren er mannen die niet in huis meehielpen omdat ze te hard gewerkt hadden. Sommigen zaten ook nog op kantoor de hele dag niks te doen. Als ze thuis kwamen kregen ze eten en lazen daarna de krant en keken televisie. Mama's maakten ze wijs dat ze een zware dag hadden gehad. Maar hun arbeidstijd bedroeg slechts acht uur. Die van hele belangrijke mannen soms wel tien uur. Maar die van moeder was altijd 14 uur. En de overige tien had ze oproepdienst.
Het kleine mannetje is zielig.
Gekweld door verlatingsangst klamp je je vast aan papa en mama. Dokters probeer je weg te jagen door hard te huilen, zusters negeer je door je gezichtje in onze schouders te drukken. Je vingertjes -normaal een sabbeltroost- zijn verborgen door de dokter dus zelfs die kunnen je geen verlichting bieden. Dan begint dat stomme infuusapparaat ook nog te piepen en moeten er weer zusters bij komen om het opnieuw te verbinden zodat het gekrijs weer van voor af aan begint. En wat moet je daar de hele dag doen? De hele dag opgesloten in een traliebed en vast aan een slangetje. Zo kruipen de dagen ook voorbij. Als papa en mama even weggaan omdat je moet slapen raak je in paniek, je draait je op je buik en je krijst ons wanhopig na. Wij begrijpen dat het nu even niet anders kan maar jij snapt helemaal niks van wat je wordt aangedaan.
En dan dreigt de arts ook nog met sondevoeding als je niet begint met eten want je hebt al vier dagen niet gegeten.
Gelukkig zijn de zusters wel lief voor je, al heb je ze liever niet op je kamer, ze hebben je hele kamer versierd en je hebt zelfs een kadootje van ze gekregen. Een pizzahut om mee te spelen. Maar jij hebt liever iets wat rolt. Gelukkig kwam oma met mooie ballen en andere opa en oma met een Ernie en Bert motorfiets met geluid zodat papa daarmee kon spelen. En dat vond je zo interessant dat je vergat je mondje af te wenden als mama je een hapje worteltjes gaf. Papa moest er verplicht mee doorgaan van mama ondanks dat de zusters hem uitlachten maar hé, je hebt wel tien happen gegeten en ben je hopelijk gered van de sondevoeding. En je koorts was vandaag ook weg, dus voor iemand met longontsteking gaat het best goed met je.
De kluit belazerd.
Nu, nu ik zelf een kind heb, weet ik dat mannen honderden jaren lang de kluit belazerd hebben.
Hans klampt zich het meest vast aan mama dus mama is degene die nu in het ziekenhuis is en bij hem blijft slapen. Ik zit achter de pc en ga morgen naar mijn werk. Mama blijft bij hem en troost hem ook al wordt ze soms gek van z'n gehuil. Ze tilt hem op ook al wordt hij na een poosje veel te zwaar. Ze geeft hem eten ook al doet-ie twee minuten over een hap. Ze praat tegen hem ook al huilt-ie alleen maar. Als hij slaapt wacht ze een paar uur in het ziekenhuis tot hij weer wakker wordt, ook al zou ze liever iets leukers doen. Ze houdt het vol zolang als nodig is.
Vroeger waren er mannen die niet in huis meehielpen omdat ze te hard gewerkt hadden. Sommigen zaten ook nog op kantoor de hele dag niks te doen. Als ze thuis kwamen kregen ze eten en lazen daarna de krant en keken televisie. Mama's maakten ze wijs dat ze een zware dag hadden gehad. Maar hun arbeidstijd bedroeg slechts acht uur. Die van hele belangrijke mannen soms wel tien uur. Maar die van moeder was altijd 14 uur. En de overige tien had ze oproepdienst.
Gesodemieter.
Zijn eerste verjaardag gaat Hans doorbrengen in het ziekenhuis. Longontsteking. Het is begonnen als een virusinfectie maar nu stelden ze duidelijk een bacteriële infectie vast. Hij had niet bepaald de avond van z'n leven met twee longfoto's, een infuus waarbij twee keer geprikt moest worden en een aantal keren een kapje met stoom moeten inademen. (Ik kan er niet meer opkomen hoe dat heet.)
Mevrouw Mack slaapt vannacht in het ziekenhuis, haar stoppen-met-roken-poging is nu officieel mislukt. Een dag of vier zal hij naar verwachting wel moeten blijven. Daarna hoop ik hem hier weer gezond terug te zien en voorlopig eens uit dat ziekenhuis weg te blijven. Maar daar heb je als eenvoudige sterveling helaas niks over te vertellen.