
Op de foto ziet u mij in commandotrui en mijn zwager (geen paniek) zonder. Onze zoontjes Hans en Dan brengen we hier de grondbeginselen van het commando-zijn bij.
Mijn zwager is 40 en ik noem hem commando Piet. Ik ben 36 en hij noemt mij commando Jan. Ik noem de leeftijden er even bij omdat ik wil checken of wij abnormaal gedrag vertonen voor onze leeftijden.
In een eerdere log schreef ik dat wij op een avond -beiden met commandotrui- de Ardennen waren ingetrokken. Onderweg begon het te regenen dus ik begon razendsnel te bewegen. Ik zei tegen commando Piet: "Ik ben de druppels aan het ontwijken."
"Ja, ja, commando Jan, dat zie ik ook wel, dat heb ik ook geleerd tijdens mijn opleiding." Even later wees ik hem op een open plek in het bos.
"Luister, commando Piet, tijdens het Ardennenoffensief zat hier een mitrailleursnest van de Duitsers. Ik heb daar toen in mijn eentje een bom op gegooid, vandaar die open plek."
"Ja, ja, dat weet ik, ik zat daar toen in dat dal daar, wat destijds nog een berg was, maar ik ben iets te hard met de schep in de weer geweest, vandaar dat het nu een dal is."
"Hoe kom jij trouwens aan die schram op je gezicht, commando Jan?"
"Oh, gisteren tijdens mijn nachtelijke expeditie vloog er een straaljager tegen mijn wang, vandaar."
"Stop, commando Jan, voor ons een woeste rivier!" Hij wees mij op een miniscuul stroompje regen dat de heuvel af gleed.
"Hoe gaan wij deze woeste rivier oversteken, commando Piet?"
"Nou, commando Jan," antwoordde ik, "Ik neem gewoon een aanloop en ik slinger me via die liaan die daar hangt naar de overkant."
"Oh, da's goed, dan doe ik dat ook."
"Momentje commando Piet, ik heb al een half uur een rotsblok in mijn schoen, maar dat begint nu wat moeilijk te lopen."
"Blaas jij dat rotsblok even op, commando Jan, dan kan ik mooi die boomstam in mijn oog verwijderen. Dat begint ook wat te prikken."
Tijdens deze trip vielen wij geregeld van het lachen op de grond.
Goed. Na een uurtje of drie keerden wij terug van onze expeditie en u kunt zich misschien een voorstelling maken van welke gevaren wij getrotseerd hebben en hoe wij deze overwonnen hebben. Wij concludeerden dat het maar goed was dat er verder niemand bij was, want dan zou je toch maar mooi de rest van je leven gepest worden. Maar vooruit, sportief als ik ben krijgt u van mij toch een ooggetuigeverslag.