Bij elkaar hadden mijn gezinsleden vandaag wel 117 graden koorts, dus ik hoefde de verwarming niet aan te zetten om het huis toch warm te krijgen. Tammar huilde, Hans was suffig en Linda baalde. Gelukkig blijf ik altijd uiterst koel in koortsige situaties, dus ik heb alweer gestreken vandaag, en een idee voor het eten aangedragen.
Ik heb best lang op mijzelf gewoond en dan leer je vanzelf dingen. Strijken kan ik als de beste, maar dat komt omdat ik vroeger alles met een campingstrijkijzer glad kreeg, dus met zo'n modern stoomstrijkijzer is het een makkie. Stelt niks voor. Drie droogtrommels vol? Uurtje.
En koken, dat kan ik niet als de beste, maar overleven wel. En als vrijgezel leerde je overleven met zo weinig mogelijk middelen. Dus toen ik Linda op het idee bracht om de nasi die we nog in de vriezer hadden staan op te warmen (maar goed dat ik het hoofd koel hield, want wie komt er op zulks briljants?) stond Linda, die toch elke dag fantastisch kookt, een beetje hulpeloos tegen een stijfbevroren bak nasi aan te kijken. Ja, daar biedt het kookboek mooi geen korte-termijn oplossing voor. Dus ik zei, laat mij maar even, en even later stonden er twee borden dampende babi-pangang en Koe-loe-yuk(iko) op tafel. Met nasi!
En natuurlijk wilde Linda weten hoe ik dat zo snel deed, maar dat is nu een van de weinige geheimen die ik voor haar heb. Had ze zelf maar als vrijgezel moeten beginnen, dan had ze het nu ook geweten.
Overigens was dit onze eigen nasi, niet dat u denkt dat ik het meegeschooid had uit mijn vorige logje.