Ik werd vandaag gebeld op mijn werk door Linda. Tammar moest opgehaald worden van het kinderdagverblijf omdat ze ziek was en zij was zelf met Hans in Madurodam. Een half uurtje later haalde ik mijn kleine straalkacheltje op en nam haar mee naar huis. Ze keek wat waterig uit haar ogen en had hoge koorts. Thuis heb ik haar drie keer dezelfde zetpil gegeven. Dat is mijn leven lang al mijn zwakke kant. Angst voor het onbekende. Een huilend kind, een zetpil en een dicht rolluik, dat noem ik onbekend. Is dat het goeie gat wel? Hoe hard moet je drukken en waarom komt-ie er weer uit? Crisis!
Na een half uurtje stilte hoorde ik weer vrolijk gekraai uit haar kamer. Na drie kwartier vrolijk gekraai heb ik haar gepakt. Na een uur weer naar bed gebracht omdat dat toch de verkeerde beslissing leek. Tien minuten later heb ik haar weer gepakt. Een beetje gegeten, een beetje gedronken, het was allemaal niet je-van-het. In bad werd zij pas weer stil. Toen ik haar naar bed wilde doen bleef ze protesteren zodat ik haar maar mee naar beneden heb genomen. Ik ben op de bank gaan liggen met Tammar op me. Dan maar slaapliedjes zingen. Slaap kindje slaap, weltrusten goedenacht en bij gebrek aan slaapliedjes wat repertoire van Elvis. In the Ghetto doet het goed als slaapliedje, evenals Wooden heart. Maar het fijnst vond ze mijn versie van Edelweiss.