Als mijn leven een boek zou zijn, zou een steeds terugkerend thema zijn: de strijd tussen authentiek en plastic. Net na mijn twintigste ontdekte ik dat sommige emoties of principes van mensen helemaal niet echt waren. Daarvoor waren mijn emoties soms ook niet echt. Het herkennen van plastic emoties of nepprincipes is het makkelijkst, al kan ik die herkenning moeilijk uitleggen. Maar het ermee omgaan, dat is een ander verhaal. Het is zoeken naar een evenwicht. Een volledig zuiver en principieel mens (bijvoorbeeld Jezus) houdt in deze maatschappij geen stand en is gedwongen tot een leven aan de onderkant. Wil je succesvol zijn, of tenminste voor succesvol willen worden aangezien, dan zul je af en toe een oogje dicht moeten knijpen, een princiepetje laten varen of misschien wel eens iemand een ietsiepietsie oplichten. En daar is niks mis mee hoor, het hele dierenrijk zit vol met beesten die zich anders voordoen dan ze zijn; het is een overlevingsstrategie. Ik vind principes altijd erg mooi, maar ze kunnen ook heel dom zijn. Maar zelfs dan heb ik nog steeds meer respect voor je dan iemand met principes die zich er niet aan houdt de eerste de beste keer dat het hem niet uitkomt. Ik ben nog steeds Rooms-Katholiek. In het bedrijfsleven ben je gedwongen tot het verloochenen van principes anders maak je jezelf onmogelijk. Wie was het ook alweer die de volgende prachtige uitspraak op zijn naam heeft: mijn principes liggen zo hoog dat ik er in geval van nood onderdoor kan?
Ik zal dus mijn Hans en mijn Tammar proberen bij te brengen dat je principes hoog in het vaandel moet hebben, mits je je dat op dat moment kunt veroorloven. Zo niet, verkondig dan je principes niet. Eigen belang is niet alleen eigen belang. Je moet ook voor jezelf zorgen om voor anderen te kunnen zorgen. Maar een principe is pas een principe als je bereid bent er iets prettigs voor op te offeren. Anders is het niks. Plastic. Als ik dus een mailtje krijg van een (middel)groot bedrijf en er staat onder: please consider the environment before printing this e-mail, dan weet ik dat de afzender werkt voor een bedrijf waarvan het management rondrijdt in dikke 8-cilinders, die graag heel veel gas geven en zo hun dikke benzinedampen het milieu in blazen. Eventueel hebben ze er nog een excuus-Prius bij. Ik vind het allemaal niet erg hoor, ik hou van dikke 8-cilinders, maar het zou iemand zo sieren als hij gewoon toegaf dat hij best vegetariër wil zijn, maar niet tijdens het eten.