Inktzwart.

Je kunt veel van mij zeggen, maar niet dat ik een meeloper ben. Meelopen, daar hou ik niet van, vandaar dat je me ook nooit aan de avondvierdaagse mee zult zien doen en vandaar ook dat schapen tot mijn minst favoriete beesten behoren. Maar zelfs een schaap zal ik nooit pijn doen want daarvoor is mijn ziel te wit. En het is best een last hoor, zo'n vlekkeloze ziel want in het leven komt men nu eenmaal dagelijks in verleidingen. Een vlekkenloze ziel in combinatie met mijn woeste reputatie is helemaal ondraaglijk. Dus toen ik vroeger bij de jeugdcommando's zat en mijn mede-strijdmakkers zich met stenen tegen een groep eenden keerden, moest ik me van hen afscheiden. En nadat eentje een eend geraakt had en het beest met een bebloede kop verder zwom, en de dader mij van pure angst toesiste dat als ik hem zou verraden, dat hij me zou vermoorden, keek ik hem minachtend aan en heb het mijn ouders verteld. In sommige gevallen is verraad geoorloofd of zelfs gewenst. Nee, bij mij moet je niet aan beesten komen.

Natuurlijk is mijn ziel niet helemaal vlekkeloos. Ik heb mieren om zeep geholpen met een vergrootglas, ik heb wespen in twee stukken geknipt, ik heb vliegen de vleugels uitgetrokken en spinnen de pootjes. Maar die hadden het er ook naar gemaakt! Maar ik heb nooit op slakken zout gelegd of kikkers opgeblazen. Ook hield ik niet van vissen de ogen uitpulken met een mes zoals een klasgenootje leuk vond. En dan is het wel weer makkelijk als je geen meeloper bent, want dan hoef je het niet na te doen en kun je lekker geoorloofd minachten. Fijn gevoel. Mijn vader was hoogst verontwaardigd toen hij van deze praktijken hoorde en vroeg voor de zekerheid of ik hier aan mee deed. Mijn ontkenning was voldoende voor hem.

Wat zoogdieren betreft ben ik smetteloos. Behalve dan alle beesten die ik met mijn auto om zeep heb geholpen. Ja, er vliegt hier wel eens een kat van de trap af en Mack (de echte) heb ik een keer een schop gegeven toen hij mijn duim klemvast tussen zijn kaken had maar dat was het wel grotendeels. De grootste mishandeling die ik ooit heb begaan bij een zoogdier was een koe met een papieren pijltje tegen zijn kont schieten. Het beest schrok dan en gooide zijn achterpoten in de lucht. Maar dat is toch van een minder kaliber als wat ik vanochtend las in de krant: kat dood na rotje in zijn anus. Ik vrees dat dat niet meer onder de uit de hand gelopen kwajongensstreken kan worden geschaard. Volgens mij is je ziel dan al inkt-en inktzwart.

Peos

Ik ben in een oude gewoonte vervallen: in plaats van dat ik lees voor het slapen gaan doe ik een cryptogram. Ik vond een nog niet uit de verpakking gekomen cryptogrammenboekje uit 2007 en het virus heeft me gelijk weer te pakken; muizendoder die weer seop eet. 4 letters. Oplossing: poes. Ja, de kunst bij cryptogrammen is dat als je er niet uitkomt dat je de vraag aanpast aan je oplossing. Want ja, muizendoder die weer soep eet, dan zou je peos krijgen. En peos dat is geen muizendoder, tenzij natuurlijk in Spanje, dan zou het nog kunnen, mits het bonensoep was.

De barre winter van 1979

In 1985, 1986 en 1997 was er een Elfstedentocht. Dat waren pas winters zou je denken. Ha! Helemaal niet! Wie van mijn lezers herinnert zich nog de barre winter van 1978/1979? Dat was pas een winter! Met sneeuwhoogten tot drie meter in het noorden des lands. Ik woonde in Brabant dus wij moesten het doen met een halve meter maar toch! Ik zie mijn vader nog naar de schuur klunen, elke stap die hij zette zakte hij tot aan zijn kniëen weg in de sneeuw. En de buurman met zijn Opel Rekord station en trekhaak, die alle jongetjes uit de buurt tegelijk met hun slee achter zijn auto bond en door de straten reed. Dat kon gewoon nog in die tijd. Brabanders waren zuinig op hun sneeuw en gingen dus niet gelijk de stoep schoon scheppen zodat er geen slee meer langs kon. En ik vergeet nog het belangrijkste: je kon schaatsen over de weg. Ja, je leest het goed, lezer onder de dertig, schaatsen over de weg. Een dikke laag ijzel lag er over Nederland en wij gingen op schaatsen naar school. Dat was nog eens een winter.

http://nedweer.nl/winter1979.htm

Sneeuw

Het sneeuwt en een zekere opwinding maakt zich van mij meester. Want dit is anders. Dit is sneeuw op zaterdagavond terwijl het vriest. Het blijft dus liggen en morgen hoef ik niet weg. Bovendien zie ik het gewoon gebeuren in plaats van dat het stiekem valt als ik slaap. Ik kan er naar blijven kijken, naar die vallende sneeuwvlokken. Hoopvol wachten tot het pak steeds dikker wordt en met mijn ogen sneeuwvlokken afzonderen van de massa om ze naar hun definitieve plaats te begeleiden. Ik wil dat de vlokken steeds groter worden en dat er steeds meer vallen. Ik wil dat de opwarming van de aarde in één klap ongedaan gemaakt wordt. De tuin is inmiddels helemaal wit, en de schuin geplaatste zolderramen ook. Morgen overdag zal het hier op zolder vreemd donker zijn. Net als in mijn auto. Ik hou van door sneeuw veroorzaakte duisternis. Ik hou van een witte wereld en ik hou van de gedempte geluiden. Van het kraken van voetstappen en van de voetafdrukken zelf. Maar het meest hou ik van een dik pak nog niet ontmaagde sneeuw. Jammer dat de boze strooiwagens overal weer een eind aan gaan maken. Zoals al het mooie in Nederland uiteindelijk moet wijken voor een risicoloos bestaan.

Dat begint al lekker

Sneak ik daarnet naar beneden om een hongerig gevoel te bestrijden met de laatst overgebleven appelflap, voel ik terwijl ik op de tast de kamerdeur open doe, een harig monster langs mijn benen naar boven sneaken. Wel nondejuu! Het was Bob, onze rooie kater met een halve staart, (of zonder een halve staart, dat kan natuurlijk ook) die mij de trap af hoorde komen en gedacht moet hebben dat dit zijn kans was om boven in ons bed te slapen. En toen ik met veel stampij boven kwam, had-ie zich verscholen onder ons bed, daar waar ik er met geen mogelijkheid bij kon. Hans, die vanavond in mijn bed in slaap mocht vallen, bracht ik vast naar zijn eigen bed omdat ik aanvoelde dat de geluiden die Bob zou maken als ik hem opjoeg, niet voor kinderen geschikt zijn. Toen ik hem in zijn bedje dumpte zag ik kat nummer twee, Sophie, aangenaam, ook onze slaapkamer opsneaken. En ook precies onder het bed, daar waar ik er niet bij kon.

We zijn een half uur verder en mijn missie is geslaagd. De katten zijn met buitenproportioneel geweld onder mijn bed vandaan gejaagd. Oke, het ruikt er een beetje naar kruit nu en er zit een gat in de vloerbedekking, maar daar vroegen ze om. Eén ding is zeker, deze appelflap veroorzaakt bij mij geen gewichtstoename.

Een dag als alle andere

Oudjaarsdag doet me steeds minder. Het is nog net geen dag als alle anderen maar hij begint er wel steeds meer op te lijken. Waarschijnlijk een leeftijdskwestie, als alle dagen steeds meer op elkaar gaan lijken. Wij hadden de kinderen dan ook op tijd in bed liggen, om hen vooral niet wakker te maken voor het vuurwerk, want vuurwerk is niet iets wat ze van mij gaan leren. Ik vind vuurwerk doorgaans irritant. Maar goed, in mijn testosteronbevredigingsbehoefte wordt natuurlijk al dagelijks voorzien door mijn auto. Vandaar dat ik geen vuurwerk meer hoef te kopen.

Wij keken naar de oudejaarsconference van Guido Weijers en werden daar niet echt vrolijk van. Een combinatie van flauwe grappen en harde grappen die verder geen functie hadden. Even later probeerden we Jan Jaap van der Wal, maar ook die bracht ons niet aan het lachen dus hebben we op Ned. 3 naar de Top 2000 gekeken. Pure armoede. Om twaalf uur vallen wij elkaar in de armen en wensen elkaar een gelukkig nieuwjaar. Wij zetten alleen onze vraagtekens bij het feit dat we dat slechts één keer per jaar doen dus zetten we onze 'debiteuren/crediteuren' stemmetjes er maar bij op. Ghè ghè. Wensen is trouwens toch meer een soort niet-religieus bidden. Van bidden is het al de vraag of het helpt, van wensen staat het vast dat het niet helpt. Wensen is een soort soep met een tikje gewoonte, een ietsje beleefdheid, een lepeltje onheilsbezwering, een snufje gunnen en een mespuntje laten weten dat je aan iemand denkt. Maar helpen doet het helaas niet. Anders zou iedereen gelukkig zijn in 2010 zeg! Het is hier de hemel niet!

Wat mij wel altijd vrolijk stemt zijn de tradities met nieuwjaar. Schansspringen en het nieuwjaarsconcert zie ik al jaren niet meer omdat ik er zo'n nieuwjaarsdaggevoel van krijg, maar ik doel meer op de nieuwjaarsduik en nog meer op het met z'n honderdduizenden de straat op gaan in een belangrijke stad en dan met z'n allen aftellen en zodra het nieuwjaar is aangebroken als een debiel gaan gillen alsof we net wereldkampioen voetbal zijn geworden. Kijk, als je er verder niet bij nadenkt lijkt het natuurlijk heel erg werelds om in hartje Amsterdam op straat tussen allerlei andere succesvolle mensen met champagne in je hand te gaan staan wachten tot de NOS camera voorbij komt, maar aan de andere kant, stel dat wij dat hier in Vaassen op het dorpsplein voortaan ook elk jaar gaan doen, dat zou een beetje raar zijn toch? Ik hoor u dan al denken: "kapsones daar in dat dorpje!" Dat zou ik tenminste denken.

Ondanks dat het dan niet helpt wens ik u allen een goed nieuwjaar toe, voor sommigen gezondheid in het bijzonder, voor anderen geluk in het bijzonder en voor weer anderen wijsheid in het bijzonder. U moet het maar zo zien: als ik almachtig was zou ik geven wat u nodig had.

Provinsje Fryslân

Via een route door vijf provincies kwamen wij maandagmiddag aan in het hoge noorden van Friesland, Esonstad. Esonstad is een aanrader voor een korte vakantie. De vakantiehuisjes zijn gebouwd in oud Fryske styl en hebben de tjibbe ep dyn ippe satst holden. Nou ja, de meeste dan. Het leuke van Esonstad is dat het ook meer op een stadje lijkt dan op een vakantiepark. Je woont als het ware in een straatje met een supermarkt, een café en een plein en tijdens het eten kun je zo zien wat de overburen eten, mits liju den gerdjienjen net sliut.

Maar wat was ik lang niet in Friesland geweest zeg! Wat een rustige provincie en wat een vlakke wegen. Wat een uithoek en wat is het er koud. Ik liep op de dijk en verbaasde me een beetje dat je nog adem kon halen, zo hoog noordelijk. Ik zette mijn capuchon op want ik had geen fatsoenlijke muts. Er is wel een kledingwinkeltje in Esonstad maar toen ik naar een muts vroeg zei de eigenaar: Nje, wi onge tyd uns war Dokkum em rieujen. Nou, dat ging me te ver, dan maar koude oren.

Ik liep met Hans op de Dijk en wij bekeken van dichtbij een oude roestige boot waarop een heks woonde. De heks liep buiten op het dek en riep ons iets in onverstaanbaar Fries toe. De enige woorden die ik eruit opmaakte waren "heks" en "televisie". Maar ik had geen idee wat dat betekende. Ik riep maar terug dat het koud was maar dat vond zij niet. Zij vond het lekker. Nou ken ik niet veel Friezen maar als dit geen dorpsgek was dan wil ik dat graag zo houden.

Verder was er op het park een speelzaal voor de kinderen en er waren theatervoorstellingen, ook voor de kinderen. Hans vond het niks. Hij ging ongeïnteresseerd op de tweede rij zitten en deed helemaal niet leuk interactief mee, zoals de andere kinderen. Toen alle banken aan de kant gingen er een dansje gedaan moest worden en ook Hans ten dans werd gevraagd, weigerde hij. In een dwarse houding ging hij op een bankje naast ons zitten. En toen bedacht ik me: dit is waarachtig een zoon van mij.

Emotioneel overbelast.

Nu wijst mijn zoontje mij er vanmiddag op dat we iets kwijt zijn. Hij wees naar de voorkant van onze Fiat en wat denkt u? LOGO GESTOLEN!! Ja, natuurlijk weet ik dat we in populaire merken rijden en dat er dubieuze verzamelaars zijn die gek zijn op die logo's, of misschien zelfs wel iemand met een Audi die niet langer tot de as van het kwaad wil behoren en zijn auto wil camoufleren, je weet het niet, maar dit is toch niet leuk meer. Een poosje geleden miste er ook al een afdekklepje van een sleepoog. Onze Fiat is geen openbare leverancier voor tweedehands onderdelen!

En zoals ik laatst al voorspelde heeft de politie de zaak nu inderdaad binnen een kwartier rond. Aangifte—> geen aanknopingspunten—-> case closed. Kwartiertje. Komt geen agent aan te pas. Vindt u het niet knap? Ik vind het knap. Nou ja, één logo kon ik emotioneel nog aan, maar twee? We hebben maar een korte vakantie geboekt ergens aan Waddenzee. Tot over een paar dagen.

Oh, en mocht u mij zo erg missen dat het zeer doet, hier heeft u een liedje om deze moeilijke tijd door te komen.

Hoe zure zult mij vormde.

Ik zat op kerstavond de film Oliver Twist van Charles Dickens te kijken. De hoofdpersoon, het jongetje Oliver, is niet te benijden. Vooral omdat hij in 1830 klein was en niet 150 jaar later. Want wat heb ik het makkelijk gehad in mijn jeugd in tegenstelling tot Oliver (en Charles Dickens natuurlijk, die veel autobiografische elementen in zijn boeken verwerkte). Oliver had als weeskind een hard leven en kreeg elke dag hetzelfde vieze eten. Ik had een warme kamer, ging naar school en kreeg elke dag iets anders te eten. Maar toch, soms was er ook koolraap bij. Of kreeg ik zure zult op mijn brood. En geloof me, dat was goor. Zure zult, dat zal ik mijn kinderen nooit geven. Het is zelfs in deze tijden van crisis niet nodig. Wat stelt zo'n crisis eigenlijk voor als je het vergelijkt met de tijd van enorme economische groei waarin Oliver Twist leefde. Je kunt beter in een moderne crisis leven dan in een 19e eeuwse bloeiperiode.

Aan de andere kant, die zure zult heeft wel een nederig mens van mij gemaakt. Door zure zult ken ik de donkere kanten van het leven en waardeer ik de gewone dingen meer. Zure zult heeft ervoor gezorgd dat ik geen lachende pikkemans ben geworden met een goudgele pretcilinder in z'n handen. Misschien moeten we terug naar zure zult, voor een mildere samenleving.