Het valt niet mee om als je zelf ouder word, niet in die valkuil te trappen dat vroeger alles beter was. Vroeger was helemaal niet alles beter, het is alleen zo dat de mensen vroeger niet zulke mietjes waren, dat is heel wat anders. Neem nu mijzelf. Ik heb een elektrisch onderdeken. En dat is niet mijn schuld, ik was tegen, maar hij is tweepersoons. En om 'm nu niet te gebruiken terwijl hij er wel ligt zou mij helemaal zo'n krasse knar maken. (Zoals Nestorix, uit Asterix en Obelix, die altijd riep dat ze bij het beleg van Alésia ook geen toverdrank hadden.) Maar het is echt wel prettig als het koud is om in zo'n warm bed te stappen. Niet noodzakelijk, maar gewoon prettig. En ja, als de elektriciteit uitvalt, dan stappen wij in een koud bed ja. En daar zijn wij dan niet meer aan gewend en waarschijnlijk vriezen we in dat geval dood.
Maar zo'n vaart zal het toch allemaal niet lopen in Nederland. Want het is (al)weeralarm en ik heb vandaag vaker het woordje 'gevoelstemperatuur' gehoord dan het woordje 'papa'. En dat wil wat zeggen. Hans en ik hebben geschaatst vandaag. Ik heb potverdorie nog niet eens één koude teen gehad, wat is dat voor mieterig gedoe zeg? Het was heerlijk warm op het ijs, op een gegeven moment heb ik mijn handschoenen maar aan de buurvrouw geleend want die had koude handen en ik dreigde zweethanden te krijgen. Dat schaatsen had trouwens nogal wat voeten in de aarde. In verband met de opwarming ervan riep een stel wetenschappers een jaar of tien geleden dat er in Nederland geen koude winters, laat staan Elfstedentochten meer zouden komen. Toenmalig weerman Jan Versteegt haalde zijn schouders op en zei geheel tegen de uitkomsten van dat onderzoek in, dat koude winters gewoon weer zouden volgen. Maar omdat ik altijd blind vertrouwen heb in de wetenschap, had ik mijn schaatsen na de winter van 1997 opgeborgen op de meest onmogelijke plek die we hier in huis hebben, achter een schot op zolder en dan in de meest verre uithoek, zodat je er niet bij kon zonder eerst tien zware dozen aan de kant te schuiven. Maar ik wist nog wel dat ze daar zouden moeten staan. Hans is voor mij dat gat ingekropen om te kijken of hij ze zag liggen. Toen ik ze uiteindelijk had had ik het zo warm dat de rookmelder hier op zolder afging.
Het schaatsen ging wat wiebelig, wat ik altijd wijt aan botte schaatsen, dus die ging ik eerst maar eens laten slijpen. Daarna ging het nog steeds wiebelig maar kon het niet meer aan mijn schaatsen liggen. Een schaatstalent ben ik nooit geweest en zal ik ook nooit worden. Ik probeer wel de slag van de goeien na te bootsen, handen op de rug en lang uitglijden op elke schaats, alleen staat het dan wel dubbel stom als je daarna met zwiepende armen probeert je evenwicht te behouden. En als je eerst achteruit zwiept omdat je achterover dreigt te vallen, moet je onvermijdelijk ook weer tegenzwiepen om niet voorover te vallen. En als je dan het evenwicht weer hebt, dan ga je gewoon ijzerenheinig verder met je professionele slag.
Van mij mag de winter ook nog wel de hele maand februari duren. En wat ik helemaal geweldig zou vinden is dat straks echt het strooizout op is. Want wat is er nu mooier dan een ontwricht Nederland zonder dat daarbij slachtoffers vallen? Ik ben gek op tegenwoordige Nederlandse rampen. Er vallen praktisch nooit doden bij en je maakt weer eens wat mee. Een dijk die door dreigt te breken, een terreuralarm, een aardbevinkje, of een winter die het land plat legt. Het lijkt me prachtig, een laag sneeuw van een halve meter terwijl het zout op is. Ja, natuurlijk ga ik ook tegen iedereen zeggen als het zover is dat het een verschrikkelijke ramp is, maar ik gun u even een kijkje in mijn sensatiebeluste hersenen. Ik wil ook als ik tachtig ben kunnen zeggen: vroeger, toen had je pas winters.