Ik had het zwembad opgezet en Hans was met drie vriendjes uit de straat aan het keten in het water. Maar plotseling verdwenen de drie vriendjes en Hans bleef huilend achter. Nu hou ik niet van gehuil om niks, maar ik ben ook niet helemaal ongevoelig voor het leed van mijn kroost. "Ik wil met iemand spelen," snikte hij en ik ging op mijn hurken zitten en sloeg mijn armen om hem heen. Hij drukt zich dan tegen me aan en gaat nog een tandje hartverscheurender snikken. Nu verscheurt het mijn hart geenszins omdat dit alledaags klein leed betreft waarvan hij nog veel zal meemaken in zijn kinderfase, maar ik probeer hem wel te troosten.
"Hans, weet je wat? Jij mocht dinsdag als je uit het ziekenhuis komt (neusamandelen, red.) toch een cadeautje uitzoeken? Wat vind je ervan als we dat nu gaan doen, maar dan laten we het inpakken en krijg je het als je uit het ziekenhuis komt? En dan gaan we voor nu een frisbee halen dan kan jij met papa frisbeeën op het veldje." Hij steekt dan zijn beide armen gestrekt in de lucht en laat een onderdrukte juich horen en op dat moment kan ik hem wel opvreten, zo gek ben ik op hem.
Even later lopen wij hand in hand naar de speelgoedwinkel in het dorp voor een frisbee en een cadeautje. Ik probeerde hem aan een afstandbestuurbare auto te krijgen (€ 17,95) maar die wilde hij niet. Hij wist niet goed wat hij wilde dus zijn we de hele winkel een paar keer rondgelopen. Uiteindelijk wilde hij een vilten piratenhoed. (€ 1,95) "Nou Hans, wat zou je ervan vinden als we er een pistool bij doen? (€ 6,95) en een dvd van Sneeuwwitje (€ 1,99)?" Ja, dat was een geweldig idee. "Weet je papa, dan wil ik graag de piratenhoed en het pistool en de sneeuwitjedeeveedeef nu en de frisbee als ik uit het ziekenhuis kom."
En toen moest ik weer streng zijn en hem duidelijk maken dat dat niet de afspraak was. Hij wordt dan weer verdrietig en dramt een paar keer dat hij de cadeautjes nu al wil, maar ik ben -ahum- keihard. Nee, het liefst zou ik hem zijn zin geven maar puur uit opvoedkundig oogpunt vond ik dat niet verantwoord en bleef op mijn vaderlijke strepen staan.
Bij de kassa kreeg hij nog een oranje bal (gratis) van de kassajuffrouw, maar nadat ik die één keer in de struiken geschoten had was die al lek. Ze weten best wat ze weggeven. Hans en ik liepen op de terugweg weer hand in hand terug en wij waren de dikste vrienden. Ze zeggen altijd dat je geen vrienden met je kinderen moet proberen te zijn, maar een betere vriend dan Hans heb ik nooit gehad. Ik ben blij dat ik hem niet zijn zin gaf, anders zou hij dinsdag zo'n waardeloze frisbee krijgen in plaats van een klappertjespistool met 1800 klappers. Hands-up!