Een stokje stukbrood.

Chassezac 8.8. De rivier langs de camping, een vertakking van L'Árdèche, zit barstensvol vis. Duizenden jonge visjes  (tot 3 cm), honderden grotere, (tot 15 cm) en af en toe een knoepert. (tot 50 cm.) Als je op een strategische plek zit zijn de jonkies met een schepnetje eenvoudig te vangen. De mensenjonkies lukt het niet omdat die met het net achter de vis aan gaan, maar mij lukte het wel doordat ik de vis achter mijn net aan liet gaan. Ze zetten zelf hun leven op het spel door in het net te zwemmen. Gelukkig voor hen laten we ze gewoon weer vrij. De grotere tussenmaat echter, laat zich niet zo makkelijk foppen. Ze komen in de buurt van het net, tikken er pesterig met de zijkant van hun lichaam tegenaan, maar zodra je het schepnetje beweegt, zijn ze weg. Om hen te vangen heb je een hengel nodig, tenzij je net als ik, Mack heet.

Met eindeloos geduld en een stukje baguette -het blijven Franse vissen- in het netje lukte het mij om een knoepert van 10 cm te vangen. Trots liet ik mijn vangst zien aan Hans. De soort moet ik schuldig blijven (een meervalachtige) want ik heb nooit eerder zo'n vis gevangen. Hij (of zij) deed me nog het meest denken aan de algeneters die ik vroeger in mijn aquarium had. Eigenlijk denk ik wel dat ik de eerste mens ooit ben die het gelukt is zo'n vis in dat formaat te vangen met een schepnetje van € 3,50.

Henry en Bergkamp

7.8. Hans heeft de smaak van het voetballen aardig te pakken. Elke avond wil hij in zijn Thierry Henry-shirt bij de grote jongens kijken. Hij vertelt mij onderweg dat hij al heel goed kan voetballen, en ik leg hem uit dat de als de grote jongens partijtje doen, dat hij dan niet mee kan doen omdat hij de regels nog niet kent en de grote jongens veel te hard schieten.

Maar hij werd weer gevraagd en hij liep het veld al op, en toen hij buiten mijn bereik was keek hij even schichtig om of ik het wel goed vond. Ik legde een van de jongens uit dat hij de regels nog niet snapte, en dat hij pas vijf was, want qua lengte deed hij niet onder voor sommige oudere en veel betere voetballertjes. Hans rende over het veld en daar waar de bal was, was Hans. Af en toe gaven ze hem een bal. Ik was al blij dat hij die niet in z'n handen pakte om hem goed te leggen en ik coachte hem vanaf de kant. D.w.z., ik wees naar welke kant hij moest trappen.

Ik was blij dat ik hem na een kwartiertje van het veld kon halen zodat ik me niet meer hoefde te "generen" omdat hij eigenlijk alleen maar in de weg liep. "Zie je nou wel dat ik een wedstrijdje mee kan doen, papa?" "Ja Hans, je was heel goed.", zei ik. Trots liep hij aan mijn hand terug naar de tent. Zijn wil is in elk geval prima. Over zijn talent valt nog niks te zeggen. Uiterlijk heeft hij best iets van Dennis Bergkamp.

Ik ben weer aan het werk…

 

Belastingdienst Randmeren

Postbus 9059

7300 GZ  Apeldoorn.

 

 

 

Apeldoorn, 16 augustus 2010

 

 

 

Betreft: herinnering aangifte 2009. Uw kenmerk FHR01.xxxxxxxxx

 

 

Geachte heer, mevrouw

 

Van de afdeling CVU begreep ik dat zij een uitvoerende afdeling is en slechts uitvoert op basis van gegevens die zij van het regiokantoor aangeleverd krijgt. De merkwaardige situatie ontstaat dan dat ik brieven met aanmaningen ontvang van het CVU, ik daar vervolgens bij hen op reageer, en zij mij weer meedelen dat ik bij het regiokantoor moet zijn.

 

Ik kreeg dus een aanmaning van het CVU dat er aangifte vpb over 2009 gedaan moest worden voor xxxxxxx BV, fiscaal nummer xxxxxxx, vóór 20 juli 2010. Ik heb daar op 1 juli 2010 schriftelijk op gereageerd en beargumenteerd dat het boekjaar van de onderneming een verlengd boekjaar is en loopt tot 31-12-2010, en het dus lastig wordt om voor 20 juli 2010 de aangifte vpb te doen. Tevens heb ik een kopie van de oprichtingsakte meegestuurd. Vervolgens krijg ik een brief van het CVU dat er uitstel is verleend tot 1 november 2010, waar ik dus weinig mee opschiet. Eerlijk gezegd, best frustrerend om na een overigens fijne vakantie in Frankrijk, dank u, bij terugkomst gelijk alweer geconfronteerd te worden met de kortzichtigheid van een Nederlandse inspecteur.

 

Het gaat er dus om dat het boekjaar in uw systeem wordt aangepast. Bij voorkeur aangepast tot 12 augustus 2009 / 31 december 2010. Ik ga er gemakshalve maar even vanuit dat de eerder door mij gestuurde oprichtingsakte naar het CVU, niet bij u terecht is gekomen en daarom voeg ik nogmaals een kopie bij. Vervolgens zou het fijn zijn als de afdeling CVU uitstel kon verlenen tot een datum die ergens in 2011 ligt.

 

Pogend uit mijn vakantiestemming te geraken,

 

Met vriendelijke groet,

 

 

Mack

Cryptogrammen in de vakantie.

6.8. De cryptogrammen van Sanders zijn waardeloos. Zo, dat is eruit. Ik had het liever niet gezegd want de uitgeverij zit hier 500 meter verderop. Nou ja, niet hier, want ik zit nu in Zuid-Frankrijk, maar hier als in Vaassen, mijn natuurlijke habitat.

Nee, die cryptogrammen slaan nergens op. Ik heb gewoon de drie puntencrypto's, dus daar kan het niet aan liggen, maar ze dagen niet uit. Zelfs als ik de oplossing achterin vind, gaat er geen licht branden. Voorbeeld: Zonder Ina heeft de Italiaan het vertaald. (5). Oplossing: itala. Ik haal mijn schouders op. Nog een voorbeeld: de lomperd staat erop, als hij tenminste uitkijkt! (4). Oplossing: loer. Schiet mij maar lek. Nee, een goede cryptogram moet, als men de oplossing vindt, de mondhoeken lichtjes doen krullen.

Even

Mensen, zijn we er nog allemaal bij, bij de vakantieverhalen? Vinden we het nog leuk of bent u allang afgehaakt? In dat geval, nog even doorbijten, er volgen er nog maar zeven. En, het wordt nog spannend, er komen nog foto's en zelfs bewegend beeld van vader, zoon en dochter in hun zwem-outfits.

Welk woord moet er ook alweer na 'even' in de titel staan? Ik kan er niet opkomen. Het is zo'n Amerikaanse marketingterm om aan te geven waar je vandaan komt, waar je nu staat en waar je naar toe gaat. updaten is het niet, viewen, scannen, analysen…ik kom er niet op.

Eenmaal trek je de conclusie…

5.8. Hans, die snapt nog niks van vriendjes en de boze buitenwereld en fietst op zijn crossfietsje de camping over op zoek naar jongetjes die met hem willen spelen, al beseft hij dat zelf niet. Soms gaat hij naar de buren om te vertellen wat hij heeft meegemaakt en probeert hij aansluiting te krijgen met Jasper, het buurjongetje van 10, maar die ziet hem niet staan.

Linda zag een jongetje in zijn eentje met een voetbal spelen en moedigde Hans aan om met hem mee te doen. Hans pakte zijn fietsje, reed in de richting van het jongetje dat ondertussen alweer weg liep, bleef twee minuten weg, maar keerde toen terug en zei dat hij “hoi” had gezegd, maar dat het jongetje niks terug zei. Even later speelden twee buurkindjes, een broertje en een zusje, met een bal. “Ga maar vragen of je mee mag doen, Hans.”, zei ik. “Wil jij dan even mee, papa?”, vroeg Hans maar ik zei dat hij het zelf moest gaan vragen omdat je vriendschap nu eenmaal niet kunt dwingen. Hij liep er naar toe maar kwam alweer gelijk terug. “De kindjes willen zelf spelen.” zei hij. Hij is nog te klein om het trieste van zo’n afwijzing te begrijpen, maar bij Linda en mij deed het zeer.

Ik bood Hans toen aan om met hem naar het voetballen te gaan kijken. Er voetballen elke avond grotere jongens op het voetbalveldje. Hans, slechts gekleed in een korte broek liep met mij mee en we namen plaats op de van rotsen gemaakte tribune. Al spoedig zei hij dat hij zijn “Frankrijk-shirt” wel aan had kunnen trekken en vroeg of hij die mocht gaan halen. Ik vond het slim geredeneerd en stemde toe. Even later kwam hij terug in zijn blauwe voetbalshirt van Les Bleus met de naam van sterspeler “Henry” achterop. Hij nam naast mij plaats en vrijwel gelijk werd er door een stoer maar vriendelijk jongetje in een PSV-shirt gevraagd of hij mee wilde doen.

“Dat mag niet van mijn papa.”, antwoordde Hans. Ik had hem uitgelegd dat de jongens veel te hard schoten voor hem. Bovendien had hij zijn Crocks aan en daarop kan je niet voetballen. “Maar dan kan ik toch op blote voeten, papa?” ,vroeg hij. “Mag dat alsjeblieft?” Ik stemde toe en mijn kleine Henry stond op het grote voetbalveld. De jongen met het PSV-shirt liet hem vijf keer scoren, en gaf Hans een high-five. De ogen van Hans, onbetaalbaar. Bedankt, jongen met het PSV-shirt!

l’histoire se répète

3.8. Tammar vermaakt zich prima in het zwembad. Het liefst gaat ze met mij van de glijbaan. Ik op mijn rug, en zij op mijn schoot zittend storten we ons naar beneden. Tijdens de vlucht draait ze haar hoofdje even om, om te zien of ik echt wel meegekomen ben. Vlak voor we het water raken kraait ze van plezier en als ik weer boven kom- ik hou haar omhoog, zodat ze niet onder water schiet- roept ze "keer", ten teken dat ze nogmaals wil. Als ik niet meer wil en haar wegsleep bij de glijbaan protesteert ze luidkeels.

Even later wil ze in het diepe (1,20 m) en ik mag haar niet vasthouden. Ze wil zelf drijven met haar armbandjes. Het peuterbadje is ze allang voorbij. Vanmiddag gingen we even naar het riviertje dat langs de camping loopt, de Chassezac, dat op veel plekken ondiep is. De zwemvleugeltjes waren we vergeten, maar ach, het was er ondiep en we bleven maar even. De rivier was lastig begaanbaar door de vele keien op de bodem. In een onoplettende tel probeerde Tammar het drijven zonder zwemvleugeltjes uit. Ik hoorde haar paniek en zag haar pogingen om boven water te blijven. Ik overbrugde de vijf meter die ze bij me vandaan was in twee seconden, wat best een nette tijd is door 80 cm water en over een van keien vergeven bodem. Ze was niet echt in levensgevaar maar ik voelde me wel even stom.

Zelf heb ik ooit eens op de bodem van de Middellandse zee gelegen nadat een jongen de opblaasboot waarin mijn vader en ik zaten, omgooide. Voor mijn gevoel lag ik zeker op twee meter diepte, maar dat kan niet, want dan zou de jongen nooit de boot om hebben kunnen krijgen. Ik herinner me nog dat ik daar op de bodem lag en dat het boven licht was. Maar al snel brachten mijn vaders armen mij redding. Ik huilde nog het meest omdat ik water in mijn ogen had gekregen. Daar moest ik wel even aan denken. Nee, een vader daar kun je eigenlijk niet zonder. Al is het een onoplettende.

De heikneuter moderniseert.

3.8. Die kneuterige Hollander uit het verleden, die met zijn caravan, waarin een mud aardappelen in de voorbank zat verborgen, de tolweg onveilig maakte door zich als een slak op de linkerrijbaan te begeven, en die tenminste nog poogde zich in angstig Frans verstaanbaar te maken, deuks baget, die echte jaren zeventig Frankrijk-ganger, die bestaat denk ik niet meer.

Die kneuterige Hollander is meegegaan met zijn tijd en spreekt de Franse bakker nu gewoon in het Nederlands aan. Of in het Engels. Two bagets. 's Avonds staan ze met z'n allen in de rij bij een Franse McDonald's. Wij zijn er zelfs twee keer geweest.

Onverschillig

2.8. De jeugd maakt de dienst uit op een camping en als 40-jarige doe je niet terzake. Het enige dat je kunt doen is observeren en glimlachen van herkenning.

Een Franse jongen van een jaar of 20, lid van het animatieteam, verzorgt een dansje om de aanwezige campinggasten van hun stramme spieren af te helpen. Tenminste, de spieren van hen die meedoen. Hij draagt een rood hemd zonder mouwen met daarop het woord Animation en hij heeft een donkere zonnebril uit de collectie 2010 op zijn neus. Ik heb er zelf een uit de collectie 2008, hopeloos achterhaald. Maar goed.

De jongen heeft een gebruind lichaam en kort donker haar. Hij is een vlotte verschijning en zijn dansje gaat goed. Tot zover. Een jongere en donkerdere Afro-Fransman met rastahaar heeft naast hem plaats genomen. Ik schat de jongen 17 jaar oud en hij draagt een slungelige lange, korte broek, in een kleur die eigenlijk alleen negers met rastahaar staat. Hij danst het dansje mee, maar hij is steeds een fractie te laat. Hij moet het voorbeeld immers afkijken. Maar zijn talent voor onverschilligheid is groter dan dat van de grote animator. Zijn lenige lichaam gaat scheef en hij draait rondjes met zijn handen. Zijn ritmegevoel is ontwikkeld, zoals bij de meeste negers.

Toen ik die leeftijd had zou ik jaloers geweest zijn op de beide dansers. Zij trokken immers de aandacht van de meisjes, met hun bruine lijven en hun onverschillige danspasjes. Waarschijnlijk zou ik de pasjes op een stille en verlaten plek hebben geoefend om ze vervolgens nooit in het openbaar in de praktijk te brengen. Wat mij een afgang bespaard heeft overigens. Ik was een meester in het tot ontplooiing proberen te brengen van talenten die ik niet bezat. En talenten die je niet bezit, laten zich lastig tot ontplooiing brengen. Nee, de mijne liggen op een ander vlak. Onverschilligheid is niet mijn beste. Verschilligheid, dat komt eerst.