Een trauma rijker

Het heeft vandaag nog de hele dag pijn gedaan, het verlies van de finale. Meer dan ik verwacht had, moest ik de dag met een kater doorbrengen. Op mijn werk kon ik mijn verdriet met niemand delen. Mensen die het verdriet vandaag al niet meer voelden, snappen er niks van. Ze begrijpen niks van voetbal en doen het af als een spelletje.

Het WK voetbal is geen spelletje. Ja, als je een outsider bent en je mag een keer acteren op het hoogste podium, en je vliegt er zoals verwacht in de poulefase uit, dan is het een spelletje. Maar niet als je een trots team bent dat zich kan meten met de besten ter wereld. Als je het hele land een maand lang in een greep houdt. En als je dan bijna zover bent dat je het trauma van 1974 en 1978 weet uit te wissen, dan is het bittere ernst. Want laten we eerlijk zijn, ik heb aan 1978 een trauma overgehouden. Ik vertrouw nooit meer een Argentijn.

Aan Spanjaarden zal ik over een jaar geen hekel meer hebben. Maar nu nog even wel. Omdat zij feest vierden terwijl wij hier de klap nog niet te boven zijn. Ik heb geen behoefte aan troostende woorden. Ik wil iemand horen die schreeuwt dat de scheidsrechter een lapzwans was. Dat de Spanjaarden precies één wedstrijd tik-takvoetbal hebben gespeeld en dat het voor de rest ook allemaal maar matig was. Dat het doelpunt van Spanje uiterst dubieus was. Dat wij de beste voetballers ter wereld hebben, dat wil ik horen.

Maar nu heb ik er nog een trauma bij. Het trauma van 11 juli 2010. Om ongeveer 23:00 uur viel de droom in duigen door een doelpunt van Iniesta. Zeker twintig minuten lang ben ik stil geweest. Het verlies voelt als een definitief afscheid van iets waaraan je was gehecht. Nu moet ik mijn leven zelf weer mooi maken in plaats van dat het Nederlands Elftal dat deed.

Misschien was het ook wel niet terecht als dit Nederlands Elftal kampioen was geworden, al had me dat weinig kunnen schelen. Dit elftal met als grootste namen Sneijder en Robben zou dan gelukt zijn wat Cruijff, Neeskens, Keizer, Koeman, Van Basten, Gullit, Rijkaard en Bergkamp nooit is gelukt. Wereldkampioen worden. Dat is de enige rechtvaardiging voor het verlies.

Tot slot, en dan hoop ik het WK 2010 een plekje te kunnen geven, (met een overleden kat mag je dat ook zeggen, dus ik nu ook) ik heb geglommen van trots op Bert van Marwijk. De man liep over van waardigheid en mag wat mij betreft ons weer de troostprijs van het EK gaan brengen. Maar dan graag weer met schitterend voetbal. Want schitterend voetbal heeft ons dan nooit aan de wereldtitel geholpen, deze Duits aandoende lelijkheid heeft ons het ook niet gebracht. We hebben de prestaties uit het verleden wel geëvenaard, maar met de manier waarop zal ik ditmaal geen diep buigende buitenlandse voetbalfans voor mij zien als ze horen dat ik uit Nederland kom. En dat laatste, daar is het allemaal om te doen. En noem dat geen spelletje. Het is de sportieve variant van eerwraak.

Zware teleurstelling

Verliezen doet pijn. Ik voelde het in het diepst van mijn ziel. Spanje was vanavond beter en hun kampioenschap is terecht. Toch vind ik dat het Nederlands elftal binnengehaald moet worden onder F16 begeleiding.  Want wereldkampioen worden is een kwestie van de finale winnen, en de finale winnen kan je zomaar gebeuren. Morgen is de pijn weer over en gaat het leven verder. Wij zijn het grootste kleine land ter wereld. In 2010 werden wij voor de derde keer tweede. Misschien het hoogste haalbare voor een klein landje, maar we dromen verder. Altijd. Morgen moet ik Hans gaan vertellen dat we geen wereldkampioen zijn geworden. Hij zal dan een teleurgesteld gezicht trekken maar gelijk daarna gaat hij vrolijk verder. En dat doen wij uiteindelijk allemaal. Ik ga nu eens even kijken naar mijn slapende wereldkampioen. Een goede nachtrust gewenst allemaal en volgende week zijn we allemaal weer de oude.

Bijgeloof

Het waait hier momenteel als in een enge griezelfilm. De ramen staan open en de vitrage waait angstaanjagend hard naar buiten. Maar ik ben niet bang. Ik zat te wachten op deze verkoeling. Ik ben nergens bang voor. Paul de inktvis, ik lust je rauw.

Opening

Er werd vandaag min of meer van mij verwacht dat ik bij de opening van een winkel in Den Haag zou zijn. Niet omdat ik een bekende Nederlander ben, maar als vulling. Nou, ik geef het je te doen, in 35 graden naar zo'n stinkstad rijden. En er naartoe gaat nog wel, maar erin rijden en je weg zoeken, dat is het ergste.

Gelukkig zie ik wel dat als ik in Den Haag loop dat ik gewoon nog een provinciaal ben. De mensen daar zijn minimaal vijftig jaar verder in hun geestelijke ontwikkeling dan ik. En die kleren die ik aan had zeg, belachelijk. Dat kan echt niet meer hoor.

Ik vraag me trouwens wel af, zo'n opening waar is dat nu voor nodig? Gooi gewoon op maandagochtend je winkel open en klaar zeg. Verplicht gedoe allemaal. Nee, nu moet je daar staan tussen collega-vullingen, met een zielig glaasje jus d' orange in je hand een beetje geïnteressseerd staan doen…Soms vraag ik me echt af waarom ik mee doe aan dat commerciële geleuter. Ah, ik weet het alweer, omdat ik niet financieel onafhankelijk ben. Anders had ik gezegd: "steek het maar mooi in je opening."

Predestinatie

Een collega met wie ik vaak tussen de middag een rondje loop is Elspeets gereformeerd. En daar is hij niks minder om, maar ook niks meer. Hij bidt voor het eten en hij is de tweede van de zwarte kousenkerk waarmee ik goed kan opschieten. Hij heeft thuis geen televisie -wel een Johannus kerkorgel- maar hij heeft wel vaak de wedstrijden van het wk gezien. Sommigen zullen dit hypocriet vinden maar ik vind dat niet. Ik ben rooms-katholiek en ik mag wel tv kijken. Is een gereformeerde soms belangrijker dan een katholiek omdat hij géén televisie mag kijken? Ik dacht het niet. Mijn collega is gewoon solidair.

Echter, komende WK-finale is op zondag. En die gaat hij niet kijken omdat hij dat een stapje te ver vond gaan. Tijdens het wandelrondje haalde ik het onderwerp aan. Waarom hij geen tv mocht kijken op zondag, vroeg ik hem. Zijn antwoord was dat je op zondag met God bezig moest zijn en voetballen hoorde daar niet bij. Best begrijpelijk, maar ik ben het er niet mee eens. Ik denk zelf dat Jezus, had hij in deze tijd geleefd, ook de WK finale bekeken had. Niet dat ik dat tegen hem zeg, want ik wil hem niet onnodig kwetsen. Maar ik vroeg hem of hij de WK-finale wel graag had willen zien. Hij bekende dat dat het geval was.

Even later vroeg ik hem of hij in hoeverre hij geloofde dat alles voorbestemd was. Na enige aarzeling zei hij dat hij geloofde dat alles door God gestuurd werd. "Maar als dat zo is, kun jij zondagavond best de WK-finale kijken," zei ik hem. Hij vond het een lastig onderwerp waar hij zelf ook niet goed uitkwam. Even later kwam een blonde meid in een zomerjurkje ons tegemoet lopen. Vlak voor ons sloeg ze af en ik keek haar even na. "Ja, de schepping is mooi," zei ik. Hij beaamde het.

Het emancipatiesprookje

Ik wist vroeger zeker dat ik met een Javaanse schone zou trouwen die elke dag Indisch eten voor mij zou koken. Zo'n lieve en onderdanige vrouw, dat was mijn droom. En ik zou haar held zijn omdat ik nu eenmaal de meest begeerlijke man van het hele land was.

En hij leefde nog lang en gelukkig. Zo had ik dit logje al kunnen eindigen en dan was het al briljant geweest. Maar er komt nog meer. Want hoe kom ik hier nu op? Wel, ik bracht het oud papier naar de weg. Ik moest wat stapels overhevelen van de papierkrat naar een kartonnen doos en ineens viel mijn oog op het volgende gedichtje: "Lieve papa, vandaag is de dag dat…blablabla…en jij bent mijn allerbeste vriend. Hans." Wel soodejuu. Heeft Linda gewoon mijn vaderdagvers van Hans bij het oud papier gegooid! En ook nog wat met liefde gemaakte tekeningen van mijn beide nazaten. Onvergeeflijk! Maar ja, Linda was er op dat moment even niet dus ik kon haar niet voor de bek batsen. Niet dat ik dat wel gedaan zou hebben als ze er wel was, maar ik zou zeker wel gezegd hebben dat ik haar voor de bek zou batsen. En dan zou zij zeggen: "Jij en wie?" En dan zou ik zeggen: Mo'k soms bie oe komm'n? " En dan zou zij zeggen:"Je kunt nu wel klagen, maar als jij dat vers nú niet gezien had, had je er nooooooit meer om gevraagd." En dan zou ik zeggen: "Wel waar! Je gaat toch geen vaderdagversjes van je kinderen weggooien!" En dan zij weer: "Nou, als jij het zo belangrijk had gevonden dan had je het zelf moeten opruimen. Bij ál die andere tekeningen en versjes van je kinderen die je bewaard hebt! En dan had je die foto's en knutseltjes die ze op school gemaakt hebben ook wel een keer opgehangen. Maar dat doe jij ook niet! Zo belangrijk vind jij het. En ondertussen wel van mij verwachten dat ik dat allemaal wel doe! Dan had je een onderdanige Javaanse schone moeten trouwen, dan was je dat misschien gelukt."

En ja, zo gaat het altijd hier. Ik verlies alle discussies. En deze discussie is zelfs helemaal niet gevoerd en ik verlies hem al. Linda weet niet eens dat ik dat vaderdagversje bij het oud papier zag liggen. Dat weet ze pas als ze dit leest. Nou ja, in elk geval is een gedeelte van mijn droom wel uitgekomen. Linda's moeder is op Java geboren. Weliswaar als rasechte Nederlandse maar toch..

Een lichte Oranje-ergernis.

Ook tijdens het WK moeten er zaken zijn waar je je aan kunt ergeren, want daar wordt het gevoel van euforie over het bereiken van de finale alleen maar groter van. Het was eigenlijk niet eens een echte ergenis maar de gedachte aan een onverschillig schouderophaalgebaar toen ik een muts op de radio hoorde over de prijzen van reclamespotjes tijdens de rust van de WK-finale. Hoeveel kost dat dan voor 30 seconden, mevrouw? "Nou, € 113.000,- maar het levert ook heel veel geld op," zei de mevrouw. "Bedrijven zien het echt als een investering."

Ja, natuurlijk levert het geld op, maar niemand weet hoeveel. Bedrijven die het als een investering zien worden ook maar geleid door een commercieel onbenul dat niet gehinderd wordt door enig bedrijfseconomisch inzicht. Slechts uit angst om buiten de boot te vallen worden zulke bedragen voor reclamespotjes betaald. Want reclame helpt, al weet niemand hoeveel.

En eigenlijk moeten ze het ook helemaal zelf weten, die bedrijven die hun geld rechtstreeks naar de staatskas brengen. Prima idee. Maar laat ze het een keer 's nachts doen, als iedereen slaapt. Waarom denken bedrijven dat mensen het leuk vinden als zij zich met de WK-finale bemoeien? Irritant is het, bovendien kijkt niemand ernaar omdat iedereen naar de wc gaat, en degene die het wel ziet, ergert zich kapot (in 1978 werd het kwartier nog volgemaakt door een presentator die vragen stelde aan iemand die er verstand van had en die de mening was toegedaan dat Nederland ging winnen, dáár hebben wij Oranjesupporters in zo'n zinderend spannend kwartiertje nou behoefte aan) en koopt nooit meer een produkt van het bemoeizuchtige merk. Toch, mevrouw?

"Nee," zei de mevrouw. "Wij hebben onderzocht dat tijdens de rust maar een heel klein percentage naar het toilet gaat en dat de rest vooral benieuwd is naar de speciale oranjespotjes die bedrijven gemaakt hebben." Oh. Ja, dan ben je uitgeluld natuurlijk. Nou ja, dan wens ik iedereen veel plezier met de oranjespotjes tijdens de finale. Eigenlijk jammer dat ze die finale er omheen uitzenden. Dat leidt alleen maar af.

Opgedroogde tranen

Ik was acht jaar op 25 juni 1978 en ik mocht van mijn ouders opblijven om de finale van het WK 1978 tussen Nederland en Argentinië te zien. Ik had mijn pyama al aan en ik had Ruud Krol de dag ervoor nog horen zeggen dat we ons geen zorgen moesten maken en dat hij morgen met de cup in zijn handen zou staan. Het precieze verloop van de wedstrijd weet ik niet meer, maar er was een moment dat ik God bad om een doelpunt. Het doelpunt kwam er niet en Nederland verloor de finale.

Later hoorde ik pas dat Nederland vier jaar daarvoor ook al tot in de finale was doorgedrongen en dat we als voetballand internationaal meetelden. Ik was trots op Nederland, en dat kon toen nog gewoon. Daarna werd het heel lang niks meer met het Nederlands elftal, al was het slechts tien jaar later dat Nederland het EK won. Echter, toen was ik geen jongetje meer maar een verlate puber, en die tien jaar verschil voelden als een ver verleden. Ik had ook een heel ander leven. Een feestbeest ben ik nooit geworden en dat zal ik ook nooit worden. Maar ik voel weer iets van de trots die ik had toen ik een jongetje van acht was. Mocht Nederland de finale winnen zal ik heel blij zijn, maar ik zal er ingetogener en veel langer van genieten dan alleen de avond van de finale. Ik zal er jaren op kunnen teren. Over vijf jaar zal ik op vakantie nog met een Fransman bespreken dat wij in 2010 wereldkampioen werden. En hij zal dan zeggen dat zij in 1998 wereldkampioen werden en hij en ik zullen vrienden zijn.

Het bereiken van de finale roept gevoelens uit een ver verleden op. Het zijn de opgedroogde tranen van 1978 die weer een beetje nat worden. Ik vier geen feest, maar oh, wat vind ik dit geweldig. Diep respect voor Bert van Marwijk. Niet alleen voor het bereiken van de finale, maar voor zijn schoenveters die strak zitten en voor zijn ingehouden maar zichtbare emotie. Een verademing. Nog eentje, meneer van Marwijk!

Frisbieren

Ik ben nu echt aanbeland in het stadium van: “oh, wat hebben wij leuke kinderen.” Ik ga tegenwoordig ’s avonds even frisbieren met Hans en Tammar, want dat vind ik nu eenmaal leuk, even ravotten met mijn kroost vóór op het veldje. Want oh oh, wat heb ik leuke kinderen! Oké, de helft van de tijd ben je ze aan het corrigeren omdat Hans met een verongelijkt gezicht en een pruillip in staking gaat, en Tammar die bovengemiddeld veel interesse heeft in voortuinen met kiezelsteentjes omdat je daar lekker mee kunt gooien, maar ik blijf een trotse papa.

Helaas, helaas, elke avond komt het driekoppig adderengebroed van de overburen naar buiten. Drie onnozele witkoppen met peenhaar. De jongste is net anderhalf en spuuglelijk. En hij kraamt alleen maar “huss huss” uit. En de oudste is de grootste betweter van het westelijk halfrond. De middelste is constant de klos omdat de oudste hem aftroeft.

“Hans, ik doe mee, ” roept de oudste. De tweede roept een octaaf hoger: “Hans, ik doe ook mee.” De jongste roept: “huss huss.” Ik grijp nog even in door te zeggen dat Hans en ik bepalen wie er mee doet, en dat er alleen kinderen mee mogen doen die dat fatsoenlijk vragen. “Nee hoor,” roept de oudste, “je mag altijd overal aan meedoen.” Ik zeg hem dat hij het fatsoenlijk moet vragen maar hij herhaalt zijn argument en gaat klaar staan. Ik gooi de frisbier naar Hans en zeg het kereltje dat ik het leuk vind dat hij meedoet, maar dat zolang hij het niet gevraagd heeft, hij geen frisbier toegeworpen krijgt. Daar heeft het betwetertje niet van terug en vraagt of hij mee mag doen. “Ja, tuurlijk joh, doe gezellig mee!” En dan barst de hel los. De twee broertjes rennen achter elke frisbier aan en proberen hem als eerste te pakken. Met z’n tweeën rukken ze aan het ding en jammeren allebei dat ze hem het eerst hadden. Ik zeg de oudste dat zijn broertje hem het eerst had, want ik zag het. “Niet, want ik had mijn voet er het eerst op!” Even later betrap ik mezelf erop dat ik de frisbier op mijn hardst richting het betwetertje gooi, in de hoop dat die tussen zijn tanden belandt. Ook niet helemaal eerlijk. Gelukkig raak ik hem niet.

Kortom, het frisbieren met mijn eigen geweldig mooie kinderen wordt mij onmogelijk gemaakt. De kleinste witkop brengt al het speelgoed wat hij in onze voortuin ziet staan naar het grasveldje zonder duidelijk doel. Ik leg het terug maar het mannetje begint te protesteren en wil alles direct weer uit onze voortuin halen. Ik grijp hem bij beide armpjes en til hem naar de overkant van het veldje. “Hier moet je zijn, mormel,” fluister ik hem toe. Dat optillen vond hij wel grappig. “Huss Huss.”

Ik besluit Tammar onder de douche te gaan zetten en zeg Hans dat hij nog even mag spelen totdat ik hem kom halen. Tammar met haar haartjes nat en met de douchekop in haar handjes is een stuk mooier dan die drie witkwasten bij elkaar. En even later als ik Hans binnenhaal en ik zet hem onder de douche, met zijn gespierde lijfje dat al helemaal bruin verbrand is denk ik: “Oh, oh, wat hebben wij mooie kinderen.”

Rumble in the jungle

Van de week keek ik de film Ali en miste ik Million Dollar baby. Ik had ze beiden al eens gezien maar vooral de laatste vond ik geweldig. Maar Ali was ook super. Grappenmaker Wil Smith in de serieuze rol van Muhammed Ali de bokslegende. In de film wordt naar de climax van het beroemde gevecht tussen Ali en Foreman, dat plaats vond in Zaire, toegewerkt. In het gevecht laat Ali zich ronde na ronde in de touwen (rope a dope) drijven door Foreman, die zijn energie verbruikte op de verdediging van Ali. Ali provoceert Foreman constant door hem aan te moedigen harder te slaan. In ronde acht ziet Ali zijn kans schoon en vloert Foreman met een links-rechtscombinatie.Rope-a-dope


Na afloop van de film zocht ik eens op youtube naar het betreffende gevecht. Want dat geprovoceer zou toch zeker wel verzonnen zijn om de film op te leuken? Nee hoor, precies zoals het ging. You hit like a Sissy, George. Hoe heroïsch kan sport nog zijn, anno 2010, als de allergrootste sporters in het verleden leefden?