Met twee katten naar de dierenarts voor de jaarlijkse inenting is een koud kunstje. Goed, het kost je een lieve duit, maar verder stelt het niet zoveel voor. Tenzij je je kinderen meeneemt, en dat had ik gedaan. Mijn kinderen moeten nodig naar een heropvoedingskamp. Ze houden tegenwoordig niet meer op met vragen stellen, en een pauze van langer dan een seconde tussen twee vragen zit er niet. Ze bemoeien zich met iedereen in de wachtkamer, en gaan naast andere wachtenden zitten om te vragen of die ook een beestje hebben. “Jij hebt lange nagels,” zegt Tammar tegen een mevrouw. En vervolgens: “die hond stinkt!” Zitten op een stoel is er niet bij, alles wat zich in de wachtkamer bevindt roept een vraag op. Een mevrouw tegen wie wij vroeger u hadden gezegd was “jij” en als Tammar het over haar had tegen Hans, werd ze zelfs vermaakt tot “hij.” Hij heeft een leuk hondje. Toen we eindelijk aan de beurt waren, waren we niet aan de beurt omdat er eerst nog een spoedgeval met een vogel voor moest. Prima, dan wacht ik nog even.
Even later toen we naar binnen liepen, Hans wilde een kooitje dragen dus Tammar ook, hetgeen weer voor vertraging zorgt, werden de dierenarts en zijn assistente aan een vragenvuur onderworpen. Hans vroeg of hij eens mocht luisteren door de stethoscoop, waarop ik gelijk zei nee, maar de dierenarts zei ja. Dus moest Tammar ook, en toen ze geluisterd hadden kwamen ze tot de ontdekking dat ze allebei maar één kat hadden geluisterd, en dat de andere nog moest. Nee, riep ik, en ditmaal ging de dierenarts er niet tegenin. Tammar hield ondertussen de assistente bezig doordat ze wilde laten zien dat ze haar naam kon schrijven, en Hans vond het nodig te vermelden dat hij de hele dag op de Wii had gespeeld, dat hij dit weekend weer mocht en dat hij woensdag vrij was, en dan weer op de Wii mocht. Ik haastte me om te zeggen dat de Wii vandaag was binnengekomen en dat het nog nieuw voor ze was, want het was niet onlogisch geweest als de dierenarts er het zijne van had gedacht. “Ah, er komen dus wel restricties op?” vroeg hij?
Ik zei tegen de dierenarts dat ze vanavond een hand vol waren, om hem te laten merken dat het niet altijd zo ging. Maar ik schaamde me een beetje voor mijn eigen gebrek aan educatieve kwaliteiten. Ik had ze in de wachtkamer al een keer bij hun arm gepakt, maar de kleine ratten ruiken dat je niet veel kunt doen met andere wachtenden in de wachtkamer, en ook deinzen ze er niet voor terug je helemaal voor paal te zetten door gewoon door te gaan met waar ze mee bezig waren.
Ik zie dit van tevoren niet aankomen. Ik heb geen idee dat ze me de oren van m’n kop gaan vragen, dat ze dat bij iedereen doen, dat ze met de stethoscoop willen luisteren, dat ze willen betalen, kortom, dat ze mij compleet overbodig willen maken. Als ik nu van te voren wist wat er zou gebeuren kon ik ook preventieve sancties zetten op wangedrag. En volgend jaar, als ik weer ga, ben ik dit vergeten en trap ik er weer in. Toen Tammar betaalde en nog wat geld terug kreeg, zei ze tegen de assistente dat Hans ook wat geld terug wilde, want dat was eerlijk. Bloody! Dit moet volgende keer anders. Stel je netjes voor, eet zoals het hoort en zeg u! Dat lijkt er meer op.
Bob en Sophie zijn weer gezond verklaard. Sophie zelfs kerngezond, en Bob voor zijn leeftijd nog behoorlijk. We weten het niet precies maar hij zal tussen de vijftien en de achttien zijn. Hij is sinds een jaar of zes bij ons, en heeft hier een prima oude dag. Tenminste, daar gaan wij vanuit, dat hij dat ook vindt. Bob is een goedzak die het liefst de hele dag op iemand ligt. Liefst op mij. Zodra ik ’s avonds op de bank ga liggen, komt-ie er aan met zijn kledingslopende pianospel en zijn dikke lijf dat altijd precies verhindert dat ik de tv nog kan zien. Maar verder wel opgevoed. Dat wel.


