You Needed Me

Nu was het gisteren de sterfdag van mijn vader, heel lang geleden, en om het toch min of meer onder de aandacht te brengen had ik een nummer van Anne Murray op FaceBook geplaatst. You Needed Me werd op zijn crematie gedraaid. Toen draaiden ze nog echt. Tegenwoordig zoek je het makkelijk op op YouTube en dus zette ik het vanochtend in de auto aan. Het was wel weer even geleden dat ik het nummer hoorde, maar ik ken het te goed om me nog te laten verrassen.

Echter, de andere nummers die YouTube van haar toonde, en die ook op de Elpee stonden destijds, konden dat wel. Ik klikte op ‘I just fall in love again’  en werd ineens meegevoerd naar 1985, ik had nog niet eens een rijbewijs. Het cassettebandje van Anne Murray in de auto, ik zat op de voorstoel naast mijn moeder. Mijn moeder was pas 38 toen ze haar man verloor. Al die nummers op het bandje kon ze aan, behalve ‘You Needed Me’. Ik hoopte altijd dat ze niet zou huilen als het klonk, maar ze deed het altijd wel, en dat deed pijn. Want ik wilde dat ze ermee kon omgaan. Dat heeft ze nooit gekund.

We zijn 31 jaar verder, en het litteken zit dicht. Het is genezen, maar als je erop drukt dan voel je dat er pijn gezeten heeft. Bij mij kon het helen omdat ik een nieuw leven heb, maar mijn moeder heeft nog altijd haar oude en is maar deels betrokken bij mijn nieuwe.  Ik durf haar You Needed Me nog altijd niet te laten horen.

Diana

Drie jaar geleden kreeg ik een mail van een vrouw die mijn blog volgde. Fanmail misschien wel. Ze vertelde dat ze uit Apeldoorn kwam en had bij mij op school gezeten. Ze had ook bij Yukiko op school gezeten. Haar moeder woonde in Vaassen. Maar dat was het allemaal niet. Het ging om mijn logjes over mijn vader. Die schrijf ik wat minder tegenwoordig, dus als onderdeel van het verwerkingsproces heeft het geholpen. Ze wilde weten hoe een kind (ik) zijn vader herinnert jaren nadat die overleden is. Want zelf wist ze al dat ze niet oud ging worden; ze had een zoontje van slechts drie. Het bleef bij een eenmalige mailwisseling en soms een reactie.

En ineens schoot ze me weer te binnen gisteren. Ik weet niet waarom, misschien omdat ik Martin Bril las die over zijn naderende dood schreef, tot die gisterenavond opnieuw stierf omdat ik het boek uit las. Ik zocht haar blog op en las dat ze vorig jaar is overleden. Dat ze rustig was ingeslapen, welke muziek ze had uitgekozen en de letterlijke teksten van de toespraken die werden gehouden. Een link naar de weblog van haar man, met daarop foto’s van hem en hun zoontje. Een lachend zoontje gelukkig. Ik ben bijna een jaar te laat, maar ik heb nog iets onder haar overlijdensbericht geschreven.

En zo sterft er wel eens een blogger. Ik heb het al een paar keer gezien. Hun woorden staan nog steeds online. En zo blijven ze in leven.

Kerstwens 2015

Het is bijna kerst. Wat is er na 46 jaar nog over van de magie? Kwamen vroeger steevast mijn opa en oma op bezoek en aten we kalkoen, en gingen we later naar de nachtmis en keken we een kerstfilm, nu lijkt dat alles weg. En wie heeft het weggehaald bij me? Toen ik op de lagere school zat, klas 5 of 6, las de onderwijzer (RIP) een kerstverhaal voor dat ik nooit meer ben vergeten. Over een oude man die zat te wachten tot Jezus bij hem op bezoek kwam, want dat had Hij beloofd. Maar Hij kwam niet. Ja, de vuilnisman kwam langs, en de buurvrouw, en nog een paar mensen die hij aansprak in de straat, maar niet Jezus.

En zo gaat het nu al 2000 jaar. Sommigen claimen Maria te zien in Lourdes. Maar over het algemeen geen Jezus. En hou dan je geloof in kerst maar eens vast. Er komt ook al geen sneeuw volgens de voorspellingen. Er komt nooit meer sneeuw. In steden als Stockholm en St. Petersburg is het nu ook 5 graden boven nul. Het zou al schelen als er sneeuw kwam. En toch vond ik het koud, daarnet toen ik de hond uitliet. Kouder dan de afgelopen dagen. Zou er ooit nog eens iets onverwachts gebeuren in de meteorologie? Dat ze er compleet naast zaten?

Vreemd. Ik zou mijzelf typeren als iemand die niet van onverwachte dingen houdt. Ik hou niet van onaangekondigd bezoek, niet van telefoontjes, en niet van onverwachte beslissingen van een manager. Maar aan de andere kant hou ik wel enorm van onverwachte sneeuwbuien, stormen, landelijke verkeersinfarcten, codes rood, Elfstedentochten, winstpartijen tegen Manchester United, overstromingen, ufo waarnemingen en alles wat tegen een voorspelling van de wetenschap ingaat. Kortom, ik ben behoorlijk de Sjaak in mijn leven. Want behalve onverwachte beslissingen van een manager, maak je praktisch nooit iets onverwachts mee.  Nou ja, ik wil er niet teveel over klagen, het is zoals het is.

Misschien valt er een pak sneeuw binnenkort. Tegen alle verwachtingen in. Misschien krijgt mijn kerst zijn magische klank weer terug. Jezus komt ook terug, zeggen ze. Hoe dan ook, ik wens iedereen een kerst zoals hij of zij zich dat wenst. Met iets onverwachts naar keuze.

 

Evert

Dat van uitstel afstel komt, dat weten we. Tenminste, zo vertelt het spreekwoord ons. En spreekwoorden en gezegden bevatten altijd een kern van waarheid, zo zouden we moeten weten. Ik ben het contact met mijn vaders familie kwijt, op een oom op facebook na. Na het overlijden van mijn oma was het over, dan blijken de familiebanden niet sterk. Mijn oma vertelde wel eens over Evert, die vroeger een vriend was van mijn vader. Opa en oma hadden af en toe nog wel eens contact met hem. Evert was van beroep vertaler. Ik heb zijn naam wel eens gezien in Nederlandse vertalingen van Duitse werken. Op een gegeven moment had ik in de gaten dat Evert bevriend was met mijn oom op facebook. Evert moest een schat aan waardevolle informatie bezitten, en ik probeerde soms zijn aandacht te trekken. Hij moest weten wie ik was, al heb ik hem nooit ontmoet. Ik vond het een beetje raar om hem een vriendschapsverzoek te sturen, en misschien heeft hij gedacht dat ik geen idee had wie hij was.

En toen kreeg ik dinsdag het bericht via mijn oom dat hij overleden was. 70 jaar slechts, mijn vader zou nu 71 zijn. Mijn oom bracht het ook wat voorzichtig omdat hij ook niet wist of ik wist wie Evert was. Maar dat wist ik. Ik zou het misschien niet moeten weten, maar ik wist het wel. Er lopen nog tientallen mensen in de wereld rond die geen idee hebben hoe goed ik ze heb onthouden.

De voetbalsupporter

Ik aanschouwde de man op de tribune. Hij werd niet speciaal in beeld genomen, maar was onderdeel van het publiek. De scheidsrechter had zojuist geen gele kaart getrokken voor een speler van de tegenpartij, en daar was het publiek -in het bijzonder dit onderdeel- het niet mee eens. Er klonk gefluit en de man maakte het “kaarttrekgebaar” in de richting van de scheidsrechter. Hij deed het een keer of vier achtereenvolgens voordat de camera zich weer op het veld richtte. De scheidsrechter had de man niet gezien. Geen van de spelers had de man gezien. In het publiek merkte niemand hem op. Ik was de enige. De gele kaart bleef op zak.

Wat gaat er in zo’n man om, vraag ik me af. Wat denken zijn hersenen? Hoe is hij hier ooit mee begonnen? Is het een kwestie van als jonge jongen naar het stadion gaan en na verloop van jaren te vergroeien met het publiek? Voelt hij zich inmiddels zo’n belangrijk onderdeel van de club dat hij meent dat hij zich met de wedstrijdleiding mag bemoeien? Gelooft de man werkelijk dat de scheidsrechter hem opmerkt? En gelooft hij dat, al mocht de scheidsrechter dat doen, hij hem op andere gedachten kan brengen? Of weet hij, nadat hij zijn leven wijdde aan het supporterschap, niet meer beter en is dit een automatische reactie geworden? Is hij teleurgesteld dat de scheidsrechter hem niet zag, of is hij er van overtuigd dat de scheidsrechter hem wel gezien heeft en het de volgende keer niet meer in zijn hoofd haalt die kaart niet te trekken? Of is hij gewoon een Spanjaard en kan hij niet anders?

Ik begrijp het niet. Ik probeer van nature zo weinig mogelijk kritiek te uiten op hen wiens beroep ik niet beter zou kunnen uitvoeren. Want in het publiek staan is één, in het veld voor het oog van tienduizenden de leiding hebben is twee. Mijn respect voor de stoïcijnse scheidsrechter is vele malen groter dan dat voor de verongelijkte voetbalsupporter.

Aan het eind van de dag

Vanochtend reed ik op de A50 en op een brug over de weg stonden in de stromende regen een moeder en haar kind. Eigenlijk stond het kind en de moeder zat er op haar hurken achter. Ondanks de regen keek de moeder vrolijk en samen zwaaiden ze naar het tegemoetkomende verkeer. Ik ben dan de beroerdste niet en toeter even en ik zwaai terug. Want ja, zo heb ik ook vaak gestaan met Hansie. En als de auto’s toeterden, seinden, zwaaiden of een Alfa Romeo waren dan kon dat gevierd worden.

Ik had laatst een moment met Tammar waarbij ik dacht: dit is dus geluk. Geluk is een situatie die je je later met een glimlach zult herinneren. Het was niks bijzonders, een dagelijks ritueel maar de veiligheid was in huis en de boze buitenwereld was ver weg. Ik ervoer het als kind ook vaak, momenten van vertrouwde gevoelens. Tegenwoordig heb ik het door Fox Sports. Iets simpels als een voetbalwedstrijd kijken samen met je zoon, er kan voor mij weinig tegenop. Geen Sail, geen golfclinic, geen sterrenrestaurant of andere dingen waar ik collega’s soms razend enthousiast over hoor vertellen. Routine en controle maken mij gelukkig. Haal mij uit mijn routine, ook door sommigen wel aangeduid als comfortzone, en er ontstaan geheid problemen. Het is iets in mijn hersenen, niks ernstigs. En paar neuronen die niet helemaal goed contact maken of zo. Geen doorslaande stoppen, maar genoeg om het vrije denken te blokkeren. Soms geeft dat problemen maar die worden wel weer opgelost en daarna zodanig gearchiveerd dat ze lastig te raadplegen zijn, zou je dat al willen.

In de tussentijd bouw ik aan herinneringen met een glimlach. Zowel bij mij als bij mijn gezinsleden. De herinneringen die je uit je geheugen raadpleegt bepalen wie je bent, aan het eind van de dag.

Zij die vroeger leefden…

Als je tientallen jaren geleden bent gestorven, dan leefde je in het verleden. Maar dat verleden was jouw heden. Je had geen idee van wat zou komen, je hebt het allemaal gemist. Maar daar stond je niet bij stil, want jij maakte het juist mee. In jouw tijd was er nog geen internet, hoe zou je kunnen weten dat er misschien nog wel eens een artikel met je foto online zou komen te staan? In een vloek en een zucht was je leven voorbij, al werd je tachtig jaar. Al die bekende en onbekende mensen die ons zijn ontvallen, die is ook veel bespaard gebleven.

Ze wisten van de oorlog, net als wij, alleen waren zij erbij. Ergens in de jaren zeventig of tachtig zijn hun lichamen tot stof vergaan. Nooit hebben ze gehoord van Al-Qaida of van Isis. De financiële crisis, De Bijlmerramp, de aanslag op Pim Fortuyn, ze weten het allemaal niet. Tevens weten ze niet van Facebook en Twitter, laat staan van Linkedin, de online catalogus waarin slaven zichzelf aanprijzen. 100 miljoen voor een voetballer? Ze zouden er niks van begrijpen.

Ze hebben misschien ooit eens een bedrijf opgericht dat nog steeds bestaat, of ze waren in loondienst, ze waren schrijver of artiest, maar allemaal weten ze niet beter. Ze weten slechts van hun eigen tijd, van zomers en winters, van dagen en nachten. Ze leven daar nog steeds, in een tijd die voor ons voorbij is. Wij kunnen ze niet bereiken maar zij zijn daar nog steeds en hebben geen probleem met digitale televisie of zijn zojuist geflitst. Ze zitten aan de keukentafel, drinken koffie en lezen de krant.

Ze zouden ons willen waarschuwen voor wat wij niet meer zien omdat het geleidelijk is gegaan, maar zij zien het wel. De vluchtigheid, de onverschilligheid en de vanzelfsprekendheid die in ons leven is geslopen. We sluiten alle gevaren buiten en we worden gewaarschuwd met een weeralarm, maar als er eens iets mis gaat is er niemand die nog echt huilt. Weinigen die nog echt van streek zijn. We zijn niet harder geworden dan vroeger, juist niet. We zoeken slechts een schuldige. We kunnen nergens meer tegen en daarom sluiten we alles buiten. Zij die vroeger leefden weten het. Zij zien het. Wij hebben geen idee. We merken het wel, maar begrijpen niet wat er aan scheelt.

Optocht

Ik had al nooit iets met carnaval, maar dit jaar geneer ik me. Dat heeft alles te maken met de dood van het jongetje dat op school zat bij mijn kinderen. Met een beetje pech komt de optocht nog langs zijn huis, of in elk geval akelig dicht in de buurt. Voor het eerst sinds mijn vader overleed kijk ik weer verbaasd naar de rest van de wereld, die gewoon door draait. Het was destijds heel vreemd om te zien dat de melkboer gewoon door de straat reed, alsof er zojuist geen drama was gebeurd. En nu kijk ik met verbazing naar de wereld, die onwetend is van het verdriet dat zich in Vaassen afspeelde. Ik luister naar de radio en zet hem af en toe maar uit als het te jolig wordt.

Ik heb dit kennelijk nog niet meegemaakt, dat een vrolijk en gezond kind ineens uit het leven wordt gehaald. Ik kende de jongen nauwelijks, maar het raakt me meer dan bekende volwassenen die mij ontvielen. Dan was alleen het afscheid echt verdrietig, maar nu ben ik de hele week al triestig. Woensdag in de auto liet ik m’n tranen maar de vrije loop nadat ik mijn kinderen naar school had gebracht en nog even langs de foto van Luc was gelopen.

Ik realiseer mij heel goed dat iedereen zijn verdriet anders beleeft. Ik kan er eenmaal slecht mee omgaan. En inmiddels snap ik ook dat de wereld door hoort te draaien, die kan niet wachten op elke dode die er te betreuren is. Ik begrijp zelfs dat carnaval in het zuiden groter is dan de ellende van het individu. En zo moet het ook zijn. De dood spaart uiteindelijk niemand, dus waarom zou de wereld wachten op een eenling? Omdat die toevallig pas negen was? Dagelijks gaan er miljoenen kinderen dood. De wereld kan niet wachten, en daarom gun ik de mensen die het vieren hun carnaval, maar het zou toch mooi zijn als de optocht een ontwijkend gebaar maakte.

Nadat de dood ons gescheiden heeft…

Het zou een gewoon avondje worden, althans, niets wees er op dat mevrouw Mack en ik anderhalf uur later tegen de tranen moesten vechten. De kinderen zijn een paar dagen logeren ik was eigenlijk van plan voetbal te gaan kijken. Maar omdat het gisteren ook al voetbal was en morgen PSV speelt, kozen we voor een film. Achteloos koos ik de opgenomen film die het eerst automatisch gewist zou worden, en las half waar het over ging. Hachi, met Richard Gere in de menselijke hoofdrol. De echte hoofdrol werd gespeeld door een hond, Hachi. Hachiko was een Akita, een Japanse keeshond, maar dan groot. Het kwam er op neer dat een professor (Gere) de hond als pup vond, maar volgens de Japanse leer koos de zwerfpup de professor uit. De twee krijgen een band en vanaf een zeker moment lopen ze elke morgen naar de trein. De professor gaat naar zijn werk en de hond keert terug huiswaarts. ’s Avonds zit Hachi -acht in het Japans- weer bij het station te wachten tot zijn baas terug komt. Zo gaat het dag in dag uit.

Op een kwade dag doet Hachi raar en wil eerst niet mee. Uiteindelijk loopt hij toch mee en de professor gaat naar zijn werk. Maar de professor overlijdt plotseling en keert niet meer terug. De familie van de professor verhuist en neemt de hond mee, maar Hachi is niet te houden en wil naar het station. Uiteindelijk besluit de familie de hond maar te laten gaan en nadat de hond een laatste groet gaf, rende hij naar het station alwaar hij ging zitten wachten. Negen jaar later komt de vrouw van de professor bij dat station en Hachi zit er nog steeds. Ik weet, er zijn erge dingen gebeurd in de wereld, maar hier kregen we het beiden te kwaad. Pijn in de kelen van het gevecht tegen de tranen dat overigens verloren werd. Op de dag dat Hachi sterft droomt hij een gelukkige droom over zijn baas.

Tegenwoordig staat er een standbeeld van Hachi bij het treinstation van Shibuya. De trouwste hond ter wereld maakt iedereen aan het huilen. Zijn het onze zonden die we belijden op zo’n moment? Liet de hond de mensheid hier zien waar het allemaal over gaat? Worden we hier geconfronteerd met gevoelens en gedachten die we allang achter ons gelaten hadden? Werden we hier door de hond even teruggefloten naar ons kind zijn, vlak voor het moment dat we niet meer geloofden in goed en kwaad? Ik denk het haast. Grotere trouw is nauwelijks voorstelbaar.

1923-1935
Hachiko 1923-1935

O.V.T.

Zomaar ineens was ik in gedachten verzonken. Ik dacht aan mijn oma van moeders kant terwijl ik naar mijn werk reed. Ik heb een kilometer of vijf afgelegd zonder dat ik me herinner dat ik ze aflegde. Ik bedacht dat ik mijn oma helemaal niet ken. Ze was van 1911, dus pas 58 toen ik geboren werd. Maar ik heb nooit bij haar gelogeerd, al sliepen opa en oma wel eens bij ons. Precies omgekeerd aan de oma en opa van mijn vaders kant, die sliepen nooit bij ons, maar ik heb daar wel vaak gelogeerd. Toen ik 20 was, was ze al een oude vrouw. Ik geloof dat ze 86 is geworden maar de laatste 8 jaar van haar leven was ze alleen, waarvan vijf in een verzorgingshuis. En nooit heeft ze me iets verteld over vroeger. Ik herinner me überhaupt niet dat ze vertelde. Ze vroeg en ze luisterde.

In gedachten liep ik naar de flat waar ze woonde, Vulcanusdreef, Overvecht, drie hoog. Ik nam de lift en belde aan op het hoekje waar ze woonde. Iets langer duurde het bij haar altijd voordat de deur openging, maar ze was altijd blij ons te zien. De inrichting was eenvoudig, een keukentje met een geiser met daaraan een kraan met een slangetje. Donkerbruin hoogpolig tapijt in de woonkamer. Er stonden wat boeken over de natuur, maar wij als kind hadden daar nooit zoveel te doen. We zaten eigenlijk te wachten tot we daarna naar mijn andere opa en oma gingen, die ook in Utrecht woonden en waar het feest was voor de kleinkinderen.

En nu is ze al 20 jaar dood, ze was de eerste dode die ik ooit zag. Ze is er niet meer en ik kende haar amper. Ze heeft geen makkelijk leven gehad, dat heb ik later wel begrepen. Het geeft geen goed gevoel dat ze zoveel eenzaam is geweest. Betekenisloos, zo lijkt het. Ik weet niks van haar en ze is er niet meer. Bij mijn moeder staat één foto van haar. Misschien moet ik het laten gaan. Zo vreemd, een oma met een verleden dat ik niet ken. Ik kan vrijwel geen vrolijke herinnering aan haar ophalen. En omdat ik dat niet kan, heb ik er geen vrede mee. Te weinig herinneringen lijken het betekenislozer te maken. Ze was er ooit, maar ja, nu niet meer en wie denkt er ooit nog aan haar? Mijn moeder, dat weet ik zeker, en ik soms. Het voelt als onvoltooid verleden tijd.