Dankzij mijn kinderen leer ik weer dingen die ik al vergeten was. Goniometrie bijvoorbeeld, maar vandaag ook hoe het ook alweer werkt met plaatsbepaling op aarde door middel van coördinaten. Noorderbreedte, zuiderbreedte, westerlengte, oosterlengte. Nederlands en economie beheers ik nu waarschijnlijk beter dan op de middelbare school, net als geschiedenis, al nam ik daar snel afscheid van. Geschiedenis is nu trouwens veel zwaarder dan dertig jaar geleden, er is tenslotte dertig jaar bijgekomen. In Engels ben ik véél beter dan dat ik ooit op school was en dat geldt voor Frans ook, zij het in mindere mate. Dat ik wiskunde op Havo niveau heb weten te halen vind ik met terugwerkende kracht knap. Ik ben blij dat mijn kinderen niet op het VWO zitten, anders had ik toch op een gegeven moment moeten afhaken en dat is niets voor mij. Als ik begin met haken, dan haak ik het ook af.
Als ik over mijn huidige werk moet vertellen ben ik altijd beschamend snel klaar. Dan klinkt het alsof het helemaal niets voorstelt. En het mooier maken dan het is, is ook niets voor mij. Toch vergt het soms het uiterste van mijn kunnen. Spitten in archieven, zoeken naar bewijzen, onderhandelen met klanten of met andere afdelingen, zoeken naar contracten, clausules daaruit vinden, procedures begrijpen en volgen, rekenen, veel rekenen. En fouten herstellen, veel fouten herstellen. Incasseren, geen geld maar voornamelijk gezeik.
Soms noem ik het ongeschoold werk, maar dat is omdat ik opgeleid ben om financiële administraties te voeren en daar zit wat frustratie bij. Maar Engels, Nederlands, Frans, Duits, economie, aardrijkskunde, rekenen, recht, maatschappijleer, handelswetenschappen, typediploma, informatica, de hele rimram komt toch weer van pas. Alleen natuurkunde, biologie en scheikunde, daar zie ik niks van terug. Dat voelde ik instinctief aan, dat ik die vakken met een gerust hart kon laten vallen. Daar heeft een beetje boekhouder helemaal niks aan.