Joe Speedboot

De laatste twee maanden hoorde ik zijn naam steeds vaker, Tommy Wieringa. En als je een onbekende naam steeds hoort ga je je toch afvragen hoe dat komt. Ik kwam erachter dat hij schrijver is en dat hij een column in de krant kreeg. Op een verjaardag liet ik zijn naam vallen en prompt kreeg ik een boek in mijn handen gedrukt: Joe Speedboot.

Een verhaal over de relatie tussen Fransje en Joe. Fransje is door een ongeluk zwaar gehandicapt geraakt en Joe Speedboot heeft zelf zijn naam veranderd omdat hij niet tevreden was met zijn echte. Niemand weet zijn echte naam, behalve zijn moeder en zus. Joe is een denker en een technicus, Frans is een observator. Het is in het begin goed de aandacht erbij houden anders mis je hoe een bepaald personage in het verhaal terecht komt, maar op een gegeven moment wil je maar doorlezen. Natuurlijk komt er een meisje tussen Joe en Fransje in te staan, maar wat is een levensverhaal zonder meisjes?

Ik vind het een aansprekend boek, goed genoeg om hier aan te bevelen. De definitie van literatuur is vaag, tenminste wel van wat je eronder kunt scharen. Maar ik heb het vermoeden dat mijn leraren Nederlands dit hadden geaccepteerd op de boekenlijst. Helaas was ik destijds nog helemaal niet in staat om literatuur te waarderen, en nog steeds heb ik daar moeite mee. Maar Joe Speedboot begon ik opnieuw te lezen toen ik het uit had. Gewoon om te begrijpen wat mij nu zojuist overkomen was.

Angermanagement

irritantIk heb er al vaker over geklaagd, maar ik doe het nog maar eens. Makers van ongevraagde reclame op mijn computer moeten dood. Met veel pijn. Want sinds kort laat mijn weblog hysterische plaatjes zien, dat ik een directe prijs heb gewonnen, of dat een vrouw 27 lijkt, maar 53 is. De directe prijs is een iPhone 5, en daar zit ik al niet op te wachten, maar helemaal niet op een stuiterend beeld ervan in mijn scherm wat ik niet weg kan klikken omdat als ik op het rode kruisje klik, gelijk doorgeleid wordt naar een pagina waar een vrouwenstem in Robin van Persietaal zegt: gefeliciteerrjjd.

Kijk, ik blijf uitwendig rustig. Ik zie in mijn ooghoek de reclame stuiterend in mijn beeld, hij trekt geen aandacht, hij is schreeuwend irritant. Waarschijnlijk heb ik onlangs iets geinstalleerd wat deze reclames veroorzaakt. Dus ik verwijder maar even iets wat ik niet ken van mijn computer, maar dat bleek achteraf iets met de videokaart te zijn, waardoor mijn scherm ineens vrijwel onleesbare grote iconen laat zien. Na een hoop gepiel en een paar keer opnieuw opstarten heb ik het weer hersteld.
Ergens heeft een IT-er dit bedacht. Hij kwam met het plaatje bij zijn manager maar die zei: “Nee, maak het zo dat het ook nog rondstuitert, zodat het zijn aandacht wel moet trekken, en maak het ook zo dat als hij op het rode kruisje klikt, dat hij dan doorgeleid wordt naar de pagina waar we hem hebben willen. Nee, weet je wat, doe ook nog maar zo dat de reclame de pagina waarop hij aan het werk is uit elkaar trekt zodat het slecht leesbaar wordt voor hem. Oh ja, morgen hebben we spamverstuur vergadering, 10:00 uur, denk eraan.

Die manager moet dus dood. Met een middeleeuwse zaag. Maar misschien vindt u dat iets teveel van het goede en vindt u gewoon dat het wel af kan met het tegen de grond slaan en keihard op zijn neus blijven inrammen. Omdat we immers wel beschaafd zijn in dit land. Op zich kan ik daarin meegaan. Je moet je woede immers te allen tijden kunnen beheersen.

Blaat

Morgen mag ik ze weer ondergaan, de vernederingen van de Ajax “supporters” op mijn werk. Ze weten niet wie er in hun elftal speelt, en ze zijn er hooguit een keer geweest als ze gratis meemochten naar een skybox, en waaien met alle winden mee. PSV is het provincieclubje met het grote geld dat alleen maar kan kopen en geen eigen opleiding heeft, dat is wat ze nablaten, vergetend dat de begroting van Ajax groter is dan die van PSV. En vergetend dat Ajax in de top 10 van duurste aankopen uit de geschiedenis van de eredivisie het vaakst voorkomt en de hoogste plaatsen bezet houdt. Natuurlijk, het is een prachtige club, en de beste voetballers uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis hebben er gespeeld. Statistisch zijn ze ook de beste club van Nederland, en ze kunnen er ook niks aan doen dat ze, doordat ze het vaakst winnen, ook de meest oppervlakkige supportersschare achter zich hebben, maar die arrogantie van de supporters is totaal misplaatst. Massaal komen ze uit hun holen als er gewonnen wordt om een lange neus te trekken naar de rivalen, terwijl die met een bloedend hart op de grond liggen van verdriet. De Ajax supporter stapt na een verliespartij gewoon over naar hockey om daar in de waan van het feestgedruis mee te banjeren. Zo doorstaat de Ajax supporter barre tijden. Niet in staat tot het als een man dragen van het verlies, zoals ik wel doe.

Ik was zo gebrand op de overwinning vandaag, dat ik het niet aandurfde om PSV op facebook al aan te moedigen vanochtend. Op een kinderfeestje zag ik dat de stand 2-2 was, en na thuiskomst heb ik buurman Bolderbast niet horen schreeuwen ten teken dat zijn cluppie had gescoord, dus toen ik studio sport keek zag ik de 2-3 ook niet aankomen. Een blunder van jewelste van de keeper van PSV en een dolksteek in mijn hart.

Maar goed, PSV heeft het dit seizoen niet verdiend om kampioen te worden, daarvoor werd er te slecht gespeeld. Teveel onnodig puntverlies van de club die onder druk staat. Bovendien, als ze kampioen waren geworden hoor ik alweer het deskundige commentaar van de meewaaiers: “Kampioen van de armoede.” De interviewer die Dick Advocaat aan de tand mocht voelen deed er ook een schepje bovenop: “Dit zou toch jullie jaar worden? Jullie zouden kampioen worden, Van Bommel werd gehaald en het was de 100e verjaardag?” Dick was zichtbaar geirriteerd, maar liet zich toch niet uit de tent lokken en zei dat Ajax het beter had gedaan. Ja, dat is zo. Frank de Boer heeft al dezelfde arrogantie over zich gekregen als waar hij zo tegen ageerde toen hij bij Ajax kwam voetballen en hij door de jongens uit Amsterdam als boertje werd bestempeld, omdat hij uit de provincie kwam, niet vanwege zijn naam.

Nu mag ik morgen de vernederingen ondergaan. Want ik ben vanaf mijn 9e al voor die arrogante club uit Eindhoven die alles met geld van Philips bij elkaar koopt.

Bezorgdheid

Al jaren vraag ik me af waar je het nu, premier of president zijnde, over moet hebben als er een collega uit een ander land op bezoek komt. Kijk, als hij of zij uit het vliegtuig komt zetten zou ik het nog wel weten. “Goedendag, bevriend staatshoofd, welkom in ons prachtige land.” Maar dan hè? Er komt toch dat moment dat je met z’n tweeën tegenover elkaar komt te zitten en het over algemeenheden moet gaan hebben. Je bent beide geen specialist dus erg diep op de materie ingaan zal niet lukken. Het blijft dus beperkt tot wat er het afgelopen jaar in het nieuws is geweest. Kortom, je moet een bord voor je kop hebben en net doen alsof het gesprek van onschatbare waarde is geweest. Mark Rutte is dus dé juiste man op de juiste plaats. Want ik moet er toch niet aan denken om Poetin te moeten aanspreken op de rechten van homo’s in Rusland? Waarom niet? Omdat de ex-KGB baas namelijk geen enkele boodschap heeft aan wat ik zeg, en bij zich zelf denkt: “jij miezerig mannetje met je onbeduidende landje, ik heb schijt aan je en je moet blij zijn dat ik je kom opzoeken, ja?” Want dat denkt Poetin, en iedereen weet dat behalve Rutte.

Rutte heeft zijn bezorgdheid geuit over de mensenrechten in Rusland. En hij heeft een goede en constructieve dialoog gehad met Poetin. Wat dat heeft Rutte namelijk altijd, goede en constructieve gesprekken. Wat had hij anders kunnen zeggen? De persconferentie na afloop was van tevoren ingestudeerd, door zowel Poetin als Rutte, het eigenlijke gesprek ging hooguit over wat beide landen zoal te bieden hadden op vakantiegebied. Nee, dan Thatcher! Die zou hem de waarheid verteld hebben, onwrikbaar als ze was. Die liet niet met zich sollen. Doet me denken aan een grapje wat Freek de Jonge ooit vertelde.

Ronald Reagan, Michael Gorbatsjov and Margaret Thatcher appear before God. God to Reagan:
— Son, what have you done to deserve a place in Heaven?
Reagan:
— I brought the Evil Empire to its knees, freed millions of people from communism and ended the Cold War.
God:
— Very good my son, come sit by my right side.
God to Gorbatsjov:
— And you son, what have you done to deserve a place in Heaven?
Gorbatsjov:
— I introduced perestroijka and glasnost, and guided the Soviet Union away from communism while avoiding armed revolution and bloodshed.
God:
— Very good my son, come sit by my left side.
Next, God turns to Thatcher and says:
— And you sister, what have you done?
Thatcher replies — In the first place, I am not your sister, and in the second, get out of my chair!

Hapjes

Heb ik nog verteld dat we vorige week tapas hebben gegeten bij de Mexicaan? Wat klinkt dat hè? Het was een tegoedbon die ons erheen bracht. In mijn herinnering is één van de lekkerste gerechten die ik ooit gegeten heb, iets met Mexicaanse kip na een dag honger lijden in Engeland. De verwachtingen waren dus hoog. Ik had nog nooit tapas gegeten, tenminste, als je het niet letterlijk vertaalt. Want we hebben allemaal wel eens een voorgerechtje gegeten natuurlijk. Als je in een tapasrestaurant eet, eet je voorgerechten als hoofdgerecht, dat is alles. Geef het een naam, en je hebt weer een rage. Ik weet wel, tegen de tijd dat ik de rage ontdek is hij allang weer voorbij, maar wij namen dus in de nasmeulende fase van het vuur plaats bij de Mexicaan. Een vriendelijke serveerster met donker haar moest voor Mexicaanse doorgaan, maar iedereen weet dat er helemaal geen Mexicanen zijn in Nederland. Ik mocht het menu even zien, maar wat we kregen stond al op de tegoedbon, onbeperkt tapas. Mijn oog viel op een biertje waar ik wel eens van had gehoord, Corona. Omdat ik dan toch bij een nep-Mexicaan zit, wil ik ook wel eens zo’n nep bier proberen. Even later werd het flesje voor me neergezet, een citroen in de hals gepropt en zoek het maar uit. Ik drukte onmiddellijk op de serviceknop. Waar mijn glas was? Corona gaat uit het flesje, meneer. Een variant op: “zit al in een glas.”

Om een lang verhaal kort te maken: ik schrijf het niet bij in mijn top 10 van gastronomische ervaringen. Kippenlever hoef je bij ons niet mee aan te komen en na drie olijven heb ik er wel genoeg. Daarbij werden de gerechten die wel lekker waren, want die zaten er ook tussen, onbeperkt nageserveerd per 10 gram tegelijk en met tussenpozen van drie kwartier. Bovendien was het niet meer precies hetzelfde. Wat in de eerste ronde ossenhaaspuntjes waren, was in de tweede ronde taaie biefstuk met een sausje om de aandacht af te leiden. Het beste nieuws was dat we maar 11 euro hoefden af te rekenen, vanwege de voedselbon.

Volgende keer gewoon weer de Chinees, die voor mij persoonlijk nog steeds hoog boven in de voedselketen staat.

Een heldhaftig, vernederend avondje.

Ik wil niet te vroeg juichen maar omdat mijn eigen geheimen nooit veilig bij mij zijn doe ik het toch: mijn rug voelt sterk. Het was niet zo dat ik constant pijn had, maar als ik veel moest bukken moest ik toch weer vaak rechtop gaan staan om stijfheid weg te laten trekken. Ik ben vorige week begonnen met hardlopen en wat simpele ouderwetse krachttraining van drie minuten per avond, en ik heb het gevoel dat ik weer alles aankan. Ik weet dat dat niet zo is, maar ik buk me een ongeluk en voel er niks van. Het zal ook de kick zijn van het hardlopen en misschien houden mijn hersenen me voor de gek, ik hou daar rekening mee. Maar feit is dat ik me nu weer onkwetsbaar voel en dat gevoel is lang weggeweest. Vorige week heb ik drie keer een klein stukje gelopen, de eerste keer ging goed, de tweede keer ging beter, maar na de derde keer keerde de pijn in mijn linkerbovenbeen terug. Ik heb de huisarts om advies gevraagd, maar geen probleem, gewoon nog radiculaire pijn. Prima, even rust gehouden deze week en hoppa, daar liep ik vanavond mijn eerste vijf kilometer sinds jaren. En eigenlijk was ik amper moe toen ik terugkwam, maar dat werd ook veroorzaakt door de kick van het weten dat ik u dit verhaal mocht gaan vertellen. De winnaar voelt geen pijn, dat effect.

Toen ik terugkwam en op de bank wat zat uit te hijgen, stond er een programma aan waar we allemaal wel van gehoord hebben. Help, mijn man is klusser. Wat een schandelijk programma! Ik had het nog nooit gezien maar zoiets vernederends heb ik zelden gezien. Goed, het enige wat de vernedering rechtvaardigt is het feit dat de man zijn vrouw laat wonen in een krot. Maar dat is geen kwade opzet, de situatie is hem gewoon boven het hoofd gegroeid. Hij wordt op straat overvallen door een presentator van wie ik zeker weet dat die nog nooit een hamer in zijn hand heeft gehad, en hij krijgt het ene verwijt na het andere. Dan gaat de presentator met hem mee naar zijn huis, alwaar hij de wind van voren krijgt van zijn vrouw, die in een tochtig en vochtig huis woont. De presentator neemt het volledig voor de vrouw op, en de man, nota bene in marineuniform, breekt op televisie. Hoe heeft hij haar dit aan kunnen doen? Hij belooft beterschap en aanvaardt de hulp van het klusteam, dat hem vervolgens vernedert door werkelijk het hele huis onder de loep te nemen en te melden waar de arme man het allemaal heeft laten verslonzen. Dan gaan ze aan het werk, hij moet meehelpen, maar hij wordt wederom vernederd, doordat hij naast het klusteam nogal stuntelig overkomt. Ja, vind je het gek? Laat dat klusteam eens een 40mm snelvuurkanon hanteren op een marineschip! Losers.

Alsof het allemaal nog niet erg genoeg was, was de vrouw zwanger -weet ik niet eens zeker- en moest ze naar het ziekenhuis voor een echo of iets dergelijks. De marine klusser heeft eindelijk zijn draai een beetje gevonden tussen het klusteam dat zijn huis aan het repareren is, komt die negroïde presentator die nog nooit een hamer heeft vastgehouden hem weer verwijten dat hij aan het klussen is terwijl hij in het ziekenhuis moet zijn bij zijn vrouw. De onhandige man weet zich niet goed raad, laat zich afbluffen en druipt af naar het ziekenhuis, alwaar zijn vrouw hem in de armen valt. Dat dan nog wel. Maar hij had in moeten grijpen. Hij had tegen die Winston moeten zeggen dat hij zich even lekker met zijn eigen zaken moest bemoeien en dat zijn vrouw zich prima zou redden met een echo. We hebben het hier over een marinier, die kan toch niet even te kakken worden gezet door Marvin die hem in een watje probeert te veranderen? Bah. Zijn collega mariniers hadden de presentator moeten zekeren aan een helikopter en hem een rondje boven de stad laten bungelen, met zijn betweterige gedrag. En de hele familie de Mol erbij.

Goed, de vrouw van de marineman, die al heel blij mocht zijn dat ze een marineman had weten te strikken, had misschien wel een klein beetje gelijk dat het zo niet langer kon met dat huis, maar ze mag wel eens even iets verzinnen om het goed te maken met deze sympathieke jonge militair. Zestig jaar lang de afwas alleen doen ofzo.

Habemus Papam

April 2005, de gloriedagen van dit weblog, Mevrouw Mack -zo heette ze toen nog- en ik waren op huwelijksreis. Nou ja, een weekendje Maastricht. Tijdens de pauze van een film in de bioscoop luidde de kerkklokken onophoudelijk. Ik hoorde zachte Limburgse stemmen: “de paus is dood, de paus is dood.” Het viel me op dat de woorden met eerbied werden uitgesproken. Heel anders dan de doorgaans ontoegankelijke sfeer op zaterdagavonden in een doorsnee stad. Maar Maastricht is geen doorsnee stad. Het is misschien wel de mooiste stad van Nederland. Het betrof toen Paus Wojtyla Johannes Paulus II, die al regeerde sinds 1978. Het maakte indruk op me, die woorden op die avond in Maastricht.

Inmiddels heeft zijn opvolger, Paus Emeritus Benedictus XVI het pontificaat alweer doorgegeven en zijn we aangekomen bij Fransiscus, een voor mij onbekende kardinaal. Zijn presentatie aan de gelovigen was mooi. Nederig en met zachte stem sprak hij: “buona sera” De man die nog nooit was betrapt op lachen, lachte en de aanhangers juichten. Het was een mooi moment. Het eerste teken dat er betere tijden aan zitten te komen. Ik vind ze prachtig die Rooms Katholieke tradities. Annuntio vobis gaudium magnum; Habemus Papam!

Makkelijk praten

Wat ik nooit zal begrijpen is de geldzucht van een voetballer of een coach. Ik weet wel, het sluipt erin en voor je het weet verloochen je jezelf en het standpunt wat je ooit innam. Maar kennelijk went het, of stomp je af. Ik doe mee aan de staatsloterij. Een soort vanzelfsprekendheid want ik kijk nooit of ik iets gewonnen heb, en volgens mij heb ik nooit meer dan €25 gewonnen. Maar als ik mij soms laat verleiden tot dromen over een grote prijs, neem ik ook nooit genoegen met een ton. Nee, als ik de tien miljoen win, hoor ik mezelf dan zeggen. Terwijl het toch al heel mooi zou zijn als je een keer een prijs wint met drie nullen. Maar nee, ik heb het gelijk over tien miljoen, omdat je dan kennelijk pas met je luie reet in een hangmat kunt liggen. Terwijl ik weet dat je hele leven naar de bliksem gaat als je tien miljoen wint. Je wordt onuitstaanbaar, je vrienden worden jaloers op je en gunnen het je niet, je gaat patsen met een dure auto, nee, zo blij moet je niet worden van zo’n prijs.

Vanavond zag ik een interview met Dick Advocaat, de trainer van het door mij zo geliefde PSV, dat weer de kans om uit te lopen heeft laten liggen, maar dat terzijde. Advocaat was bondscoach van België en verdiende daar € 600.000 per jaar. In het interview vond hij dat natuurlijk veel geld, maar niet in vergelijking met wat hij ooit verdiend had en dus verdween hij richting Rusland alwaar hij het tienvoudige ging verdienen. In België waren ook veel problemen en moest alles van de grond af aan opnieuw worden opgebouwd, zo verdedigde Dick zich, maar, denk ik dan, loop daar niet voor weg en zeker niet als je zoiets van te voren weet. Zes ton bruto, als je het een jaar of drie doet verdien je al bij elkaar wat een gewone sterveling in zijn leven bij elkaar verdient. Je kunt doen en laten wat je wilt en je kunt jezelf altijd recht in de spiegel blijven aankijken, en dat moet eigenlijk het belangrijkste zijn in je leven. Nu ben je een ordinaire geldwolf met miljoenen op de bank en mag je België niet meer in.

Weinig voetballers laten zich niet verleiden door het grote geld. Als Marco van Basten na een aantal jaren Ajax bij AC Milan gaat voetballen kan ik dat nog begrijpen, want zo’n talent wil zich eenmaal met de besten meten. De tijden van Willy van der Kuylen en Sjaak Swart zijn immers definitief voorbij, maar wat heb je als goeie voetballer te zoeken in Turkije, Rusland of het Midden-Oosten? Het is altijd makkelijk praten als je zelf ver van het grote geld verwijderd bent, maar ik moet me toch sterk in mezelf vergissen als ik geld het liet winnen van rechtvaardigheid en eigenwaarde. Afgezien van de vraag of ik zou kunnen verantwoorden of ik zes ton waard zou zijn. Waarschijnlijk wel als ik een supervedette in het voetbal zou zijn. Maar dan voetbalde ik mijn carrière lang voor PSV, tegen zes ton per jaar.

Ware opoffering

Wij versturen al jaren geen kerstkaarten meer maar maken het geld dat we daarmee uitsparen over aan een goed doel. Eigenlijk heb ik daar geen enkele stem in, want zodra ik zeg dat we wel kerstkaarten moeten versturen wenst Linda me succes en geeft ze me het adressenboekje. Dus ja, dan toch maar dat goede doel. Waarmee gelijk het hoe en waarom van deze als nobel vermomde daad onthuld wordt. Het is niet anders dan aan de postcodeloterij meedoen. Eigen belang.

Zodra er opoffering gevraagd wordt voor een goed doel wordt het denk ik anders. In Lukas 21:1-4 staat het verhaal van het penninkse der weduwe. De vrouw die gaf van haar armoede en niet van haar rijkdom, het toonbeeld van de ware opoffering. Daarom denk ik niet dat een oproep om in plaats van vuurwerk af te steken, het bespaarde geld aan een goed doel te geven, erg succesvol zal worden omdat er dan een opoffering van de man gevraagd wordt, en dat ligt toch wat lastig. Kom niet aan zijn speeltjes. Blijf af van vuurwerk, bier, auto’s, games, barbecues en sport op tv. Wij hebben al geen legale vuurwapens of limietloze autosnelwegen, dus het is hier al behelpen.

Zelf steek ik al jaren geen vuurwerk meer af, dus ik heb makkelijk praten. Dat bespaarde geld overmaken naar een goed doel, dat is andere koek. Misschien moet ik volgend jaar toch gewoon weer eens kerstkaarten gaan schrijven. Want ik moet er niet aan denken, een december zonder kerstkaarten en gestreste postbodes.
penninkse

Het zwarte gat

Ik ving een deel van een gesprek op de radio op over oud-schaatser Jan Ykema. Kenners weten wel dat hij zilver op de Olympische Spelen haalde in 1988, net achter de man met de mooie naam, Uwe Jens May. Ykema stond in de belangstelling en als je dat aankunt is dat goed. Maar nog veel beter is het als de roem vergankelijk blijkt en mensen je niet meer interessant vinden, dat je dan ook met beide benen op de grond blijft staan. Veel mensen die het gebeurt raken depressief, en Ykema ging zelfs aan de serieuze drugs. Cocaine, heroine en speed. Inmiddels is hij weer afgekickt en staat hij weer op het ijs als trainer. Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen, zeggen ze dan ook wel.

Natuurlijk is het fijn om in de belangstelling te staan en zeker als sporter of artiest, want dan doe je iets goed. Maar als gewoon mensch heb ik toch mijn vraagtekens. Ik ben zo’n gewoon mensch, en ergens is het knap zielig dat ik facebookstatussen plaats. Want ik deel niks nuttigs mee, ik doe het uitsluitend voor de aandacht. Ik ben een aap op de ladder. En dat baart mij zorgen. Want ja, facebookaandacht…ik steek er mijn hand niet voor in het vuur. Ook collegiale aandacht niet. Het is niks waard. Vrienden? Wie meer dan vijf vrienden heeft, heeft geen vrienden, luidt een oud Chinees spreekwoord. Ik weet niet hoe letterlijk die vijf genomen moet worden, maar ik begrijp het wel. Uiteindelijk zijn er niet veel mensen die je uit de stront trekken als je er diep in zit. Mensen zijn bang dat ze er zelf ook invallen, maar als je jezelf goed zekert, gebeurt dat niet. En als een familielid in de stront zakt, ben je automatisch mede-besmeurde, en is de drempel lager om hem of haar eruit te trekken.

Kortom, wederom is het mij niet gelukt de zin van het leven te doorgronden. Daarbij, als het mij wel gelukt was, wie zou me geloven? Dus ga ik maar gewoon door waar ik mee bezig was. Aan de sporen achter mij kan ik zien dat ik ongeveer de goede kant op ga.