Voetbal is oorlog en karma is a bitch.

Dat voetbal oorlog betekent werd me vanavond weer duidelijk. PSV speelde gelijk tegen het nietige Emmen en dat veroorzaakte mijn chagrijn. Een eigen doelpunt van Emmen werd afgekeurd na ingrijpen van de VAR wegens buitenspel van een PSV’er, wat volgens mij helemaal niet kan. Maar goed, daar zijn we inmiddels aan gewend. Mijn vrouw maakt daarna een opmerking over mijn chagrijn en dat moet je nooit doen als de wond vers is. Daarna kreeg mijn zoontje van zijn neefje dat voor Feyenoord is, behalve als ze verliezen, dan is hij voor Emmen, een pesterig whatsappje, iets wat wij die van ons verbieden. Wij kunnen al niet tegen ons verlies, dus gaan we een ander ook niet lopen zieken, tenzij diegene dat uitlokt.  Eroverheen kreeg ik een facebookberichtje van zijn vader, die voor Feyenoord is behalve als ze verliezen, dan is hij voor Emmen, en toen was ik nog chagrijniger. Zo chagrijnig dat ik een afspraak om iets bij ze op te halen heb afgezegd. En dan is het oorlog hier in huis.

Op de PSV site van Facebook plaatste ik een berichtje dat Lammers (een huurling van PSV) ons wel zou redden. Een Ajacied (wat moet hij op de PSV site?) moest mij jennen. Maar Karma is a Bitch, Ajax beging ook een misstap, en inderdaad was het Lammers die daar een groot aandeel in had. En ondanks dat Heerenveen een zuivere penalty werd ontnomen, maar goed, daar zijn we inmiddels aan gewend, was het meer dan waar ik op had mogen hopen. Van de Ajacied is daarna niets meer vernomen. En omdat Karma helemaal een Bitch is, was er nog een Ajacied die mijn vrouw had lopen jennen. Zij houdt helemaal niet van voetbal, behalve als Ajacieden haar jennen en ze krijgen de kous op hun kop. Dus nu is alles weer goed. Twee punten voor, en de oorlog is weer voorbij dankzij de gezamenlijke vijand.

Ja, ik ben een slecht verliezer, en ik weet het. En omdat ik het weet, jen ik ook niemand als PSV wint. Behalve als ze het uitlokken. Maar dan moet de wond nog vers zijn. Volgende week doe ik het al niet meer.

Harm

Ik was gisteren bij de afscheidsdienst en begrafenis van de vader van mijn zwager. Mijn zwager (van mijn zus) verloor een aantal jaar geleden zijn moeder, en nu dus zijn vader. De man was 77, niet piep en niet stok. Maar de band tussen zoon en vader was wel de sterkste die ik kende, in elk geval op die leeftijd. Hij woonde zijn hele leven in het kleine dorp waar hij was geboren, en waar hij ook zijn landbouwmechanisatiebedrijf was gestart. Harm, zo heette hij, was er een aantal jaar geleden uitgestapt en had het overgedragen aan zijn zoon, mijn zwager. Doordat zijn bedrijf zich achter zijn huis bevond, liep hij er nog dagelijks even rond, en sprak hij dus ook dagelijks met zijn zoon.

Wij zagen Harm altijd op verjaardagen en vooral Linda was weg van hem. Een sympathieke man uit het buitengebied die zijn zaakjes goed voor elkaar had. Harm en zijn vrouw zijn hier nog op kraamvisite geweest, en ze nodigden ons uit op hun veertig-jarige huwelijksfeest. Kan ook vijftig geweest zijn, dat weet ik niet meer zeker. Mijn zus was ook helemaal weg van haar schoonvader, en eigenlijk kan ik me helemaal niet voorstellen dat iemand een hekel aan deze man had.

Op de condoleance waren 800 mensen afgekomen. Harm lag opgebaard in de nieuwe hal van zijn bedrijf, tussen het nieuwste type trekker dat net was binnengekomen en dat hij nooit zag, en de eerste die ze ooit verkochten, een open modelletje uit de jaren vijftig. Het was prachtig. Uit alles sprak een diepe waardering voor deze man, uit de woorden van zijn zoon, die soms nauwelijks verstaanbaar waren door de emotie, en ook uit de woorden van een werknemer, die sprak voor zijn ex-werkgever.

In de rouwadvertentie stond: “ik heb een mooi leven gehad”, maar dan in het plaatselijke dialect dat hij sprak. Het waren woorden die hij kort voor zijn overlijden uitsprak. Ik geloof dat het waar is.

Trouw

Ik zag de laatste twintig jaar wel eens vage berichten van marketeers met hun wijsheden. Over hoe bedrijven tegenwoordig hun best moesten doen om goed personeel te krijgen. En wat ze moesten doen om het te houden. Ik ben uit de tijd dat het andersom was. Als werknemer moest je je best doen om bij een bedrijf te komen.

Ik werd benaderd door een (mij bekend) bedrijf om daar eens te komen praten. Ik heb het beleefd afgeslagen. Want kennelijk zit er toch iets in wat die marketeers allemaal te mekkeren hadden. Ik zie even niet in hoe dat bedrijf mij los zou moeten weken van mijn plek. Ten eerste heb ik interessant werk. Ten tweede heb ik vrijheid. Ten derde heb ik een fijne manager die mij nog een persoonlijke kerstkaart stuurde vanuit Duitsland waarmee ze liet blijken dat ze blij met me was. En het Amerikaanse bedrijf waar ik zit heeft goede arbeidsvoorwaarden. Nadelen zijn er ook, het blijven Amerikanen die snelle winsten willen, ik zit niet meer in finance, al reken ik meer dan ooit, en de situatie nu is zo goed dat die niet gaat blijven, want zoiets blijft nooit.

Maar dat is geen reden om nu al te gaan uitkijken naar een ander bedrijf. Maar dat is Linkedin. Daar gooi je al je lijnen uit in de hoop dat je een grotere vis vangt. Bij mijn profiel staat dat ik nog bij mijn vorige werkgever werk. Ik vind mijn vis groot genoeg momenteel. Ik gooi mijn lijnen wel uit op het moment dat men mij niet meer waardeert. Want voor mij blijft dat de grootste drijfveer, waardering van mensen die je respecteert.

Promovendus

Ik was uitgenodigd om de openbare verdediging van het proefschrift van een kennis/vriend bij te wonen. Ik was vereerd met de uitnodiging en vanochtend mocht ik het schouwspel gadeslaan. Ik zat in de zaal te wachten, tot gebonk met een stok klonk, en er een stuk of tien doodgravers achter elkaar de zaal binnenkwamen. Hoog- en zeergeleerde heren kwamen binnen om de promovendus het vuur aan de schenen te leggen. De promovendus wordt begeleid door paranimfen, vroeger een echte functie, tegenwoordig ceremonieel.

Er is de “beklaagdenbank”, waar de promovendus achter staat, links van hem, rechts voor de kijkers zitten zijn medestanders van de universiteit, en rechts van hem, links voor de kijkers, zit de oppositie. Achter de promovendus zitten de paranimfen. De oppositie bestaat uit doctoren en professoren die het proefschrift hebben gelezen en er wat kritische vragen over stellen. Wat heet kritisch, eentje was ronduit agressief. Die vond het een mooi proefschrift, maar had wel enkele kanttekeningen, waarbij hij het woord waardeloos gebruikte. Hij was zeer cynisch over een bepaald onderwerp, maar de promovendus liet zich niet uit het veld slaan, en gaf er een mooie draai aan. Dank u wel voor de mooie woorden, hooggeleerde heer, en dank u wel voor de mooie vraag. En vervolgens een onbegrijpelijk betoog. Ik begreep de vraag al niet eens. De agressieve hoogleraar was echter niet tevreden en zei dat de vraag die hij had gesteld niet beantwoord was. Nee logisch dacht ik, stel je vraag dan in begrijpelijke taal. Nou ja, het bleek een spel te zijn, omdat de promovendus uit het bedrijfsleven kwam en ze hem wel even wilden laten merken dat alleen academische waarden tellen, en dat het bedrijfsleven er maar een potje van maakte. De andere vier uit de oppositie waren een stuk schappelijker, alleen wel net zo onbegrijpelijk.

De agressor stelde als laatste nog een vraag, maar toen hij klaar was met zijn vraag werd hij bruut onderbroken door de man met de stok, die de rector meedeelde dat de tijd om was. Dan lopen de doodgravers in een rij naar buiten, gaan zogenaamd even overleggen, en komen tien minuten later terug met de mededeling dat ze hem de graad van doctor hebben toegekend. Het was voor mij de eerste keer ooit dat ik een universiteit had betreden, en gelijk mocht ik toeschouwer zijn van een mooie poppenkast, zonder dat negatief te willen laten klinken. Het is een mooie traditie, indrukwekkend zelfs. Het lijkt me ook een geweldige baan om in de oppositie te mogen zitten. Aan de andere kant, ik zou beter de man met de stok kunnen spelen. Kwestie van de tijd in de gaten houden. Dat kan ik.

Surprisestress editie ….

Qua surprises maken ben ik bijna klaar. Mijn kinderen snappen er zelf niks van, ik steek mijn hand in eigen boezem, dus het maken van een surprise voor school is mijn taak. Ik weet niet meer wat ik allemaal in elkaar geknutseld heb, maar ben er ook wel een keer klaar mee. Dit zou de eennalaatste moeten zijn. Ik werd wat baldadig. Maar het resultaat mag er zijn. Als u het niet ziet, het wordt een eenhoorn. Een mannetje.

Zo, dan. Ik vind het mooi, de bijdrage van Tammar was het kopen van de cadeautjes.  Mwah. Nou ja, ik moest het vroeger zelf doen, maar dan werd het gewoon een grote doos vol propjes. Ze vroeg wel gelijk of die piemel er wel afkon. Ik stelde haar gerust. Dit is slechts een prototype. 

De klok rond

Ik heb de klok rond geslapen. Niet omdat ik moe was, maar omdat ik ziek was. Nou ja, ziek, ik heb geen idee wat ik heb, maar als ik inadem heb ik pijn in mijn zij. Alsof ik aan het hardlopen ben en steken krijg. Zomaar ineens, sinds vrijdagavond.

Irritant. Want als je hardloopt kun je vaart minderen. Minder inademen is een stuk lastiger. Ik zit me maar af te vragen wat dit kan zijn. Internetdokteren levert een tal van mogelijkheden op, van onschuldig tot ernstig. Stress wordt niet genoemd, dus dat kan het niet zijn. Er staat ook niet dat het niks kan zijn, dus niks kan het ook niet zijn. Twee oorzaken uitgesloten. Het kan volgens mijn ook geen achillespeesontsteking, alzheimer of een gebroken sleutelbeen zijn. Zo komen we toch al dichter tot de oorzaak.  In werkelijkheid maak ik me wel zorgen, maar dat zit in mijn aard. Meestal is het niets, en mijn Opa zei altijd: wat vanzelf gekomen is, gaat ook vanzelf weer weg. Er is geen speld tussen te krijgen, alleen de tijdspanne kan soms langer zijn dan een mensenleven. Te laat dus. Maar goed, vroeger kon je zulke dingen nog makkelijk zeggen. 

Ik bedoel maar, Freddie Mercury heeft ook geen aids meer inmiddels. En de dinosaurussen zijn er ook niet meer. Mijn Opa ook niet. Goed. Het blijven vervelende ongemakken. Maar we gaan er maar vanuit dat het weer over gaat. Want dan pas ben je weer gerustgesteld. 

Vooringenomen.

Woensdag vond iemand mij vooringenomen omdat ik een negatieve mening over virtual reality had, terwijl ik nooit zo’n bril had gedragen. Ik vond het niks en nep en daarvoor hoefde ik dus niet zo’n bril gedragen te hebben. Ik had nog geen idee dat ik vandaag al zo’n bril zou dragen. En het was nog slechter dan ik had gehoopt. Ik dacht namelijk dat het wel mooi zou zijn maar dat je je nooit zou laten foppen en het contact met de werkelijkheid niet zou verliezen, en dus zou het een ervaring zijn die niets toevoegt.

De bril is ongemakkelijk en zwaar, maar het ergste is dat hij steeds beslaat waardoor de schijnwerkelijkheid steeds mistiger wordt. Bovendien moest je een infantiel spelletje spelen, waar ik al helemaal niks mee heb. En je verliest het contact met je collega’s, die dit uitje verzonnen. Het eten tussendoor was ook matig, dus al met al was dit niet aan mij besteed. Het enige wat ik wel mooi vond was de Waalkade, waar het allemaal plaatsvond. Maar die kan je sowieso wel eens bezoeken.

Vooringenomen, ik? Dat lijkt maar zo. Ik kan dingen gewoon goed inschatten. Zo weet ik ook precies welke landen ik leuk zal vinden en welke niet, terwijl ik er nooit geweest ben. Welke auto’s me zullen bevallen en welke niet, al heb ik er geen meter in gereden. Welke sporten ik leuk zal vinden en welke niet, al heb ik ze nooit beoefend. Hartstikke efficiënt als je dat kunt zoals ik. Nou goed, het is eigenlijk wel vooringenomen. Ok, ik beken. Maar moet je dan eerst alles maar uitgeprobeerd hebben eer je er een mening over mag hebben? Welnee, anders zouden we nooit het land van duizend meningen zijn geworden.,

Douche

Ik ben vorige week na 15 jaar niks doen weer begonnen met badminton. Ik werd uitgenodigd en vanavond was de tweede keer. Ik wil er niks meer in bereiken en eigenlijk doe ik liever niks, maar dat is ook zo weinig. Alleen in mijn hoofd kan ik het nog. De slag is er ook nog wel maar het balgevoel en de looptechniek zijn hopeloos. Razendsnel naar voren is er niet meer bij. Nou ja, het valt al mee dat ik na twee keer nog op de been ben.

Maar de tijd heeft niet stilgestaan. Ik ben vijftien jaar zwaarder, maar er zitten nog verrekte weinig atleten op deze sport. Voornamelijk vijftig plussers en hier en daar een uitgezakte veertiger. Onder de douche wordt je er niet vrolijk van. Vroeger had ik daar toch minder last van, maar nu zie ik uitgezakte lijven, lelijke tenen en verschrompelde penissen. Ik zie het allemaal, helaas. Ik heb altijd al de neiging gehad om snel te douchen en me daarna zo snel mogelijk aan te kleden, maar deze mannen gaan uitgebreid een gesprek staan voeren in hun blote lijf. Het interesseert ze kennelijk niks meer. Ik ga voortaan wel thuis douchen, want het mag dan wel puur om de lichaamsbeweging gaan, je moet nachtmerries ook niet uitlokken, vind ik. Onderstaande foto doet verder niet terzake, maar het laat zien hoe ik eruitzag toen ik op mijn best was, qua badminton. De Ieren om me heen geven een indruk van hoe het er onder de douche uitzag. Mack vice

Koos Alberts, 1947-2018

Vandaag is Koos Alberts overleden. De man die vanuit het niets ineens een monsterhit scoorde met “ik verscheurde je foto”. We vonden hem belachelijk in die tijd. Al die kennissuh….zongen we dan. En eerlijk gezegd was het ook bagger. Tenminste, dat vond ik, want er zijn natuurlijk legio fans die het wel fantastisch vinden. En eerlijk is eerlijk, “Zijn het je ogen” is een lekkere meezinger. Toen hij een tragisch ongeluk kreeg was er van ons geen medelijden. Welnee, wij zaten op school en zongen: ik scheurde in me auto en nu ben ik verlamd. En dat vonden we dan grappig. Nu ben ik ouder en moet ik me schamen voor het leedvermaak. Maar het was niet echt leedvermaak. We dachten niet aan zijn leed. Mijn mening over zijn muziek is niet veranderd. Maar we hadden hier wel te maken met een ontzettend lieve man. Een goedzak, een sul wellicht. Zijn platte Amsterdams wat nog door één stemband werd voortgebracht was haast onverstaanbaar. Maar hij werd gelukkig van muziek en zijn trouwe fans en Corrie Konings was volgens hem de beste Nederlandse zangeres. Ik weet het niet. Maar Koos verdient eerbied. Ik maak nu een buiging voor de mens Koos Alberts.
Rust zacht Koos, en vergeef ons onze schuld.

Burt Reynolds 1936-2018

Er zijn precies tien acteurs die in mijn lijstje ‘beste tien acteurs’ staan, maar de vandaag overleden Burt Reynolds staat daar niet in. Maar hij zou wel eens de acteur kunnen zijn waarvan ik de meeste films heb gezien. Niet dat ik er zoveel van hem gezien heb, maar er zijn drie films van hem die ik meer dan tien keer heb gezien. The Cannonball Run staat bovenaan, daarna Smokey and the Bandit, en Hooper, die vonden mijn broer en ik ook leuk. Het kwam allemaal door het lachje van Burt. Broer en ik doen hem nog steeds na. Niet alleen zijn lachje, maar ook quotes uit de films. “Oh yeah? What kind of convention, convention of assholes,” gevolgd door zijn lachje.

Tja, Burt heeft wat teweeg gebracht. Hij sleepte ons er doorheen in de jaren tachtig. Een icoon uit de late 20e eeuw. Zijn medeacteurs uit the Cannon Ball run zijn er vrijwel allemaal ook niet meer. Dankjewel Burt, je maakte een moeilijke tijd lichter. burt