Doe iets

Doe iets, zong Frank Boeijen vanochtend toen ik naar de stort reed. Het is zo’n brave huisvadersklus, naar de stort rijden op zaterdag. Zeker als je met een gezinsauto gaat. Maar wat niemand aan mij ziet is waar ik aan denk. Een rode Alfa Romeo Giulietta. De meest verleidelijke auto van het moment. Ik kijk op de site en ik laat mij gek maken. Wat zou Frank er van vinden?

F1 en de zes kampioenen.

Dit weekend gaat het formule 1 seizoen weer van start. Wie wel eens een Formule 1 in het echt voorbij heeft zien razen, weet wat dat losmaakt. Voor het eerst in de geschiedenis doen er in 1 seizoen zes wereldkampioenen mee. Schumacher, Alonso, Vettel, Hamilton, Button en Kimi (The Iceman) Raikkonen is terug van weggeweest. Kimi is de snelste van allemaal, als het tenminste op pure coureurskwaliteit aankomt. In 1994 reed er, nadat Senna verongelukte, geen enkele wereldkampioen mee. Dat was ook niks. Zes is misschien weer een beetje veel van het goeie.

De F1 carrière van Michael Schumacher heb ik van het begin tot het eind meegemaakt. Ik ga er tenminste vanuit dat we nu ongeveer aan het einde zitten. Later, als Hans groter is, en hij leest in de boeken over Michael Schumacher, de enige coureur ooit die zeven keer wereldkampioen werd, en praktisch alle records brak die er te breken vielen, en hij wil van mij weten hoe goed deze man wel niet was, dan zal ik hem antwoorden: In 1994 en 1995 reed hij met verboden technische hulpmiddelen, daardoor was hij zo snel dat Senna -de beste ooit- zich door hem in een fout liet dwingen en verongelukte. Was dat niet gebeurd, had hij geen enkel record dat op zijn naam staat gepakt. In zijn jaren bij Ferrari had hij de beste auto, het hoogste budget, kreeg hij alleen teamgenoten die in dienst van hem reden en desondanks soms toch nog sneller waren, en overtrad hij de nodige regels om zich van het kampioenschap te verzekeren.
Nu, in de nadagen van zijn carrière rijdt hij weer voor een van de teams met het hoogste budget, wordt hij zoekgereden door zijn teamgenoot en is hij al een paar jaar niet op het podium geweest. Jos Verstappen versloeg hem altijd met karten. Nee, het is een behoorlijk overschatte coureur, Hans.

Zwiepers

Veel schuivers met de auto heb ik niet gemaakt, maar er waren wel een paar hele mooie bij. Mijn Peugeot 205 GTI was de koning van de schuiver. Maar in die tijd was ik in mijn twintiger jaren en waren mijn reflexen dusdanig dat ik hem op de weg hield ondanks dat hij vier keer driftig met z’n kont zwaaide voor hij weer recht kwam. Later maakte ik op een besneeuwde weg nog een glijer waarvan ik me nu nog afvraag hoe ik het hek langs de weg niet heb geraakt. En verder ging het in de regen ook nog wel eens mis. Onhandelbaar bijna, als hij eenmaal gleed. Met mijn Fiat Punto GT maakte ik ook een keer een hele mooie, maar het was puur geluk dat ik tussen twee lantaarnpalen door de weg af gleed. Ik stond achterstevoren op een grasveld en kon er onbeschadigd weer afrijden. Met mijn Alfa maakte ik nooit schuivers. Dat lag niet zozeer aan de auto maar meer aan het feit dat ik ouder en voorzichtiger was geworden.

Vanavond maakte ik er weer één. In een Nissan Almera Tino nota bene. Ik zag hem niet aankomen maar ineens gleed ik de bocht uit. Met nog pijnlijke pols ving ik de zwieper op maar ik had daarna een iets verhoogde hartslag. Bovendien had ik tijdens het corrigeren de ruitenwissers aangezet dus dan is het niet cool. Maar veruit het uncoolst was wel de keer dat ik met een motor uitgleed over bladeren en geen idee had hoe je zoiets moest corrigeren, behalve dan achter de motor aan glijden tot die tot stilstand kwam. Nee, motoren zijn hopeloos. Daar zou zelfs ik winterbanden op laten zetten.

Op de fiets

Zoals algemeen en wereldwijd bekend, fiets ik nu regelmatig naar mijn werk. Want geen mooier vermaak dan leedvermaak. Ik scheen vroeger een auto te hebben, een kanon met een 6 cilindermotor, razendsnel en tranentrekkend mooi. Ik kan me het niet meer zo goed herinneren. Het was een Alfa Romeo, een rijdersauto, pure lust op wielen. Maar bij lange na genoot ik niet zo van ritten in die auto als dat ik nu twee keer per week doe met een Nissan Almera Tino. Want wat een comfort! Wat een winddichte bestuurdersplek! Wat een mooie ruitenwissers! Verwarming! Een radio! Een dak, een stoel, en gaspedaal. Duizelingwekkende snelheden van wel 70 km/u! Wow!

Nee fietsen is niet alles. Zeker niet voor mannen van middelbare leeftijd. Want nu hoef ik ‘maar’ 7,5 km terwijl ik vroeger dagelijks bijna 15 km moest. Toen wist ik niet beter en was het ook geen probleem. Soms had je een ijskoud voorhoofd als de hagelstenen je geselden, maar het deerde praktisch niet omdat je niet beter wist. Nu wel, en lijken die 30 minuten wel een half uur.

http://www.youtube.com/watch?v=d1bYRaihts0

Koen Vergeer

Het eerste boek wat ik van hem las maakte mij totaal lyrisch. En nu ik in het tweede begonnen ben, bevind ik mij in precies dezelfde gemoedstoestand. En ik kan zijn naam wel met u delen, maar voor u gaat het vast niet werken. Zijn naam is Koen en hij schrijft over de Formule 1. Hij doet dat op weergaloze wijze. Hij neemt je mee naar vroeger, naar zijn kinderjaren en vertelt hoe hij onlosmakelijk verbonden raakte aan de F1. Hij is net een paar jaar ouder dan ik, dus zijn helden waren Jacky Ickx, Ronnie Petterson en Jacky Stewart. Ik begon met Lauda, Andretti en (ook) Petterson. Hij schrijft over de turbulente jaren 70 waarin elk seizoen een aantal coureurs verongelukten. De belangrijkste voor hem was Roger Williamson die in 1973 op Zandvoort crashte en voor de ogen van duizenden toeschouwers en ook voor die van Koen, levend verbrandde in zijn auto.

Niet dat Koen als kind wist wie het was, die daar verongelukte, maar het beeld van de klap, de brand, de amateuristische officials langs de baan, het stoïcijns doorrijden van de andere coureurs, behalve dan David Purley die wanhopig probeerde de arme Williamson te redden, heeft zijn leven verbonden aan de F1.

http://www.youtube.com/watch?v=3mz3ZzSXyWM

Later werd door een journalist gevraagd aan Niki Lauda waarom ze allemaal doorreden en niet hielpen. Lauda had hem bits toegebeten dat hij betaald werd om te racen, niet om te redden. Dezelfde Niki Lauda die twee jaar later op de Nürburgring uit zijn brandende auto werd gered door drie andere coureurs. Hij heeft op het randje van de dood gelegen en hij is voor het leven getekend, maar hij kan het navertellen.

Koen eert de dode coureurs, zijn helden, in zijn verhalen. Voor wie van F1 houdt, zijn zijn boeken een absolute aanrader. Als u de grote lijnen weet, weet Koen de details.

Ongemerkt.

Gisterenochtend had ik een idee. Ik moest fietsen naar mijn werk en ik miste een radiootje. Een half uurtje in de auto was vroeger mijn informatiebron. De laatste tijd was dat nog maar amper tien minuten, dus dat schoot niet op. Ik herinnerde me dat er op mijn telefoon een radio zit. Ik zocht twee oortjes en probeerde het uit. Op de heenweg was ik alleen bezig zenders te zoeken en uitsluitend bij piraten bleef hij hangen. Maar op de terugweg ging het beter, ik had radio één. Het fietst een stuk gemakkelijker als er informatie door je oren gepompt wordt. Wat wel vreemd was, was dat ik met de wind mee en in noordelijke richting een perfecte ontvangst had. Als ik in westelijke richting fietste (richting Hilversum) waren er storingen. Bovendien suisde de wind dan zo hard langs mijn oren dat het niet meer te verstaan was. Dus moet ik maar ergens langs het kanaal gaan wonen zodat ik alleen nog maar in noordelijke richting hoef te fietsen.

Sommigen zullen het al door hebben. Eerst een regenpak, toen schoenhoezen, daarna een ijsmuts en nu een radio. Ik ben langzaam een auto om mij heen aan het bouwen.

Ayrton Senna da Silva

Ik keek vandaag een dvd die ik onlangs in mijn schoen vond. Het ging over de opkomst en ondergang van Ayrton Senna. Ademloos heb ik zitten kijken. Ik herinnerde me weer hoe de formule 1 ooit was, toen er nog echte helden waren. Ik beleefde vroegere emoties opnieuw en ik zag hoe een jonge coureur in opkomst in een kansloos team bijna een race won. Ik zag hoe zijn ouders zich zorgen maakten om hun zoon, zo gevaarlijk als zij de sport vonden. Ik zag Senna’s gedrevenheid, zijn opstand tegen de racebazen, zijn opstand tegen collega coureurs, maar vooral de grote rivaliteit tussen hem en Alain Prost. Ik zag de angst in zijn ogen na het bijna fatale ongeluk van collega Donnely en ik zag zijn onwankelbare geloof in God, waarmee door sommige anderen de spot werd gedreven.

In zijn laatste seizoen, 1994, voelde hij zich niet comfortabel met de auto. Tijdens zijn laatste grandprix weekend, waarin nóg een coureur, Ratzenberger, dodelijk verongelukte, en waarbij zijn Braziliaanse collega Barrichello een zware crash meemaakte en bovendien in het publiek ook een dode viel door rondvliegende brokstukken, sprak hij met zijn vriend, de racedokter over stoppen. Die ochtend had hij nog met zijn zus gebeld en zei dat hij God’s hulp had gevraagd. Die kwam er in een passage uit de bijbel waar zijn oog op viel, waarin stond dat hij de grootste gift tot nu toe zou ontvangen, God zelf.

Een paar ronden op weg in de race, hij lag op kop, vloog hij er op een volgaspositie af. Hij had zoveel pech dat een stang van de ophanging zich door zijn helm boorde. Was dat niet gebeurd, dan had hij de wagen wandelend verlaten. Hij had geen blauwe plek en geen gebroken bot. Zijn vriend, de racedokter verklaarde dat toen hij de zwaargewonde Ayrton behandelde hij hem op zeker moment zijn lichaam zag ontspannen en een tevreden zucht hoorde slaken. Hoewel de dokter niet religieus was zei hij dat hij dacht dat dat het moment was dat Ayrton’s geest zijn lichaam verliet. Een paar uur later werd hij officieel doodverklaard. Ik huilde destijds toen het bekend werd. De beste en meest gedreven coureur ooit had het leven gelaten en liet zijn geboorteland Brazilië in diepe rouw achter…

Goodbye my friend

Een jaar of zes geleden nam ik op dramatische wijze afscheid van een auto, mijn geliefde Fiat Punto GT. Het was wat over the top, maar er zat een kern van waarheid in. Vandaag moest ik de auto die mij het langst en het trouwst gediend heeft, vaarwel zeggen. Helemaal uit Zoetermeer kwam de koper. Hij kwam met zijn zoon, die de nieuwe berijder zou worden. Vader had een echt Alfahoofd en was ook in het bezit van meerdere Alfa’s. U denkt misschien dat ik een grapje maak over een Alfahoofd, maar dat is niet zo. Ik kan het slecht uitleggen, maar Alfarijders hebben specifieke gelaatstrekken die ik niet heb. Vaak hebben ze iets langer golvend haar, een beetje onverzorgd en dragen ze een stoppelbaardje. Een sigaret staat ze goed. Deze maakte het plaatje kompleet door een spijkerbroek met nette schoenen te dragen en daarbij een lange jas. Prima.

Wiebe, want zo heette hij, kocht hem zonder een proefrit te maken. Hij luisterde naar de motor, voelde met zijn vingers aan de olie, keek in de vulopening en beoordeelde het als oke. Hij maakte ter plaatse het geld over en samen reden we naar het postkantoor. Daar werd de overschrijving geregeld en ik mocht nog één keer terugrijden. Ik trapte het gas nog éénmaal diep in en voelde zijn kracht. Na een kopje koffie liep ik nog met ze mee om de laatste groet te brengen. De zoon maakte een telefoontje naar de verzekering, maar kreeg de auto niet verzekerd. Het vermogen was te hoog voor zijn jeugdige leeftijd. Ik sprak met ze af dat ik de auto dit weekend nog verzekerd zou houden zodat hij naar huis kon rijden en daar een andere verzekeringsmaatschappij kon zoeken. Ik gaf ze een hand, wenste ze veel rijplezier en daar reden ze weg. Mijn Alfa voorop, en hun meegebrachte Alfa er achteraan. Ik keek ze na tot ze uit het zicht waren en liep met een vreemd gevoel terug.

’s Avonds stond ik buiten met mijn schoonzus en weer zag ik wat ik een paar jaar geleden ook zag. Ufo’s boven Duiven. Het leken vogels, maar ze gaven licht. Het waren vijftien tot twintig lichtjes die in horizontale richting laag over de daken vlogen. De lampjes gingen aan en uit. Mijn schoonzus vroeg aan mij wat het waren, en ik antwoordde: ufo’s. Ze geloofde me niet, maar het was de waarheid. Ze stond er boven op, zag het met eigen ogen maar weigerde te geloven. Het was een eerbetoon van buitenaardsen aan mij en mijn Alfa. Dat moest wel.

Daarnet kwam er een mailtje van Wiebe dat de Alfa prima reed. Hij is in goede handen.

http://www.youtube.com/watch?v=HjespGPhoMw

308 km/u door de provincie.

Op Geen Stijl dook een filmpje op waarop te zien is hoe een jongeman in een Nissan GT-R 308 km/u haalde. Gewoon in Nederland en niet eens op de snelweg. Nee, een tweebaansweg. Ik las op nu.nl dat de politie de snelheidsovertreding onderzoekt. Ik ben geen jurist, maar mij lijkt het toch sterk dat hij hiervoor strafrechtelijk vervolgd kan worden. En als het wel zo is, dan is het zijn eigen domme schuld.

Nu lees ik praktisch nooit op Geen Stijl, maar er viel mij iets op. Het overgrote deel van de reageerders daar vond de actie schandalig. Idioot, maniak, ik hoop dat je je te pletter rijdt, als je mijn dochter raakt ga je de rest van je leven met pijn verder, en meer van die loze kreten die men slaakt als men zich anoniem waant. Ikzelf denk wel: oei, wat gaat hij onverantwoord hard langs die medeweggebruikers, als er eentje niet oplet heb je een vreselijk ongeluk. Aan de andere kant, ik zou het niet durven maar ik vind het een schitterend filmpje. Ik hou wel van dit soort burgerlijke ongehoorzaamheid in een bloedsnelle auto. De Nissan GT-R is goedkoper en beter dan de meeste Porsches. Natuurlijk, als de bestuurder een ongeluk had veroorzaakt zou ik er anders over denken, maar dat is het hem nou juist, het ging allemaal goed.

Nee, mijn verstandelijke ikke keurt deze actie af, maar mijn gevoels-ikke vind het geweldig. Maar die Geen Stijl reageerders vallen me zwaar tegen zeg. Anarchisten in hart en nieren veranderen plots in moraalridders omdat iemand hen aftroeft met een daad.

Heidelberg en Lorelei

Heidelberg is een prachtige stad. Als je het vergelijkt met Apeldoorn is het zelfs een oogverblindend mooie stad. Een beetje stad, en daar zijn er gelukkig heel veel van, ligt aan een rivier. In het geval van Heidelberg is dat de Neckar. Ik had nooit van de Neckar gehoord, maar neem van mij aan, dat is een kwalificerende rivier. Zo’n rivier waaraan je een beetje stad kunt bouwen.

Ja, het was weer motorweekend. Ik mocht mee als pace-car. Er was een mooie route door het Odenwald uitgestippeld, met mooie weggetjes en mooie natuur. De natuur daar is prachtig. Als je die vergelijkt met die van Apeldoorn zelfs oogverblindend. Natuurlijk, de natuur in Apeldoorn kan er best mee door, maar een beetje ruimte en wat heuvels doen wonderen voor het aanzicht.

In Heidelberg is een tunnel. Ik was er op de heenweg al doorheen gekomen en het kind in mij verheugde zich al op de terugweg. De tunnel deed mijn Alfa klinken als een heuse racewagen. Zelfs de motor achter mij moest diep buigen. De nationaal-socialistische flitskast voor mij echter niet. Die flitste mij gewoon alsof hij in het geheel niet onder de indruk was van de Italiaanse decibellen. Flitskasten zijn een Nederlandse uitvinding. Ze geven verzetslieden aan bij de vijand. Maar genoeg geweend nu. Op de laatste dag reden we langs de Rijn, en omdat het mooi weer was had ik de ramen open. De Rijn, en dus ook de weg, kronkelde daar stevig en ik hoorde plots een werkelijk prachtig gezang. Het leek boven vanaf een rots te komen en ik probeerde het geluid te lokaliseren. Ineens zag ik haar. Het was Lorelei. Ze was prachtig en ze zong nog veel mooier, zeker als je het vergelijkt met het gezang van een Apeldoornse straatmuzikant zou ik eigenlijk de term ‘hemels’ moeten gebruiken. De waternimf met de gouden haren betoverde me met haar schoonheid en haar gezang, maar ineens werd de betovering verbroken doordat ik gedachtenloos maar verkeerd terugschakelde. De Alfa Romeo overstemde haar gezang met zijn gebrul en ik schrok uit mijn trance. Net op tijd, want ik zat al op de andere weghelft. Vanaf nu noem ik mijn auto Lorelei. Voluit, Alfa Romeo Lorelei. Een schitterende naam voor een legendarische auto.