De medeweggebruiker

Ik hou van autorijden. Het meest van puur autorijden. Het liefst in een auto met benzinemotor en handschakeling. Die heb ik dan niet, maar Linda wel. Het stelt niet veel voor, haar Renault Modus 1.2 is geen beest, maar dat hoeft ook niet. Ik reed er mee naar het bos, en gooi de hond achterin, in omgekeerde volgorde. Dan rij ik over een weg waar ik al 35 jaar rij, je mocht er vroeger tachtig, nu nog maar zestig, omdat ze eenmaal alles naar de kloten helpen in onze rubbertegelmaatschappij. Vroeger toen ik op de middelbare school zat werd ik vrijwel dagelijks ingehaald door een Autobianchi A112 Abarth. Ik hoorde hem al van ver aankomen, hoog in de toeren en hij haalde mij zeker met 100 in, als het geen 120 was. Mooi vond ik dat.

Als het op autorijden aankomt lijd ik aan hetgeen waar mannen wel vaker van beschuldigd worden, ik kan het beter dan gemiddeld. Ik begrijp dan ook niet waarom ik moet lijden onder die censuur van verkeersdrempels en snelheidsbeperkingen. Aan veel snelheidsbeperkingen hou ik me dan ook niet, tenzij ik ergens vreemd ben en de situatie niet ken. Tot zover de arrogante lul in mij.

Ik reed dus tachtig op deze weg en voor mij doemde de achterkant van een fietser op. Geen probleem, alleen in tegenovergestelde richtig kwamen twee fietsers aan. Ik had net lekker de gang erin, lekker doorgetrokken in de versnellingen, twee handen aan het stuur, ogen op de weg, en toen moest ik inschatten, duik ik achter deze fietser en rem ik af, of haal ik hem in en ga ik daarna naar rechts om de tegemoetkomende fietsers ruimte te geven? Ik schatte in dat het de laatste optie moest zijn, en zo geschiedde, ruim voor de tegemoetkomende fietsers ging ik weer naar rechts. Maar toch ontstak het oude wijf in woede en gebaarde wild dat ik zachter moest. Dat maak ik dus zelf wel uit. Dus ik deed net of ze zwaaide en zwaaide vriendelijk terug. Zo ben ik dan ook wel weer. Dat grapje haal ik vaker uit in de hoop dat de betreffende moraalridder (meestal grijsaards) nog pissiger wordt. Paarden, kinderen en politie. Dan rem ik af en ga er zachtjes -veel minder dan zestig- langs. De rest heeft geen invloed op mijn rijstijl. Tenzij Linda naast me zit, die bemoeit zich er ook graag mee. Nou ja. Niemand is perfect.

Ik geef het op

Het is een grote frustratie. Misschien herinnert u zich nog het verhaal over mijn auto, dat het maar niet wilde lukken om een andere geschikte auto te vinden, en dat ik besloot om mijn auto te laten opknappen. Nieuwe velgen, overspuiten en wat kleine reparaties. Dit ging in fases. Na de eerste fase, het overspuiten, kreeg ik de auto terug met een dikke beschadiging op de bumper. Dus mijn auto was nog steeds niet zoals ik hem wilde hebben.

Het duurde een paar weken, maar wederom werd mijn auto gerepareerd, de achterbumper werd opnieuw gespoten, er werd een kleine parkeerschade gerepareerd en ik kreeg hem vrijdagavond terug. Op zaterdagochtend bekijk ik de auto met een zekere liefde en tot mijn grote schrik zie ik een nieuw deukje en een deukje in de nummerplaat. Ik raak licht aan de kook, neem contact op met de garage, die weten uiteraard van niks, maar ik spreek met ze af dat ze dit nog repareren.

Vandaag, ik ga even met de hond naar het bos, één of andere paardenlul met een busje blokkeert hier de weg, ik manoeuvreer mij er langs, maar aan de rechterkant ligt een grote steen op de weg, en ik beschadig mijn net gepolijste en gespoten velg. Het mag gewoon niet zo zijn dat ik met een onbeschadigde auto rondrij. Al is het maar een dag.

Het is mij niet gegund

Sinds juni ben ik bezig met een zoektocht naar een andere auto. Dit omdat diesel in het verdomhoekje zit en je diverse steden niet meer in mag. De eerste waar ik interesse in had was een Alfa 166 uit 1999. Ik was weg van de auto, totdat ik achterin plaats nam en daar met mijn hoofd tegen het dak zat. Toen kwam er een Opel Insignia, ik had een goede inruilprijs gekregen maar toen ik er kwam deed de auto me niks en dacht ik dat ik spijt kon krijgen. Gelukkig zat ik daar ook achterin met mijn hoofd tegen het dak, dus kon ik makkelijk nee zeggen. Toen kwam er een Alfa 159 waarvoor ik helemaal naar Geleen reed, maar ik vond hem niet mooi genoeg. Nog een Alfa 159, mijn dochter was mee, alles leek goed, het ding ging als de brandweer maar ineens bleek mijn dochter daar niet achterin te passen. Ik heb nog gekeken naar BMW’s maar dat mocht niet van mijn vrouw.

Twee weken geleden liep ik tegen een Peugeot 508 aan, we hadden al een overeenkomst over de prijs maar toen ik ging rijden viel hij me enorm tegen. Hier wel een zee van ruimte op de achterbank trouwens, er is altijd wat. De autoverkoper constateerde later dat de turbo kapot was, en kreeg die ook niet snel gemaakt. Ondertussen had ik het zo goed als opgegeven en maar besloten dat mijn huidige auto dan maar een beetje opgeknapt moest worden. Intussen bleken de spookverhalen over diesel nog mee te vallen. Ik mag Amsterdam nog gewoon in, al kom ik daar nooit. Afgelopen week was het zo ver. Ik moest mijn auto een week missen en vandaag kreeg ik hem terug. Hij was nog niet helemaal klaar. En de garagehouder had er net nadat hij van de spuiter terugkwam een dikke beschadiging op gemaakt. Dus nu kan hij weer terug. Het is mij niet gegund, mij, een van de grootste autoliefhebbers van het westelijk halfrond, die zich al weet ik veel hoe lang op een strakke auto zit te verheugen.

Herhalende droom

25 februari 2013, 23 september 2015, 4 januari 2017, 20 januari 2018 en 7 augustus 2020. Dat zijn de datums waarop ik mijn repeterende droom had, en waarvan ik in 2013 al wist dat het een repeterende droom zou worden. Dan droom ik dat ik mijn zwarte Peugeot 205 GTI nog heb. Gisteren haalde ik hem uit de garage en Hans reed mee. Het ding reed nog als een speer. De tank was bijna leeg en ik dacht nog, ik heb bijna twee jaar met deze tank benzine gedaan. Moet ik nu drie tanks gaan volgooien? (mijn Punto GT stond ook zonder peut, net als mijn huidige Renault) Dat wordt wel een hele dure grap. En toen schoot het in mijn hoofd dat ik deze auto moest verkopen, want die was nu geld waard. Dat gebeurt met auto’s die je werkloos in de garage laat staan. Met de opbrengst van deze en van mijn Renault zou ik een prachtige Alfa kunnen kopen.

En toen werd ik wakker. Ik had het opgegeven die zoektocht naar Alfa Romeo’s. Ik heb van de week zelfs een Renault dakkoffer+dakdragers gekocht om mijn besluit kracht bij te zetten. Maar om mijzelf te pijnigen heb ik mijn zoekopdracht nog niet verwijderd. En dus kreeg ik vanochtend de perfecte Alfa voorgeschoteld. Een 159, de juiste motor, het juiste bouwjaar, de juiste kleur, bijna het juiste interieur, de juiste garantie, de juiste kilometerstand en de juiste prijs. Het enige minpuntje was dat het ook een geïmporteerde auto betrof, en verder heb ik liever een stoffen bekleding dan leren. Maar dit was in elk geval licht leer, niet dat lelijke zwarte. Deze had dus niet twee weken geleden voorbij moeten komen. Nu wel, nu doet het me niks meer.

Knoop

Ik heb een knoop doorgehakt vandaag. Na een maand of twee van zoeken naar andere auto’s kwam ik op de laatst overgeblevene uit. Een pracht van een bruine Alfa Romeo 159. Ik belde gisteren om te komen kijken maar het bedrijf bleek dicht die dag. Dus zou ik vandaag gaan. Ik had de man aan de telefoon om een prijs te krijgen voor mijn Renault. Het gebruikelijke riedeltje. “Een diesel, dat ligt wat lastig, u zult het al wel meer gehoord hebben”. Ondertussen opende hij de foto’s die ik hem gestuurd had. Zijn toon veranderde. “Hij ziet er prachtig uit,” zei hij. En zoiets streelt nu mijn ego. “Dan zal ik hem zelf verkopen.”(normaal zeggen ze dat hij naar een handelaar moet voor de export naar een land waar ze nog wel dieseldampen inademen) Hij gaf me een prijs waar ik iets mee kon. Zou ik gisteren gegaan zijn, zou ik die auto met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gekocht hebben.

Prachtwagen

Vanochtend belde ik een garage waar de Alfa in onderhoud was geweest, en ook die bevestigden dat het een goeie auto was. En toen nam mijn hoofd het over van mijn hart. De Alfa heeft wat nadeeltjes, zoals problemen met de distributieketting, de waterpomp en koolstofafzetting op de kleppen. Bij elkaar, als het optreedt gauw zo’n € 2000,- Verder is hij iets minder ruim, iets minder krachtig, en ben ik als de dood dat één van de genoemde problemen tijdens een vakantie optreedt, als de familie toch al opgevouwen en met bagage op schoot de reis probeert te doorstaan. Jij ook altijd met je Alfa! Bovendien zou de auto gelijk een grote beurt moeten hebben, ik moet er navigatie in laten zetten, kortom, mijn budget is ontoereikend en mijn huidige auto te goed om er een sprong op vooruit te gaan.

Natuurlijk heeft de Alfa ook voordelen. Hij is supermooi, hij rijdt op benzine (weliswaar geen E10, dus de de dure), hij stuurt als een Alfa en hij klinkt als een Alfa. Bovendien een beige stoffen interieur waar je de koningin in zou kunnen vervoeren. (ik heb het nog steeds over de koningin merk ik)

Wat ik nu ga doen is mijn auto bij laten werken. Motorkap overspuiten, velgen repareren en overspuiten, polijsten. Niet dat je die investering terugverdient, maar als ik nu geen geld uitgeef van mijn autorekening begin ik volgende week weer over een andere auto. Terwijl ik nu ook vakantie heb. Ik wil aan een boek beginnen, niet de hele dag naar auto’s aan het zoeken zijn. Poetsen vind ik wel leuk. Eer van je werk.

In de was gezet

Voor wie het snapt

Ik was er dichtbij gisteren. Heel dichtbij. Ik was naar de Alfa Romeo gaan kijken die me al weken bezighield. Ik moest er een uurtje voor rijden, naar Rijssen in het verre oosten. Natuurlijk stond er een file van 16 km volgens de radio. Onderweg besloot ik me niet gek te laten maken. Mijn huidige auto rijdt werkelijk uitstekend, dus ik moest wel echt een verbetering ervaren om hem in te ruilen. Bovendien was dit de dealer die telefonisch weinig had geboden, maar alsnog zou ik qua aanschaf niet duur uit zijn. Maar de aanschaf is het probleem niet. Het probleem zit in het verbruik en de onderhoudskosten. Even overwoog ik alweer om te keren, maar ik deed het niet.

Toen ik bij de dealer kwam stond daar werkelijk de allermooiste Alfa die ik ooit had gezien. Ik was er helemaal weg van. Dat zilvergrijs metallic, die perfecte velgen met ronde gaten, die vormen, die lijn, wat een beauty. En ik kon er geen smetje op vinden. Ok, vooruit, op de voorbumper zat één minuscuul stukje waar een stukje lak weg was. Een millimeter. Verder als nieuw. Ik opende de deur en keek binnen. Zo mogelijk nog mooier. Ook hier alles smetteloos, die grijze stoffen bekleding, het stuur, de klokken, de achterbank, en die uitnodigende pook van de automatische versnellingsbak. Ik was verliefd. Ik vond haar mooier dan een praktisch nieuwe Giulia die er naast stond. 3.0 V6 24v stond achterop, om aan te geven dat we hier te maken hadden met een van de beste motoren ooit gemaakt in de autoindustrie, de 6 cilinder Busso van Alfa Romeo.

En toen kwam de deceptie. Ik nam plaats op de uitnodigende achterbank en ik zat wederom met mijn hoofd tegen het dak. De verkoper was inmiddels komen kijken en ik vertelde hem dat ik daar niet kon zitten. Hij was weinig medelevend, maar ik zoek een auto waar iedereen toch goed in kan zitten. Ik probeerde de Giulia en daar paste ik wel op de achterbank. De verkoper zei dat ik dan die moest nemen. Het prijsverschil was 30.000, en bovendien was ik daar niet verliefd op. Met pijn in mijn hart ging ik weer weg, ik moest bijna huilen, ik voelde liefdesverdriet. Ik was zojuist afgewezen door mijn grote liefde.

Thuis vertelde ik over mijn pijn. Linda zei toen, “maar jij zit toch niet achterin? Je moet Hans morgen meenemen, die is niet zo lang als jij. En voor die paar keer dat we er met z’n allen inzitten kan ik toch achterin, en Hans voorin?” Alle hoop kwam ineens weer terug. Ik was blij. En vannacht sliep ik niet. En heb ik het besluit genomen om niet meer terug te gaan. Linda mag mij dit dan gunnen, maar die auto gaat me (ruim gerekend) 200 euro per maand meer kosten. Dat vond ik toch wel heel erg veel. En bovendien hebben we dan minder ruimte, ik zou voor dat geld helemaal niks terug kunnen geven aan mijn gezin. Alleen voor mezelf, een 3 liter V6 met automaat, schitterende lijnen en een prachtig interieur. Ik kon het niet maken. En nu wil Linda niks meer over een andere auto horen.

Hier. Voor wie het begrijpt.

Een dappere poging

Ik was bijna zover. Ik had een andere auto op het oog, die zag er op de foto’s schitterend uit. Ik had een goed bod voor mijn Laguna, bijna twee keer zo hoog als dat slechte bod van laatst, dus ik ging er heen. Het was wel vreemd, want voor het eerst in mijn leven toonde ik interesse in een Duitser, dat heb ik niet eerder gehad. Maar, zo maakte ik mezelf wijs, Opel is recent onderdeel geworden van Peugeot, dus Opel is Frans. Dat deze witte Insignia turbo nog van voor de overname was, zag ik maar door de vingers.

Ik had een afspraak gemaakt om de auto te bekijken en voor een proefrit. Ik had her en der al wat lijntjes uitgegooid, want een auto kopen is geen proces dat je in je eentje doet. Dat heeft goedkeuring nodig van mensen met verstand van techniek, van mensen die kunnen rijden, van mensen die er rationeel naar kijken en van mensen met gevoel voor emotie. De auto had wel een klein nadeeltje, hij was uit Italië geïmporteerd. Dan kun je vrijwel niet zeker zijn van de kilometerstand, maar de onderhoudsboekjes waren ingevuld, hij zag er echt prachtig uit, het leek allemaal in orde, hoewel het een koud kunstje is om de kilometerteller terug te draaien en wat stempels te vervalsen. Maar goed, de auto zat strak in de lak, had een beetje stoeprandschade aan één velg en had een heel klein krasje op het portier. Dat mocht geen naam hebben.

En toch, toen ik aankwam stond de auto warm te draaien, dat bevalt me al niet, en ondanks dat hij in schitterende staat verkeerde deed hij me niks. Daar zit toch nog wat onverwerkt anti Duits sentiment ben ik bang. Ik kreeg niet het idee dat hier nu een 220 pk monster stond, wat hij wel was. En toen ik achterin plaatsnam zat ik met mijn hoofd vast tegen het dak. Echt belachelijk voor zo’n grote auto. In een Fiat Panda is dat beter voor elkaar en dat overdrijf ik niet.

Toen dacht ik: “wat heeft het dan voor zin om te gaan proefrijden,” en heb het niet gedaan. Als een auto je niks doet ben je ook niet bereid hem zijn fouten te vergeven. Dus kom ik waarschijnlijk nooit los van een Fransman of een Italiaan. Maar ik heb een dappere poging gedaan.

Risicomijdend

Je kunt soms dilemma’s hebben. Het dilemma is, ik wil graag een andere auto. Maar ho, dat is geen dilemma. Dat is gewoon een wens! Om het nu toch een dilemma te maken, ik wil mijn huidige auto niet kwijt. Ik kreeg laatst een slecht bod, en een nog slechter verhaal. Alsof ik geen band met mijn auto zou hebben. Alsof ze er niks meer mee konden dan hem af te stoten naar “de handel.” We hebben het hier wel over een pracht van een stationwagen met volledige onderhoudshistorie. Een lel van een voiture, een limousine bijna, die nog vele jaren dienst kan doen. En zo’n verkoper doet dat dan even af als vergane glorie.

Hij had wel een sterke troef, hij had een Alfa Romeo te koop. Zo mogelijk nog mooier, al verschillen daarover de meningen. Ik kan mijn auto eigenlijk alleen inruilen tegen een Alfa Romeo. En dan niet zomaar eentje, eentje van 20 jaar oud, maar in nieuwstaat. Ik geloof niet dat er de afgelopen week een dag is voorbijgegaan zonder dat ik haar vijf keer kwijlend had bekeken. Deze was precies de goeie, de juiste kleur, de juiste velgen, de juiste bekleding, een plaatje. Ze had alleen geen handbak, dat vond ik in eerste instantie jammer. Inmiddels heb ik het haar vergeven.

Het zijn risico’s, maar ik ben al zo risicomijdend. Ik heb inmiddels ook op een andere Alfa gereageerd, in een mindere kleur, met mindere velgen, met mindere bekleding. Zij was wel nieuwer en had een facelift gehad, maar ik vind het oudere model echter. Eigenlijk deed ik het puur om te kijken wat deze verkoper me terug zou geven.

De andere optie is dat ik mijn huidige auto hou. Dan laat ik hem uiterlijk wat opfrissen en ook naar hem zal ik af en toe verlekkerd staren. Dat lokken ze uit, die auto’s. Ik lees wat reviews van andere alfarijders, maar dat zijn bijna allemaal handige jongens met prachtige verhalen. En dan bedoel ik niet gladjakkers met mooie praatjes, maar jongens die zelf iets kunnen vervangen aan hun auto. En dat ze dan een mooie review schrijven over dat ze hun Subaru verkochten voor 1300 euro, en met dat geld brandend in hun zak met de trein naar het verre Groningen afreisden om daar uiteindelijk voor 1250 euro een Alfa Romeo te kopen en nog 50 euro overhielden voor benzine ook. En dat ze dan een paar dingetjes lieten repareren of vervingen en inmiddels 80.000 km verder zijn in een auto waar ze lyrisch over zijn zonder al te grote problemen. Dat wil ik ook! Maar ja. Risicomijdend hè?

Het Alfavirus

Het Alfa virus sloeg weer hard toe deze week. Ik zag twee schitterende oude Alfa’s in nieuwstaat. Eentje bracht me zelfs terug tot 1993. Een radio-cassette speler behoorde tot de standaard uitrusting. Een 164 2.0 Twin Spark. 35.000 km gelopen pas en in nieuwstaat. Het interieur met veloursbekleding zag er zo uitnodigend uit dat ik hem gelijk wilde hebben. Alles was aanwezig en het geheel was in topstaat. Gewoon zonde als ik die zou gaan gebruiken.

Dus keek ik naar een iets nieuwere. Een 159. Eveneens in topstaat. Nog geen 50.000 gelopen. Leren bekleding, een 260 pk zescilinder. Zo mooi. Ik heb de aanbieder gemaild voor wat verdere info, maar nog niks gehoord.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is laguna-2.jpg

Dat is het hart, il cuore sportivo, dat schreeuwt om Alfa Romeo. Het hoofd echter, dat pas na een dag weer begint te denken zag de beperkte beenruimte achterin. Het hoorde al het gezucht van het gezin. En het zag ook al voor zich dat ik mijn geliefde blauwe Laguna moest inleveren. Die praktische, snelle en ruime stationwagen die misschien wel de beste koop is die ik ooit deed. En wanneer ben ik nu echt goed in mijn element? Dat is in de auto. Als ik een stukje beheerst scheur over een bochtige binnenweg. Maar op één moment nog meer. Als we op vakantie gaan, als iedereen een ruime plek heeft, en als snelheid er niet toe doet, maar ik moet zorgen voor een veilige en onbezorgde reis. Ik moet zo’n Alfa er eigenlijk bij hebben. Maar ja, dan kan ook wel weer een 156 nemen. Misschien wel de mooiste van allemaal.

Voorrang

Ik werd vrijdag tijdens de terugweg van mijn werk door twee vrachtwagenchauffeurs terecht gewezen. De eerste stond in een file op de snelweg, ik reed hem op de oprit voorbij en voegde een meter of twintig voor hem in. Dat kwam mij te staan op een salvo van zijn verstralers. Waarom deze man de verkeersregels niet kent is mij onduidelijk. Je moet toch de hele oprit gebruiken om in te voegen.

De ander reed op de rechterbaan, een meter of twintig achter de volgende vrachtwagen. De weg was driebaans, ik haalde de vrachtwagen in op de middelste baan. Ik zag dat hij wilde inhalen omdat hij zijn richtingaanwijzer naar links aanzette, maar ik ging niet een baan verder naar links, maar haalde hem met een constant snelheidsverschil in, dus hij moest denk ik even inhouden, hoewel de afstand tot zijn voorganger nog steeds tien meter was. Toen ik voorbij was, ging hij naar links en trakteerde mij op een lichtsalvo. Want hij vond kennelijk dat zodra hij zijn richtingaanwijzer aanzette, ik moest uitwijken. Ik ben ooit eens voor terecht gewezen door mijn rijinstructrice omdat ik ruimte wilde maken voor een invoegende auto. De regel is echter dat als je een bijzondere verrichting verricht, je al het overige verkeer voorrang moet geven.

Nu gaf hij mij wel voorrang, hij had immers simpel naar links kunnen komen en mij van de baan af kunnen drukken, zoals ook regelmatig gebeurt, maar waarom ik nu dat lichtsalvo kreeg? Omdat ik zijn voorrang verlening accepteerde? Het is ook niet gauw goed. Ik bleef echter rustig. Hoewel ik in gedachten wel al bezig was om hem te vragen of hij de verkeersregels eigenlijk wel kent.