Wel heb ik ooit…

Ik heb wel eens verteld over onze directe buren, dat die vooral in de zomer nog wel eens herrie maken op een irritante manier, maar dat dat sinds anderhalf jaar, na een ingreep van Linda, een stukje beter gaat. Nu gaat het over de buren aan de andere kant. Vreselijke mensen. Nu kunt u denken, als allebei de buren problemen geven, ligt het dan niet aan jullie? Oordeelt u zelf.

Toen wij hier net kwamen wonen, zes jaar geleden, was haar man net overleden. Het eerste wat we deden was een condoleancekaart in de bus. Ze leek een aardige vrouw. Ze had een hond die het totaal niet kon vinden met onze vorige hond, Randi. Om twaalf uur, als ik lag te slapen kwam ze op klikkende hakken de hond uit laten, waardoor onze hond, die dat geluid associeerde met haar hond, totaal over de zeik ging. Dat hield aan tot het geluid wegstierf en Randi stil werd en herhaalde zich als ze even later terugkwam en de pleuris opnieuw uitbrak. Elke avond opnieuw. Ik vond dat ze andere schoenen aan moest doen, maar Linda vond dat ik dat niet mocht vinden. Vrijheid van meningsuiting, ho maar!

Wij houden van natuur, van beestjes, dus bij ons komen egels in de tuin. De buurvrouw heeft een bladerenfobie. Dus als er een paar blaadjes vallen komt ze met de bladblazer naar buiten. Meerdere keren per week, meestal als ik zit te werken, blaast ze blad. De egels bij ons schrikken daarvan, tenminste, dat vrezen wij. Ik heb meegemaakt dat ze drie weken op vakantie was en binnen een kwartier na thuiskomst al bladeren stond te blowen.

Een jaar na het overlijden van haar man woonde ze ineens samen met een andere man. Een ongelofelijke kakker met een rode broek, een sjaaltje en net te veel haar met een middenscheiding. Loopt gelijk rond in de buurt als het mannetje en hij heerst met domme humor op de buurtapp. Hij noemt de buurvrouw in het bijzijn van anderen “het management.” Zij staat daar schaapachtig bij te lachen. Als er niemand bij is, noemt hij haar “lief.” Als ik ergens een hekel aan heb is het wel aan mannen die hun vrouw “lief” noemen. En vooral mannen van zeventig met een rode broek en een sjaaltje. Ik vind Linda lief, maar ik noem haar gewoon “hé”. En ik weet dat hij haar zo noemt omdat onze veranda aan hun oprit grenst.

Toen Lori nog pup was lieten we haar plassen in de struiken en kwam de buurvrouw na een paar dagen vertellen dat anderen daar last van hadden omdat er kinderen speelden. Ze zei niet, “hee, flikker op met die hond,” nee, er speelden kinderen van anderen, en zij wilde ons daarvoor waarschuwen.

Regelmatig rijden er BMW’s door het hofje die bij haar op de oprit parkeren omdat ze daar op visite gaan, en als ze weer weggaan roept de buurvrouw met bekakte en te harde stem: “Nou, dag hoor, daag!” Laatst hoorde ik haar klagen dat ze het te druk vond en geen zin had in visite op zondag, waarop haar rode broek heel beslist zei: “Nee, de zondag is van ons!”

Dat doorstaan we dan allemaal en maken er naar buiten toe geen drama van, tot er gisteren ineens acht trekkers en zestien vrachtwagentjes de straat inrijden – hier overdrijf ik voor het eerst in dit verhaal een klein beetje -en een monteur die net bij ons was, er niet meer uit kon. Dus ik vraag of ze even iets aan de kant kunnen, wat de mannen ook gewoon doen, en ik zie de buurvrouw met haar schaapachtige bakkes op haar oprit staan. De mannen komen een boom, die op gemeentegrond staat, naast haar huis, maar vlak achter onze tuin, kappen. Voordat ik het weet is de boom al doorgezaagd en wordt de bovenkant over ons garagedak getild. Die boom die altijd zorgde voor schaduw en waar eekhoorns veelvuldig gebruik van maakten. Want mevrouw had zoveel blaadjes op haar oprit.

Nu schijnt de zon vol in onze tuin, rechtstreeks in onze achterkamer, direct in mijn aquarium. Ik appte Linda om te zeggen dat ze een hoer was. De buurvrouw dan. En die achterlijke sjaaltjesdrager van haar ook! En godver, gewoon een prachtige boom weg omdat het miss Piggy niet aanstaat. Nee, dit is lekker. Ik legde op de app aan Linda uit dat dit vreselijke mensen waren die niks bijdragen aan de wereld, sterker nog, ze maken haar kapot, en moesten dus dood. Dat eindigt dan met een huilen van het lachen smiley en kan ik weer verder met m’n werk. Nee, leuk buurtje hier. Je kunt nog beter op Kanaleneiland wonen,

Ai…

Op zich zou AI mijn taak over kunnen nemen. Ik zou kunnen vragen of het in mijn plaats verhaaltjes wil schrijven en die hier neer te plempen. Dat laatste moet ik dan zelf doen, want ik ben niet zo goed met AI. Maar dat eerste is geen probleem. En stel nu dat AI dat net zo goed kan als ik, wat dan? Zolang je het niet in de gaten hebt is er niks aan de hand. Maar stel nu dat erbij verteld wordt dat ik het niet geschreven heb maar AI?

Daar moet ik toch even over nadenken. Het klinkt als of je een echte Picasso aan de muur hebt hangen en je bent er helemaal wild van totdat iemand je vertelt dat het een perfecte vervalsing is, dan ben je erg teleurgesteld en vind je het schilderij niet meer mooi. Terwijl er niks aan de feitelijke situatie is veranderd. Misschien maakte die iemand wel een grapje en liet hij je een uurtje denken dat het nep was, maar dan zegt hij dat een grap was. Jij bent opgelucht en vind het schilderij weer prachtig. Terwijl er wederom niets aan is veranderd.

Zou het zo werken? Moet je weten dat iets echt is om de juiste emoties op te roepen of vergeet u na verloop van tijd dat die blogjes niet echt zijn en vergeet u mij ook zonder dat we een traan gelaten hebben? Kun je een relatie krijgen met een AI robot? Ik vrees dat het kan. Als je maar eenzaam genoeg bent. Triest eigenlijk. Nou ja, weet ik veel, misschien zijn uw reacties ook wel door AI geschreven. Bestaat de wereld wel of is het gewoon een illusie van ons brein? De blauwe of de rode pil, daar lijkt het op.

Feit is dat ze je alles kunnen laten geloven. Ik heb mij tot mijn twintigste verwonderd over het feit dat Belgen in staat waren om huizen te bouwen. Jarenlange Belgenmoppen in de jaren zeventig en tachtig hadden hun werk gedaan en ik dacht echt dat Belgen minder slim waren. De Belgenmoppen worden al jaren niet meer verteld en nu verbaas ik me niet meer over het feit dat er huizen staan in België. Ik kan vast ook een relatie krijgen met een AI robot.

Fout in de schepping.

Ik had een vreemde droom. Het ging ver terug in de tijd, ik was een jaar of twintig en het buurmeisje van mijn opa en oma wilde met haar auto uit onze garage. Ze was chagrijnig omdat ze er niet uit kon, en ze was ook niet gecharmeerd van mij maar dat veranderde toen ik de garagedeur opende. Doordat ze me nu ineens wel leuk vond gingen we nog verder terug in de tijd en waren we weer kind. Ik zat op de schommel die bij mijn opa en oma in de deuropening van de schuur hing en schommelde hoog boven de heg uit. Het buurmeisje had ook een schommel in hun schuurtje en kwam ook boven de heg uit. En zo was ik met haar verbonden.

Toen ik wakker werd moest ik even denken hoe ze ook al weer heette, maar al snel schoot me haar naam te binnen, Petra Verweij, zo heette ze. Ze was een knap donker meisje waar ik als kind mee speelde als ik bij mijn opa en oma was. Later werd ze nog knapper en kreeg ze verkering maar volgens mijn oma had ze altijd ruzie met haar vriend. Dan hoorde ze haar schreeuwen tegen hem. Dat krijg je ervan als je een andere vriend neemt, dacht ik dan.

Ik zag weer heel scherp hoe het pad achter hun tuin liep, hoe het langs het huis van Petra liep, en hoe het plotseling eindigde met een betonnen obstakel vlak achter de poort van mijn opa en oma. Hoe de boom met de roodbruine bladeren achter in hun tuin stond, de zelfgebouwde overkapping van doorzichtige golfplaten waaronder mijn opa vaak zat als het regende en letterlijk zijn eigen boontjes dopte.

De nacht ervoor had ik nog sterk aan opa en oma gedacht en het was net alsof ze me hun aanwezigheid lieten merken. Ik hoorde twee keer een geluid dat makkelijk verklaard zou kunnen worden door iets anders, maar dat andere was er niet. Dit geluid kwam uit het niks, bij de gedachte aan zowel opa als aan oma hoorde ik het. En vannacht droomde ik van hun huis, en van de veiligheid en de blijdschap die ik daar voelde. Het opklapbed met de superstrakke lakens en dekens, het brood dat daar lekkerder smaakte, het was daar gewoon volmaakt.

En vandaag liep ik met de hond en ik snapte ineens wat er niet klopt aan het leven. Dat je maar zo kort kind bent en zo lang volwassen. Dat is een fout in de schepping. Je moet minimaal vijftig jaar kind zijn, vind ik. Ik weet zeker dat mijn opa en oma het met me eens zouden zijn. En ik zou ook vijftig jaar mogen logeren.

Stevig eindje bos

Ik ben tegenwoordig goed bestand tegen regen want ik heb waterdichte schoenen, een waterafstotende broek en een waterafstotende jas met capuchon. Ik zit dan ook echt op regen te wachten, en vandaag maakte ik een lange wandeling door het bos. Net iets langer dan twee uur liep ik, samen met Lori, de onvermoeibare Hollandse herder, in de kracht van haar leven, tweeëneenhalf jaar oud. Ik ben geen dertig meer, maar ik doe het nog prima. Om het compleet te maken heb ik een horloge met kompas en hoogtemeter, mocht de telefoon uitvallen als ik de weg kwijt ben op de uitgestrekte toendra’s van de Veluwe. En mocht ik vast komen te zitten in een wirwar van vleesetende planten, heb ik mijn zakmes dat me kan redden. Misschien ben ik wat overdreven uitgerust voor de Veluwe, maar ik kan het ook niet helpen dat ik hier ben geboren en niet rond de poolcirkel.

Het is alweer een paar jaar geleden dat ik een wolf zag, maar steeds hoop ik er een tegen te komen. Ik zie vaak hun uitwerpselen, maar daar blijft het dan wel bij. Lori ruikt er aandachtig aan en ik vraag me af welke informatie ze er allemaal uithaalt. Mannetje, vrouwtje, ziek, gezond, zwak, nog in de buurt of ver weg, ik heb geen idee. Feit is dat het lang duurt voor ze uitgesnuffeld is, dus ik denk dat ze veel data verwerkt.

Het was na vieren, het meeste daglicht was al wel geweest en ik moest nog een kwartier naar de auto. Opeens hoorde ik het gehuil van een wolf. Het was ongeveer een kilometer weg , het kwam van de andere kant van de heide, uit de bossen, en het herhaalde zich drie keer. Dat had ik nog nooit gehoord, een prachtig geluid, en om een of andere reden klonk het vertrouwd. Alsof het nooit anders was geweest. Lori reageerde er niet op, die was te druk met achter haar bal aan het rennen, want dat is voor haar de hoofdzaak in het leven.

Feest

Mijn zoon is carnaval aan het vieren. Tenminste, hij heeft geen idee wat hij aan het vieren is, en als hij al een idee heeft, heeft hij geen idee wat carnaval betekent. Ik kan het op zijn leeftijd gooien, en dat hij er nog wel overheen groeit, maar ik was op die leeftijd al uiterst ernstig en anderen van mijn leeftijd zijn er nog steeds niet overheen gegroeid. Ik ben ook bang dat als ze de tachtig halen, ze nog steeds opeengepakt op een plein staan.

In mijn dubbele helix staat het feesten niet geprogrammeerd. Ik kan het niet, ongeacht de hoeveelheid drank. Ik merkte het al bij mijn eerste polonaise, dit is niet voor mij. Ik haak bij de tweede bocht af en aanschouw vol medelijden de van mij weg bewegende debielentrein. Vooral de machinist is niet goed snik als je het mij vraagt.

Ach, ik hou best van tradities, maar ja, ik zoek liever naar de oorsprong van de traditie en laat het ritueel aan anderen. Maar wat me wel tegen begint te staan is dat onophoudelijke gefeest in Nederland. Carnaval had wat mij betreft onder de rivieren moeten blijven en Calvijn had moeten heersen daarboven. Want zo’n lolletje is het leven tenslotte niet, we gaan er uiteindelijk allemaal aan.

Maar dan zie ik weer plaatjes van verklede heidenen die op een dorpsplein staan en die het niet uitmaakt welk feest er gevierd wordt. Drie weken geleden stonden ze er ook, toen verkleed als Duitser voor de Oktoberfesten. Een paar dagen later was het Halloween en liepen ze verkleed als Zombie. In de zomer is er elke week wel een dorpsfeest, terwijl kort daarvoor midzomernacht werd gevierd, want hoe meer buitenlandse feesten hier naar binnen mogen, hoe beter. We hebben eventueel nog ruimte voor the Fourth of July, voor quartorze Juillet, voor st. Patricksday of de eenwording van Duitsland. Misschien die jaarlijkse militaire parade in Rusland, dat geeft toch ook veel blije gezichten?

Nee, met feest heb ik niks. Wel met Ebenezer Scrooge, Fred Schuit, Al Bundy en Basil Fawlty. Daar kon je ook geen feest mee vieren. Wel met Hans. Hoe het in zijn DNA komt is mij een raadsel.

Biljoen.

Elon Musk wil een bonus van 1 biljoen dollar. Zijn er lezers die niet weten hoeveel dat is? Ik. Ik heb geen idee. Ik vraag me af wat je niet kunt kopen van 1 biljoen dollar. Hij vindt dat hij dat waard is. Aandeelhouders van Tesla hebben het goedgekeurd. Niet omdat ze het hem gunnen, maar omdat ze hopen dat hun aandelen acht keer meer waard worden. Ik vind weinig meer verwerpelijk dan deze praktijken, al werk ik zelf bij een Amerikaans bedrijf dat hetzelfde doet, al zijn de bedragen kleiner. Onze CEO en aandeelhouders moeten het slechts met miljoenen doen. De voorwaarden die aan de bonus gesteld worden zijn een wassen neus, die worden gewoon gehaald, en mocht een naïeve boekhouder de illusie hebben dat dit harde voorwaarden zijn, dat is niet zo. Musk gaat linksom of rechtsom zorgen dat boekhoudkundig aan de voorwaarden voldaan gaat worden.

Het wordt hoog tijd voor een ramp want men is het spoor volledig bijster. Kapitalisme is een prachtig systeem maar de houdbaarheidsdatum is verstreken. In normale hersenen zou de gedachte aan een bonus van 1 biljoen dollar niet eens mogen opkomen. Aan een miljard ook niet. Maar het lijkt ze geen reet te schelen. Het enige dat ik kan hopen is dat Elon zijn doelen haalt en we in een situatie van hyperinflatie terecht komen en dat een brood over tien jaar een biljoen dollar kost. Dat zou toch lachen zijn.

Paradox

Soms loop ik helemaal vast met mijn gedachten, dan kom ik er gewoon niet meer uit. Dat klinkt dramatisch, zeker met mijn achtergrond, maar dat is het denk ik niet. Normaal gesproken, als er niks aan de hand is zijn mijn gedachten op orde. In die zin, de één leidt niet per sé tot de ander. Ik accepteer dat het ergens stopt en in mijn achterhoofd weet ik dat als ik verder denk, ik tot een oplossing kom. Maar dat is dan niet nodig, waarom zou ik? Het gevoel dat de oplossing voor het probleem dat ik net bedacht vlak bij me is, is voldoende, ik hoef het alleen maar even te grijpen.

Maar nu bedenk ik een probleem en probeer de voorradige oplossing te grijpen, maar die oplossing maakt het probleem alleen maar erger. En dan schrik ik, want er is ineens geen oplossing meer. Kut, denk ik dan.

Dan moet ik dus weer even terug naar het land van de in de lucht hangende oplossingen en die lekker laten hangen. Loop er maar tussendoor, want er zijn er genoeg.

U denkt misschien, waar gaat dit over, of erger, maar dat weet ik zelf ook niet zo goed. Het komt er denk ik op neer dat je niet moet denken maar doen. Problemen zijn voor anderen, niet voor mij, ik kan ze toch niet oplossen, blijkt na diverse pogingen. Terwijl ik vroeger dacht van wel. Maar naarmate ik ouder word en hopelijk wijzer, denk ik toch van niet. Dus, hoe slimmer ik word, hoe minder ik kan oplossen. Dat is een tegenstrijdigheid die me in de war brengt.

De pedofiel

Ik wil het even opnemen voor de pedofiel. Een klein beetje dan. In de gevangenis heb je het als pedofiel zwaar tussen eerzame seriemoordenaars, verkrachters, bankovervallers en belastingontduikers. Ze staan onderaan de hiërarchie en ze geven de overige criminelen een goed gevoel over zichzelf. Zo slecht zijn wij nog niet.

Daarbij worden pedofielen in de val gelokt door bezorgde burgers zoals die zich noemen, wat op zich prima is, ware het niet dat er voor eigen rechter wordt gespeeld en er niet wordt opgetreden tegen criminelen die ze niet aan durven.

Maar nu dan. In Frankrijk werd de webshop van SHEIN geblokkeerd omdat er kindersekspoppen op werden aangeboden. Er mag ook geen kinderporno met AI worden gemaakt. Verwerpelijk natuurlijk, maar geen kind die hier het slachtoffer is. Nee, ik snap het heus wel, het is smerig, verwerpelijk en we moeten niks kunstmatigs creëren waardoor pedofielen hun lusten kunnen botvieren, want dat zou kunnen overslaan op echte kinderen.

Computerspellen waarbij je mensen vermoordt, dieren kapot schiet, genocide pleegt, met een gestolen auto door de stad scheurt of bommen legt, lokken geen echte criminaliteit uit, dus dat is geen probleem. Dus ja, kennelijk hebben de overige criminelen gelijk. In de samenleving werkt het al net zo.

Onwerkelijk

Die Hans van mij is deze week geslaagd voor z’n rijbewijs en heeft nog dezelfde dag een auto gekocht. Hij snapt niks van auto’s, heeft geen idee van welk bouwjaar z’n auto is (2013), weet niet wat de cilinderinhoud is (1600 cc), weet niet waar z’n mistlampen zitten en ik vermoed dat hij geen idee heeft dat er een sportstand op de automaat zit. Hij wist zelfs niet hoe de mechanische handrem werkte. Maakt allemaal niet uit, ik liet hem een stukje in de mijne rijden en dat ging heel aardig.

Maar daarna ging hij met z’n zusje, in z’n nieuwe auto hun nichtje ophalen in Apeldoorn. Ja hallo, hij kan dan wel geslaagd zijn, je kunt deze jongen toch niet alleen de weg op sturen? Levensgevaarlijk, zo oordeelde mijn reptielenbrein. Ik wist voordat ik een rijbewijs had al alles van een auto. En toen ik het had, was ik net Jos Verstappen. Ik trapte het gas vol in waar ik dat kon, trok lang door in de versnellingen, remde als een gek voor een bocht en sleurde de auto de bocht door. Ik reed tegen de rijrichting in (1988, toen kon dat nog) en ik haalde 160 op de Zwolseweg waar je destijds 80 mocht en nu nog maar zestig. Als mijn moeder het had geweten had ze haar auto nooit meer aan mij meegegeven. Maar ik had de controle, althans dat vond ik toen, achteraf ben ik blij dat ik het overleefd heb.

Hans heeft dat allemaal niet. Die rijdt lekker relaxed, eerder onder de maximum snelheid dan erboven dus waarom ik me nu zorgen maakte over hem en niet over mezelf destijds, vroeg ik me af. Toch volgde ik hem wel op live 360. Hij reed wel een vreemde route door de stad. En dan weer 43, dan weer 17, dan weer 55. Nou ja, uiteindelijk kwamen ze terug, auto onbeschadigd, mijn kind. Ik zie nog zo voor me dat we hand in hand op vakantie liepen over de rotsen in een rivier. En nu rijdt dat jong in een auto. Morgen gaat hij voor het eerst zelf met de auto naar z’n werk. 55 kilometer ver. Het is onwerkelijk.

Besef

We staan aan de vooravond van de verkiezingen en ik weet het al. Ik heb geen kieswijzer ingevuld, geen debatten gevolgd, ik stem gewoon zonder dat ik daar een halszaak van maak. Ik denk niet dat een politieke partij de boel helemaal om kan gooien dus in die zin maak ik me niet vreselijk druk. Ik heb tenminste nog niet meegemaakt, zelfs het afgelopen anderhalf jaar niet, dat het ineens allemaal anders werd. De grootste politieke verandering die ik me kan heugen vond plaats onder Balkenende, met een keiharde versobering van de sociale zekerheid. Maar misschien zit ik er naast.

In elk geval, ik lees een boek over de strafkampen van Rusland, die er nog steeds zijn, en waar nog steeds mensen worden doodgemarteld, en dan denk ik: ok, waar hebben we het helemaal over hier. Nergens over. Ik lig in een lekker bed, ik heb te eten, ik heb werk en ik kan me druk maken over een bedrijf dat me geld afhandig probeert te maken. Ik weet, ook wij hebben onze problemen en die moeten ook serieus genomen worden, maar ik had ook in Soedan geboren kunnen worden als mijn ouders daar toevallig op vakantie waren in september 1969.

Maar nee, ik werd in Utrecht geboren, in een tijd van voorspoed, ik was altijd gezond en ben dat nog steeds volgens mij. Sommige dingen zaten niet mee, maar het was niets vergeleken bij een strafkamp in Siberië.

Dus ja, ik ga stemmen en ik hoop dat pas over een kleine vijf jaar weer te hoeven doen. Ondertussen vermaak ik me wel.