Komodovaraan

Ik weet niet hoeveel mensen in Nederland bloedverdunners gebruiken, maar het moeten er tallozen zijn. Ik gebruik ze nu ook, hopelijk morgen voor het laatst, want het zint me helemaal niet. Hoe kan het lichaam accepteren dat het bloed dunner wordt? En hoe kunnen die pilletjes nu zorgen dat al die liters bloed dunner worden? Dat moest haast wel een of ander spinnengif zijn. Ik weet dat de Komodovaraan een gif heeft dat het stollen van het bloed tegengaat, en dat zo’n beest een koe of iets dergelijks een beet geeft, en haar vervolgens een paar dagen lang op afstand volgt. De koe heeft niets in de gaten, ze heeft een klein wondje, maar dat gaat niet meer dicht en het beest bloedt dood. Weer zoiets wonderlijks in de natuur. Niet zozeer dat het bestaat, maar dat de varaan dit weet en geduldig afwacht. Hoe is de varaan daar eigenlijk achtergekomen?

Afijn, ik begreep dus dat bloedverdunners het bloed niet echt dunner maken, maar dat het medicijn de stollingscapaciteit vermindert. Dat lijkt me geen goede zaak, ongeacht of duizenden, misschien wel honderdduizenden het gebruiken. Want het zorgt wellicht voor minder interne problemen, maar wat als ik op het slagveld sta en mijn arm wordt afgehakt door een zwaard? Dan moet je niet hebben dat je bloed niet stolt natuurlijk.

Aan de andere kant, trombose kan zorgen voor longembolie, en dat wil je ook niet. Dus slik ik met tegenzin de bloedverdunners, ga in ontbloot bovenlijf voor de spiegel staan en concludeer dat bloedverdunners uiterlijk in elk geval niks met je doen. Want ze klinken wel of je na het gebruik ervan door je lichaam heen kunt kijken. Morgen wordt het onderzocht en als het geen trombose is kan ik ophouden met dat gif van de komodovaraan vrijwillig tot me te nemen.

M’n beste

Veel kan ik niet over hem schrijven, want ik weet niet veel van hem. Hij had een kaarsrechte scheiding aan de linkerkant, hij had een zachte G en hield van fietsen. Hij was natuurlijk minister- president anders hadden we hem niet gekend. Maar ik was altijd zeer onder de indruk van deze keurig nette man, die uiterst correct en netjes sprak, met een vleugje humor in z’n zorgvuldig gekozen woorden verstrengeld, die bovendien ook nog behoorlijk Frans sprak. Gewoon een kleurrijke figuur die op niet alledaagse manier samen met z’n Eugenie op 93- jarige leeftijd uit het leven is gestapt, zoals dat heet.

Uitgevallen

Ik ben een beetje uitgevallen. Twee weken geleden kreeg ik pijn in mijn scheen tijdens het lopen. Ik googlede en dacht aan een scheenbeenvliesontsteking. Mijn opa zei altijd, als het vanzelf gekomen is, gaat het ook vanzelf weer weg, dus ik liet het erbij. De maandag erop ging ik voorzichtig badmintonnen maar ik kwam er al gauw achter dat dat niet ging. Mijn scheen voelde warm aan, wat volgens mij duidde op een ontsteking. De week erop probeerde ik het weer, de pijn was grotendeels weg. Echter, mijn been was opgezet en ik voelde een lichte verkramping in mijn kuit. Ik hield het dus weer voor gezien. Gisteren was het nog dik, maar ik had nergens last van. Ik ging dus weer badmintonnen en had me voorgenomen te gaan winnen. Toen het 18-18 stond voelde ik iets scheuren op de plek waar ik vorige week de verkramping voelde. Het deed niet echt zeer, net of de druk ergens af moest. Ik dacht nog twee seconden dat ik door kon, maar ik kon niet meer lopen.

Ik googlede en dacht aan een zweepslag. De volgende dag (vandaag) kon ik nog niet lopen en ik keek naar foto’s van een zweepslag. Enorme bloeduitstortingen op de foto terwijl mijn kuit er nog piekfijn uitzag. Misschien moest ik toch even de dokter raadplegen.

De dokter maakte zich geen zorgen over de zweepslag, maar wel over het opgezette onderbeen. Dat had ik al twee weken. Ik zou daarvoor al helemaal niet de dokter hebben gebeld, en voor de zweepslag ook niet, ware het niet dat ik niet zeker was.

Hij wilde me naar het ziekenhuis hebben, maar vrijdagmiddag zou lastig zijn dus nu wordt het maandag. En intussen zit ik aan de bloedverdunners. En mag ik niet ver lopen. Het zekere voor het onzekere. Terwijl mijn bloed echt al heel dun moet zijn door de wijn, dus dat is een beetje dubbel.

Ik verwacht dan ook maandag, na de check met de bloedverdunner te mogen stoppen. Misschien kan ik maandagavond nog met carnaval mee hossen.

Woke

Wat mensen al decennialang irriteert zijn reclames. Waren dat in de jaren tachtig nog wasmiddelenreclames, tegenwoordig zijn het alle reclames. Misschien moet ik voor mezelf spreken. De politieke correctheid in reclames irriteert me. Kijk ik in mijn eigen straat, dan wonen daar 35 mensen, waarvan een met een donkere huidskleur. Ik weet wel dat je moet zeggen, iemand van kleur, maar dat vind ik volkomen debiel. Ook iemand met kleur slaat nergens op, kleurling of kleurrijk, allemaal raar. We verzinnen de raarste dingen om maar niet voor racist te worden versleten. Ik bijvoorbeeld, ben wit. Nou echt niet, als ik vraag mijn huis wit te schilderen en ze gebruiken mijn huidskleur dan betaal ik de rekening niet. Kinderen zeggen vaak “bruine mensen” en die hebben het goed. Volwassenen zeggen zwarte mensen, en zij hebben het fout.

Het is uiterst link om je op dit pad te begeven, want feitelijk mag je iemands kleur niet eens zien, anders zou je al voor racist uitgemaakt kunnen worden. Maar we snappen allemaal wel dat je iemands huidskleur gewoon waarneemt met je ogen. Daarom ergert het mij zo dat de werkelijkheid in mijn ver van Amsterdam gelegen dorp, steevast wordt ontkend. Er is geen reclame meer waar een Nederlands gezin met blond haar met elkaar samenleeft. Bestaat niet meer, of wordt glashard ontkend. Terwijl ik zeker weet dat hier de hele wijk voor meer dan negentig procent uit Nederlandse gezinnen bestaat.

Ik word gewoon ontkend. Mijn nog steeds in meerderheid voorkomende situatie wordt ontkend op televisie. En de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen, ook de werkelijkheid van de allochtone (spellingscontrole ontkent dit woord) Nederlanders wordt ontkend. Namelijk dat we klieken. In reclames doen we dat niet. Daar wordt een blonde vrouw altijd wakker naast een zwarte man. Of andersom. In elk geval bestaan er geen gezinnen meer met dezelfde kleur. Uitgestorven! En nu kan ik dit nog schrijven, over een poosje ontkent spellingscontrole de woorden man en vrouw. Je kunt op je vingers natellen dat dit verkeerd gaat aflopen voor de mensheid en dat de dieren, die zich niet ontwikkelen, ons gaan overleven.

De drie zussen.

Ruim een jaar geleden was ik herenigd met een tweede nicht, dat is de officiële benaming voor een dochter van de neef van je vader, met wie ik 35 jaar geleden contact had. We praatten de dag vol, en bij het afscheid vond ik dat ze me nogal dicht bij mijn mond kuste, wat ze bij de begroeting niet deed. Zij was de jongste van drie zussen.

Vandaag had ik een afspraak met haar oudste zus, met wie ik via Instagram contact heb. Ze had me gevraagd naar Amsterdam te komen en we spraken af bij de Plantage, waar zij vlakbij woont. Haar had ik drie keer eerder gezien, waaronder een keer topless toen ze negentien was en ik vijftien, in het zwembad bij haar ouderlijk huis. Uiteraard heb ik dit moment vandaag onbesproken gelaten, net zoals ik een borst van een ander meisje wel eens gezien heb in diezelfde periode en dat nooit ter sprake heb gebracht. Ja nu dan, maar als die vrouw dit leest heeft ze toch niet het geringste vermoeden dat het over haar gaat. Goed, ik dwaal af naar zwoele dagen toen de wereld nog mooi was.

Bij de begroeting kusten we elkaar en ik kon zien dat het leven sporen had achtergelaten in haar gezicht. Ze vertelde me haar levensverhaal, wat niet misselijk was, en op een gegeven moment vroeg ze zich hardop af waarom ze het mij allemaal vertelde, omdat ze die details niet vaak aan anderen vertelde. Maar het was al te laat, ik weet nu van haar sores.

We liepen na de lunch een ronde door het naastgelegen Artis, waar ze vrijkaarten voor had, maar waar vrijwel alle dieren zich terug hadden getrokken in de binnenverblijven in verband met het koude weer. Ze vroeg of ik wat had gehad met haar jongste zus, want dat had ze van de middelste zus begrepen. Ik ontkende het niet, maar meer dan verliefd zijn en brieven schrijven was het niet. Zoenen hebben we nooit gedaan, ik durfde dat nog niet, al heeft ze wel mijn hand op haar (bedekte) borst gelegd. Uiteraard heb ik dit detail niet verteld, en al helemaal niet een jaar geleden aan haar zusje, de bezitster van de borst.

Na afloop dronken we nog wat in de Plantage, en kwam er nog een bekende Nederlander binnen lopen, je zou intussen verwachten dat het Hugo Borst was, maar het was Jort Kelder. Toen was het tijd om naar huis te gaan en ze gaf me drie kussen, dicht bij mijn mond, waarschijnlijk een familietrekje. Mocht ik nog een keer een afspraak met de middelste zus krijgen, dan kan ik dat definitief vaststellen.

Het verhaal hierachter is dat de vader van de zussen, mijn vaders neef, z’n dochters grotendeels alleen heeft moeten opvoeden nadat hun moeder jong overleed. Zelf werd hij ook niet oud, en met de drie zussen ging het niet super en hun onderlinge contact is ook verwaterd. Hun vader heeft ons vaak gesteund toen mijn vader overleed, en ik weet dat hij blij zou zijn als hij zo weten dat iemand in de familie nog naar ze zou omkijken. Al was het hun tweede neef maar.

De basisjaren

Het is alsof mijn leven zich afspeelde in zes jaar, van 1984 tot 1989 ongeveer. Ik was 14 in 1984. Zo’n beetje alles spiegel ik aan die periode, als het indexcijfers betrof zouden dat de basisjaren zijn waarlangs latere jaren gemeten worden. Alle indrukken kwamen toen harder binnen en alle herinneringen waren blijvend. Als ik hier door de wijk loop en ik zie een bepaald huis, dan weet ik wie daar vroeger, in de basisjaren, woonden. Die bewoners waren de standaard in mijn leven, betere bewoners kwamen er nooit meer. Ik weet nog hoe het er binnen uitzag, en waarschijnlijk zou ik de geur nog herkennen.

Loop ik door mijn oude straat dan denk ik aan de hoofdbewoners. Wij waren niet eens de eerste bewoners, de eerste kende ik niet. Wellicht loopt er ook wel eens een van de eerste bewoners door de straat, en heeft die hele andere namen in z’n hoofd. Toen wij er kwamen waren de huizen tien jaar oud. Nu vijftig.

In elk geval, in 1988 vond ik de rally Parijs-Dakar geweldig. Ari Vatanen in zijn Peugeot en Jan de Rooij in z’n DAF die met 200 per uur zij aan zij door de woestijn denderden. 200 was destijds op het asfalt al een vrijwel onbereikbare snelheid. Carlos Sainz, de vader van huidig F1 coureur Carlos Sainz junior, was rallyrijder voor Toyota en Toyota had een uitvoering van de prachtige Celica, als eerbetoon, zijn naam gegeven. Bij ons in de wijk had iemand er één, een rode. Als ik er langs liep met de hond dan kwijlde ik van de gestroomlijnde vorm.

Vanavond stond er op die plek een Mazda MX-5. Ook niet gek, maar vergeleken met de basisjaren zijn de indices allemaal wat lager. Maar wat wel is gebeurd is dat de oude Sainz, op 61-jarige leeftijd de rally Parijs-Dakar, editie 2024 heeft gewonnen. Een held uit mijn basisjaren acteert nog steeds op het hoogste niveau en evenaart de indexen van toen. Hij bewijst dat de basisjaren nog niet voorbij zijn.

Mensheid

Ik zie zelden een wolf terwijl ik echt vaak in hun territorium loop. Wolven zijn schuw en mijden liever de mens. U kunt mijn weblog erop nazoeken, al ver voor zijn terugkeer schreef ik al over zijn terugkeer, en dat we zo’n beest nodig hebben in het land.

Ik heb ook nog nooit een zinnig argument tegen de wolf gehoord. Veelal boerenknuppels die vinden dat boeren en plattelanders de wijsheid in pacht hebben en dat mensen die ervoor geleerd hebben niet te vertrouwen zijn. Veel verder dan “er is hier geen ruimte” komt het niet.

Iemand had een wolf gefilmd die overdag vrij dichtbij kwam. Na een tijdje vond de wolf het welletjes en verdween weer het bos in. In de commentaren wekte iemand de suggestie dat de wolf beoordeelde dat er teveel mensen waren voor een aanval en hij vroeg zich af of we dit wel moesten willen in Nederland.

Ik dacht daar over na. Moeten we dit als mens toestaan? Want mensen staan boven dieren en hebben de eerste rechten. Wij mensen zijn superieur en bepalen welke dieren we in onze nabijheid dulden. En wij mensen weten ook precies wat goed is voor de aarde, en wij snappen ook dat we steeds moeten streven naar meer. En omdat we meer willen moet de economie harder draaien, en daar hebben we meer mensen voor nodig, die meer eten en meer op vakantie moeten, en in hun honger naar geld weer iets nieuws uitvinden waar ondernemers mee aan de haal gaan, kortom, wij mogen de aarde kapot maken.

Ik ben niet zo’n fan van de mensheid, dat moge duidelijk zijn. Ik zou zeggen, langzaam laten uitsterven, dan hoeft ook niemand zich meer druk te maken over de wolf.

GKO

Op mijn werk wordt jaarlijks een gko – general kick-off in Las Vegas gehouden, en daar moeten alle sales naartoe. Dat zijn honderden mensen van over de hele wereld die daar naartoe vliegen, hotels bezetten en zuipen op mijn kosten. Uiteraard zeggen de sales, als ik naar het nut vraag, dat je niet zonder zo’n kick-off kunt, zonder dat verder te beargumenteren. Waarschijnlijk betwijfelen ze het allemaal, maar houden ze het stil zodat ze dit jaarlijkse uitje behouden.

Toen het coronavirus heerste en het evenement niet door kon gaan, bleken de verkopen daar helemaal niet onder te lijden. Integendeel. Toen ik sales daarmee confronteerde was ik een lul, zonder dat verder te beargumenteren, maar dat doe ik ook nooit als iemand een lul is. In elk geval, ik dank onze lieve heer op mijn blote knieën dat ik daar niet heen hoef. Ik kreeg wel een link toegestuurd met een livestream van een aantal enorm hoge piefen die op het podium stonden.

Ik werd er een beetje onpasselijk van. Wat een verschrikkelijk geneuzel! Wat een geslijm! Wat een demagogie! De mannen waren zo excited dat ze ervan glommen. Ze herhaalden het een aantal keer, hoe super excited ze waren, en lieten het klapvee doen waarvoor ze uitgenodigd waren, klappen. Als de Amerikaanse president het doet is het al overdreven, dit was helemaal een verschrikking. Bovendien nog gelogen ook, want als ik super-excited ben, dan heeft dat met testosteron en zwellichamen te maken, en dat gaat zeker niet op een podium gebeuren. Ik heb er ook wel eens een hysterisch horen uitkramen dat hij hungry was. Hungry naar omzet en groei. Terwijl we allemaal weten dat als ze ergens anders meer kunnen verdienen, het plotseling afgelopen is met het commitment dat ze prediken.

Zolang ze mij met deze poppenkast niet lastig vallen, gaan ze hun gang maar en geven ze jaarlijks die paar miljoen maar uit aan hun feestje. Ik verdien hier ook mijn geld dus laat maar gaan. Maar ik vind wel wat van dit geldverkwistende en milieuverwoestend leugenfestijn. Ik vind het een kwalijke zaak, en het zou door een rechter verboden moeten worden. Omdat het niet alleen hersenschade veroorzaakt.

Liefde

Linda staat meestal om zes uur op om een eind met de hond te wandelen, de vaatwasser uit te ruimen en om half acht te beginnen. Ik hou niet van opstaan, ik stel het zo lang mogelijk uit, en meestal kom ik om tien voor half negen beneden. Dan zou ik in theorie om half negen moeten beginnen, maar de praktijk is weerbarstig. Dan ga ik tussen de middag met de hond naar het bos, want een jonge hond heeft veel energie. Dan smeert Linda meestal mijn brood voor tussen de middag, zij kookt, ik doe vaak de keuken, en zo wisselen we af in taken.

Nu had ik PSV gekeken en zij was al naar bed, en ik zette wat spullen in de keuken en zag dat er nog vaat stond en dat de vaatwasser nog uitgeruimd moest worden. Dat heb ik ook nog even gedaan, enerzijds omdat ik de zooi weg wil hebben, anderzijds omdat ik dan een bedankje krijg omdat ze dan ‘s ochtends blij verrast is. En dan sta ik 1-0 voor.

Dus ik ga zojuist naar bed, onze ijzige slaapkamer binnen, want daar mag geen verwarming aan en moet het raam open, dat heeft ze ooit bedongen en sindsdien heb ik het koud, maar ja, dan slaap ik maar onder de mantel der liefde, toen ik ineens iets heets voelde. Ligt er een warme kruik in mijn bed waarvan ik het bestaan niet kende. Wat een uitvinding! Mijn ijskoude voeten warmen nu snel op. Het is weer gelijk.

Oplossing

Had ik het gisteren over afstervende hersencellen, vandaag ervaarde ik dat verschijnsel. Ik merk namelijk dat mijn lust om iets te verbeteren in de wereld, nou goed, in het vaderland, verdwijnt. Vroeger dacht ik in oplossingen. Hoe los ik dit op, dacht ik dan vaak. Meestal loste ik het op door bij de pakken neer te gaan zitten.

Tegenwoordig denk ik helemaal niet meer in oplossingen. Teveel hersencellen die zijn opgelost in een of andere chemische oplossing. De cellen die nog over zijn constateren het probleem, snappen ook nog wel hoe het ontstaan is, maar over een oplossing wordt niet meer nagedacht. Het zal mijn tijd wel duren, of dit is totaal uit de hand gelopen en kansloos. Heel soms dient zich nog een radicaal idee aan, maar daarmee ook gelijk het volgende probleem.

Dit belooft nog wat. Ik ben 54 en het land is reddeloos verloren. En dan mogen er wel jongere gasten zijn die daar anders over denken, maar die hebben geen gelijk. Want dat heb ik al en je kunt niet allebei gelijk hebben als je ergens verschillend over denkt.

Mijn stelling is dat elke oplossing voor een probleem ergens anders een nieuw probleem veroorzaakt, en dat het dientengevolge voor het collectief niet uitmaakt. En omdat ik niet zo’n egoïst ben, denk ik niet meer na over de oplossing.