Verspilling

Ik ben net weer bij met de administratie voor de voetbalclub die ik met steeds meer tegenzin doe, inmiddels al een jaar of zeven. Ik zorg voor de incasso’s, voor de administratie daarvan en voor het aanmanen van wanbetalers.

Daarbij gebruik ik een oude trage pc, een verouderde versie van Excel en Outlook wat het allemaal niet overzichtelijker maakt. Ik heb ook geen goed systeem voor aanmaningen, dus het is veel handmatig werk. Ik denk dat ik er zes tot acht uur in de maand mee bezig ben. Aan het begin van het seizoen meer. Contributiebedragen moeten worden geïndexeerd, alles moet weer gecontroleerd, handmatige correcties maar het ergste is de stichting. Ik noem even geen naam, maar er is een stichting die betaalt voor kinderen die zelf niet kunnen betalen. Hoe de stichting aan haar geld komt is mij niet helemaal duidelijk, maar ik vermoed dat de gemeente erachter zit.

De stichting is alleen bereikbaar op maandagochtend en er werken een man en een vrouw, die alleen hun voornamen vermelden in elke mail. Groeten, Piet/Hennie staat er, maar dan hun echte voornamen.

Piet en Hennie nemen het niet zo nauw. Vragen niet om identificatie dus ongeveer elke naam die ze aan mij doorgeven is anders dan hoe wij ze in het systeem hebben staan. Soms geven Piet en Hennie mij namen door van kinderen die helemaal niet op voetbal zitten. Die mag ik dan factureren, wat ik natuurlijk niet doe. Soms geven ze door dat ik het hele seizoen kan factureren, terwijl het kind pas aan het eind van het seizoen wordt ingeschreven. Vaak sturen ze hun communicatie naar de penningmeester, ondanks herhaaldelijke verzoeken van mij om mij in cc te zetten. De nieuwe penningmeester had geen idee, maakte een paar handmatige facturen met het maximale bedrag, en die werden zonder probleem betaald. De stichting betaalde dus 350 euro per kind, terwijl als ze mij hadden gemaild hadden ze een factuur ter hoogte van de contributie gekregen, ongeveer 150 euro lager.

En dan denk ik, we moeten allemaal goed op geld letten en de gemeente (vermoed ik) doet maar wat? Omdat de inwoners toch hun belasting wel betalen? Nee, als ik het werk van Piet en Hennie deed, zou dat anders gaan. Dan zou de gemeente geld overhouden en kon de milieustraat gratis worden. Ik noem maar wat.

Kusje erop

Ik ben blij. Mijn rechteroor doet het weer na bijna vier weken doofheid. De huisarts kon het vandaag uitspuiten na al die druppels van de afgelopen weken. Ik moest even wennen want in de auto hoorde ik allerlei geluiden van rechts komen die ik al een tijd niet gehoord had. En ik kan weer richting bepalen, wat echt fijn is als je in het bos loopt en een geluid hoort. Goed, het geluid van een fietsbel kon ik nog wel plaatsen, dat komt achter je vandaan. Maar geritsel in de struiken, geen idee. Zolang de hond niet reageerde was het de hond zelf, dat kon ik ook nog beredeneren.

Ik werd er ook moe van. Ik ben niet zo’n geweldige patiënt. Als ik iets mankeer dan is Leiden in last, daar waar anderen hun lot wat makkelijker lijken te accepteren. Die anderen staan dichter bij de natuur denk ik, want ze reageren als een dier. Een dier accepteert z’n lot ook, gewoon omdat het niet anders kan. Lori liep in de vakantie een paar dagen op drie poten, maar haar humeur leek er niet onder te lijden. Goed, dat is er nog altijd eentje meer dan het aantal waar ik op loop, dus misschien overschat ik de ernst van hun situatie. Het leek mij ook meer pijn te doen dan haar.

Nee, dan mijn onlangs overleden schoonmoeder. Die mankeerde pas veel. Mijn auto is er niks bij. En klagen deed ze amper. Bewonderenswaardig. Ik weet ook niet wat dat met mij is. Aan de andere kant, misschien ben ik gewoon een man. Die schijnen zich toch wat meer aan te stellen dan een vrouw. Of willen er in elk geval een kusje op. Dat hun pijn niet onopgemerkt blijft maar wel zichtbaar wordt voor velen. Dan is hij ook beter te dragen.

Kwakkel

Ik lig hier alleen in de veranda. Ik heb meer dan twee uur gelopen met de hond, en er staat een duvel speciaalbier naast me. Ik heb een korte broek aan, op deze voorlopig laatste dag van de zomer. Hij kwam wat moeizaam op gang, en hij was niet zo heet als bij onze oosterburen, maar toch, hij was fijn.

Vanaf morgen gaat het regenen en wordt het kouder. Je hebt er niks over te zeggen maar van mij mocht het nog wel even door. De zon, onze ster, maakt alles schoon wat vies is. Met een beetje hulp van onszelf uiteraard. Hij geeft warmte die we nodig hebben, ik klaag er zelden over. Als we water hebben kunnen we de zon verdragen en ik vind hitte fijn. Tenminste, als ik niks hoef. Dan span ik me graag in, zweten voelt gezond, of ik zoek de schaduw op, ik kan zelf kiezen. Het liefst lig ik in het gras, al dan niet met de hond naast me.

Sneeuw heeft een soortgelijk effect. Als het sneeuwt geeft me dat ook energie. Dan kun je maar door blijven lopen, de kou trotserend, in de wetenschap dat er een warm huis op je wacht. Ik gedij eigenlijk prima in Nederlands extremen. Nu nog leren om alle kwakkeldagen door te komen.

Je verwacht het niet

Ik zat gisteren wat op Wikipedia rond te hangen, dat overigens bedelt om geld, wat ze van mij gekregen zouden hebben ware het niet dat ze zulke achterlijke, op hun strepen staande beheerders hebben, maar dit terzijde, en zocht naar giftige spinnen. Ik las over een Braziliaanse spin waarvan de beet dodelijk kon zijn, maar nog erger, de beet kon ook een langdurige, pijnlijke erectie veroorzaken. Zelfs bij vrouwen. Tegenwoordig kan alles. Ik weet nog goed dat ik vroeger in de klas langdurige erecties had. Terwijl ik ze op dat moment niet nodig had. Wat me ineens deed beseffen dat ik misschien ooit wel door een radioactieve Braziliaanse erectiespin ben gebeten. Inmiddels is het radioactieve verval wel ingetreden. Het is in elk geval niet meer zo dat ik op mijn werk denk: “hee, tien uur! De opwaartse kracht van Archimedes treedt in werking.”

Hoe ik vervolgens bij Betelgeuze kwam weet ik niet, maar bij Betelgeuze moet ik altijd denken aan Donald Duck. Want daar werd de ster toen al in genoemd. 1982 ongeveer. Wat ze inmiddels weten over Betelgeuze is ongelofelijk. Namelijk dat ze een rode superreus is, wat betekent dat ze -ik weet niet hoeveel keer- groter is dan onze zon. Ik brand me er niet aan, maar stel onze zon als een knikker voor, dan is Betelgeuze een voetbal. Ze weten ook dat Betelgeuze aan het eind van haar leven is, waarmee naar mijn mening het bewijs is geleverd dat er, afgezien van op aarde, leven in het heelal is. Men zoekt er al jaren naar, maar ze zien het gewoon niet.

Dat Betelgeuze aan het eind van haar leven is betekent dat ze elk moment kan ontploffen, of beter, een supernova wordt, waardoor ze op aarde als een zeer helder object ter grootte van de maan te zien zal zijn. Waardoor ik me weer afvraag, die heldere maan van laatst…

Elk moment betekent in de intergalactische tijdspanne dat het nog tienduizend jaar kan duren. Dan word je dus weer blij gemaakt met een dooie bus. Daar moet je vaak ook zo lang op wachten. Echter, en dat is nog veel spannender, het kan ook al gebeurd zijn. Laten we zeggen in het jaar des heren 1796. Dan is dat licht nog altijd naar ons onderweg en gaan we de supernova pas over 200 jaar zien. Maar het kan ook in 1524 gebeurd zijn en zien we het morgen! Fascinerend!

Ik zei net dat men al jaren naar buitenaards leven zoekt maar het niet ziet. Op de radio was een onderzoeker die had uitgevogeld dat we sommige dingen die we met onze ogen zien, niet registreren omdat we ze niet verwachten. Ze hadden een groep longartsen een longfoto gegeven en gezegd dat er een tumor zichtbaar moest zijn en of ze die konden lokaliseren. Dat konden ze allemaal, maar dat er in de foto ergens een plaatje van een gorilla zat verstopt, dat zag maar 20%. Je verwacht natuurlijk ook geen gorilla in je longen.

In elk geval, je neemt dus waar, maar je hersenen vullen het plaatje dus grotendeels in op basis van ervaring en verwachting. Als ik door het bos loop, en er staat een rij bomen, maar een van die bomen is een groene draak, dan maken mijn hersenen daar gewoon een boom van, want draken bestaan niet! Nee, geen wonder dat we geen buitenaards leven hebben gevonden. Ze lopen gewoon om ons heen! Je verwacht het niet.

Goed

Toen ik drie weken terug in Frankrijk met de hond op een berg liep, voelde ik mij voor het eerst in maanden weer goed. Ik had een inspanning geleverd, het was heet, ik had water bij me maar het belangrijkste was dat ik in vrijheid liep met Lori. Ik had zoveel vertrouwen in Lori op de bergpaadjes dat ik haar los liet lopen. Een paar dagen eerder durfde ik dat nog niet maar aan de lijn, daar werd het niet veiliger van. Het was een genot om te zien hoe ze voor me uitliep en als ze even uit zicht was stond ze te wachten tot ik eraan kwam. Leven noem ik dat.

Een paar dagen geleden zag ik filmpjes van katten die met slangen aan het spelen waren. Als de slang aanviel ontweken ze hem makkelijk. Ik had dit ook al eens gezien bij een leeuwin die haar welpen rustig bij een giftige slang liet omdat ze wist dat de reflexen van de welpen veel sneller waren dan die van de slang. Lori staat wel eens onze kat Kiwi uit te dagen, en Kiwi haalt dan uit met haar poot. Lori’s kop is vlak bij de kat maar de kat slaagt er geen enkele keer in haar te raken. Bliksemsnelle reflexen.

Vandaag liep ik in het bos en zag een adder. Mijn eerste adder ooit. Ik ben alle andere soorten die in Nederland voorkomen al tegengekomen, maar de adder nog nooit. Lori kwam kijken en ik maakte me geen zorgen. Het instinct is feilloos. Ze onderzocht, ze snuffelde en bij de eerste dreiging nam ze afstand. En ok, een adder is ook geen cobra. Maar wat ik maar zeggen wil, ik word blij van deze hond. Van haar intelligentie, haar behendigheid, haar volgzaamheid, haar gehoorzaamheid. Nu moeten we nog zorgen dat alle bossen opengesteld worden voor loslopende honden, en dat er tienmiljoen Nederlanders verhuizen naar een ander land, dan denk ik dat ik me voortaan weer prima voel. Of, maar dat is wel heel ingrijpend, ik verhuis zelf naar Zuid-Frankrijk.

Oor

Sinds Frankrijk, twee weken nu, zit mijn rechteroor dicht. Ik maak me er zorgen over omdat niemand zich er zorgen over maakt. Ik hoor vrijwel niks met rechts en daardoor kan ik lastig de richting bepalen waaruit een geluid komt. Een week geleden ging ik naar de huisarts (assistente) die zag dat het ontstoken was. Dat had ik zelf ook wel door, want het oor was pijnlijk. Ik kreeg druppels en die moeten drie keer per dag worden toegediend. Hoe dat werkt, ik heb geen idee want volgens mij komen die druppels niet langs mijn trommelvlies. En daar zit kennelijk het probleem anders kon het wel gespoeld worden. Ik krijg het ook niet “geklaard.” Ik kom er niet doorheen.

Toen ik met tinnitus bij de dokter kwam maakte ze zich ook geen zorgen. Dat zou weer overgaan. Nou, mooi niet. Dat was een drama in het begin en inmiddels ben ik eraan gewend. Maar toen ik in volledige paniek was maakte de dokter dat af met dat er hele goede maskeerapparaatjes bestonden, maar dat is het laatste wat je op dat moment wilt horen. Goed, ik begrijp het wel, want er was verder niks aan te doen, dus wat moest hij zeggen?

Afgelopen vrijdag ging ik even terug naar de assistente, die zag dat het er een stuk beter uitzag, maar ik ging juist terug omdat mijn oor slechter werd. Ging hij eerst nog af en toe open, nu helemaal niet meer. Het kon erg lang duren, zei de assistente, waarschijnlijk om van mij af te zijn. Zeikende patiënten, wat heb je eraan?

Uitvaart

Vandaag, op Tammar’s verjaardag, was de uitvaart van mijn schoonmoeder. Ik geloof dat het in 1985 voor het laatst was dat ik eerste rij zat. Linda en Hans hielden een toespraak, wat ik van beiden erg knap vind, maar vooral Hans kreeg veel lof over zich heen. Hij had zelf het initiatief genomen, niemand had hem gevraagd, maar hij verbaasde iedereen. Zijn oma zou zeker trots op hem zijn geweest.

Het was een eenvoudige uitvaart, veel bloemen en heel veel foto’s en muziek. De foto’s waren voor een groot deel te danken aan Linda’s vader, lang geleden gescheiden van mijn schoonmoeder, maar ze bleven elkaar op de verjaardagen van de kinderen zien. Linda’s vader fotografeert al zijn hele leven, met als gevolg dat er honderden of duizenden foto’s zijn. Linda’s moeder kende ik vanaf dat ze een jaar of vijftig was, en ik heb haar nooit in blakende gezondheid gezien. Maar op de foto’s van vroeger kwam ineens een ander beeld naar voren. Dat van een mooie jonge vrouw in gelukkige tijden. Er passeerden tientallen foto’s van Linda’s moeder, op vakantie of gewoon thuis, met haar kinderen of met de hond, afgewisseld met recentere foto’s waarop ze in een rolstoel zat, maar toch nog lachend.

Juist dat beeld van vroeger maakte het speciaal en emotioneel. Ik heb ook de hele jaren zeventig en tachtig meegemaakt, maar er zijn maar enkele foto’s om het te bewijzen. Ik heb denk ik geen enkele foto van mezelf van toen ik tussen de twintig en de vijfentwintig was, maar van mijn schoonmoeder zijn er duizend. Het creëerde een mooi beeld en met de muziek eronder was het indrukwekkend.

Ik zag de mensen langs de kist gaan om afscheid te nemen. Linda’s vader legde zijn hand op de kist, ook hij moet teruggedacht hebben aan de mooie tijden. Toen broers en de laatst levende zus afscheid namen kreeg ik het toch te kwaad. Die kenden haar al hun hele leven en ik stelde me voor hoe dat moest zijn. Maar mijn schoonvader, ik heb er twee, maar nu bedoel ik mijn schoonmoeders huidige man, moet alleen verder. In zo’n week van overlijden tot uitvaart ben je te druk en word je geleefd, maar als de uitvaart is geweest en iedereen gaat weer door begint de rouw pas echt. Ook voor Linda en haar zus, die blij zijn dat hun moeder uit haar lijden is, maar die toch ineens zonder moeder zijn.

Een proces van verwerking en slijtage dat je niet kunt overslaan, ontwijken of versnellen, dat heeft even tijd nodig. Ook ik voel de leegte die ze achterlaat.

Deze foto maakte geen onderdeel uit van de getoonde foto’s maar om een indruk te geven. Linda, haar oudere zus en haar moeder.

Sportsokken

Ik zeg wel eens gekscherend dat je nooit moet doen als ik, want ik maak steevast verkeerde keuzes. Ik heb dit een paar maanden terug beschreven in een logje waarin ik Jaap Stobbe noemde, de plaaggeest. Het is ook niet dat als ik de andere keuze gemaakt zou hebben dat het dan wel goed zou zijn uitgepakt want dat is niet zo. Dan zouden de omstandigheden wijzigen, en zou die andere keuze verkeerd zijn uitgepakt. Dat is wat de plaaggeest doet.

Zo badminton ik al jaren met witte sportsokken. Ik heb vorig jaar nog twee paar besteld op de psv-fan store. Maar het begon me toch op te vallen dat de meesten geen witte sportsokken meer hadden. Een medespeler, die ik qua kleding altijd een beetje in de gaten hou had hele korte sokken aan, die nauwelijks boven de schoen uitkomen. Dus die bestelde ik laatst ook, 4 paar en een nieuw shirt, dus ik voelde mij weer het heertje.

Gisteren viel mij ineens op dat de betreffende speler witte sportsokken aanhad. I’ll be damned, denk ik dan. En vanochtend lees ik in de krant, dus dan is het waar, dat witte sportsokken weer helemaal hip zijn.

Dus ja, er is niet tegen te vechten. Het maakt niet uit wat ik doe. Ik leg me erbij neer. Het enige voordeel is dat ik anderen uitstekend kan adviseren. Gewoon tegengesteld doen van wat ik doe.

Frustraties.

Wat mij deze week ook nog bezighield waren twee klusjes. Eentje was het zwembad dat ik opgezet had voor de vakantie weer afbreken. Toen ik hem opzette voor Hans de thuisblijver, zag ik in de bodem een groot gat. Muizen waarschijnlijk. Ik plakte het met een stuk plastic van een luchtbed en Hans was gered. Nu, tijdens het afbreken, vond ik dat ik het iets beter moest plakken en ging aan de gang. Schuurpapier, een ander luchtbed opgeofferd, lijm en het plakte voor geen meter. Lang verhaal kort, ik was met mijn engelengeduld twee uur bezig voordat ik het opgaf en het hele zwembad naar de stort deed.

Een dag later, Hans had een andere fiets gekocht omdat die van hem gejat was. Niet op slot gezet, dan is het je eigen schuld, niet die van de dief. De andere fiets was 50 euro en de voorlamp deed het niet, of ik daar even naar kon kijken. Natuurlijk. Ik pakte de fiets en voelde dat die veel te zwaar liep. Na een snelle inspectie vond ik dat de rem niet goed vrij liep. Of hij dat niet gemerkt had? “Jawel maar ik dacht dat zo hoorde.” Ik ging aan de gang, ik haalde de hele boel uit elkaar en kreeg het niet meer in elkaar. Ik fietste (mijn auto stond weer eens bij de garage) met een wiel in mijn hand en een uit elkaar gehaalde trommelrem naar de fietsenmaker. Of hij me kon helpen.

De fietsenmaker was bepaald geen Wheeler Dealer want hij zag mijn onderdelen en zei dat hij een rem nooit zover uit elkaar haalde. Hij kon me dus niet helpen, maar na lang zoeken vond hij nog een gebruikte trommelrem. Die mocht ik voor tien euro hebben. Ik fietste naar huis, om er daar achter te komen dat er een bepaald hoekje miste waardoor je de rem niet kon afstellen. Ik fietste weer terug naar de fietsenmaker, die gaf mij gelijk, en gaf me instructies hoe ik dat kon oplossen. Hij maakte zelfs met zijn slijptol iets (een onderdeel) op maat zodat ik de rem wel kon afstellen. Ik moest dan alleen nog het kabeltje inkorten.

Eenmaal thuis wilde ik aan de gang, bleek dat het op maat gemaakte onderdeel niet meer aan de fiets zat. Zo goed op maat was het dus niet als het van de fiets kon vallen. Ik had niets gehoord, maar dat kan kloppen omdat mijn rechteroor al sinds de vakantie dicht zit. Uren was ik al bezig, twee keer naar de fietsenmaker gefietst toen ik het opgaf en besloot weer een nieuwe fiets te gaan regelen.

Kijk, ik ben blij dat ik veel geduld heb, maar als dat dan niet beloond wordt met resultaat, en het alleen maar verspilde tijd is, nee, dan krijg ik de pest in. Terwijl ik lang geleden al geheel autodidactisch te weten kwam dat ik voor het beste resultaat gewoon beter gelijk iemand kan inhuren in plaats van zelf aan de slag te gaan, uren kwijt zijn, de boel gesloopt te hebben en alsnog iemand kunnen inhuren om het weer te repareren. Ondanks deze kennis pijnig ik mezelf elke keer weer. Misschien moet ik mezelf eens honderd strafregels opleggen. “Ik moet niet zelf aan klussen beginnen maar een handig persoon inschakelen.”

Heldin

De eerste zondagochtend dat we terug waren na twee fijne weken zaten we in de veranda en de buurman zat in de tuin te bellen. De telefoon stond op de speaker zodat we het hele gesprek hoorden. Het ging over waar hij allemaal ging hardlopen. Ons leven bestaat kennelijk uit twee rustige weken in Frankrijk en drie rustige weken als de buren op een camping anderen aan het terroriseren zijn. Even daarvoor was het er stil, en ik wist precies dat hij er niet was en dat hun zoontje uit logeren was, dat kon ik opmaken uit de geringe hoeveelheid herrie. Maar toen hij terugkeerde begon de ellende weer.

Linda heeft de gewoonte om een box tegen hun muur aan te zetten en de muziek keihard aan te zetten als hij met zijn penetrerende stem non-stop aan het keuvelen is. Dus ze liep naar binnen, haar gezicht op onweer en ze kwam terug zonder speaker. Ze liep richting schutting, ging op een verhoging staan en zei voor het eerst in vijf jaar terrorisme of hij misschien wat zachter kon praten want we hoorden alleen nog maar hem op de eerste dag dat we terug waren. Ik herkende de toon, en herkende de blik. Die zijn angstaanjagend. Als het naar mij is gericht probeer ik kalm te blijven maar van binnen gaan alle alarmbellen af. Mijn oren gaan plat, mijn staart gaat tussen mijn benen, ik laat mijn plas lopen en ik bid: verlos ons van het kwade, amen. Hopelijk is dat niet te zien aan mij.

De arme buurman schrok zich een hoedje, en zei dat hij binnen verder zou bellen. Sinds die tijd is het een stuk stiller hiernaast. Ik had gelijk over het zoontje. Je hoort het verschil tussen een kind dat herrie maakt of een verwend kind dat z’n zin niet krijgt en herrie maakt. Het zoontje kwam een dag later terug en liet zich horen. Maar ook dat lijkt wat minder. Kijk, je moet je voorstellen dat je lekker in de tuin zit te bellen, en dat Linda dan op de bloembak gaat staan en haar dodelijke blik over de schutting werpt. Nee, ik denk dat dit voorgoed klaar is.