Ik lees een boek van een Hongaarse psychologe over intergenerationeel trauma. Dat is het overgaan van een trauma op volgende generaties. Er worden zoveel voorbeelden gegeven van hoe zo’n trauma zich uit dat ik haast concludeer dat iemand uit een generatie boven mij iets dergelijks heeft doorgegeven. Dat schijnt zelfs op celniveau te kunnen (Epigenetica). Ik schrok een beetje van de precieze beschrijving van de werking ervan. Waar we vroeger spottend praatten over het verkeerde kleur fietsje, snap ik nu ineens dat we er faliekant naast zaten. Daarmee bedoel ik dat de hardheid waarmee vroegere generaties werden opgevoed behoorlijk veel schade heeft berokkend aan de ziel. Terwijl we vroeger juist dachten dat je daarmee een doel bereikte of je het kind behoedde voor erger.
Ik verdenk al mijn opa’s en oma’s van deze onbewuste en onbedoelde trauma’s zonder ze iets kwalijk te nemen; misschien speelde er bij hen ook al een intergenerationeel trauma of werd het veroorzaakt door de oorlog. En misschien geef ik het ook al wel door. Mijn taak is nu het doorbreken ervan. Als dit het is tenminste. Ik heb volgens het boek al best een aantal dingen goed gedaan.
Eigenlijk is het bijna beangstigend hoe de psychologie hier als wetenschap wordt beschreven. Het verwijdert bijna iemands vrije wil. Ik moet ook steeds denken aan een lied van Simon & Garfunkel. I am a rock. Ik heb dat kennelijk altijd al aangevoeld, en het is mij duidelijk dat de schrijvers ook aan een intergenerationeel trauma lijden.
Nu zal de waarheid van de ziel heel lastig te doorgronden zijn en is er wellicht toch iets als goed en kwaad (wel of geen inlevingsvermogen) en is er ook een vrije wil. Alleen zal die wil wel beïnvloed worden door hoe je frontale kwab is gevormd als gevolg van genoemde trauma’s. Ik heb in bepaalde situaties absoluut geen vrije wil. Dan reageer ik gewoon zoals het in mijn hersenen of ziel geprogrammeerd staat. En volgens mij is dat juist een gevolg van wel of geen empathie. Waarmee ik dus tegenstrijdig moet concluderen dat de vrije wil om goed of kwaad te doen veroorzaakt wordt door een overerfelijk trauma waar je geen invloed op hebt. Of wellicht toch, als je besluit het te doorbreken.
Er werd zelfs de bedoeling van de natuur van het doorgeven van trauma’s beschreven. De erfelijk belaste generatie zou zo grotere overlevingskansen in zelfde situaties hebben. Alleen als het trauma (oorlog, armoede, honger) niet meer aanwezig is, gaat de erfelijk belaste generatie het alleen maar lastiger krijgen. En dat laatste is waar ik mee kamp.
Natuurlijk komen deze gedachten in je op tijdens het lezen van zo’n boek. Maar in mijn geval heb ik ook een duidelijk trauma opgelopen op mijn vijftiende. Ik heb het alleen nooit als excuus willen gebruiken voor mijn latere angsten en depressies. En dat was misschien niet zo verstandig. Maar ja, je mocht niet meehuilen met de wolven in het bos en je moest door. Dus deed ik dat maar. En intussen was ik een steen, een eiland.
