Zondigmorge Bloasmuziek

In een poging om van mijn nu al twee maanden durende rugpijn af te komen, stapte ik vanavond op mijn stalen ros en trapte de Kroondomeinen in. Anderhalf uur lang flink doortrappen leverde mij de aanblik op van een aantal hazen, een paar konijntjes, een enorme keiler die op een zwarte beer leek, vijf edelherten en een zwartbruine ree. En tijdens het fietsen voelde ik mijn rugpijn niet. Gelukkig keerde hij bij het afstappen gelijk weer terug want ik miste hem al. Ik vraag me af wanneer dit over gaat. Elke keer komt het weer terug en de pijnlijke plek wisselt ook steeds van plaats. Eerst rechts, toen links, toen laag in het midden en nu ietsjes hoger in het midden. Ik zei gisteren tegen mevrouw Mack dat de pijn waarschijnlijk al mijn wervels gaat uitproberen en dat als hij bovenaan is, hij weer teruggaat naar beneden en zo de rest van mijn miserabele bestaan voort. Ik hou ervan om een positieve levenshouding te hebben.

Vroeger toen ik nog geen rugpijn maar wel een sprongsmash had waarvan iedere tegenstander sidderend van pure angst zijn gezicht afschermde met zijn racket, leerde ik mevrouw Mack kennen. Het was maar goed dat ik toen nog geen rugpijn had want mevrouw Mack, dat was mij er eentje. Goed, we zijn inmiddels tien jaar verder en wijzer en het is wel duidelijk dat het alleen maar verder aftakelt met mij. Gelukkig heb ik me geestelijk altijd al als een oude narrige man gedragen, dus wat dat betreft ben ik zo stabiel als een windracer surfplank uit 1980. Maar ik liep daarnet op uw-buis weer even tegen een nummer aan dat ik vaak op zondagochtend aanzette. Tot grote ergernis van mijn wederhelft. Ondanks dat is ze toch gebleven. En zij moet geestelijk nog wat rijpen, dus het komt vast nog goed.

Gillette, we test it on a pet.

Mensen die mijn weblog wat langer lezen weten een beetje hoe mijn dna is opgebouwd, en voor hen ben ik geheel voorspelbaar. Ondanks dat blijven zij hardnekkig lezen waarvoor mijn oprechte dank. En natuurlijk, na mijn ontsnapping ben ik wat lezers kwijtgeraakt, maar dat wil nog niet zeggen dat de dingen die ik zeg, denk, schrijf en uitdraag, gewoon genegeerd kunnen worden.

Want wat gebeurt mij gisteren? Ik deed de hyves-evolutietest. Gewoon nieuwsgierig hoe het met mijn evo stond. Ik beantwoorde vijf vragen over lichaamsbeharing en hoe ik daarmee omging. Volgens de uitslag leek ik meer op een Neanderthaler dan op een moderne man. Maar wat schetst mijn voorspellingsvermogen? Deze test was een reclame van de firma Gillette, the best a gay can get, we test it on a pet. Want u kent Gillette allemaal van hun tests op levende dieren toch?

Maar nu zijn ze te ver gegaan. De vragen worden gesteld door een jonge, knappe vrouw en dienen zo beantwoord te worden dat als je zoveel mogelijk lichaamsbeharing dagelijks afscheert, je bij haar in de smaak valt en dus vraagt ze je wat je vanavond doet. En als je weinig scheert ben je een zwijn. En als je de middenweg bewandelt, dan ben je een Neanderthaler. Nou, dat gaat dus geheel tegen mijn dictatoriale oerleer in, dus ja…. dan ga ik urine en zweet uitscheiden.

Want een alles-scherende midlife-crisis, komop zeg. Daarna nog een lekker geurtje over die aalgladde schedel en het nichterige geheel moet de indruk wekken dat daar normaal, als hij maar wil, nog wel haar groeit. Iemand die ontkent dat zijn haar uitgestorven is. Mike de Boer bijvoorbeeld. Ik weet zeker dat hij het hoogst op betreffende evolutieladder scoort en dat de knappe vragenstelster met hem het liefste uit wil met zijn gladde huidje. Denkt zo’n trut er wel eens aan wat je met zo’n man kan als de stroom chronisch uitvalt? Niks! Hij zal piepen dat z’n tondeuse het niet meer doet, er geen warm water meer uit de kraan komt en dat z’n rosé lauw is. Terwijl ongeschoren aapmens in zo’n noodsituatie het bos in trekt en er met een edelhert achter zich aan slepend weer uit komt. Kwestie van prioriteiten stellen.

En natuurlijk, een man die zijn lichaamsbeharing wat binnen de perken wil houden heeft ook bestaansrecht. Maar dat kan prima met de meegeleverde tondeusefunctie op je scheerapparaat, zodat je nog wel verschil blijft zien tussen jou en je vrouw. Dat kan uitstekend met Philips of Braun of zo. En zelfs aalgladde Gillette-metro’s hebben bestaansrecht, want voor de Neanderthaler moet er ook iets te lachen zijn.

Maar potverdorie zeg, wat heb ik een hekel aan bedrijven die de wereld kapot proberen te maken voor eigen geldelijk gewin. Daar moest nu eens tegen opgetreden worden.

Over stotteren, Hans en Kasper.

Hans is nu zo ver gevorderd in het stotteren dat hij naar logopedie mag. Het is soms zielig om te zien hoe hij probeert te praten. Hij vertrekt zijn hele gezicht om er een woord uit te krijgen. Het lijkt ook meer op wegslikken dan op stotteren. Ik zelf heb het gevoel dat er niet zoveel aan de hand is. Als hij praat zonder na te denken, bijvoorbeeld als hij afgeleid is, praat hij vloeiend. Maar als de zin begint met: ""papa?", of met:  "weet je?" dan wordt het lastig. Er lijkt ook wel samenhang te zijn tussen het stotteren en zijn chronische loopneus. Ook daar gaat binnenkort naar gekeken worden door iemand die er verstand van heeft. Ik hoop dat ze hem kunnen helpen want dit is best sneu.

De logopediste vroeg of er onlangs iets gebeurd was waardoor hij zou kunnen zijn gaan stotteren. (vijf werkwoorden achter elkaar) Maar niet dat wij weten. En of wij erop wilden letten om zelf wat langzamer te praten omdat een kind dat overneemt. Ik heb het met voorlezen gelijk toegepast. En dat vervloekte sprookjesboek heb ik ook aan de kant gelegd. Een kind op zijn leeftijd zou er een trauma van krijgen. De meest gruwelijke moorden gebeuren in sprookjes. Laatst in ‘de tondeldoos’ hakt een soldaat de kop van een heks eraf. En op het plaatje zie je de kop zo wegvliegen. Bovendien staan er termen in het sprookjesboek die ik amper begrijp, laat staan Hans. De enige lol die hij er volgens mij aan beleefde, was dat ik er nog wel eens dingen bij verzon die er niet stonden. "Er was eens een Alfa Romeo…" "Neeeheeee," roept hij dan lachend, mij ondertussen aanmoedigend om meer van dit soort fouten te maken.

Maar nu had ik tenminste weer een boekje voor zijn leeftijd. "Kasper kan niet slapen" heette het. Het verhaal ging over een jongetje dat met zijn klas een inzamelingsactie houdt voor arme kindertjes in Afrika. Hij verkoopt op de rommelmarkt tien van zijn knuffels voor een euro per stuk. Maar één knuffel wil hij liever zelf houden en verstopt hem onder z’n trui. Aan het eind van de dag heeft hij er negen verkocht en levert negen euro bij de juf in. Maar Kasper krijgt wroeging en droomt over tien arme kindjes waarvan er negen iets te eten hebben en eentje niet. En als Sinterklaas dan ook nog komt en aan Kasper vraagt wat hij wil hebben, zegt Kasper per ongeluk "een euro". Terwijl de sint doorvraagt komt de aap uit de mouw en Kasper biecht snikkend op wat er aan de hand is.

Natuurlijk legt de goede Sint hem uit dat het helemaal niet erg is wat Kasper gedaan heeft omdat het immers niet verplicht was om tien dingen te verkopen. Aan het eind kreeg Kasper op pakjesavond een heel klein kadootje van de Sint met een gedichtje erbij. Natuurlijk zat er de ontbrekende euro in die Kasper weer aan de juf kon geven. Maar wat een goedheid bij de Sint en bij een kind. Papa móest wel rustig lezen omdat hij af en toe iets moest wegslikken.

De witte broek

Ik weet niet of rokjesdag al geweest is dit jaar omdat degene die daar het startschot voor gaf niet meer onder ons is. Maar ik verwacht van niet omdat het vandaag de dag van de witte katoenen broek was. Ik heb er maar liefst drie gezien. Twee van die drie dames die hem droegen, stond hem ook. Ik ben meer fan van de witte strakke broek dan van rokjes weet ik sinds vandaag. Maar ik neem aan dat de broek voor het rokje gaat, dus dat rokjesdag nog moet komen.Witte_broek_3

Herkenning van de blijde emotie

Toen ik vanmiddag na een race tegen de klok van half zes Tammar ophaalde bij de kinderopvang, kwam zij mij juichend tegemoet lopen. Ze stak beide armpjes omhoog en liep met hoog opgeheven handjes in mijn richting. Nog niet beïnvloed door levenservaring uitte zij haar blijdschap op deze authentieke manier. Natuurlijk is dat erg leuk voor een vader, maar ik wil het toch eens even hebben over het moderne juichen.

Kent u van die oude zwartwit foto’s van voetballers die net hebben gescoord? Je ziet ze op dezelfde manier als Tammar juichen. Beide armen hoog in de lucht rennen ze richting hun medespelers. En op diezelfde foto zie je de medespelers ook met beide armen gestrekt omhoog juichen. In combinatie met korte voetbalbroekjes en strakke shirtjes ziet het er vaak wat nichterig uit. Terwijl het bikkels waren hoor, die voetballers van vroeger.

Vandaag de dag is het andersom. De juichpose van een voetballer kent vele varianten, behalve die met twee armen gestrekt omhoog. De ene vreugdeuiting is nog origineler dan de andere. Met twee duimen naar het rugnummer wijzen, een vlakke hand achter het oor houden, een wiegend gebaar maken, een salto, een snoekduik, een boogschiet-imitatie, noem het maar op. Het ziet er allemaal veel stoerder uit dan vroeger. Maar dat is slechts het gevolg van het verschijnsel dat tegenwoordig iedereen zich probeert te onderscheiden, zonder dat daar kwaliteiten aan ten grondslag liggen die dat rechtvaardigen. Hoe oprechter de blijdschap, hoe hoger de handen.

Hoe weet de overheid dat?

Als ik op een tweebaansweg rij, waar je grotendeels niet mag inhalen (N344, Amersfoortse weg) vanwege een doorgetrokken streep, dan moet ik geduldig zijn tot aan de stukken waar de streep onderbroken is en waar je dus wel mag inhalen. Maar altijd -en nee, niet meestal- heb je precies op dat punt tegenliggers zodat je nog niet kunt inhalen. En altijd -en nee, niet meestal- als de laatste tegenligger voorbij is, begint de doorgetrokken streep weer. Wilt u eens op dit verschijnsel letten? U zult zien dat het altijd -en nee, niet meestal- opgaat.

Een zorgelijke ontwikkeling.

Het gebeurde mij gisteren voor de tweede keer in mijn leven, voorzover ik mij herinner tenminste.  Ik werd gediscrimineerd. Saillant detail: ik ben blank. Ik was bij een echtpaar waarvan de man blank is en de vrouw zwart. Het kindje zou dan volgens natuurkundige kleurwetten grijs moeten zijn, maar het was lichtbruin. Toen ik wegging zei het tegen mij : "dag witte poeperd!" En ik kon er nog niks tegen doen ook. Want volgens Geert Wilders mag de waarheid gezegd worden en de waarheid is: mijn poeperd is wit. Tenminste, zolang we niet al te diep in detail treden.

De eerste keer dat het me gebeurde betrof het ook al een minderjarig, klein en onvolwassen kindje. En die verzinnen dat heus niet zelf. Die worden opgestookt door hun ouders. Donkere rassen kijken tegenwoordig op mij neer! Met andere woorden mensen, discriminatie is niet langer voorbehouden aan de voormalige, koloniale overheerser. En ook hier blijkt gelijk dat discriminatie hand in hand gaat met een vooroordeel, want dat kind heeft toch geen röntgenstralen?

Mack komt overal te laat achter (14)

Vandaag heb ik mij voor het eerst laten leiden door een goed navigatiesysteem in mijn auto. Ik moet zeggen, geweldig! Natuurlijk ben je als man sceptisch omdat er toch even aan je stoelpoten wordt gezaagd door zo’n tuthola die je de weg wijst. Maar ze had een Belgisch accent en bemoeide zich niet teveel met me. Bovendien, als ik anders reed dan dat zij voorschreef, bleef ze niet als een achterlijke herhalen dat ik moest keren, nee, ze had door wat ik van plan was en zij paste haar route aan. Daar hou ik nu van. Helaas, toen ik aankwam in Loenen aan de Vecht bleek dat ik niet goed in mijn agenda had gekeken want ik moest in Vleuten zijn. Maar geen paniek, geef het juiste adres in en kalm en relaxed werd ik naar het goede adres geloodst.

Mijn natuurlijke navigatiesysteem werkt niet optimaal. Ik weet altijd precies waar het noorden is, maar als je niet weet waar je zit heb je daar geen bal aan. Meestal kom ik er na een kilometer of vier rijden achter dat ik verkeerd zit, en moet ik eerst nog drie kilometer achter een opa aan rijden die met zestig kilometer per uur voortsukkelt voordat er een mogelijkheid is om te keren. Na die drie kilometer ben ik meestal oververhit. Ik heb dan een stuk stuur in mijn mond, een losgetrokken handrem in mijn hand, en ik stuif met 180 kilometer per uur dezelfde weg terug.

Dat is allemaal niet zo goed voor je bloeddruk, maar een navigatiesysteem wel. Op de terugweg liet ik het uit omdat ik het navigeren niet wil verleren. En ook dat ging beter. Ik dacht rustiger na waardoor ik nu eens een keer instinctief de juiste file pakte. Tenminste, dat gevoel had ik. Ik had zelfs nog tijd om een twee opdringerige  BMW’s te zieken. Relax man!

De

Mijn overbuurman i lechthorend en lechtziend. Hij lijdt aan een yndroom dat helaa voortgaat, waardoor hij teed minder gaat zien en horen. Hij zei mij dat ik tot de peronen behoor die hij lecht vertaat. Want ik chijn de   onduidelijk uit te preken. Hij kwam erop omdat ik hem vertelde dat ik een film had gezien over Ray Charle. Ik moet het drie keer herhalen voordat hij begreep over wie ik het had. En dat i voor het eert dat ik daar iemand over hoor. I dat één van u wel een opgevallen, dat ik de   lecht uitpreek?

Vader….geschikt/ongeschikt

Een jaar of zes geleden, toen er grote druk op mij werd uitgeoefend om vader te willen worden, was ik onzeker. Ik maakte de beginnersfout te denken dat ik geen goede vader zou zijn. Dat ik mijn onzekerheden en angsten aan mijn kind zou doorgeven. Ja logisch, want ik had immers ook al mijn angsten en onzekerheden van mijn vader geërfd, vandaar dat ik nog steeds zo aan hem hang. Onzin dus, je kunt altijd wel redenen bedenken om niet aan kinderen te beginnen, maar als je daar wat dieper over nadenkt dan dicht je jezelf toch een grotere rol toe dan je speelt. Want de toekomst voorspellen moet je aan waarzegsters overlaten, niet aan aanstaande vaders.

Maar dat ik op een gegeven moment echt overtuigd was van het feit dat ik ze wél wilde, nee, dat is ook weer niet zo. Ik mis sowieso het gen dat je voor 100% achter een beslissing laat staan. Welnee, op een gegeven moment, met de belofte van Linda om mij te steunen, en met haar toezegging om haar eigen genen extra krachtig door te geven, heb ik toegegeven. Niet aan Linda, want in tegenstelling tot wat er in de eerste zin staat, oefende ze geen druk uit, maar was zij al overtuigd van mijn kwaliteiten als vader, dus hooguit moedigde ze me wat aan. Nee, ik gaf toe aan mezelf. Laat maar gebeuren dan. Iedere boerenlul kan het, zoiets heb ik gedacht.  En niet veel later, nadat we op een ochtend een woordenwisseling hadden, werd de lucht geklaard door een opgewonden van de trap af rennende Linda, met in haar handen een predictortest die 11 graden aangaf.

En langzaam groei je in je  toekomstige rol, het gaat geheel vanzelf en je bereid je voor op wat komen gaat. De angsten konden nu overboord gezet worden want het zaad was toch al geschied.  Voor angsten was het te laat. En daarom dacht ik maar aan de leuke dingen. En, zo dacht ik destijds, het leukste aan een kind moest toch wel zijn dat het je vragen gaat stellen die je dan kunt beantwoorden. Hoever is de maan, hoe hard kan een paard lopen, wat is de grootste slang, gewoon van die vragen om je ego als vader lekker mee op te poetsen. Vandaag was het mijn vuurdoop. Hans stelde zijn eerste algemene kennisvraag van zoon tot vader. "Papa, waarom is Nederland eigenlijk zo’n klein landje?" "Ja, eh Hans, dat hebben de Duitsers…eh nee, ik weet het eigenlijk niet." Shit! Heb ik me daar al die jaren op verheugd, moet ik al op de eerste de beste vraag het antwoord schuldig blijven.