Via een route door vijf provincies kwamen wij maandagmiddag aan in het hoge noorden van Friesland, Esonstad. Esonstad is een aanrader voor een korte vakantie. De vakantiehuisjes zijn gebouwd in oud Fryske styl en hebben de tjibbe ep dyn ippe satst holden. Nou ja, de meeste dan. Het leuke van Esonstad is dat het ook meer op een stadje lijkt dan op een vakantiepark. Je woont als het ware in een straatje met een supermarkt, een café en een plein en tijdens het eten kun je zo zien wat de overburen eten, mits liju den gerdjienjen net sliut.
Maar wat was ik lang niet in Friesland geweest zeg! Wat een rustige provincie en wat een vlakke wegen. Wat een uithoek en wat is het er koud. Ik liep op de dijk en verbaasde me een beetje dat je nog adem kon halen, zo hoog noordelijk. Ik zette mijn capuchon op want ik had geen fatsoenlijke muts. Er is wel een kledingwinkeltje in Esonstad maar toen ik naar een muts vroeg zei de eigenaar: Nje, wi onge tyd uns war Dokkum em rieujen. Nou, dat ging me te ver, dan maar koude oren.
Ik liep met Hans op de Dijk en wij bekeken van dichtbij een oude roestige boot waarop een heks woonde. De heks liep buiten op het dek en riep ons iets in onverstaanbaar Fries toe. De enige woorden die ik eruit opmaakte waren "heks" en "televisie". Maar ik had geen idee wat dat betekende. Ik riep maar terug dat het koud was maar dat vond zij niet. Zij vond het lekker. Nou ken ik niet veel Friezen maar als dit geen dorpsgek was dan wil ik dat graag zo houden.
Verder was er op het park een speelzaal voor de kinderen en er waren theatervoorstellingen, ook voor de kinderen. Hans vond het niks. Hij ging ongeïnteresseerd op de tweede rij zitten en deed helemaal niet leuk interactief mee, zoals de andere kinderen. Toen alle banken aan de kant gingen er een dansje gedaan moest worden en ook Hans ten dans werd gevraagd, weigerde hij. In een dwarse houding ging hij op een bankje naast ons zitten. En toen bedacht ik me: dit is waarachtig een zoon van mij.