Ik voel het aan m’n eksteroog.

Huhuh. Ik heb ze weer voorbij horen komen hoor, de weersvoorspellingen van de dorpelingen, de afgelopen vorstperiode. "Ja, de mollen zitten diep en daaraan kun je zien dat het een strenge winter wordt." Maar dat zeggen de volksvoorspellers alleen als het op dat moment vriest en de weermannen nog niet weten wanneer de vorstperiode ophoudt. Want zij die dat zeggen durven geen verantwoordelijkheid voor hun uitspraken te nemen. Op een laf en oncontroleerbaar moment doen zij hun uitspraken, omdat ze weten dat toekomstvoorspellingen hen nog steeds de meeste aandacht geven. (Hee, die weet meer dan wij!) Maar nu het dooit alsof het zomer wordt zijn ze in geen velden of wegen meer te bekennen met excuses voor hun domme uitspraken. Alsof een mol kan aanvoelen hoe het weer over een maand wordt zeg! Doe ff normaal. Dat is net zoiets als het verhaal dat toen de tsunami net had plaatsgevonden, alle dieren naar hoger gelegen gebied waren getrokken. Onzin! Profeten! Marskramers! Alleen de vissen zijn naar hoger gelegen gebied gezwommen, en dan nog alleen omdat ze door een enorme vloedgolf werden meegesleurd.

De Midlife-crisis is er.

Het was weer een zwaar weekend dat in het teken stond van twee verjaardagen, die op zaterdag gevierd werden in Emmerich, net over de grens in Duitsland. Duitsland is een land dat ligt ten oosten van ons en is vooral bekend door haar snelheidslimietloze autobahnen. Voor de rest heeft Duitsland weinig nut. De zaterdag begon goed; ik was met Hans naar zwemles geweest en na afloop kon een moeder met haar twee kindjes niet meer met haar Ford Focus van de parkeerplaats afkomen wegens gebrek aan grip in de sneeuw. Maar gelukkig was daar Supermack to the rescue. Met zijn enorme spierkracht duwde hij de auto eigenhandig achteruit het hellinkje op, en dat werd beloond door die moeder die tenminste nog snapt hoe je met dit soort dingen om moet gaan. Iets met handige, sterke man zei ze, en dat werkt beter voor je humeur dan een overdosis prozac.

's Middags brachten wij de kinderen te logeren omdat Duitsland altijd laat wordt. Gezelligheid kent geen tijd bij de Emmenthalers. Maar wat mij nu weer ter ore kwam over onze oosterburen…het schijnt zo te zijn dat unsere freundliche Freunden von dem andere Zeite, Witschen maken over onze gierigheid. Ik stond wel even met mijn oren te klapperen zeg! Belgen doen dat, Amerikanen doen dat en nu de Duitsers ook al. Er zal dus wel een kern van waarheid in zitten, net als in de bewering dat Duitsers geen humor hebben want anders kwamen ze niet dertig jaar na de Belgen en de Amerikanen ook nog met deze grap. Terwijl echte hilariteit ze juist weer niks doet getuige het feit dat ze om WO II grapjes dan weer totaal niet kunnen lachen. Ze nemen zichzelf veel te serieus, die Duitsers. Kijk maar eens naar Michael Schumacher (dat is een Formule 1 coureur uit Duitsland) die beweert dat hij voor de 8e keer wereldkampioen gaat worden. Deze op papier beste coureur aller tijden denkt dat hij op zijn 41e nog wel een potje kan breken bij de jonge garde. Kijk, dat ik op mijn veertigste nog zo een auto van zijn plek duw, wil niet zeggen dat iedereen nog tot topprestaties komt op die leeftijd.

's Nachts reden we terug per Alfa Romeo door de Tiefschnee, in Duitsland strooien ze niet zo snel als hier, en dat was genieten met volle teugen. Natuurlijk deed ik tegen Linda alsof ik die sneeuw liever niet had, maar dat was valse bescheidenheid. Over topprestaties gesproken: ik en m'n Alfa.

Overredingskracht

Hans mag regelmatig als hij naar bed gaat een paar uur in ons bed slapen. Maar, alleen als hij niet steeds roept als wij al beneden zitten want daar heb ik een hekel aan. Dus Hans, als jij roept ga je gelijk naar je eigen bed. Hoeveel keer mag ik roepen? Geen één keer, want dan breng ik je naar bed. En als ik moet poepen? Dat is de enige uitzondering. Oké? Oké.
Dus dan begint net DWDD en ik hoor: "Papaaa! @%&$%^&, ik ren naar boven. "Wat is er?", vraag ik dan dreigend. "Ik vind het hier eng, ik woe in m'n eigen bed."
Dus ik kom weer beneden, en zeg tegen Linda: Zo, nu was het genoeg. Ik hem hem in z'n eigen bed gelegd, we hebben er lang genoeg mee gedreigd! Ja, moet-ie maar niet roepen, met mij valt niet te spotten, ik had hem gewaarschuwd. (En dit alles zeg ik met een vleugje extra testosteron in m'n stem.) En ik ga verder met DWDD kijken.

Ik belde vandaag op verzoek van Linda de verzekering voor de afwikkeling van een klein brandschadegevalletje, en die hadden het verheugende nieuws dat ze vanwege een foutje nu toch 100% zouden vergoeden in plaats van de 75% die ze eerder aan Linda gemeld hadden. Ik belde Linda op haar werk over hoe het verder afgewikkeld werd en noemde terloops dat ik ze nu toch zover had dat ze die 100% zouden vergoeden. Ja, (en dan komt dat testosterongeluid weer) kwestie van ze even duidelijk maken dat je niet verzekerd bent voor 75% van de schade hè? Ja, je moet ze gewoon onder druk zetten, dan zwichten ze vanzelf.

Smartietoetje

Hans vroeg of hij nog een toetje mocht na het eten. Ik vroeg hem wat voor toetje hij dan wenste. Een smartietoetje! Natuurlijk, hij wil altijd een smartietoetje. Ik zei Hans dat we geen smartietoetjes hadden maar dat klopte niet, kwam ik in de tussentijd achter. "Dan woe'k vla," zei Hans. Een smartietoetje is een vruchtenyoghurtje in een plastic verpakking, met daarnaast nog een apart bakje met smarties dat je door de yoghurt kunt doen. En ja, beste lezer, ik kreeg vroeger ook gewoon een bakje witte yoghurt met roosvicee. Maar daar gaat het nu niet om. Normaal eet Hans zijn smartietoetje rechtstreeks uit het bakje, maar nu had ik het vermomd als vla in een apart schaaltje gedaan, met de smarties helemaal onzichtbaar onder de yoghurt, zodat hij er pas tijdens het eten achter zou komen dat het wél een smartietoetje was. "Alsjeblieft Hans, hier is je vla." Hij pakte het aan en treuzelde nog wat. Ondertussen had ik voor Tammar wél een gewoon smartietoetje uit de originele verpakking op de tafel gezet. Linda pakte het uit en ik zag ineens Hans in de gaten krijgen dat Tammar een smartietoetje had. Hij was een paar seconden stil, ik zag zijn vrolijke gezicht heel zielig worden en zei toen met een zacht stemmetje: "eigenlijk woe'k ook een smartietoetje." Potverdrie, wat heb je dan een spijt van je kinderachtige geintje zeg. Ik spoedde me naar hem om te laten zien dat het een grapje was en dat hij ook een smartietoetje had. En ik had geen halve seconde later moeten zijn want dan had hij in een huilbui gezeten en had ik hem daar de eerste tien minuten niet meer uitgekregen. Nu kwam de opluchting nog net op tijd. Zijn stemmetje was al bijna gebroken maar hij lachte weer. Smartietoetjes kunnen een serieuze aangelegenheid zijn.

Audi A4 Quattro.

Er is niemand in de wereld die snapt wat NM's zijn, maar ik reed vanmiddag in een auto die er 600 had. Het betrof hier een Audi A4 quattro avant 3.0 V6 tdi met chiptuning en 289 pk. De eigenaar had mij beloofd dat wij eens een stukje zouden gaan rijden als er geen sneeuw lag op de wegen. En dat was vandaag. Ik blijf erbij, diesel is totaal ongeschikt voor snelheidsbeleving maar dit ging toch wel hard. Nou, niet zo zeer hard maar wat mij het meeste opviel was de krachtexplosie die al bij 1200 toeren begon en niet meer ophield tot aan het rode gebied. 5,3 seconden naar de honderd moet mogelijk zijn en gezien de 170 die ik op een kort stukje weg neerzette twijfelde ik daar ook niet aan. Het geeft een geluksgevoel die snelle acceleratie. Ik zou dat uren achter elkaar kunnen. Ik vloog op een bocht af en de eigenaar riep mij gespannen toe dat ik voorzichtig moest doen. Waarop ik hem zei dat als ik er naast zat dat ik ook altijd in mijn broek scheet, maar dat er vanachter het stuur absoluut niks aan de hand was. Nou ja, daar kon hij mee leven.

Calling Elvis V

Mijn protestbrief tegen een aanval op de King of Rock and Roll is vandaag geplaatst in de krant. Ik hou van schrijven, had ik dat al eens verteld? Ik had het Linda nog niet laten lezen dus zij las vanochtend mijn stukje. Haar commentaar was dat degene die de aanval had geplaatst nu zou zitten stikken van de lach om zoveel tegenreacties. Dus ik moest gelijk weer in de aanval. "Helemaal niet! Die ligt achter de bank te shaken van angst. De wijsneus!" En te bedenken dat toen ik haar uit de goot redde dat ze zei dat ze Elvis goed vond.

Elvis zou zijn 'titel' The King of Rock and Roll niet verdienen volgens T. L. uit H., omdat Elvis nooit een nummer zelf zou hebben geschreven. Vaker hoor ik deze kritiek van muziekkenners. In de tijd van Elvis had je zangers en schrijvers. Dat heette specialisatie. In tegenstelling tot wat het kinderliedje "drie maal drie is negen" suggereert zong in die tijd niemand zijn eigen lied. Daarin hebben de Beatles verandering gebracht. Gelukkig konden Lennon en McCartney, net als veel andere zelfschrijvende muzikanten, Elvis wél waarderen en bepaalden zij aan de hand van hun gehoor of muziek goed was of niet, in plaats van met theoretische kennis. Doordat Elvis in die jaren '50 de meest succesvolle artiest was in het toen nieuwe Rock and Roll genre, kreeg hij zijn titel, die hij zelf overigens nooit voerde, bescheiden als hij bleef.

Die zin over drie maal drie hebben ze er volgens mij uitgelaten want zij hebben er tenslotte voor geleerd.

♪But your kisses lift me higher, like a sweet song of a choir, you light my morning sky with burning love♪ (zo klinkt mijn ringtone)

Wie zou dat kunnen zijn?

Het gevoel van 28 maart 2010.

Ik heb daarnet misschien wel de domste en meest zinloze berekening uit mijn leven gemaakt. Maar misschien ook niet want het spookte al maanden door mijn hoofd. De berekening geeft als uitkomst 28 maart 2010. Het is een mijlpaal maar niet één om te vieren. Ik ben dan op de dag af even oud als mijn vader geworden is. En dat voelt niet prettig. Als ik mij niet oppak voelt het alsof ik in blessuretijd beland, maar tegen dat gevoel ga ik me natuurlijk wel verzetten. Want feitelijk slaat die datum nergens op. Mijn vader was een man toen hij overleed en ik ben nog maar net jongen af. Hij was de afgelopen 25 jaar wel de man waar ik me onwillekeurig aan spiegelde. En sinds de geboorte van Hans nog veel meer want hij heeft mij geleerd hoe je vader moest zijn. Dat was zijn grootste talent. En misschien wel daarom maak ik me niet echt zorgen over hoe het verder moet. Ook al niet omdat ik een unieke vrouw heb. Atheïste (niet praktizerend) maar toch een geschenk uit de hemel.

Ja, mijn vader is jong overleden maar ik zou niet willen zeggen te vroeg. Te vroeg zou betekenen dat je erop rekent dat je minstens 80 wordt en dat haalt nu eenmaal niet iedereen. Sommigen moeten eerder sterven anders heeft het geen enkele betekenis meer om 80 te worden. Voortleven doet hij toch wel, in mij.

Ingezonden brief.

Vandaag deed ik eens iets ouderwets. Ik klom verontwaardigd in de pen. Ik hou enorm van verontwaardigd in de pen klimmen maar meestal betreft het dan een boze brief naar een achterlijke instantie of een nog achterlijker bedrijf en daar leest dan iemand het onderwerp en de eerste zin, pleurt hem in de prullenbak en doet alsof ik niet besta. En dat is niet de meest efficiënte manier om je verontwaardiging kwijt te kunnen, dus dat doe ik niet al te vaak. Maar ik hou er wel enorm van.

Maar vanavond ging het anders want ik heb een boze brief naar de krant geschreven. Een ingezonden brief heet dat maar die benaming klopt van geen kanten. Want toen ik hem schreef was hij nog niet ingezonden, laat staan bezorgd. En als de brief is bezorgd verliest hij zijn ingezonden status. En, ik kan u verklappen, het was een behoorlijk bezorgde brief, want ik moest mijn burgerplicht doen. Zo voelde ik dat, want ik las vanochtend een ingezonden, bezorgde en geplaatste brief van iemand die het nodig vond om kritiek te spuien op het feit dat Elvis Presley, The King of Rock and Roll, ik zeg het er maar even bij, meer geëerd werd op zijn 75e verjaardag dan hij volgens de schrijver verdiende. En dat kon ik natuurlijk niet over mijn kant laten gaan. Dit is nog erger dan kritiek op Alfa Romeo. En omdat het de krant betrof moest de toon bezorgd blijven in plaats van een imitatie van een beroemd Duits dictator. Want je kunt veel van Hitler zeggen, maar niet dat hij zijn verontwaardiging niet efficiënt kwijt kon.

At your service.

Die gesprekken bij de kapper begin ik ook zo langzamerhand zat te worden. Beter is het als ik voortaan gewoon m'n mond hou. Vroeger knipten ze me, en als ze klaar waren zeiden ze: "Zo, kun je er weer een poosje tegen." En zo hoort het. Maar tegenwoordig is het allemaal beter. Kijk, er zijn lieve kapsters, die glimlachen, hebben een zachte stem en die bezorgen je kippenvel als ze met een scheermesje over je nekharen gaan. En als ze klaar zijn houden ze de spiegel tactisch achter je, zodat je kale plek niet teveel opvalt. Die heb ik het liefst. Maar er zijn ook van die spraakwatervallen, met een schelle stem, die over van alles en nog wat kakelen en tegen wie je af en toe uit beleefdheid iets terug moet zeggen. Als ze met een scheermesje over je nekharen gaan krijg je putten in plaats van pukkels. En als ze die spiegel achter je houden denk je dat Pim Fortuyn is opgestaan uit de dood. Die had ik dus zaterdag.

"Ik zal nog even je nekharen weghalen met een mesje, dan blijft het langer weg." zei ze. Ik antwoordde iets over dat het doorliep naar m'n schouders en dat had ik gewoon niet moeten doen. Want dan zegt zij natuurlijk dat als je ouder wordt dat het dan op plekken komt waar je het niet wilt hebben, en dat het verdwijnt waar je het wel wilt hebben. En dat is niet voor het eerst dat ik die opmerking hoor. "Maar," zei ze, als je die kale plek vervelend vindt, kun je er ook voor kiezen om met de tondeuse alles weg te halen hoor. Maar daar moet je aan toe zijn." Dat vond ik wel erg confronterend. Aan toe zijn? Aan toe zijn? Lafbekken zijn het, die tondeusejongens met hun verborgen gebrek! Alsof het dan net is alsof ze eigenlijk wél haar hebben. Iedereen ziet toch het verschil tussen een kale schedel met een donkere gloed, en een kale schedel die licht weerkaatst? Sjonge jonge.

Esonstadfriesland Nou ja, toen moest ze toch wel even lachen, de muts. Maar volgende keer als ze vragen door wie ik geknipt wil worden zeg ik: "Oh, dat maakt me niet uit." Zoals altijd. Kijk, op de foto ziet u een toevallige voorbijganger met een kale plek.

Eén keer trek je de conclusie.

Mensen, ik stond vanochtend onder de douche een beetje door het raam te kijken, draait er beneden iemand, ik noem geen namen, de hete kraan open. In een fractie van een seconde sprong ik onder de straal vandaan, om onbepaalde en niet nader te specificeren lichaamsdelen in het ongewasse te laten. Ik wist niet dat dit nog bestond in 2010! Daar moet toch allang iets voor uitgevonden zijn. In de jaren '80 toen ik aan mijn eerste gezinsleven deelnam, stampten we dan een keer keihard op de vloer om de halve gare die met zijn tengels aan de kraan zat, te attenderen op zijn stommiteit. Mijn broer had er nog wel eens een handje van om het express te doen, zodat ik 's avonds als hij al in bed lag, zijn deur opendeed en het grote licht aandeed waardoor hij zijn bed weer uitmoest. Nou ja, het was slaande ruzie soms tussen mijn broer en mij. Ik trapte een keer door een deur heen waar hij zich achter verstopt had en hij mepte een keer om de hoek van de keukendeur, recht op mijn oog, zodat ik eventjes sterretjes zag. Hij had mij toen net ingehaald qua lengte en voortaan moest ik oppassen omdat ik niet meer de sterkste was. Later, toen hij al het huis uit was en we weer de beste vrienden waren heb ik hem nog een keer teruggepakt toen hij onder de douche stond, en ik een emmer koud water over hem heen gooide. Die dag heeft hij niet meer met mij gesproken. Gisteren kwam ik hem tegen op de ijsbaan. Ik gooide een ijsbal keihard tegen zijn kop en hij schopte met zijn schaats in mijn scheenbeen. Daarna gaf hij me nog een kopstoot. Héé Sweelinck! (zo noemen wij elkaar) alles goed? Ja, broederschap staat nog boven vriendschap.