Wel helemaal niet?

Tammar deed alweer een plasje op de w.c. Het lijkt wel of er iets in ons eten zit tegenwoordig wat kinderen sneller van begrip maakt. Ik was extreem vroeg zindelijk, maar ik ben een apart geval. Ik heb eigenlijk niet eens ooit in de baarmoeder geplast. Nu had ik het ook leuk ingericht destijds, met een eigen wc-tje erbij, dus voor mij was die noodzaak er niet.

Maar die kinderen van tegenwoordig! Mijn nichtje is zes en zit net in groep 3. Dat komt overeen met de ouderwetse eerste klas. De klas waarin je op de eerste dag leerde schrijven: boom. En de volgende dag: roos. Stokje, lusje, rondje, rondje, stokje lusje stokje lusje stokje. Zoiets. En ik dat vol trots aan mijn ouders liet zien, later die dag. Mijn nichtje schreef vanochtend een verhaal over Hans. Gewoon leesbaar! Niet zonder fouten gelukkig, maar toch. Hans was een jongen en hij keek tv en hij was lief. Zoiets. Ik vind het niet normaal. Ik vind het echt niet normaal.

Toen ik acht was demonstreerde ik vol trots een houdgreep aan mijn vader omdat ik die geleerd had op judo. In de brugklas las ik mijn ouders een zinnetje in het Frans voor uit mijn schoolboek. Gewoon omdat ik het goed vond van mezelf dat ik dat kon! Het stelde potverdorie achteraf geen reet voor! Wat kunnen kinderen tegenwoordig in de brugklas wel helemaal niet?

Triest

Nee, toch maar niet. Ik had hier het waargebeurde verhaal van een zelfmoord van een jonge plaatsgenoot, deze week, willen plaatsen, maar iets houdt mij tegen. Misschien omdat er iemand meeleest (of nog gaat meelezen) die hem kent, of omdat het vandaag de verjaardag van Tammar is, of uit respect voor mensen die een dierbare op die manier verloren hebben. Ik weet het niet. Misschien wel omdat er toch geen zinnig woord over te zeggen valt. Dat we geen enkel idee hebben over wat er zich in het hoofd van de overledene heeft afgespeeld. Het is triest.

2

Tammar simone Morgen wordt mijn dochtertje twee. Aan de vooravond van haar verjaardag deed ik haar onder de douche, maar zij wees naar de hoek en zei: "Tee." Ik keek, maar snapte niet wat ze bedoelde. "Tee", zei ze nogmaals en wees naar de w.c. En toen snapte ik het, ze wilde op de wc zitten. Ik tilde haar erop en hield haar vast. Zij keek met haar hoofdje voorover tussen haar beentjes en we zagen het plasje komen. 1 jaar, en ze plast al op de w.c.

Ik heb daarnet slingers opgehangen en een fietsje in elkaar gezet. Dat was nog niet eenvoudig. Van ongeveer elk onderdeel stond in de beschrijving hoe je het moest monteren, behalve van het onderdeel wat ik niet snapte, het voorwiel. Na een uur kwam ik erachter dat er in een beschermkapje nog twee bouten en bevestingingspalletjes zaten. Dat maakte het een stuk eenvoudiger. Morgen fietst ze zo weg op haar nieuwe fietsje met zijwieltjes. Linda is blij met mij. Dat weet ik wel zeker.  Niet alleen omdat ik het fietsje in elkaar zette maar ook omdat ik altijd dezelfde grapjes maak. En dan zegt ze zonder een lachspier te ver(t)rekken:  "Je kunt het niet aan me zien, maar ik lach van binnen, hoor!"

555

Regen Zo zag het er vorig jaar tijdens een hoosbui uit bij ons voor de deur. En nu was het al niet veel beter. In Pakistan kunnen ze er misschien wat van, vlak ons ook niet uit hier. Vaassen werd op het nieuws (nou ja, RTL) genoemd als plaats waar het extreem had geregend. Er werd bij verteld dat Vaassen bij Apeldoorn lag, maar dat leek me een beetje overbodig. Dat weet iedereen. Dat is net zoiets als uitleggen wie Koningin Beatrix is. Hoe dan ook, u kunt uw giften over maken op giro 555 t.n.v. watersnoodramp Vaassen.

Filmpje

Stank voor dank

Wij zaten in het klompenhok (bijkeuken zonder keuken), Linda met haar sigaret, en ik ook met haar sigaret, toen Linda mij plotseling maande om stil te zijn. Ze fluisterde: (Daar komt-ie weer aan. Kijk dan, hoe lief. Het is dezelfde als vorig jaar, ik zie het aan de vlek op z'n achterlijf.) Linda doelde op een egel die onze kant op kwam. Nu moet u weten, Linda heeft een zwak voor drie diersoorten, de walrus, de buldog en de egel. (sssttt….daar komt-ie) De egel kwam dichterbij en klom zo over de drempel heen ons huis binnen. Hij liep zijn neus achterna, welke hem leidde naar het bakje kattenvoer dat tussen Linda en mij in stond. Toen hij het gevonden had, zette hij het op een onbehoorlijke schranspartij. Gewoon tussen ons in, hij had ons niet gezien. Wij lieten hem zijn gang gaan en Sophie, de kat, kwam ook binnenlopen maar schonk hem nauwelijks aandacht. De egel en Sophie kenden elkaar kennelijk al. Linda en ik slopen stilletjes weg richting huiskamer, zodat de egel even rustig kon eten. Niet veel later was het bakje leeg, en de egel verdwenen. Het enige spoor dat van hem restte was een zwart hoopje egelpoep.

Eind goed, al goed.

Ik reed vandaag over de Houtribdijk waar het  hard waaide en zacht regende. Aan beide kanten kon ik geen land zien dus het leek mij een goed idee om mezelf in te beelden dat ik tussen twee oceanen in reed. Ik deed het raam van het rechterportier open, zodat ik de golven op de dijk stuk kon horen slaan, en het zoute water kon ruiken. Dat laatste lukte niet. Mijn inbeeldingsvermogen gaat soms best ver, maar zoet water zout laten ruiken is voor gevorderden. Ik had spijt dat ik niet even vijf minuten op een parkeerplaats was gaan staan om naar het water te kijken.

Toen ik thuiskwam was Hans met zijn vriendje aan het voetballen tegen twee oudere meisjes.  Het was intussen 18-0 voor de oudere meisjes en ik besloot de jongens eens een voetje te gaan helpen. Al snel liepen we in tot 19-8, (niet 19 aug!) maar toen was het etenstijd, en daar mochten de meisjes van geluk spreken. Wat is het trouwens cool om te ontdekken dat een man die niet sport op zijn 40e nog gewoon kan voetballen als een jongen van 19! Mijn buitenkantje rechts doet denken aan Johan Cruijff in zijn beste dagen. En mijn plotselinge koerswijziging naar binnen, á la Arjen Robben, was een lust voor het oog. Vooral als je die haakse koerswijziging gebogen rennend inzet, en merkt dat de zwaartekracht toch harder aan je trekt dan je ongetrainde beenspieren kunnen opvangen. Niet dat je valt, maar om niet op je muil te gaan moet je veel verder doorrennen dan nog cool is. Zelfs de meisjes ontging het niet.

Ja, die beenspieren, dat is wat. Toevallig was ik zaterdag gaan kijken bij een badminton demonstratie van twee eredivisiespelers. Daar trof ik wat spelers van de club waarvoor ik tot drie jaar terug speelde, en die vroegen mij of ik niet weer eens wilde komen. Ik ben gestopt wegens rugproblemen maar de laatste tijd voelt mijn rug sterker dan ooit. Dus vanavond keerde ik eens terug naar de club, om te kijken hoe het ging. Helaas, het was veel te druk met trainingen dus er was geen plaats. Over twee weken gaven ze mij meer kans. Ik keerde onverrichter zake terug, en nu zit ik met een zak chips achter de computer mijn beenspieren te trainen.

Gelikt.

Volgens mijzelf, en dat is de norm, heb ik, sinds iemand zijn Maserati Spider verkocht heeft, de mooiste auto  van de straat. Ik ben verliefd op zijn schoonheid en zijn eenvoud. Uit geen enkele hoek irriteert het aanzicht van mijn auto. Dus als ik 's avonds buiten moet zijn om de vuilnis buiten te zetten, of om een kopje suiker te lenen bij de buurvrouw, dan loop ik altijd licht kwijlend langs mijn rode voiture. Heel soms, als het laat genoeg is, neem ik wel eens een likje van hem. Natuurlijk zijn er meer mooie auto's in de straat, maar die kunnen toch niet tippen aan de elegantie van mijn Italiaanse bolide. Zo is er een Saab 9000 met een nurburgringstickertje achterop, en er is een Corrado VR6 die wekelijks in de was wordt gezet, en dat zijn best aardige pogingen. Mijn buurman heeft een gloednieuwe Audi A4, ook leuk, maar diesel en lichtgrijs en daarvan zijn er inmiddels 10 miljoen de lopende band afgerold.

Een poosje geleden schrok ik. Iemand had zich een Peugeot 205 GTI 1.9 aangeschaft. Een wrak, zo leek het, dus ik hoefde me nog niet echt zorgen te maken. Later zag ik hem rijden en waren de kenmerkende 1.9 velgen eraf en reed hij op rare dunne wieltjes. 'Haha,' dacht ik, 'loser.' Maar twee dagen later zaten de 1.9 velgen er weer op, en die zagen eruit als nieuw! Gelukkig was zijn halfvergane motorkap er nog, maar die is nu ook vervangen door een glimmend exemplaar met een joekel van een Peugeot-leeuw erop getekend, alsmede de letters GTI. Bovendien zaten alle rode biezen er weer op, en waren de verstralers vervangen. Potverdorie, wat een mooie auto. Nu heb ik serieuze concurrentie van de mooiste GTI ooit gemaakt, de de Peugeot 205 GTI 1.9
Zal ik een likje nemen?

Navigatie

Ik heb nu officiëel een probleem met het navigatiesysteem. De tom-tom, de Mio en hoe die dingen ook allemaal heten. Natuurlijk, het is heel erg handig. De techniek staat voor niets, en de meeste mensen hebben er baat bij. Maar toen wij nog geen Mio hadden, reed ik nooit verkeerd bij Oss. Ik deed gewoon wat het meest logisch was en dat was vaak goed. Ik miste nooit de afslag Dijon, omdat ik wist dat ik de borden moest volgen. Nu was ik in de veronderstelling dat ik rechtdoor moest, en de Mio zou mij loodsen. Ik zeg niet dat ze niet werken hoor, ze werken prima, maar je moet er wel mee om kunnen gaan. Ik kan dat dus niet. Het navigatiesysteem van mijn baas heeft mij al een keer een afslag laten nemen naar een elektriciteitscentrale en riep om het hardst dat ik door het gesloten hek heen moest rijden. Het zal wel. Ik vind het ook jammer dat de navigatiesystemen hun intrede hebben gedaan. We misten ze niet, en met een kaart ging het prima. Nu raak je langzaam in je hoofd je hele zorgvuldig opgebouwde topografische kennis kwijt, omdat je blindelings doet wat je gezegd wordt. En zeg niet dat je niet verplicht wordt tot het hebben van een navigatiesysteem want dat word je wel. Je kunt immers niet met een kaart blijven navigeren als de secretaresse met haar MEAO-typediploma een uur eerder arriveert op een vergadering dan jij. Je moet dus wel!  


Mijn ervaring is dat ik veel overtuigder ben van de plek waar ik me bevind, als een kaart me daar gelijk in geeft, dan dat een navigatiesysteem dat doet. Navigatiesystemen werken trouwens maar heel beperkt. Ik zal de werking even uitleggen, voor degene die denkt dat het systeem aan de stuurbewegingen en de afgelegde afstand onthoudt waar de auto zich bevindt. Het systeem zendt een signaal uit naar twee satellieten, en aan de hand van de tijd die beide signalen erover doen, wordt berekend dat u zich maar op één plek op aarde kunt bevinden. Juist ja. Maar dat betekent dus wel dat als je in de Space Shuttle vliegt, het systeem gewoon kan aangeven: neem over 1000 meter afslag 14, de A1 richting Amsterdam.

Virus.

Er heerst hier een virus. Het virus zorgt voor diarree en overgeven. De was draait op volle toeren. Tot nu toe lijken alleen Tammar en ik ervan verschoond te blijven, hoewel Tammar de laaste twee dagen ook al niet echt in d'r sas is. Dit zijn tropendagen. Hans was daarnet ook voor de zesde keer aan het spugen, hij loopt in op Linda die er al 10 keer op heeft zitten. Zit-ie daar als een grote jongen boven z'n emmertje. Vijf jaar pas. En daarna steeds weer geen slapen. Ik hoop dat dit het was voor vandaag. Nee dus…die vorige was eigenlijk mijn laatste zin, maar toen hoorde ik hem alweer. Zeven keer. Oh, en inmiddels acht. En ik kom er net achter dat de ik niet het goeie wasprogramma heb gebruikt want alle zeep ligt er nog in. Het gaat voorspoedig..

Show-off.

Ik ben van de uitsloverige. Altijd al geweest en het gaat ook nooit meer over. Zet mij bij een spelletje (lichamelijk inspannend) en ik zal proberen te winnen. Ben ik met een groep, ga ik richting het overmoedige. Als kind wilde ik al indruk maken met lichamelijke kracht, en deze oervlam wakkert nog steeds. In 1997, toen ik mijn leven vlot aan het trekken was, ging ik geheel tegen mijn voorzichtige natuur in, met een groepsreis op vakantie. Het werd een zogenaamde wildwaterweek in Oostenrijk. Ik wilde een beetje compensatie voor het feit dat ik niet bij de marine geweest ben.

Ik ben niet de leider van een groep, maar de tweede. Als ik in tour of Duty zou spelen, was ik Sgt first class. Zeke Anderson. Sommigen overschreeuwen hun onzekerheid, ik schakelde mijn denkmodus uit en ging voorop in de strijd. Zo werd ik steeds door de instructeur als voorbeeld gebruikt. Bijvoorbeeld, op een meertje moest ik de kano omkiepen, en onderwater hangend wachten tot de instructeur met de punt van zijn kano, de mijne aantikte zodat ik wist dat hij er was, en ik mijzelf aan zijn kano weer overeind kon trekken. Het voordeel van als eerste gaan is dat je het het al gedaan hebt voordat je beseft of iets eng is. Een halve minuut onder water is niet veel, maar als je zit toe te kijken als een ander een halve minuut onder is, duurt het best lang.

Nog een voorbeeld. De overmoedigste, ik dus, diende als voorbeeld en werd met zijn kano op een drie meter hoge steiger gezet, en voor ik besefte wat de bedoeling was, werd ik naar beneden gegooid. Door mijn gebrek aan tijd om angstig te worden, raakte ik het water precies goed met de punt, werd teruggeworpen en ving mij met de peddel op zodat ik recht lag. Toen ik de rest op dezelfde manier zag komen, was ik blij dat ik al geweest was. Ik was de enige die niet omging. Niet nadenken kan helpen.

Raften was leuk, maar stelde niet veel voor. Met z'n allen in de boot en goed vasthouden. Meer is het niet. Canyoning was al beter. Met wet-suits door ijskoud water. Abseilen van een brug in 45 meter diepte. Hier had ik niet de grootste mond, en hoefde ook niet als eerste. Echter, voor mij ging een meisje, dus de macho in mij besliste dat hij niet kon gaan staan aarzelen op die brug, en ik daalde af. Later toen we allemaal met een zware rugzak de berg weer op moesten, barstte het meisje in huilen uit omdat ze het niet meer volhield. Ik nam haar tas erbij en we klommen verder. Denk niet dat het iets voorstelt. Een man die dit meemaakt krijgt als vanzelf extra krachten, zodat het minder stoer is dan het lijkt. Het is een moederinstinct dat erop gericht is de baby te beschermen, maar dan voor mannen en het dient verder geen doel. Ik ben later nog één of twee keer bij haar in Leiden geweest, daar studeerde ze, en zij een keer bij mij, maar het is niks geworden.

De laatste dag stond hydrospeed op het programma, en ik had geen idee wat het was. Bleek je een plankje mee te krijgen, en mocht je je door de rivier laten meesleuren, ondertussen alle rotsen met het plankje afwerend. Op sommige stukken zaten de instructeurs op een rots, omdat daar volgens hen een waterkering zat, en als je daarin terecht kwam zou je er niet meer uit komen zonder hulp. Ik geloofde het niet, maar volgde hun instructies voor de zekerheid toch maar op. Niemand kwam in moeilijkheden. Een groepsreis, het is tegen mijn natuur in, maar u ziet het, het is toch weer een mooie herinnering. En mooie herinneringen zijn ook rijkdom. Tot zover mijn militaire training.