Een zondagskind, dat ben ik.

De brutaliteit! Kwam er vandaag een klant, zie ik hem, terwijl hij bij het weggaan zijn jas weer aantrekt, de sjaal van mijn collega op de grond gooien. Misschien per ongeluk, maar hij liet hem gewoon liggen. Dat doe je toch niet? Ik noem dat asociaal. Mijn collega vond dat een mooie woordspeling. Ik ook, achteraf. Aan de andere kant, het is natuurlijk net zoiets als geluk afdwingen als je zulke dingen op het juiste moment kunt zeggen. Dan is er toch wel latent talent aanwezig. Och, ik heb zoveel talenten. En als ik ze niet heb, oefen ik gewoon net zo lang totdat het lijkt alsof ik ze heb. Zo heb ik een enorm talent voor doorzettingsvermogen. Als je slechts doorzettingsvermogen hebt zonder het talent, wordt het een stuk moeilijker om vol te houden. Nee, met doorzettingsvermogen alleen moet je wel van hele goede huize komen om puur op karakter te presteren. Mij gaat dat dankzij mijn talent, van een leien dakje. Een zondagskind, dat ben ik.

Ritmegevoel, daar heb ik geen talent voor. Ik ben al blij dat ik een regelmatige hartslag heb.  Het hoogste wat ik ooit bereikt heb qua ritmische prestaties is met de linkerhand op de borst kloppen en gelijktijdig met de rechterhand over de borst wrijven. Maar daar kun je niet zo heel veel mee. Tuurlijk, ik oogste er lof mee in de bovenbouw, maar in de brugklas moest je alweer uit een ander vaatje tappen. Gelukkig had men bij mij al op zeer jonge leeftijd in de smiezen dat ik een laatbloeier was. Ik was een jaar of elf, toen die diagnose werd gesteld. We zijn nu dertig jaar verder en ik zit nog steeds in de knop. Veel maagden hebben daar last van, dat ze laatbloeiers zijn. Het is alsof het in het sterrenbeeld ligt besloten. Vroegbloeiende maagden zouden eigenlijk afstand van hun titel moeten doen.

Papa’s trots

Stmaarten

Ik zei vanavond nog tegen Linda: ik vind het wel leuk dat onze tweede een meisje is. Ik weet ook niet waarom, of eigenlijk misschien wel. Omdat Tammar er een beetje bekaaid afkomt in het vorige logje, en zij net zo goed als Hans papa's trots is, schep ik even op met deze foto.

Een nachtmerrie in het dolfinarium

Hans had vandaag een wat vervelende Sinterklaasshow achter de rug. Het eerste wat hij zei toen hij weer thuiskwam was dat er een nachtmerrie (4:32) uit de televisie was gekomen. Pure horror bij het Dolfinarium. Ik was de halve dag met Tammar in de weer geweest op vliegveld Teuge, en zij wil nu ook piloot worden. Tammar had haar middagslaapje overgeslagen dus die bonjourde ik wat eerder naar bed dan Hans. Maar haar feministische inslag was het daar niet mee eens. Hoezo mogen jongens later naar bed dan meisjes, en krijste in mijn oor dat het een lieve lust was. Ik snap ook niet hoe ze daar bij komt, om "dat het een lieve lust was" in mijn oor te schreeuwen, maar het zal wel. Toen ik de deur dicht deed, werd ze vrijwel gelijk stil.

Met Hans deed ik het geliefde Cars-memory spelletje. Ik had hem gezegd dat hij nog even naar beneden mocht en dat we dan één spelletje zouden doen. Waarop hij spontaan beloofde dat hij dan niet zou gaan huilen als hij naar bed moest. Ik vraag mij af of er mooiere dingen zijn voor een vader om 's avonds met je schoongedouchte zoon in pyjama een spelletje te doen. Hij was er twee jaar geleden al enorm goed in, bovendien had hij Linda vandaag al drie keer ingemaakt, dus ik bereidde me voor op een catastrofe. Maar ik won het spelletje en vierde dat met een gedempt gejuich.  Hij lachte door zijn teleurstelling heen en maakte al een gebaar dat hij wilde gaan opruimen. Maar regel 1 van het vaderschap luidt: laat nooit je kind het laatste potje memory verliezen, dus ik stelde voor om nog een potje te doen. Ik was net als Eva een beetje ontdaan van zijn dappere omgang met de teleurstelling. Hij keek me blij aan en zei: "Oké"  Het tweede en derde potje verloor ik zonder dat ik echt mijn best deed om te verliezen.

Toen hij naar bed moest ging hij toch huilen. Niet om te drammen, maar omdat hij bang was van de nachtmerrie van die middag. Ik probeerde hem gerust te stellen maar dat hielp nog geen vijf minuten. Hij durfde niet te gaan slapen. Gadverdarrie, zijn blik deed me denken aan het jongetje in "The Sixth Sense." Ik zei dat ik zo naar zolder ging om te leren en dat hij dan het licht aan en de deur open kon houden. Ik drink even koffie en dan kom ik. Of ik dan wel snel mijn koffie op wilde drinken. Tijdens de koffie kwam hij al naar beneden en hij was bang naar boven gestuurd te worden. Maar een ouder voelt wanneer een kind zich aanstelt en wanneer niet. Ik ging gelijk met hem mee, dekte hem toe en ging naar zolder. Maar na twee minuten hoorde ik hem alweer huilen. Ik heb hem meegenomen naar zolder, heb hem op een matrasje gelegd naast mijn bureau, en dat was afdoende om hem in slaap te doen vallen. Na een uurtje heb ik hem in zijn eigen bed gelegd.

Linda heeft een klacht naar het Dolfinarium gemaild. De laatste zin sprak boekdelen. Als ze dit had gewild was ze wel met hem naar de film "Sint" van Dick Maas gegaan.

Dat gebemoei.

Hans zit nu een jaar op zwemles. Er werd van tevoren gezegd dat het A-diploma halen ruim een jaar zou duren. Dus dan is dat zo. Ik vraag dan ook nooit iets aan de badmeesters, voordat het ruim een jaar verder is. Volgens mevrouw Mack is het laksheid, maar echt niet hoor. Ik bemoei me er gewoon niet mee. Ik heb er ook een hekel aan als mensen zich met mijn werk bemoeien zonder dat ze snappen waar het over gaat. Hans had vandaag samen met een ander jongetje, dat ook wat traag lijkt, apart les in het ondiepe. Waarom ik dan niet gevraagd had waarom dat was, krijg ik dan te horen. Ja, weet ik veel. Als ik van de zomer met Hans de Ardeche overzwom en zij vinden dat hij nog in het ondiepe moet oefenen, wie ben ik dan, om dat in twijfel te gaan trekken? Dat gebemoei. Trouwens, wat moet je met die zwemdiploma's? Mijn opa had ze ook niet. 91 geworden en nog nooit verdronken.

Grijs

Vorig jaar kreeg ik voor mijn verjaardag een scheurkalender van Quest. Hij hang op de wc en je kunt er elke dag een velletje afscheuren. Hoe komen ze erop? In elk geval, ik word elke dag wijzer. Want er staan handige wetenswaardigheden op. Bijvoorbeeld vandaag: hoe komt het dat wimpers (praktisch)niet grijs worden? Antwoord, dat weet niemand. Dat schiet lekker op. Dan wordt er uitgelegd dat het überhaupt een raadsel is waarom we grijs worden. Nou ja, dat is dan iets wat geleerden niet weten, maar de gewone mensen wel. Dat komt omdat je oud wordt. Lijkt me logisch.

Goed. Dan gaan ze verder. “Sommige biologen geloven dat het een evolutionair voordeel kan zijn voor een man om zijn ouderdom te tonen. Bij apen is een grijze vacht een teken dat het mannetje zo sterk is, dat hij oud heeft kunnen worden. De vrouwtjes zouden dan sneller met hem willen copuleren. Ons grijze hoofhaar is volgens diezelfde biologen een overblijfsel van dit mechanisme. Maar waarom schaamharen, wimpers en soms borstharen dan niet grijs worden, daarop heeft de wetenschap nog geen antwoord.”

Ik geloof er gaan bal van, dat vrouwen grijs aantrekkelijk vinden. Waarom zou anders mijn overbuurman zijn haar verven? Dat zou dan nergens op slaan. En vrouwen dan, vraag ik me af. Waarom maakt ouderdom hen grijs? Welke functie heeft dat? Zodat een man kan zien dat zij niet meer geschikt is voor de voortplanting? Ain’t life a bitch, zeggen ze in Amerika. Want een man zou er sterker van worden en een vrouw zwakker. Ik weet het niet hoor. Zou de natuur daar allemaal over nagedacht hebben? Welnee. Trial en error is het. Als je goed om je heen kijkt kun je dat ook duidelijk zien. Mijn eerste grijze haren hebben zich ook hier en daar aangediend. Ik ben nu enorm aantrekkelijk. Het is jammer dat de natuur je oren en je neus gewoon levenslang laat doorgroeien, maar misschien vinden vrouwen dat ook enorm aantrekkelijk, je weet het niet.

Goed, natuurkundig gezien kunnen we vaststellen dat de man belangrijker is dan de vrouw. Immers, met weinig mannen en veel vrouwen heb je de populatie sneller weer op orde dan andersom. Maar geen enkele reden om te juichen. Het kan dan wel zijn dat vrouwen de grijze man aantrekkelijk vinden en allemaal met hem willen copuleren, maar moeder natuur is wreed. Want in plaats dat zij er voor gezorgd had dat het libido van de oudere man dan ook evenredig toenam, deed zij het tegenovergestelde. Dus dan heb je er nog niks aan.

Herkenningsmelodie in c-majeur voor contrafagot.

Sinds mijn jeugd ken ik een melodie die ik op elk gewenst moment kan fluiten. Nou ja, niet letterlijk op elk gewenst moment natuurlijk, maar ik heb nooit dat ik er niet op kan komen, zoals je dat wel hebt als je de tunes van Dallas en daarna die van Dynasty probeert te neuriën. Maar ik weet niks van de melodie. Ja, volgens mij ken ik hem van vroeger thuis. Het klinkt als een vrolijk klassiek stuk, maar ik heb het nooit meer horen spelen sinds mijn jeugd. Omdat het al zo lang is geleden, en omdat ik het nooit meer ergens hoorde, twijfel ik soms of ik de melodie niet zelf heb verzonnen. En dat er misschien een compositie van wereldklasse verloren gaat omdat ik denk dat Beethoven of Mozart het al heeft gecomponeerd. Dat zou toch zonde zijn. Wat zeg ik, ik zou rijk kunnen worden met deze melodie. Hij gaat zo: ♪Tutututu-tutututuu tututuu tututuu, ♪Tutututu-tutututuu tututuu tututuu, en dan komt het refrein en de climax, ♪tututututututututuuu, tutututututututututuuuu.♪ Herkent iemand het? Zo niet, dan zal ik toch moeten concluderen dat ik het zelf heb gecomponeerd.

Het nasigrapje

Zo, ik heb even iets aan mijn reactieveld gedaan omdat er over geklaagd werd. Bovendien raakte ik zelf ook het spoor bijster. Dus vanaf nu staan ze gewoon weer onder elkaar, in chronologi…chroni…volgorde van tijd. Tevens moet ik dan even mijn excuses maken aan Hermanus, die hier al weken geleden een opmerking over maakte, en ik die opmerking toen negeerde waardoor de indruk zou kunnen ontstaan dat ik geen waarde hecht aan zijn oordeel. Ja, dat zou ik moeten doen.

Goed, gaan we weer verder waar we gebleven waren. Kent u het nasigrapje? Dit weblog kenmerkt zich door veelzijdigheid dus verlaten we het niveau van de sterrenkunde uit het vorige logje en belanden we aan, tenminste ik, bij een bedenkelijk niveau. Want het nasigrapje is een grapje dat ik al een hele tijd met Hans maak als wij frietjes eten. Hans lust namelijk geen nasi en als ik dan friet ga halen zeg ik: "Hans, ik ga nasi halen hoor!" En als ik dan terugkom met een zak friet zeg ik: "Zo, ik heb lekker nasi gehaald." En Hans reageert dan altijd met: "Neeeheeee, frietjes! " Ja, dat vind ik leuk. Maar afgelopen zaterdag was Linda een avondje weg en zou ik eten halen. Linda had Hans van tevoren al ingelicht dat papa zaterdag waarschijnlijk wel frietjes zou gaan halen. Waarop Hans reageerde met: "Oh nee hè, dan gaat papa het nasigrapje weer maken!"

Mijn grapjesniveau kan nu alleen nog maar Tammar bekoren. Kiekeboe! En mocht die ook mijn niveau ontstijgen, en ze is sneller dan Hans dus dat kan zomaar volgend jaar al zijn, ja dan…wat dan? 

Zwart gat vs de wet op de jaarrekening

Vanochtend op radio 1 hoorde ik het laatste deel van een onderwerp over een zwart gat met een geboortekaartje. Het zwarte gat stond op 50 miljoen lichtjaar afstand en was pas 31 jaar oud aldus sterrenkundige Govert Schilling. Geïnteresseerden kunnen het onderwerp hier even nalezen en beluisteren. Misschien valt het ook op dat er ene Maurice wat bijdehandte opmerkingen heeft geplaatst bij het onderwerp. Nu is het geenszins mijn gewoonte om het beter te weten dan sterrenkundigen, maar nu brak mijn klomp. Een zwart gat van 31 jaar oud dat op 50 miljoen lichtjaar afstand staat, is volgens mij, zodra wij het kunnen waarnemen, 50.000.031 jaar oud en geen 31 jaar. Ik beluisterde het onderwerp op mijn werk nogmaals om te ontdekken waar mijn denkfout zat. Maar ik kom er niet uit. Govert zegt 31 jaar, ik zeg 50.000.031 jaar. En omdat Govert de expert is en ik de leek, heeft Govert gelijk. Maar wie kan mij dat even voorrekenen?

Mevrouw Mack vindt het een nogal oninterressant onderwerp. Zodra ik het woord ster noem, hoor ik een luid gesnurk. En of ik niks beters te doen heb op mijn werk. Nee. Want dit is wetenschappelijk belang. Bovendien gaat straks in de reacties duidelijk worden of we voortaan de wetenschapper of de leek moeten geloven. Dus dat vond ik voor een keertje belangrijker dan de wet op de jaarrekening.

Welgevallen

Misschien wel de grootste bikkel die ik in het echt ken huilde vandaag als een kind. Hij had een nare operatie doorstaan, die gelukkig geslaagd is, maar waarbij een gat in zijn stuitbotje geboord moest worden om daar met een medisch apparaatje wat problemen te verhelpen. De pijn moet haast ondraaglijk geweest zijn toen hij daarna in de auto wilde gaan zitten en hij niet meer wist hoe hij het had.

Eenmaal thuis op de bank, toen het weer enigszins ging, gaf hij het startsein om hem te bespotten, door het eerste grapje te maken. "Ik weet niet wat er gebeurd is in die operatiekamer, maar volgens mij hebben alle doktoren me genomen toen ik onder narcose was, zo'n pijn heb ik." Zo'n grapje ten teken dat het wel weer gaat, herken ik uit duizenden. In werkelijkheid gaat het nog helemaal niet, maar omdat je ziet dat je lieve vrouw de spanning haast niet meer aankan, maak je het grapje, zodat zij ook kan ontladen.

En dan komen de kinderachtige grapjes los die je je als man dan maar moet laten welgevallen; je zet je pijn opzij om het zwakke geslacht weer te laten functioneren. Ik ving delen van het telefoongesprek tussen zijn vrouw en Linda op. Bedenk daarbij dat de telefoon op de speaker stond en het slachtoffer hulpeloos op een stapel kussens op de bank hing.

L:     Watjes zijn het. Moeten ze eens een bevalling meemaken, dan weten ze wat pijn is.

ZV:  Ik vroeg of hij sex wilde, maar hij wilde niet.

L:     Waarschijnlijk was het een klein pijntje, maar omdat hij een man is voelt het als enorme pijn.

ZV:  Hij gaat morgen niet eens werken.

L:     Sjonge jonge, het zwakke geslacht hoor.

Nou ja, zo gaat dat dan. Onderwerp van hoon terwijl je weerloos bent. Het gaat voort tot je weer beter bent en er een beroep op je mannelijke kracht of je technisch inzicht gedaan moet worden.

 

Vraagstukken voor de Formule 1 liefhebber.

Ik vond het niet zo'n hele moeilijke voorspelling, twee jaar terug, en vandaag is die al uitgekomen. Sebastian Vettel is wereldkampioen Formule 1 geworden. Of zoals Hans zo mooi zegt: de Familie 1. Ik had de titel wel gegund aan Mark Webber, de sympathieke Australiër, want voor hem was het meer een nu of nooit kwestie. Vettel is nu de jongste wereldkampioen ooit, en die had de titel sowieso nog wel een keer gepakt.

Wat kan een mens veranderen hè? Stond ik tien jaar geleden nog 's nachts op voor het F1 spektakel, nu kijk ik soms niet eens meer terwijl ik weet dat het er is. Het heldhaftige lijkt eruit. Elke bocht waar de mannen zich konden onderscheiden van de jongens wordt vlak daarvoor voorzien van een chicane zodat de bocht daarna in de tweede versnelling kan worden genomen. En zoniet, wordt er een grindbak naast gegraven met de omvang van een kleine woestijn. Zelfs een vliegdekschip zou er op vast lopen. Europese circuits worden langzaam vervangen door nietszeggende, gladde banen in Abu Dahbi of een ander oord waar de baas, Mr. Ecclestone, het meeste geld aan verdient.

Veiliger, dat is het wel natuurlijk. En dat is gelijk het punt. De heroïek is weg. De helden van weleer, zo mooi beschreven in het boek "Mijn Formule 1" van Koen Vergeer zijn er niet meer. Er vallen geen doden meer in de sport en ondanks dat ik geen enkele F1-coureur dood wens, weet ik niet of dat een goede ontwikkeling is. Het klinkt wat cru, maar ik vind dat een F1-coureur het risico op een heldendood hoort te lopen. Zodat hij de vergelijking met de helden van weleer kan doorstaan. Dat er weer een prestatie wordt geleverd die niet zomaar te evenaren valt door een jonge coureur met een zak met geld. Er moeten dus weer bochten komen die niet voor iedereen volgas te nemen zijn. Zodat Gilles Villeneuve en Stefan Bellof weer waardige opvolgers krijgen.

Bovendien vind ik dat F1 een voornamelijk Europees/Zuid-Amerikaanse aangelegenheid moet blijven. Waarom? Tja, ik ben bang dat het voortkomt uit een ouderwets "vroeger was alles beter-gevoel". Ik wil het niet kwijt aan Chinezen, Arabieren en Russen. Straks degradeert de emotionele waarde ervan met dezelfde snelheid als het Eurovisie songfestival. Is het gepast om zoiets te vinden, of is het beter te accepteren dat marktwerking en globalisering alle tradities en zwaar bevochten rechten naar de knoppen helpen? Dat onderscheid langzaam van de planeet verbannen wordt?