Vandaag reden we wat rond door Drunen, de plaats waar ik opgroeide totdat ik 13 jaar was. Heel lang heb ik heimwee gehad en de plaats geromantiseerd. Als ik in de buurt was, en ik had de tijd, dan bezocht ik alle plaatsen waar ik herinneringen aan had. Al rijdend droomde ik er weg en ging ik door een tijdzone heen, terug tot begin jaren '80. De scholen waar ik op gezeten had, de judoclub, de voetbalvereniging, de bossen, het huis waar ik woonde en de straten waar ik speelde.
Vandaag ben ik tot de conclusie gekomen dat het er niet meer is. Het is weg, het verleden dat ik er had. In mijn hoofd blijft het bestaan maar de werkelijkheid van nu doet me niet veel meer. De buurt waar ik woonde heeft alle glans verloren, de scholen, voor zover ze er nog staan, zijn omheind met hekken en de bossen waren vandaag te grauw om aantrekkelijk te zijn. Sommige winkels heetten nog net zo als dertig jaar terug, maar het is te lang geleden. Ik zocht de roeivijver omdat ik daar herinneringen aan heb. Als jongetje was ik een keer op een houten toren geklommen maar ik durfde er niet meer af. Mijn opa, die erbij was, vertelde mij nog jaren later dat hij eens een jongetje kende, dat Emile heette (mijn tweede naam; red.) dat per se de toren op wilde, maar er niet meer af durfde.
De toren was er niet meer, er was geen bruggetje meer naar het eilandje en de oranje kikker die ik er ooit zag zwemmen was er ook al niet. We liepen terug naar de auto en een vrouw met een hondenuitlaatservice was bezig haar honden in haar auto te krijgen. Een grote Leonberger kreeg ons in de gaten en blafte onrustig. Volgens de vrouw kwam het door Linda's nieuwe hoofddeksel. Ze praatte even met ons, de hond bleef blaffen, de vrouw pakte een koekje uit haar zak, gaf dat aan mij en zei: "hier Mack, dan zal het wel beter worden." Heel even stond ik aan de grond genageld. Hoe wist ze mijn naam? Toen bedacht ik dat ze misschien de hond bedoelde, en vroeg haar hoe ze die hond zojuist genoemd had. Ze noemde een hele andere naam en praatte door. Ik liet het maar zo maar zodra we in de auto zaten vroeg ik Linda naar het voorval. Zij had niks bijzonders gehoord.
Een vreemd voorval. Misschien veroorzaakt door mijn levendige fantasie in combinatie met de film die we gisteren in de bioscoop zagen. CIA, geheim agenten, dubbelspionnen en dodelijke wapens. Ik zei daarnet nog tegen Linda:" Het zou kunnen dat ik een dubbelleven als spion leid, zonder dat je dat in de gaten hebt." Nee, dat maakte weinig indruk. Ik geloof dat ze zich juist zorgen om mij maakte.