Vanochtend vroeg reed ik naar de jaarbeurshallen in Utrecht om daar examentraining bij te wonen voor mijn examen van a.s. dinsdag. De man die het examen samenstelt gaf de training ook, dus ik heb nu wel een idee van de onderwerpen die behandeld gaan worden. Er waren ongeveer 60 mensen waarvan 58 de mondelinge opleiding volgden, en 2 de schriftelijke. Tenminste, dat maakte ik op uit de groepjesvorming in de pauze. In elk geval, ik heb het idee dat ik de stof redelijk beheers, en dat is toch de voornaamste reden dat je naar zo’n training gaat.
Vanmiddag ging ik achter de computer zitten en Linda ging even bijslapen op de bank. De kinderen waren net weg in verband met vanavond, maar daarover vanavond meer. Ik moest haar om vijf uur wakker maken. Toen ik de trap op liep, lag er een dikke rode kat op een van de treden, en omdat ik de beroerdste niet ben, stap ik daar netjes overheen. Toen ik om vijf uur weer naar beneden liep, in het stikdonker, liep er een grijze kat om me heen te mauwen. Ik wist niet zeker of de rode er nog lag en voelde voorzichtig met mijn voet. Ik voelde iets en ik verloor mijn evenwicht. Ik stortte van de trap af en landde op een melkbus die bij ons in de gang staat. Ik bleef even liggen en sleepte mij toen naar de deur. Linda zat rechtop op de bank en zat nog in de ademstokstand. Op drie gekneusde vingers, een plek op mijn rug en een donderend geraas na, was er niks aan de hand. Ik heb mijn taak volbracht en Linda stipt om vijf uur wakker gemaakt.
Vanavond zaten wij in Hengelo, in het theater alwaar Rowwen Heze optrad. Drie jaar geleden hadden we dat ook al eens gedaan en dat was een groot succes. Te meer omdat ik daar geïnspireerd werd om Tammar, Simone te noemen. Uiteindelijk is het haar tweede naam geworden. Simone zelf was er nu niet. Muzikaal maakte dat niet zoveel verschil, maar was zij er wel geweest, dan weet ik zeker dat ik niet zoveel pijn had gevoeld bij het klappen.