Voor zijn overlijden had ik slechts één boekje van hem gelezen en na zijn overlijden nog een stuk of zes. Zijn achterblijvers zullen mij dankbaar zijn. Maar wat wordt hij ook door mij gemist. Hoe meer ik lees, hoe meer het gemis. Toen hij er nog was ervoer ik dat als vanzelfsprekend en viel mij nog niet zo op hoezeer ik in hem geïnteresseerd zou raken. Ik heb het over Martin Bril, overleden in 2009, schrijver, vader, echtgenoot en wikkend en scherp waarnemend mens.
Zijn verhaaltjes zijn uit het leven gegrepen, maar dan uit een leven waarin ik me herken of kan herkennen. Niet uit het leven van iemand uit een Amsterdamse volksbuurt, want daarin kan ik mij lastig verplaatsen. Soms schrijft hij over gebeurtenissen die ik heb meegemaakt. Terwijl wij elkaar helemaal niet kenden. Ik vind dat knap. Soms valt mij op dat kleine zinnetjes of woordjes die hij op een bepaalde manier plaatst, door mij wel eens op dezelfde manier gebruikt worden, zonder dat ik dat afgekeken heb. Ik geef mijzelf dan een schouderklopje. Van de weeromstuit schrijf ik nu een klein stukje terug. En natuurlijk omdat hij mij deed beseffen dat ik de term 'van de weeromstuit' nog nooit heb gebruikt terwijl je die toch eenmaal in je leven gebruikt zou moeten hebben. Want stel dat men zich op zijn sterfbed realiseert dat de term 'van de weeromstuit' nog nooit gebruikt is, en men dus maar mag hopen dat er in de korte tijd die nog rest, zich nog een gelegenheid voordoet om hem te kunnen inpassen? Dat zal mij nu in elk geval niet meer overkomen.