Sur le pont…

avignonAvignon, stad van de brug, ik kan hem ieder aanbevelen. Meer nog dan de brug die maar een halve, goed, driekwart brug is maken de stadsmuren indruk. Middeleeuwse stadsmuren om het hele centrum. Dus niet zoals bij ons als we een middeleeuws stadje aanprijzen waar een stukkie muur en twee kanonnen staan, nee om de hele stad staat een muur die met gemak de Duitsers buiten gehouden moet hebben in WO II. De Chinese muur zou er bijna bij verbleken. En dan het kasteel! Groter dan groot met een gouden beeld van Maria (?) er boven op. Palais des Papes heet het. Echt waar, in het vervolg zal ik het buitenverblijf van Maarten van Rossum wat de Cannenburgh heet nooit meer een kasteel noemen. Stel dat er een toerist komt die eerder in Avignon was, je schaamt je toch te pletter? Hetzelfde geldt voor onze boerendansers die een 19e eeuwse klompendans uitvoeren. In Avignon is op elke straathoek een riddergevecht en lopen prachtige jonkvrouwen door de stad. Nee, Nederland is fijn om te wonen en we voetballen leuk mee, maar we zouden het moeten sluiten voor toeristen. Avignon staat nu in mijn top drie van mooiste steden die ik ooit bezocht heb. Stockholm, Avignon, Londen, in die volgorde.

De brug zijn we trouwens niet op geweest ondanks dat ik eerst zei dat je niet Avignon kunt bezoeken en dan niet de brug op gaat. Toen we eindelijk de ingang gevonden hadden bleek je er 4,50 p.p. te moeten betalen. Zoveel hou ik ook weer niet van dansen.

De heenreis is ook vakantie

De reis is ook vakantie, dat is het standpunt dat we elk jaar innemen, zo ook dit jaar. Maar dit jaar zit het niet mee. We rijden gezamenlijk met zwager en schoonzus en vertrekken een half uur later dan gepland. Het is druk op de weg en bij Nijmegen staat een vierdaagse file. Die weten we nog te ontwijken door over Eindhoven te rijden maar bij Maastricht is het voor de eerste keer raak. Eigenlijk wil ik al stoppen maar Linda vindt dat geen goed idee. Zij wil in Luxemburg stoppen omdat daar de sigaretten goedkoper zijn. Maar in het zuiden van België komt zwager naast mij rijden om aan te geven dat er geplast moet worden. We stoppen vlak voor Luxemburg voor een plaspauze. Terwijl zwager en Linda met de kinderen naar de wc gaan blijven schoonzus en ik bij de auto’s.
Een vrouw tegenover ons draagt een kind en struikelt. Schoonzus schiet te hulp en uit de auto waar ze bij hoort stapt een man met een zonnebril die ik ondanks zijn vermomming herken als Thomas Acda. Hij kijkt ons even aan maar groet niet. Hij kiept een fles water over het zere been van zijn vrouw en gebiedt haar in te stappen. Ze rijden weer door , zijn vrouw zwaait nog even naar ons. Ik zing een liedje over Herman in de zon op een terras.

Even later vervolgen ook wij onze weg om dertig kilometer verder in Luxemburg te stoppen voor benzine en sigaretten. Vanaf dat moment tot aan de Peage is het file. Voor de eerste keer valt Hans het mooie kerkje naast de snelweg bij Thionville op. Het kerkje dat er vroeger al stond en waarop mijn oma mij attendeerde toen wij vroeger naar Zuid-Frankrijk reden. Hans vond het een mooi kerkje, en dat is het ook, een mooi kerkje.

Niet veel later in de file voel ik een schok door de auto gaan. Linda denkt dat de auto afsloeg maar ik zeg dat er iemand tegen ons aan gereden is. En dat is ook zo. Een Franse jongeman heeft ons geraakt. Ik stap uit en bekijk de achterkant van de auto. De Fransman doet hetzelfde en begint wat krassen van mijn auto te vegen. De schade stelt niet veel voor, maar mijn auto is drie maanden oud en bovendien van de leasemaatschappij. Mijn kennis van de Franse taal is ineens weg en ik ga over in het Engels, een taal die de jongeman maar matig beheerst. Hij zegt dat het zijn fout was en stelt voor even iets op papier te zetten. Ondertussen blokkeren we de linkerrijbaan en ik stel voor op de vluchtstrook te gaan staan, maar hij zegt dat dat te gevaarlijk is omdat er precies op dat punt een oprit zit.
Het overige verkeer gaat ons rechts voorbij terwijl wij vluchtig het schadeformulier invullen. Een vrachtwagenchauffeur vraagt even later waar ik mee bezig ben maar ik roep in het Engels dat ik hem niet begrijp, waarop hij zich richt tot de Fransman die hem uitlegt dat het aan de kant te gevaarlijk is. Het schadeformulier wordt afgeraffeld en ik vraag hem om zijn gegevens en zijn handtekening en we vervolgen onze weg. Hij heeft niet eens een kopie gekregen. Bij de eerstvolgende parkeerplaats stoppen we weer want ik wil de leasemaatschappij bellen. Ik vraag Linda het nummer op te zoeken van mijn vaste contactpersoon maar ik geef haar de naam van de contactpersoon van drie werkgevers geleden. Normaal zou ik nooit zomaar op die naam gekomen zijn maar in stresssituaties werken mijn hersenen niet zoals ze zouden moeten. Ik moest diep nadenken over de juiste naam maar na tien seconden wist ik hem. Ik regel wat met hem en wederom vervolgen we onze weg.

Tot aan de tolweg blijft het langzaam rijden. Veel later dan gepland bereiken we het hotel in Dijon voor de overnachting. Natuurlijk hadden we de kinderen al verteld dat er een zwembad bij was, en daar hadden ze zich op verheugd. Nu moesten ze wachten tot de volgende ochtend. Merde! Voor het eerst vond ik de reis geen vakantie en Linda was het volmondig eens.

100.000

Wij zijn op vakantie. De reis gaat wederom naar Zuid Frankrijk zoals praktisch altijd. Voor het eerst heb ik niet het heimwee gevoel gehad wat ik altijd heb zo vlak voor een vakantie. Vreemd. Ben ik dan toch nog in een ontwikkelingsproces? Ik doe helemaal niet meer aan check-check, dubbelcheck zoals vroeger. Olie wordt niet meer gepeild, verlichting niet meer nagekeken, route wordt niet meer uitgestippeld, gewoon karren met die hap. Dat ging vroeger wel anders, maar toen was Zuid Frankrijk ook nog onderontwikkeld gebied waar je wekenlang geen contact meer had met de Noord-Europese beschaving. Het is heet in de Ardeche, nog heter dan hier maar op mijn vakantie hou ik daar wel van. Warmer dan 35 graden hoeft van mij ook weer niet maar zo rond de dertig vind ik wel aangenaam.

Mijn weblog gaat in de vakantie door de 100.000 hits. Dat lijkt niet zoveel, maar als al die ellende met web-log nooit was gebeurd had ik nu gewoon nog daar gezeten met 1000.000 hits + alle foto’s nog gewoon zichtbaar. Maar die 100.000e daar zal ik even geen getuige van zijn. Is ook niet erg, want mijlpalen zijn alleen belangrijk in een uitgestippeld leven, en u weet: Bookkeepers live life to the max. Dus. Maar ik, en de rest van het gezin hebben er zin in. In de vakantie verdwijnt de sleur en kom je even los van je werk en misschien dringt de vraag zich wel even op waarom we eigenlijk moeten werken. Want de vakantie noemen we het echte leven maar dat klopt niet. Het echte leven is de rest van het jaar. En dat is gelukkig ook lang niet slecht. Maar die paar weken vakantie per jaar zijn een verworven recht. Kom daar niet aan! Pensioenleeftijden die verhoogd worden laten we gelaten toe omdat het toch de ver van mijn bed show is, maar kom niet aan de vakantie want dan komt Nederland echt ouderwets in opstand, gaan er koppen rollen en ik hanteer de bijl.

Veel geluk allemaal, tot over een paar weken. Ik wens u allemaal een prachtige zomer met mooie zomeravonden. Word ik toch weer weemoedig.

Schubbekutteveen

Mijn gezin zit een weekje in Bronnergeveen in een huisje op de hei en ik kom ook af en toe over. Bronnergeveen -met carnaval Schubbekutteveen- ligt in Drenthe tussen Assen en Emmen. Het is hier mooi. Ongelofelijk mooi eigenlijk. Ik reed vanochtend naar mijn werk in Amersfoort in ruim anderhalf uur, wat snel is, want het is vakantie. Drenthe is groot en leeg. Ineens had ik geen beklemmend gevoel meer over 16 miljoen mensen op een kluitje. Hier is ruimte zat, veel meer dan op de Veluwe waar alle ruimte wordt ingenomen door bomen.

Het huis waar we zitten heeft geen gordijnen, kleine rolgordijntjes maar die gaan nooit dicht. De buren wonen 100 meter verderop en de overburen meer dan een kilometer. Buiten valt op dat je meer sterren ziet dan bij ons thuis, toch ook geen voorbeeld van lichtvervuiling. Even verderop liggen Westerbork en Dwingeloo, bekend van de radiotelescopen. Een gewone telescoop zou het hier waarschijnlijk ook gedaan hebben.

Of het aan Drenthe ligt, of aan de vakantietijd, of aan beide, dat weet ik niet maar het voelt hier anders. Het werk is hier bijzaak en het huis is de hoofdzaak. Twee katten, een konijn en twee paarden moeten verzorgd worden, uiteraard niet door mij. ’s Avonds als je buiten staat komen de paarden even gedag zeggen, wat op een of andere manier rustgevend werkt. Eigenlijk zou iedereen een paard in de tuin moeten houden.

Kwamkwammertijd.

Het is natuurlijk vakantietijd maar weblog lijkt al wel langer uitgestorven. Natuurlijk, ik heb twee jaar lang ernstig niks meegemaakt, en daarvoor maakte ik in wat mindere mate niks mee, en als er iets erg is, is het wel als mensen die nooit iets meemaken, toch hun verhaal kwijt moeten. In die zin begrijp ik best dat er geen 40 reacties meer komen op een logje.

De sensatie is er natuurlijk af en na acht jaar webloggen hebben de meeste wel in de gaten dat ik soms een beetje overdrijf en alleen de voordeligste foto’s van mezelf plaats, maaaarrrr…het blijft natuurlijk wel lullig.

Facebook en Twitter zijn waarschijnlijk de hoofdschuldigen, hoewel je eigenlijk niet van schuldig kunt spreken. Het zijn gewoon ingevulde behoeftes, en er is meer behoefte aan Twitter en Facebook dan aan weblog. Net zoals er meer behoefte is aan The Voice of Holland dan aan Zomergasten. Of maak ik weblog nu te belangrijk door het met John de Mol’s creatie te vergelijken?

Ik gooi de jaarlijkse zwembroekfoto er nog maar even tegenaan, misschien helpt dat.

Oh wacht even, da’s een onvoordelige. Deze moet het natuurlijk zijn.

Heimwee en liefdesverdriet

Elk jaar in de vakantie heb ik er even last van. Heimwee als we gaan en liefdesverdriet als we teruggaan. De heimwee beschreef ik al eens in een logje genaamd “de onvermijdelijke avond van te voren”, en het verdwijnt zodra we in de auto zitten. En het liefdesverdriet treedt op als we weer wegrijden, de warme, bergachtige en mooie streek uit, het verdwijnt zodra we op de tolweg zijn.

Ik wijt het maar aan opgelopen littekens in mijn jeugd, waardoor ik wat overgevoelig ben geworden, of misschien wel gewoon ben. De tijd gaat ongelofelijk vlug. In mijn jeugd zat ik achterin en mijn vader stuurde onze auto terug, nu ben ik het die stuurt, al wil ik mijzelf op zo’n moment wel eens verwisselen met mijn vader. Er speelt op zo’n moment ook altijd een muziekje op de radio wat het verlangen naar Frankrijk versterkt.

Het is allemaal licht en kortdurend, ik hoef er niet mee naar de huisarts, maar het is er elk jaar weer. Mijn moeder verzuchtte eens vlak na het overlijden van mijn vader dat al die mooie vakanties nu ook voorbij waren. Misschien zijn het wel plaatsvervangende emoties, maar het betekent natuurlijk ook dat het gewoon een mooie vakantie was. Dat vind ik het belangrijkste, dat de vakantie mooi was. Dat hij dan voorbij is vind ik minder erg.

Morgen weer aan het werk. De rest van het gezin heeft nog drie weken. Waardoor ik eigenlijk ook nog drie weken een beetje vakantie heb. Ik kan er weer tegen.

De bruingestreepte Douciervos.

Het belangrijkste regionale nieuws in onze vakantie was de ontdekking van een nieuwe vossoort in Doucier, die de naam kreeg Vulpes Striata Brunneis, of in de volksmond, de bruingestreepte Douciervos. Regelmatig werd hij gesignaleerd in de heuvels rond Doucier, maar vandaag las ik op een internetsite dat hij even plotseling als dat hij was gekomen, ook weer leek te zijn verdwenen.

Zes jaar geleden gingen wij op vakantie met mijn beruchte schoonzus en mijn zwager. Ik en mijn zwager maakten toen een overlevingstocht door de woeste Ardennen. Hij was toen commando Piet en ik was commando Jan. Nu, zes jaar later, ik ben 42, hij 46, was er nog niks veranderd. Met onze beide opblaasboten waren we nu marinier Piet en marinier Jan die de woeste zee trotseerden.

Maar ’s avonds waren we weer commando’s toen we een overlevingstocht door de woeste Jura maakten. We klommen de berg op en kwamen in het dorp Fontenu, waar nog steeds de tweede wereldoorlog woedde. Jean a de longue moustache, je répète, Jean a de longue moustache.

Omdat wij geen zwaar bewapende commando’s zijn maar verkenners, hadden wij zo weinig mogelijk bepakking. Wij aten planten en schorpioenen en om onze commandobips af te vegen gebruikten wij een vos, omdat het daarvan nu eenmaal stikte in Doucier.

De weg kwijt.

Doucier, le 21 juillet 2012

Het is mijn handelsmerk, op vakantie de weg kwijtraken. Ik ben natuurlijk niet echt de weg kwijt zolang ik de zon zie en een horloge heb. Ik weet dan in welke richting ik moet. Als ik niet meer zeker ben of ik nog goed ga, ga ik harder rijden. De passagiers en de volgers denken dan: hee, die rijdt door, die is hier bekend. Het is echter uitstel van executie. Na een kwartier hebben ze het door als ik voor de derde keer door het zelfde dorp rij. Dan volgt de gebruikelijke betweterigheid en het “I told you so.”

Daarna wordt het pas echt lachen want dan geef ik het heft uit handen en word volger. Mijn zwager nam de leiding en voerde ons een berg op, die leidde naar een grot. Hij reed nog net niet de grot in, de verbaasde gids vroeg zich al af wat we daar kwamen doen. Na kort overleg en op de zon oriënterend namen we de oostelijke richting en langzaam kwamen we weer borden tegen met plaatsnamen die ook op de kaart terug te vinden waren. Vlak voor Doucier dreigde mijn zwager, die voorop reed, nog een verkeerde afslag te nemen, maar ik toeterde luid ten teken dat hij rechtdoor moest. De gendarmerie was er net bezig met een verkeerscontrole. Ondanks de claxon mocht ik doorrijden. Nederlanders mogen meestal door van de Gendarmes. Wij zijn namelijk de motor van de Franse economie.

Apartheid

Doucier, le 20 Juillet 2012

Vakantie doet mij goed, mensen! In slechts één week neemt mijn conditie triathletische vormen aan. Het hele jaar zit of lig ik onderuitgezakt op een stoel of op de bank. Mijn eerste wandeling over deze immense camping kostte mij moeite. Maar na wat pompen, roeien, lopen, zwemmen en badmintonnen voel ik mij zoals ik eruit zie, tien jaar jonger. Mijn conclusie is dan ook dat mensen met een kantoorbaan naar een camping moeten en dat mensen die het hele verdere jaar al lichamelijk actief zijn, naar een all-in mogen.

Ik zit hier wel op de grootste camping waar ik ooit heb gezeten. Linda neemt het liefst de auto als ze naar de bakker gaat. Zelf prefereer ik een elektrisch wagentje van de camping. Het is zeker 800 meter lopen. Toch merken we niet zoveel van de grootte. Onze stacaravan (iedereen zegt mobile home) staat in de uiterste hoek van de camping en op de andere delen hoeven we niet te komen. Een prima scheiding tussen arm en rijk hier, we hoeven ons niet te begeven tussen het nomadenvolk in tenten. Behalve dan tussen mijn schoonzus en zwager die vandaag ook zijn aangekomen. Zij hebben een rent-a-tent maar willen wel gebruik maken van onze sanitaire voorzieningen. Binnenshuiskampeerders! Het rustige gedeelte van onze vakantie is nu voorbij.

Zwitserland

Doucier, le 20 Juillet 2012

Het was vandaag bewolkt dus een mooie dag om erop uit te trekken naar de bezienswaardigheden in de omgeving. Iets wat iedereen doet op dagen als deze, vandaar dat Les Cascades du Hérisson een bezienswaardigheid zijn. Leuk watervalletje hoor daar niet van, maar ze heffen er €4,- parkeergeld. Hetzelfde verschijnsel als vorig jaar viel mij op. Fransen kunnen geen hoogtes meten. Deze waterval was ruim 30 meter hoog, volgens het bord 65. Om het dan met viltstift te gaan verbeteren is ook wat overdreven, maar ze stelen zo telkens wel op Telegraaf-achtige wijze de show. Zo heb ik ook mijn twijfels bij de hoogte van de Eiffeltoren, het viaduct van Millau, en over de hoogte van de Mont Blanc. Ze trekken er veel toeristen mee maar in werkelijkheid is de Mont Blanc niet veel hoger dan de Amerongse berg.

Over de Telegraaf gesproken, ik las vanochtend over een terroristische aanslag op het gemeentehuis van Waalre. Dezelfde vette letters werden gebruikt als bij de aanslagen vorig jaar in Noorwegen. Grote woorden als: aanslag op de democratie, ondermijning van de rechtsstaat, Ivo Opstelten mocht ook nog zijn zegje doen als opperbevelhebber van de anti-terreureenheid, bleek dat er helemaal geen doden waren gevallen! Slechts wat gepruts met molotovcocktails. Die tellen niet mee als terroristische aanslag, vind ik. Er moet minimaal een ontstekingsmechanisme aan te pas komen en er moeten ruiten sneuvelen als gevolg van een drukgolf. Anders lijkt het nergens op. Grote kans dus, dat als u geen Telegraaflezer bent dat dit nieuws u compleet ontgaan is.

Goed, we reden door naar de Zwitserse grens en voor het eerst in jaren moesten we paspoorten tevoorschijn halen. Dat tevoorschijn halen was overigens genoeg want met een beweging van zijn hoofd verschafte de douanier ons toegang. Wat we in Zwitserland gingen doen wisten we zelf ook niet, waarschijnlijk was het alleen maar om Hans en Tammar wat internationaler te maken. Het meer van Genève dan maar. Het is nog best lastig om aan de oevers te geraken want je kunt er heel makkelijk evenwijdig aan rijden, maar er naartoe is stukken moeilijker. Uiteindelijk lukte het ons bij Prangins, vlak naast Nyon, wat nog best een aardig stadje lijkt. Het hele meer stelt geen bal voor, we kwamen er dan ook geen mens tegen. Na een half uurtje visjes te hebben bekeken keerden we huiswaarts.

Het probleem was wel dat ons vakantieadres zich net boven de vouw op de kaart bevond, en we ons nu net onder de vouw, dus op de achterkant bevonden. We reden dus weer fout. Ik zag een bordje met Dole en ik wist dat dat in Frankrijk lag, dus die kant moesten we op. Bleek het te gaan om La Dole, een berg in Zwitserland van 1677 meter. Het was een smalle, kronkelige weg naar boven, ik begreep niets van de borden die ons naar de top brachten in plaats van naar Frankrijk. Niet heel veel later stonden we dan ook weer beneden, op dezelfde plek waar we naar boven waren gegaan. Het was wel een prachtig weggetje. Ergens boven stond een vos midden op de weg, met zijn prooi nog in zijn bek. Hij leek even nieuwsgierig naar de auto, maar wachtte helaas het moment niet af dat we een foto konden maken. Zwitserse vossen lijken trouwens groter dan Nederlandse, alleen scheppen de Zwitsers daar niet over op, zoals de Fransen bij wie een vos toch gauw een schofthoogte van een meter heeft.
Terug bij de grens werden we niet meer gecontroleerd, het regende en de douaniers stonden binnen. Tip voor smokkelaars. Zwitserland, je moet er geweest zijn. Niemand weet precies waarom.