Het ziet er zo makkelijk uit.

Ik was bepaald niet slecht met voetbal vroeger. Ik scoorde in mijn eerste wedstrijd drie keer, zoals grote voetballers dat ook doen. Nooit heb ik ervaren dat het spel moeilijk is. Door omstandigheden heb ik er maar twee jaar opgezeten, van mijn 10e tot mijn 12e ongeveer. Linksbuiten was mijn positie, terwijl ik rechts ben, maar waarschijnlijk zag de trainer in dat de rest het er op die positie helemaal niet vanaf zou brengen. Ik werd de topschutter in een kampioenselftal, al hebben we het hier slechts over de D-tjes. Ik grap wel eens dat als die omstandigheden er niet waren geweest en ik op voetbal was blijven zitten, ik misschien meegespeeld zou hebben in de finale op 25 juni 1988 tegen Rusland. Maar waarschijnlijk niet.

Vrijdagmiddag moest ik een conference call met een paar Amerikanen verlaten omdat ik mijn kinderen had beloofd dat ik mee zou spelen in het ouder-kind toernooi. En wat je belooft moet je doen, ook in dit soort situaties. De Amerikanen mogen ons dan mede bevrijd hebben, de loyaliteit houdt een keer op. Mijn eerste wedstrijd was tegen Tammar en nog 30 kinderen van haar leeftijd, die ons volwassenen volledig klem zetten elke keer als wij de bal hadden. Bovendien kon je geen beweging maken of je schoffelde een kind onderuit, wat mij een keer op een vrije trap tegen kwam te staan wegens een overtreding op mijn eigen dochter. Omdat remise dreigde, riep de trainer Hans, die langs de kant stond om de F-jes te helpen, te hulp. Toen hij de bal kreeg voelde ik iets van trots, er dreigde ineens gevaar. De kleintjes wonnen met 1-0, en ik lieg als ik zeg dat wij ons best niet deden, op het eind.

Door schade en schande wijs geworden gooiden we het tegen het team van Hans over een andere boeg. Vol erin, vanaf de eerste minuut. Ik stond weer op mijn linksbuitenpositie en maakte een rush langs de linkerkant van het veld. Toen moest die bal met links worden voorgegeven en dat ziet er op tv een stuk makkelijker uit dan het is. Tijdens de sprint, wat al lastig is als je alleen op kantoor traint, voelde ik al dat ik nooit een krachtige voorzet zou kunnen geven en vroeg me af wat ik moest doen. Een lullig schuivertje dan maar, leek nergens op. Zag er ook niet uit, dat weet ik zeker. Alles aan voetbal is moeilijker dan je denkt, springen, koppen, aannemen, passen, ook mijn lobje over de keeper verdween naast het doel. Toch maakte ik de 1-0. De ouders wonnen met 7-3. Gelijk het laatste jaar dat we nog van ze kunnen winnen.

Nu heb ik spierpijn. Maar mijn rug, waardoor ik vorig jaar niet mee durfde te doen, gaf geen krimp. Het is een wonder.

De landstitel 2014/2015

Ik had het hem beloofd aan het begin van het seizoen, PSV zou kampioen worden. In 2013 koos hij zijn eerste PSV shirtje en dit jaar hadden we voor het eerst Eredivisie live. En het was geen loze belofte, ik baseerde het op statistieken, op Depay, gevoel, en vooral op hoop. Maar het liep vanaf het begin. Zelfs Willems, die twee jaar terug nog uitgelachen werd, groeide uit tot één van de uitblinkers. En als je zo’n belofte doet moet je hem nakomen, al had ik geen invloed op de uitkomst, hooguit zag het er allemaal zonnig uit. Dus toen PSV verloor van Ajax en Feyenoord, had het nog steeds een comfortabele voorsprong, maar kneep ik hem toch. Nergens voor nodig volgens de kenners, het was immers al een maand lang duidelijk dat PSV kampioen zou worden. Desondanks was er toch nog een gelijkspel van Ajax tegen Utrecht voor nodig voordat ik het ook aandurfde om overtuigd te zijn dat PSV kampioen zou worden.

Maar pas toen ze het kampioenschap gisteren binnenhaalden was ik echt opgelucht. Eindelijk na zeven jaar is PSV weer kampioen. Een ongekend lange periode van droogte voor de Eindhovenaren. Ik weet niet hoevaak ik alweer heb moeten aanhoren van een Ajacied dat hij het niet zo erg vond als PSV ééns in de zeven jaar kampioen werd. Naar goed clubgebruik even vergetend dat toen Ajax in 2011 aan zijn succesvolle reeks begon, het voor hen ook zeven jaar geleden was dat ze kampioen werden. Er is wel iets veranderd aan mijn fanatisme. Was ik in 1995 nog oprecht blij toen Ajax de Championsleague binnenhaalde, vorig jaar moest Harry van Raaij er aan te pas komen om mijn woede te koelen over de verloren uitwedtrijd tegen Ajax. Het grote verschil was dat ik in 1995 nog niet met de arrogantie van de Ajax supporter was geconfronteerd.

Maar nu, in dit eerste echte jaar dat Hans het volgt, is PSV kampioen. Ik heb Hans nog niet gezien want hij is logeren, maar ik kijk straks de kampioenswedstrijd nog een keer met hem. Hoera!

Het gesprek

En ineens was daar het gesprek waarvoor ik al jaren vreesde. Het gesprek dat ik zelf nooit gevoerd heb en waarvan ik altijd dacht dat ik het door zou spelen aan mijn secondant. Maar mijn secondant was naar de tienminutengesprekken op school. 80 onverlaten hadden zich vergrepen aan een minderjarig meisje dat in de macht was van een loverboy, als ik het goed begrepen heb. Het woord seks viel tijdens het journaal en ik stond er alleen voor. Hans wilde weten wat seks was. Tja, hoe leg je dat nu uit aan een negenjarige?

“Ehm, nou, weet je, seks is vrijen.” “Opgelost,” dacht ik, maar hij wist ook niet wat vrijen was. “Goddomme,” dacht ik, “waarom weet je dat niet?” Ik wist in de vierde klas van de lagere school al veel meer zonder dat dat door ouders of leraren was uitgelegd. Je vriendjes zorgden daarvoor, het zal misschien aan het deel van het land waar ik opgroeide gelegen hebben. Ik begon te praten en ik voelde dat ik om het onderwerp heen draaide. “Eh, ja, als je kusjes geeft en zo.” “Ja, maar doen jullie toch ook weleens,” vroeg Hans. “Ja, eh, kijk, het moet wel van twee kanten komen. Seks kan wel, maar alleen als je getrouwd bent.” Grapje. Dat zei ik niet. Ik zei dat het wel kon, maar alleen met instemming van beide partijen, die dientengevolge een mondelinge edoch stilzwijgende overeenkomst aangaan tot…Nou ja, man en vrouw moeten het allebei wel willen. Meestal verleid een vrouw een man tegen zijn wil, en….nee ook niet. Lastig hoor.

Maar waarom was dat dan erg, en waarom wilden die mannen dat? En waarom gingen ze dan geld betalen? Tja, waarom willen mannen dat? Dat zit ergens in je hersenen voorgeprogrammeerd, en alleen de sterksten kunnen zich beheersen. De rest zijn hoerenlopers en verkrachters. Echt lastig dit. En het is erg omdat dat meisje het niet wilde, omdat ze pas zestien was en omdat ze in verwachting kon raken. Ik kon hem toch moeilijk uit gaan leggen waarom een man seks wil? Dat weet ik zelf niet eens, als je jeuk hebt moet je krabben, zoiets.

Thomas krijgt morgen een puppy, had ik dat al verteld? Net zo makkelijk veranderde hij van onderwerp. En ik zit met het onbestendige gevoel dat hij zich van de domme hield en mijn kennis peilde.

Schouderklopje voor mij

Hans heeft moeite met het verlies van zijn vriendje. Hij krijgt op school wat extra aandacht van een juf maar dat verhindert niet dat zodra hij naar bed moet hij het moeilijk krijgt. Hij zegt dan in tranen dat hij Luc mist. En dat is ook zo, maar hij is ook bang geworden van deze trieste gebeurtenis. Bang dat er bij ons iemand doodgaat. Ik vertel hem dan dat het ook heel erg is wat er gebeurd is en dat het logisch is dat hij verdriet heeft. Dat het heel erg is, maar het ergst voor de ouders van Luc. Waarop hij opmerkte dat ik bijna nooit verdrietig ben. Ik liet het maar zo. Ik weet uit eigen ervaring dat het prima is als een kind zo naar z’n vader kijkt.

Ik legde hem uit dat de meeste mensen pas dood gaan als ze ongeveer 80 zijn en dat wat er met Luc gebeurd is heel weinig voorkomt. Hans had het erover dat mensen toch carnaval gingen vieren ondanks dit. “Jij zou toch geen feest gaan vieren als ik dood was gegaan,” vroeg Hans. Nee natuurlijk niet Hans, ben je gek zeg! Ik hou sowieso al niet van feest vieren, en ik imiteerde een paar hossende carnavalsvierders. Hans schoot in de lach dus ik deed er nog een schepje boven op. Polonaise, Arie Ribbens en alles waar ik mij niet aan kan overgeven deed ik na. Hans lachte. Ik vroeg of hij in mijn bed wilde slapen, mama zou ook vroeg naar bed gaan. Niet veel later sliep hij al.

Zoon

Gisteren, in het half uurtje voordat Hans naar bed moest, vroeg hij of hij mocht tekenen. Normaal zou ik geen bezwaar hebben, maar nu een heel klein beetje. De tekenspullen waren namelijk opgeborgen sinds de uitruim van een kast die we weg hadden gedaan, maar hij wilde per se tekenen. Ik moest een werkkast in en onder een grote stapel onbekend gewicht de tekenpapiertjes weghalen. Ik pakte er een paar, en hij ging tekenen.

Ik stond in de keuken koffie te zetten (of heet dat anders bij een Senseo?) en hij vroeg me hoe je gefeliciteerd schreef. Ik dicteerde het zonder er verder acht op te slaan. Ook toen hij tegen ons zei dat we niet mochten kijken, wekte hij geen enkele argwaan. Waarschijnlijk was ik iets teveel met mezelf bezig. Vanochtend liet hij zijn tekening zien en ik realiseerde me hoe erg het geweest zou zijn als hij niet had mogen tekenen omdat ik het teveel moeite vond om dat papier op te duiken. Ik vond het eigenlijk al erg dat ik het gisteravond niet door had. Maar wat een zoon hebben wij.

Trouwdag
Trouwdag

Gedragsprobleem

Gisteren tegen de avond had ik het plan om met Hans te gaan fietsen naar het bos. Op de fiets kom je op plekken waar je lopend niet kan komen en andersom. Het probleem was dat Tammar ook mee wilde, want ze had niks te doen. Nu is het zo dat de vorige twee keren dat Tammar meeging we geen wild hebben gezien omdat zij niet stil kan zijn. Dus had ik met mezelf afgesproken dat ze voorlopig niet meer mee ging. Maar daar was mevrouw het niet mee eens. Ze begon zo hartverscheurend te huilen dat ik mijn hand over mijn hart streek. Natuurlijk wel een hartig woordje tot haar gericht. Ze zou stil zijn en ze zou niet gaan zeuren dat ze moe was.

Dus zijn we 800 meter onderweg en begint ze of ik haar kon duwen omdat ze toch wel moe was. Mevrouw Mack had ons zojuist met de auto ingehaald om de hond uit te gaan laten in het bos. Dus terug was geen optie. Hans had het al helemaal gehad met zijn zusje, dus die ging demonstratief 80 meter achter ons fietsen. Dat begon goed. Ik waarschuwde Tammar dat ze gewoon mee moest fietsen en dat als we het wildrooster over waren dat ze stil moest zijn. “Wat is dat een wilde kooi,” vroeg ze een kilometer verderop. Toen we het wildrooster over waren hield ze uiteraard niet op met praten. Na een paar keer werd ik boos en kneep haar hard in haar arm. Dat hielp even want ze begon te huilen. Ik had nog geluk dat ik mijn net nieuwe iPhone op de weg hoorde vallen bij die actie anders was ik die nu kwijt geweest door Pollewop. Nu zaten er slechts wat krassen op.

Het bos bleek gesloten. Overal borden dat je er niet in mocht in verband met de bronstijd. Dan heb ik het niet over de periode voor Christus die volgde op het Neolithicum, maar over de periode tussen 15 september en 25 december waarin de paartijd van edelherten plaatsvindt. We moesten dus op de weg blijven. Na twee flinke heuvels (hoge duvel) kwamen we bij een punt waar een aantal mensen doodstil stonden en zelfs lagen te luisteren naar het geburl van de mannetjesherten. Het is een mooi geluid, het is een kruising tussen het geblaat van een schaap en het geloei van een koe, maar dan uit het bos. Men zegt dat het geluid kilometers ver reikt, maar in onze omgeving geloven ze ook nog in sagen. Het geluid was in de verte duidelijk te horen en het kwam van verschillende kanten. Alleen Tammar hoorde het niet en bleef ook herhalen dat ze niks hoorde. Ik siste dat ze stil moest zijn, maar dat kan ze niet dus dan gaat ze met haar voeten herrie lopen maken op de steentjes. De geachte aanwezigen vonden het wel grappig, maar ik duidelijk minder. Ik pakte het spul op en keerde huiswaarts om de natuur niet teveel te laten verstoren door mijn tweede nazaat. De hoge duvel af is link. Het gaat keihard en de weg is hard. Ik schatte de snelheid zeker 35 kilometer per uur en Tammar keek doodleuk opzij. Ik beet haar toe dat ze voor zich moest kijken, maar toen ging ze met die snelheid met haar voorwiel wiebelen. In paniek riep ik haar toe dat ze dat niet moest doen waarop zij antwoordde dat zij dat niet deed maar de fiets. Gek word je ervan.

Wat later drukte ze nog bijna een tegemoetkomende auto in de berm en ik had het gehad. Haar voorlamp deed het ineens niet meer dus ik gebood haar tussen Hans en mij in te gaan fietsen en mij te volgen over het donkere fietspad. Dat is het enige wat ze gehoorzaam deed. Thuis hebben we afgesproken dat ze we het nu een aantal keer geprobeerd hebben en dat ze tot haar zevende niet meer mee gaat om wild te kijken. Op een of andere manier vond ze het prima. Ondanks dit gedrag ben ik gek op dit meisje. Het moet wel echte liefde zijn.

Groei

Ik hoorde ’s avonds dat Hans van zijn eigen geld een voetbal was gaan kopen omdat hij er deze zomer al drie versleten heeft. En hij wil natuurlijk voetballen. Ik ben dan trots en geroerd tegelijk omdat hij dat al kan. Niet dat hij vroeg is, hij is juist laat, maar hij is nog zo’n onschuldig kind. En natuurlijk, hij heeft buien en is hij soms vervelend, wat zacht uitgedrukt is want hij kan zijn vader al aardig over de zeik helpen. En zijn vader wil dat niet maar die heeft soms geen idee hoe hij iets gedaan moet krijgen zonder gepast geweld te gebruiken. Dat ruiken die etters, en lijken misbruik te maken van de situatie, vooral als ze het samen op mij gemunt hebben als ik ze naar bed breng. Dat werd ouders vroeger wel wat makkelijker gemaakt, moet ik zeggen. Maar geen geklaag, dan moet je het gewoon doen met loze dreigementen, het is eenmaal niet anders.

Ik hou helemaal niet van loze dreigementen maar ja, het probleem is dat ik even een situatie heb die een snelle oplossing vergt. Een goed geplaatste vlakke hand zou het probleem gelijk oplossen, maar je moet het ook met woorden kunnen. Nou, succes. Serieuze dreigementen hou ik ook niet van, want aan dreigementen moet je je houden. Dus er moet later een consequentie volgen voor dit ongepaste geklier en dat gaat me eigenlijk te ver, want zo erg was het allemaal niet. Als ik weer beneden ben sla ik met mijn vuist op mijn andere hand, om zo uit te beelden aan mijn vrouw dat ik gefrustreerd op een kinderhoofd aan het rammen ben. Ze weten hun bedtijd elke dag weer niet te halen.

Vandaag hoorde ik een collega zeggen dat als hij en zijn vrouw het geweten hadden, ze nooit aan kinderen zouden zijn begonnen. Ik zei dat ik er nog geen dag spijt van heb gehad. Zelfs tijdens de meest dwarse bui van mijn dochter, die een paar graadjes erger is dan Hans, is er geen seconde dat ik zoiets denk. Soms grijp ik haar en smijt ik haar in haar bed, loop de kamer uit en trek de deur dicht, die ze dan binnen drie seconden weer opendoet, ondanks het verbod uit haar bed te komen. En dat een aantal keren achter elkaar. Tja.

Hans was de voetbal gaan kopen. Een PSV-bal van 16 euro maar hij had slechts 15 euro bij zich. Dus moest hij eerst terug naar huis voor die extra euro. Ik zie het tafereeltje in de winkel dan een beetje voor me. Ik ben daar vroeger zelf ook geweest. En dan fietst hij weer terug naar de winkel, geeft de mevrouw 16 euro en komt trots met een PSV-bal terug. Mijn lieve, grote, kleine jongen.

Je komt jezelf altijd weer tegen

Laat ik beginnen met te stellen dat ik mij geen betere zoon kan wensen dan Hans. En vervolgens met even iets over mezelf te vertellen. Als kind was ik iets te gevoelig. Ik kwam net iets te vaak huilend thuis volgens mijn vader die daar geïrriteerd door raakte. Hij deed me op judo, en het hielp want tegenwoordig kom ik nog hoogstzelden huilend thuis. Wij hebben Hans preventief op judo gedaan en het helpt want hij komt tegenwoordig vaak huilend thuis. Vanavond voetbalde hij buiten en volgens zijn twee medespelers was het hands, maar volgens Hans niet. Dat loopt dan zo uit de hand dat meneer zijn bal pakt en kwaad wegloopt. Omdat hij dat al vaker heeft gedaan riep ik hem terug. Hij mocht van mij kiezen, of weer normaal meespelen, of douchen en naar bed. Hij koos eieren voor zijn geld.

Tot drie keer toe kwam hij daarna huilend binnenlopen. Bij de derde keer was ik het zo zat dat ik hem naar binnen trok en hem naar boven joeg. Dat maakte het niet beter maar hij had pijn aan zijn been, ze hadden hem geschopt. Ik ga dan bijna door het lint. Ik knalde hem onder de douche en beet hem toe dat hij nu negen is en niet elke keer als hij pijn heeft huilend naar binnen kan komen want de anderen lachen hem uit. Hij huilde nog harder, want in zijn ogen was hem groot onrecht aangedaan en zijn vader koos juist partij voor degenen die het hem hadden aangedaan.

En ik zie die tragiek ook wel, maar ik kan het niet helpen. Nee, mijn aanpak werkt waarschijnlijk niet, maar oh, wat ben je het als vader zat als het elke keer jouw kind is dat huilend wegloopt. Liefst zou je hem nog een hengst geven, uit pure onmacht. Hij jammerde dat ze hem expres schopten op een plek die hij toch al had geschaafd. Ik antwoordde boos dat hij dan niet meer mocht spelen met jongens die hem expres schoppen, want dat zijn geen vrienden. Na een half uurtje heb ik met hem gepraat en het hem uitgelegd. Dat ik vroeger ook vaak huilde en dat opa Hans dan ook boos op mij werd terwijl anderen mij iets hadden gedaan. Dat ik gewoon niet wil dat ze hem straks uitlachen. Dat ik ook liever niet boos word. Maar ik zou beter moeten weten. Volgende keer moet ik het anders aanpakken. Want je komt jezelf altijd weer tegen.

Verdriet om Sambu

Ik zat met Tammar naar een film te kijken over twee Cheeta welpjes wier moeder gedood was door een leeuw, en die grootgebracht werden door een man. Een blanke man welteverstaan, want blanken doen nu eenmaal het ontwikkelingswerk in Afrika. De Cheeta welpen moesten leren om op eigen poten te staan, te kunnen jagen en voor zichzelf te zorgen. Eentje heette Tocki, de ander Sambu. De man leerde ze jagen, leerde ze welke dieren gevaarlijk waren en zelfs dat mensen gevaarlijk waren. Soms ging het bijna mis als ze op een te grote prooi joegen en ze nog niet door hadden hoe gevaarlijk dat was. Tocki werd op een dag zwaargewond aangetroffen omdat hij was opengereten door een wrattenzwijn. Maar hij werd opgelapt en overleefde het. Twee jaar duurde het voordat de twee jonge cheeta’s, die overigens prachtige dieren zijn, voor zichzelf konden zorgen. Alleen Sambu was wel eens overmoedig doordat hij zich bewust was van zijn snelheid en gevaarlijke dieren tartte.

Het was een prachtige film. Maar geheel onverwacht ging het mis en werden Sambu en Tocki ’s nachts aangevallen door een leeuw, of meerdere leeuwen, dat weten we niet. Tocki wist te ontsnappen maar Sambu werd levenloos aangetroffen. De man die ze had opgevoed was er kapot van en vroeg zich af of het zijn schuld was; had hij de welpen niet voor altijd in gevangenschap moet laten opgroeien? Hij troostte zich met de gedachte dat Sambu toch nog twee mooie jaren in de vrijheid van de Afrikaanse natuur had gehad.

Toen was het bedtijd. Ik bracht Tammar naar bed en ze deed haar gebruikelijke niet-meewerk dansje. Niet uitkleden, steeds met iets anders bezig zijn zolang het maar iets is wat het naar bed gaan vertraagt. Ik was even in de badkamer en liep terug naar haar kamer. Ze lag onder de dekens met haar kleren nog aan en ietwat geïrriteerd maande ik haar tot opschieten. Ineens begon ze te huilen. Ik dacht eerst dat het bij het dansje hoorde en liet haar even, maar vroeg toen of ze soms moe was. Maar nee, ze snikte dat ze heel erg geschrokken was van dat Sambu dood was gemaakt door de leeuw. Dat ze het heel zielig vond. Dat vond ik ook ja. Als ik het had zien aankomen zou ik Tammar niet hebben laten kijken. Nu kon ik er niet veel meer mee dan haar vasthouden en zeggen dat het ook zielig was. Want wat kun je hier nog aan recht praten? Dat het bij de natuur hoort? Dat hij toch nog een mooi leven heeft gehad? Het is gewoon een waardeloze situatie als een prachtig beest dat je een uur gevolgd hebt ineens zo aan zijn einde komt. Dat schat zo’n meisje goed in. Ik wist het niet recht te breien in elk geval. Tien minuten later, toen ze zich min of meer herpakt had zei ze: ik mag nóóit meer zo’n film zien hoor, behalve als ik groter ben. En daar hielp ze mij, want toen pas kon ik iets concreets bieden, al was het slechts het beamen van haar idee. Je vijf-jarige dochter moet jou helpen om de situatie naar een aanvaardbaar eind te brengen. Ik schoot ernstig tekort.

Fietjepietje

En ineens heb je een ontroostbaar jongetje in je armen. Hij vroeg nog opgetogen of hij mee mocht naar de dierenarts met de twee katten voor hun jaarlijkse inenting. Nu had Linda al wel door dat er iets niet goed was met Sophie. Ze mauwde veel en werd mager. Ik vond haar vooral vervelend de laatste tijd, je kon niet gaan zitten of liggen of ze zat bij je. Gelijk maar even melden bij de dierenarts, die constateerde dat ze een grote tumor in haar achterlijf heeft. Inentingen hadden geen zin meer. Ik heb haar vaak vervloekt als ik weer een vis kwijt was, of als ze weer met een dood of levend beest het huis in kwam, maar daar bleef het bij. Ik ben ook degene geweest die haar niet weg wilde doen toen iemand haar heel graag wilde hebben en Linda dat voorstelde. Ik vind, je hebt een huisdier, dan neem je je verantwoordelijkheid en zorg je ervoor tot het einde. Maar ik had niks met haar.

Ik weet nog dat ze kwam, ik wist van niks, ik kwam op een dag thuis, Linda was even weg en er stond een grote doos op tafel. Uit de doos kwam gemiauw en er bleek een onoverlegde grijze kitten in te zitten. Een prachtig poesje als van de Whiskas reclame.  Wij hadden Mack (de echte) nog, die was destijds de baas. Sophie werd op haar plaats gezet door Mack. Toen Mack doodging werd ze brutaler. Ze mauwde luid als het haar iets niet zinde, gedrag dat door Mack onmiddellijk met een charge werd afgestraft. Maar toen haar bovengeschikte er niet meer was, greep ze de macht. Ik heb haar vaak “onze huisnazi” genoemd. Later kwam Bob erbij, een rode kater, een goedzak en veel liever dan Sophie. Bob was ouder, we weten niet hoe oud precies, maar het ziet er nu naar uit dat Bob haar gaat overleven.

Hoe erg het precies is dat Sophie dood gaat weet ik niet. Ik weet wel dat Hans bijna ontroostbaar was. Tammar sliep al en weet het nog niet, maar Hans lijkt wat gevoeliger voor dit soort dingen. Sophie was er natuurlijk al toen hij geboren werd en vaak sliep ze bij hem op bed. Ik had Hans in mijn armen toen ik hem naar bed bracht en hij huilde onophoudelijk. Ik weet inmiddels dat het voorbijgaand verdriet is, maar ik zei het niet. Ik probeerde niet de dingen te zeggen die vaders in boeken altijd zeggen. “We kopen wel een nieuwe kat”, “beter Sophie dan een van ons”, dat soort dingen die mij vroeger ook niet hielpen. Ik zei tegen Hans dat we in elk geval in de gaten gaan houden dat ze geen pijn heeft. Maar dat ze niet meer beter wordt en doodgaat. Mijn parkietje ging dood en ik was ontroostbaar. Voor een dag. Daarna ging het snel weer beter. Ik heb er een paar gehad en ik weet niet eens meer hoe ze heetten. Maar dat doet er niet toe. Er is geen vergelijk. Nu is het erg voor Hans, en weet ik niet hoe hem te troosten.

hans sophie