Sensei

Tegenwoordig moet alles maar kunnen. En hoe je je er van tevoren ook tegen verzet, duistere machten zorgen dat je er in meegaat. Want wie kan zich nu voorstellen dat vroeger, toen u op uw sportclub zat, de sportvereniging een ouderdag organiseerde en dat uw vader eerder van zijn werk kwam om met u een lesje mee te trainen? Nou, ik in elk geval niet. En mijn vader al helemaal niet. Maar toch gebeurde het vandaag. Ik moest eerder van mijn werk om met Hans mee te gaan judoën. Want mevrouw Mack vond dat ik maar eens een keer de klos moest zijn, en als ik het niet zou doen zou Hans als enig kindje bij judo komen opdagen zonder ouder die met hem meedeed. Dat bedoel ik met duistere, dwingende machten.

Ik had in ruim vijfentwintig jaar geen judomat meer betreden en mijn blauwe band ben ik kwijt. Mijn judopak paste ook van geen kanten meer dus ik ging maar in mijn badminton-outfit. Helaas vond Sensei Thijs het niet goed dat ik mijn racket als wapen wilde gebruiken dus dat ging niet door. De judogroet ging nog prima. Eigenlijk voelde het verdomd goed, zo weer op de mat te staan. Het liefst wilde ik de sensei te lijf om mijn krachten te meten. En alsof hij mijn gedachten rook nodigde hij Hans en mij als eerste uit om een demonstratie te geven ten overstaan van zeker 30 mensen in de zaal! Sensei legde uit hoe je moest vallen, met je hoofd omhoog en hard met je arm op de mat slaan bij het neerkomen. Voor mij natuurlijk gesneden koek, want ik ben wat geworpen in mijn carrière als Mack van der Geest. "Waarom moeten wij met het hoofd omhoog vallen?", vroeg Sensei aan het publiek. Omdat je anders met je achterhoofd op de mat valt en daar kun je een kaal plekje van op je hoofd krijgen, zei Sensei en dat vond ik een opmerking onder de gordel. Het liefst had ik hem gelijk met een sutemi van de mat geworpen, maar een judoka is altijd beheerst.

Ik werd vroeger op judo gedaan door mijn ouders om mij weerbaarder te maken, en misschien heeft dat wel geholpen. Hans zit op judo omdat hij dat wilde en ik vind het geweldig hem te zien in zijn judopak. Ik hoop dat hij er mee door wil, maar mocht dat niet zo zijn, dan zal ik hem niet dwingen. Maar judo is goed. Sensei zelf is pas 20 jaar, heeft reeds de tweede dan, en staat zo zelfverzekerd, rustig en stabiel voor zijn groep, en kan zo goed met de kinderen overweg, die moet toch wel hele trotse ouders hebben. 

Hans stelt lastige vragen.

Ik zag dat Hans zat te staren toen hij in bad zat, en net toen ik hem wilde vragen waar hij aan dacht, vroeg hij:

Papa, als je dood bent kun je dan nog levend worden?

Ehm, nee, dat gaat niet.

Oh.

En gaan wij ook dood?

Eh, ja, wel een keer. Maar dat duurt nog heel lang. (vingers gekruist)

Oh. En wie gaat er dan het eerst dood?

Eh, degene die het oudste is.

Dat ben jij.

Ja.

En dan mama!

Ja.

Ohoh, dan hebben wij geen papa en mama meer!

Ja, maar dan zijn jullie al heel oud hoor.

Oke, maar ik ga dan wel voor Tammar zorgen hoor! Papa, welk verhaaltje gingen we vanavond ook alweer lezen?

Alles sal reg kom.

Morgen is hij echt jarig, onze kleine schavuit van alweer vijf. Ik blijf het bijzonder vinden dat ik vader ben van twee. Volgens mijn zus heb ik er nog eentje rondlopen ergens in het midden des lands, maar ik snap niet hoe ze daar bij komt. Ze hoort wat, ziet een kaartje liggen, aanschouwt een foto en trekt conclusies. Zo krijg je nu geruchten in de wereld.

Ik ben nét als Willem-Alexander een nu-of-nooit vader. Dat wil zeggen, ik was 36 toen Hans geboren werd. Mijn eigen vader had er al drie op zijn dertigste. En nu op mijn veertigste heb ik er twee, en dat vergt énorme lichamelijke inspanningen. Nu ze er eenmaal zijn, bedoel ik. Ergens vind ik het jammer dat ik niet op mijn twintigste al vader was. Dan heb je veel meer energie en je kinderen hebben een jonge, onvermoeibare vader. Maar aan de andere kant, het zou rampzalig zijn geweest als het daadwerkelijk was gebeurd! Lichamelijk was ik dan wel  sterk, maar geestelijk nog zo onzeker.

Sommigen zullen gelijk zeggen dat als je zo jong al ouder wordt, dat je dan veel mist. Nou, in mijn geval zou dat nogal meegevallen zijn. Ik zie nog steeds groen en geel van jaloezie als ik iemand spreek die als motto heeft: live life to the macks. Been there, done that en zo. En eigenlijk betreft dat praktisch iedereen die ik spreek, behalve ik. Dus ik heb niet echt een excuus om pas zo laat vader te zijn geworden. Nou ja, misschien het feit dat ik pas ontmaagd ben op een leeftijd dat de meeste mannen al op internet zitten te googlen op erectiestoornissen. Maar net als voor laatbloeiers geldt ook daar: alles zal recht komen.

Hans (bijna) 5 jaar

Ach welnee, hij is nog helemaal geen vijf. Dat wordt hij dinsdag pas. Maar als voorschot daarop hebben we vandaag zijn verjaardag gevierd. Het viel mij niet eens echt tegen, zoals het verlopen is. Normaal word ik gelijk gek als de visite allemaal tegelijk binnenstroomt, maar nu ging het redelijk gedoseerd. Ik heb een poging gedaan de verwennerij binnen de perken te houden maar het is mislukt. Je moet je er ook gewoon maar bij neerleggen dat de tijden van bescheidenheid definitief voorbij zijn. Playmobil, playmobil en nog eens playmobil. Ikzelf was vroeger meer in mijn nopjes met Lego omdat je dan van alles kon bouwen, maar ik ben bij elkaar ook wel een uurtje of drie bezig geweest om al het playmobil dat hij kreeg in elkaar te zetten. Dus wat dat betreft is playmobil een stuk lastiger dan vroeger.  En Hans was erg in zijn nopjes met zijn nieuwe Mega-Tobypak. Maar ik hoop wel dat hij daar snel uitgroeit.

Verjaardag_hans_20102_020_2

Verjaardag_hans_2010_002_2

Verjaardag_hans_20102_017_2

Verjaardag_hans_20102_009_2

Muiterij

Laten we vooropstellen dat Linda hier in huis doorgaans de strenge opvoeder is en ik de zachte. Maar dat we wel als één blok optreden tegen muitende kinderen. En dat dat doorgaans goed lijkt te werken zonder dat één ouder de boeman is en de ander de heilige. Alhoewel Hans natuurlijk wel feilloos in de gaten heeft dat met mij te sollen valt en met Linda niet. En Tammar spreekt ronduit haar voorkeur voor haar vader uit, maar dat houden we maar even op haar jeugdige leeftijd.

Maar vanavond viel ik uit mijn rol als geduldige opvoeder met wie je een grapje kunt maken. Hans was nog even mee naar beneden omdat hij morgen niet naar school hoeft. Toen hij naar de wc was geweest riep hij Linda om zijn billen af te vegen. Meneer is aardslui, en laat graag anderen voor zich werken. Ik herken die eigenschap, al kan ik het niet helemaal thuisbrengen. Maar omdat Hans al bijna vijf is, zijn we hem al een hele poos aan het duidelijk maken dat áls hij vijf is, hij zelf zijn billen moet afvegen en we hem niet meer helpen. Hans vat dat op zoals ik dat ook zou opvatten. Dus tot en met 17 mei 23:59 uur worden mijn billen wél afgevogen.

Het gedram en geroep vanaf de wc werd steeds luider. En hoe harder hij begon te drammen, hoe meer Linda hem negeerde. Op een gegeven moment (En un momento….eh laat maar) was ik zijn luidruchtigheid zat, en tegen de afspraken in liep ik naar de wc, pakte papier, haalde dat in één wilde veeg door zijn billen, trok zijn pyjamabroek omhoog en trok door. Hans liep doodleuk naar de huiskamer maar daar stak ik een hardhandig stokje voor. Ik draaide hem in de richting van de trap en joeg hem naar boven.

Maar wat een karakter! Ik moest hem per drie treden tegelijk de trap op gooien omdat hij weigerde een stap te zetten. En toen ik hem in zijn bed gekwakt had, snikte hij woedend: "Ik…hou…niet….meer…van….jou!" Prima, weltrusten, en ik deed de deur dicht. Toen ik de deur beneden achter mij dicht deed kwam hij al krijsend te trap af rennen en claimde zijn recht om nog even beneden te mogen zijn. Ik herhaalde met gevaar voor eigen rug het kunstje van het hem hardhandig naar boven werken en het hem in zijn bed kwakken. Ditmaal bleef hij onder luid protest boven maar dat verstomde al vrij snel. Maar een minuut later riep hij me alweer snikkend dat hij nog geen verhaaltje had gehad. "Ben jij wel wijs Hans, denk je nu echt dat ik een verhaaltje ga lezen? Morgen, als je lief bent krijg je weer een verhaaltje. En nu wil ik je niet meer horen."

Vrij snel daarna sliep hij. Ikzelf denk/hoop dat hij is geschrokken van een uit z’n slof schietende vader. Het werd een keertje tijd. Maar gelukkig was ik wel gecontroleerd kwaad. Dus ook tijdens het kwaad zijn was ik nog even gek op hem als altijd, en ik wil wedden, hij morgen ook weer op mij.

Toeval bestaat niet

buiten buiten

Voor degenen die het niet weten, en dat zijn 6 miljard minus 2 mensen, Hans gaat later trouwen met Rosalie, het meest linkse meisje op de foto. Dat hebben Jolie en ik vlak na hun geboorte (drie dagen verschil) al eens bekokstoofd. Uiteraard weten Hans en Rosalie daar niks van, ze worden ook niet gedwongen of uitgehuwelijkt, maar hun levens worden zo ingericht dat ze onvermijdelijk bij elkaar uitkomen. Vandaag zijn ze voor het eerst met elkaar in contact gebracht maar ze durfden nog niet echt naast elkaar te zitten. Vandaar dat Leora eventjes als buffer diende. U denkt misschien dat dit gemeen is, maar dat is niet zo. Want waarschijnlijk denkt u ook dat u uw geliefde door een speling van het lot hebt ontmoet. Welnee! Dat is gewoon al heel lang geleden gedirigeerd door mensen waarvan u geen weet hebt. Het is dat er in het verleden geen agenda is bijgehouden van waar u en uw geliefde zich indertijd bevonden, maar anders zou het u opvallen dat u wel erg vaak op de zelfde plek was voordat u elkaar leerde kennen. Dat is gewoon een beetje manipulatie van de loop der dingen, niks aan de hand.

Over stotteren, Hans en Kasper.

Hans is nu zo ver gevorderd in het stotteren dat hij naar logopedie mag. Het is soms zielig om te zien hoe hij probeert te praten. Hij vertrekt zijn hele gezicht om er een woord uit te krijgen. Het lijkt ook meer op wegslikken dan op stotteren. Ik zelf heb het gevoel dat er niet zoveel aan de hand is. Als hij praat zonder na te denken, bijvoorbeeld als hij afgeleid is, praat hij vloeiend. Maar als de zin begint met: ""papa?", of met:  "weet je?" dan wordt het lastig. Er lijkt ook wel samenhang te zijn tussen het stotteren en zijn chronische loopneus. Ook daar gaat binnenkort naar gekeken worden door iemand die er verstand van heeft. Ik hoop dat ze hem kunnen helpen want dit is best sneu.

De logopediste vroeg of er onlangs iets gebeurd was waardoor hij zou kunnen zijn gaan stotteren. (vijf werkwoorden achter elkaar) Maar niet dat wij weten. En of wij erop wilden letten om zelf wat langzamer te praten omdat een kind dat overneemt. Ik heb het met voorlezen gelijk toegepast. En dat vervloekte sprookjesboek heb ik ook aan de kant gelegd. Een kind op zijn leeftijd zou er een trauma van krijgen. De meest gruwelijke moorden gebeuren in sprookjes. Laatst in ‘de tondeldoos’ hakt een soldaat de kop van een heks eraf. En op het plaatje zie je de kop zo wegvliegen. Bovendien staan er termen in het sprookjesboek die ik amper begrijp, laat staan Hans. De enige lol die hij er volgens mij aan beleefde, was dat ik er nog wel eens dingen bij verzon die er niet stonden. "Er was eens een Alfa Romeo…" "Neeeheeee," roept hij dan lachend, mij ondertussen aanmoedigend om meer van dit soort fouten te maken.

Maar nu had ik tenminste weer een boekje voor zijn leeftijd. "Kasper kan niet slapen" heette het. Het verhaal ging over een jongetje dat met zijn klas een inzamelingsactie houdt voor arme kindertjes in Afrika. Hij verkoopt op de rommelmarkt tien van zijn knuffels voor een euro per stuk. Maar één knuffel wil hij liever zelf houden en verstopt hem onder z’n trui. Aan het eind van de dag heeft hij er negen verkocht en levert negen euro bij de juf in. Maar Kasper krijgt wroeging en droomt over tien arme kindjes waarvan er negen iets te eten hebben en eentje niet. En als Sinterklaas dan ook nog komt en aan Kasper vraagt wat hij wil hebben, zegt Kasper per ongeluk "een euro". Terwijl de sint doorvraagt komt de aap uit de mouw en Kasper biecht snikkend op wat er aan de hand is.

Natuurlijk legt de goede Sint hem uit dat het helemaal niet erg is wat Kasper gedaan heeft omdat het immers niet verplicht was om tien dingen te verkopen. Aan het eind kreeg Kasper op pakjesavond een heel klein kadootje van de Sint met een gedichtje erbij. Natuurlijk zat er de ontbrekende euro in die Kasper weer aan de juf kon geven. Maar wat een goedheid bij de Sint en bij een kind. Papa móest wel rustig lezen omdat hij af en toe iets moest wegslikken.

Vader….geschikt/ongeschikt

Een jaar of zes geleden, toen er grote druk op mij werd uitgeoefend om vader te willen worden, was ik onzeker. Ik maakte de beginnersfout te denken dat ik geen goede vader zou zijn. Dat ik mijn onzekerheden en angsten aan mijn kind zou doorgeven. Ja logisch, want ik had immers ook al mijn angsten en onzekerheden van mijn vader geërfd, vandaar dat ik nog steeds zo aan hem hang. Onzin dus, je kunt altijd wel redenen bedenken om niet aan kinderen te beginnen, maar als je daar wat dieper over nadenkt dan dicht je jezelf toch een grotere rol toe dan je speelt. Want de toekomst voorspellen moet je aan waarzegsters overlaten, niet aan aanstaande vaders.

Maar dat ik op een gegeven moment echt overtuigd was van het feit dat ik ze wél wilde, nee, dat is ook weer niet zo. Ik mis sowieso het gen dat je voor 100% achter een beslissing laat staan. Welnee, op een gegeven moment, met de belofte van Linda om mij te steunen, en met haar toezegging om haar eigen genen extra krachtig door te geven, heb ik toegegeven. Niet aan Linda, want in tegenstelling tot wat er in de eerste zin staat, oefende ze geen druk uit, maar was zij al overtuigd van mijn kwaliteiten als vader, dus hooguit moedigde ze me wat aan. Nee, ik gaf toe aan mezelf. Laat maar gebeuren dan. Iedere boerenlul kan het, zoiets heb ik gedacht.  En niet veel later, nadat we op een ochtend een woordenwisseling hadden, werd de lucht geklaard door een opgewonden van de trap af rennende Linda, met in haar handen een predictortest die 11 graden aangaf.

En langzaam groei je in je  toekomstige rol, het gaat geheel vanzelf en je bereid je voor op wat komen gaat. De angsten konden nu overboord gezet worden want het zaad was toch al geschied.  Voor angsten was het te laat. En daarom dacht ik maar aan de leuke dingen. En, zo dacht ik destijds, het leukste aan een kind moest toch wel zijn dat het je vragen gaat stellen die je dan kunt beantwoorden. Hoever is de maan, hoe hard kan een paard lopen, wat is de grootste slang, gewoon van die vragen om je ego als vader lekker mee op te poetsen. Vandaag was het mijn vuurdoop. Hans stelde zijn eerste algemene kennisvraag van zoon tot vader. "Papa, waarom is Nederland eigenlijk zo’n klein landje?" "Ja, eh Hans, dat hebben de Duitsers…eh nee, ik weet het eigenlijk niet." Shit! Heb ik me daar al die jaren op verheugd, moet ik al op de eerste de beste vraag het antwoord schuldig blijven.

Hierarchie

Hans zit op judo. Maar nu echt; met judopak en witte band. Omdat ik vandaag vrij was bracht ik hem een keertje. Zelf heb ik een jaar of zes gejudood dus ik voelde wel iets van trots. Die pakken zijn veel mooier dan vroeger en de band is dikker. Het omknopen van de band was ik nog niet verleerd. Ik leverde hem in judopak af bij de leraar, 2e dan, en maakte een diepe buiging. Sensei ni rei. Judoka’s onder elkaar. "Hadjime" riep ik en de leraar had natuurlijk gelijk in de gaten dat hij te maken had met een blauwe band. Hij zei "Kashihara" en dat betekent zoveel als: ie mut de bek dicht hold’n.

Zakdoekje leggen

Wij hebben een nieuw dvd-tje met daarop allemaal kinderliedjes die gezongen worden door een viertal peuterleidsters. De leidsters zitten aan een tafel met een horde peuters om zich heen en zingen bekende kinderliedjes. De peuters zingen beteuterd mee. De juffen zingen wel, maar op de dvd hoor je er een tweede stem doorheen, wat voor mij altijd een indicatie is dat er geplaybackt wordt. Tijdens de aftiteling zat ik eens op te letten hoe het precies zat. Er stond iets van: met dank aan een drietal leidsters van peuterspeelzaal "Het Plassertje" en een leidster voor de gelegenheid. En dan vier namen. En toen viel het kwartje want er klopte iets niet aan de dvd.

Drie leidsters zagen er ook precies uit zoals je zou verwachten dat een peuterleidster eruit ziet. Leuk maar onopvallend. Eentje niet. Drie juffen zongen zoals je van een peuterleidster zou verwachten. Met een redelijk enthousiasme, geen oog voor de camera, maar wel voor de kinderen. Maar bij eentje was het precies andersom. Die keek met een overdreven blij gezicht in de camera, terwijl ze geen idee had waar haar kinderen uithingen. Ze had net zo goed kunnen lalala-en want haar uitbeeldingsvermogen liet niets te raden over. Het was voor mij een koud kunstje om uit te vinden wie de vreemde eend in de bijt was. Ik zocht op internet de naam van degene die volgens mij de gelegenheidsjuf was en het klopte precies. Zij was zangeres en ondanks haar professionele status viel ze compleet uit de toon. Bij mij dan, maar ik heb oog voor juffen.

Kinderliedjes moet je aan juffen overlaten. Die blije zangeressen met hun overdreven mimiek horen in een musical van Joop van den Ende. Straks gaan die kinderen nog denken dat het zo hoort, dat overdreven gebekkentrek. De tekst van een kinderlied bevat al geen enkel aanknopingspunt, laat staan dat je daar heel blij bij gaat staan kijken.

Zakdoekje leggen, niemand zeggen, k'ep de hele nacht gewaakt. Vier paar schoenen heb ik afgemaakt. Twee van stof en twee van leer, hier leg ik mijn zakdoekje neer.