Wat ik al geleerd heb

Tammar mooi Er zullen ongetwijfeld theorieën zijn over de trots van een vader op zijn kind. Sommige vaders lopen ervan over en proberen dit uit te dragen aan de wereld. Het belang van de vader is dat hij aan de vrouwelijke exemplaren wil laten zien waartoe hij in staat is. Opdat ze hem aantrekkelijk vinden omdat hij zulke goede genen bezit en zodat hij zijn paringskansen kan vergroten. Het is de verderfelijke mannelijke soort die slechts één belang heeft. Deze gedachtengang heeft van mij bezit genomen sinds mijn eerste ontmoeting met één der ontsnapten.Eigenlijk wist ik het al, ik kon het alleen nog niet onder woorden brengen. Dus laat u niet bedriegen door de uiterlijke schijn, laat het voorgaande eens bezinken en de wereld ziet er voortaan heel anders uit. De bedoelingen van de heteroman zijn zelden zuiver. Het is een trieste constatering.

Desalniettemin, toch een foto geplaatst door een trotse vader. Ik zal dit meisje later moeten beschermen tegen mijn eigen soort. Of ik dat doe met een knuppel of door haar bovenstaande theorie te leren, daar ben ik nog niet uit. Ik zal het eens overleggen met de goeroe zelf. Nee wacht, ik doe haar op judo. Tammar, niet de goeroe.

Zoetjes

Doorgaans trek ik geen volle zalen met mijn zangkunst. Ook best logisch, want ik ontbeer zangkunst. Mijn bereik is ternauwernood één octaaf, en eigenlijk nog vals ook. In de vierde klas had ik een onderwijzer die liever niet had dat ik meezong. Toch heb ik wat bereikt met zingen.  Er zijn namelijk twee mensen die graag naar mijn gezang luisteren. Één daarvan ben ikzelf. En de tweede is Tammar. Voor haar zing ik graag liedjes. Geen vrolijke liedjes, maar liefdesliedjes. Want ik ben lief op haar. Het is dan ook een mooi moment als ik haar eindelijk in bed heb liggen, nadat er een boekje is gelezen met plaatjes van etenswaren waarvan het de bedoeling is dat het kind opnoemt wat er op het plaatje te zien is, maar in mijn geval al het eten zogenaamd voor mijn neus wordt weggegrist door Tammar, die daar om moet schateren. Meestal aan het einde zegt ze: "Mag wel," en krijg ik nog een ui of een paprika.

Maar daarna moet ik gaan zingen. Mijn en haar favoriete liedje is "zoetjes gaan de paardevoetjes." Als het gezongen wordt door een kinderkoor, dan is het lied niet om aan te horen. Maar als ik het zachtjes zing met mijn beperkte bereik, ligt Tammar met een duimpje in haar mond en een tuttie erbij te voor zich uit te staren. Ik laat af en toe wat woordjes weg zodat ze die kan invullen. Het is het paard van ….  "Sinterklaasje," fluistert ze dan. Ja, ik ben enorm lief op haar.

Gezegend

Wat vijftig jaar geleden wel handig was, dat je je nog niet af hoefde te vragen of je kinderen wilde. Je kreeg ze gewoon, naar men zegt en mits je vruchtbaar was. Ik moest er nog echt goed over nadenken. Na lang overwegen (wel een kwartier) had ik vooral alle argumenten tegen op een rijtje. Dat was in opdracht van iemand aan wie ik dit probleem had voorgelegd. Mijn tegens werden vooral gevoed door de vraag: zal ik het als vader wel goed doen? Uiteindelijk heb ik al die tegenargumenten naast me neergelegd omdat de vragen toch niet beantwoord konden worden. Ik dacht: op goed geluk dan maar. Toen de bevruchting een kwartier later had plaatsgevonden (hoe weet jij dit, Mack? Dat weet ik niet, dat verzin ik) heb ik de lijst verscheurd want hem bewaren had nu geen zin meer omdat er een station gepasseerd was.

Nu ze er eenmaal zijn, zijn er geen tegens meer. Maar ondanks dat ben ik blij als ze weer in bed liggen en eindelijk hun kop houden. Ja, hun kop houden ja, want ze kunnen zeuren en drammen dat het een lieve lust is. Maar ik hou van ze en ik ben ontzettend blij met ze. Mijn zus voorspelde, toen ze kennis maakte met Linda, dat ik mooie kindjes zou krijgen. Mijn zus is een flapuit en zet mij het liefst in de zeik, dus ik mag haar niet, maar ook met haar ben ik erg blij. En ze heeft gelijk gekregen. Ik heb twee enorm mooie kinderen. Veel mooier dan ikzelf ben. Van die gave gezichtjes, kleine neusjes, prachtige haartjes en van die sprekende ogen. Ja, ik durf wel te stellen dat ik de mooiste kinderen van de straat heb, op die van de overbuurvrouw na dan, maar die leest mee. Oh, en op die van de buurman van een huis verder ook na, want die leest ook wel eens.  Maar verder, derde prijs.

Ondanks dat, ben ik blij als ze weer in bed liggen en eindelijk hun kop houden. Maar soms zijn ze onweerstaanbaar. Tammar gisteren, toen ik zei dat "we" naar bed gingen, pakte (ondanks haar gipsarm) haar speelgoedservies, ging een kopje koffie zetten en bracht het mij. Ik nam een zogenaamd slokje en zei: "Mmmmm! Tammar draaide haar hoofdje scheef zoals een hond dat kan en vroeg: "Lekker? Op? Mama kopje thee? Hans kopje thee?" Ja, toen vond ik het helemaal niet erg dat ze nog een kwartiertje op bleef. Nee, ik ben gezegend met ze. Maar ondanks dat…

Ouderlijke macht.

Omdat wij vroeger een cadeautje kregen als we in het ziekenhuis lagen, (mijn broertje en mijn zusje dan, want ik heb er nooit gelegen) en omdat ik vind dat onze kinderen tenminste een even milde opvoeding moeten krijgen als ikzelf heb gehad, begaf ik me vandaag met Tammar naar de speelgoedwinkel. Maar Hans was ook mee en dat was een fout. Want Hans kreeg er lucht van dat Tammar een cadeautje zou krijgen dus vroeg hij mij of als hij heel lief was, hij dan ook een cadeautje mocht. Wat dat betreft ben ik vrij consequent. Ik vind dat kinderen maar eens moeten leren dat ze niet te pas en te onpas cadeautjes moeten krijgen, en zeker niet omdat een broertje of zusje een cadeautje krijgt vanwege geleden leed. Goed. U weet allemaal wel hoe dit af gaat lopen.

Tammar kreeg een setje viltstiften en stempels en Hans mocht van mij wat Duplo uitkiezen, want als wij met Duplo spelen is de stemming het vredigst in huize Mack. Maar Hans wilde geen Duplo, hij wilde een dvd, maar daar begon ik al helemaal niet aan. Dat gehang voor de televisie terwijl er niet meer fatsoenlijk gespeeld kan worden hangt mij de keel uit. En dat meende ik wel heel serieus. Toen wilde hij een debiel paardenhoofd aan een stokje waar hij echt veel te oud voor is, maar dat vond ik niet goed omdat ik Tammar ook al in gedachten door de kamer zag rennen met één arm in het gips en met de andere het paard vasthoudend. "Hans, als we nu wat duploblokken nemen kunnen we een grote garage of een groot kasteel bouwen." Maar zijn gezicht stond niet vrolijk en ik stelde dan maar voor om de Duplo allemaal aan Tammar te geven, aangezien hij het toch niet leuk vond. "Ik vind het wel leuk, maar ik wil het niet hebben," zei hij op een drammerige toon. En ik vroeg me af waar ik mee bezig was, een kind iets op te dringen wat hij niet wil hebben.

Inmiddels was zijn oog gevallen op een speelgoedgitaar, nog 50% duurder dan het cadeau van Tammar, maar goed, dat besef ontbreekt nog bij allebei. Ik streek over mijn hart en vroeg of hij de gitaar dan wel wilde hebben. "Ja," was het antwoord. Nou, dan dreig je nog even dat je dan de hele week geen verveeld kind meer wilt zien, maar dat is meer om jezelf te doen geloven dat je de slag gewonnen hebt, terwijl een duidelijker voorbeeld van educatief onbenul niet bestaat. Eigenlijk zou ik uit de ouderlijke macht ontzet moeten worden.

Maar ja, het verhaal van Elvis ging door mijn hoofd. Het verhaal gaat dat Elvis op 8-jarige leeftijd van zijn moeder een verjaardagscadeau mocht uitzoeken in de plaatselijke hardwarestore, en dat hij graag een pistool wilde. Zijn moeder vond dat absoluut niet goed en hij kon kiezen uit een gitaar of een fiets. Toen koos hij met tegenzin de gitaar. Nou ja, sommige mensen denken elk jaar dat ze de oudejaarsloterij winnen, en sommigen denken dat hun kind een Elvis in de dop is.

Het nasigrapje

Zo, ik heb even iets aan mijn reactieveld gedaan omdat er over geklaagd werd. Bovendien raakte ik zelf ook het spoor bijster. Dus vanaf nu staan ze gewoon weer onder elkaar, in chronologi…chroni…volgorde van tijd. Tevens moet ik dan even mijn excuses maken aan Hermanus, die hier al weken geleden een opmerking over maakte, en ik die opmerking toen negeerde waardoor de indruk zou kunnen ontstaan dat ik geen waarde hecht aan zijn oordeel. Ja, dat zou ik moeten doen.

Goed, gaan we weer verder waar we gebleven waren. Kent u het nasigrapje? Dit weblog kenmerkt zich door veelzijdigheid dus verlaten we het niveau van de sterrenkunde uit het vorige logje en belanden we aan, tenminste ik, bij een bedenkelijk niveau. Want het nasigrapje is een grapje dat ik al een hele tijd met Hans maak als wij frietjes eten. Hans lust namelijk geen nasi en als ik dan friet ga halen zeg ik: "Hans, ik ga nasi halen hoor!" En als ik dan terugkom met een zak friet zeg ik: "Zo, ik heb lekker nasi gehaald." En Hans reageert dan altijd met: "Neeeheeee, frietjes! " Ja, dat vind ik leuk. Maar afgelopen zaterdag was Linda een avondje weg en zou ik eten halen. Linda had Hans van tevoren al ingelicht dat papa zaterdag waarschijnlijk wel frietjes zou gaan halen. Waarop Hans reageerde met: "Oh nee hè, dan gaat papa het nasigrapje weer maken!"

Mijn grapjesniveau kan nu alleen nog maar Tammar bekoren. Kiekeboe! En mocht die ook mijn niveau ontstijgen, en ze is sneller dan Hans dus dat kan zomaar volgend jaar al zijn, ja dan…wat dan? 

Ik ben de vader, jij bent het kind, jij doet wat ik zeg!

Linda attendeerde mij op een grappig interview met Roué Verveer waarin hij iets zei over de Surinaamse opvoeding. De kern van de boodschap was: ik ben de vader, jij bent het kind en jij doet wat ik zeg. Als je dat nu maar vanaf dag 1 volhoudt, dan werkt dat en hoef je nooit te slaan. Volgens Roué proberen wij in Nederland teveel vriendjes met onze kinderen te zijn, en dat kan niet.

Ik heb het vandaag gelijk ingevoerd. Ik heb een paar keer gezegd: "Ik ben de vader, jij bent het kind, jij doet wat ik zeg!" Waarop Hans antwoordde: "Neehee, ik ben de vader, jij doet wat ík zeg!" En Tammar met een trots en lachend gezicht: "Ikke vaduh..watikzes!"

Dat schiet dus niet op.  Maar Roué heeft wel gelijk. Wij, Linda en ik, proberen vriendjes te zijn met onze kinderen. Hans is bekant, met gemak (Brabants respectievelijk Veluws voor bijna) zindelijk, nu ook 's nachts. Wij hadden met hem afgesproken dat als hij tien nachtjes niet in z'n bed zou plassen, dat hij dan een cadeautje zou krijgen. Bij vijf nachtjes heeft hij al een dvd van Piet Piraat gehad. En nu gisterennacht, op zijn achtste nacht hoorde ik hem huilen, hij had in zijn bed geplast.

Wij hadden van tevoren gezegd: geeft niks Hans, maar dan beginnen we gewoon weer opnieuw te tellen, tot je tien nachtjes droog bent. Ja, dat was van tevoren. Nu is het zo dat er één nachtje is weggestreept, en hij nog drie nachtjes droog moet zijn voor hij zijn cadeautje krijgt. Alle Surinamers lachen ons uit.

Medestanders

Het grote voordeel van kinderen in de leeftijd van Hans is dat ze je blindelings vertrouwen. Zo zou ik hem nu al fan van PSV kunnen maken door hem eerlijk te zeggen dat PSV de beste club van Nederland is, maar dat doe ik niet, ik wil hem de vrije keus laten. Kijk, als hij het me op de man af vraagt zal ik hem de waarheid vertellen, maar als hij liever voor een mindere club wil zijn, mijn zegen heeft hij.

Over Elvis begin ik maar niet. Als hij enigszins geïnteresseerd is in muziek komt hij hem vanzelf tegen. Soms als Elvis belt neemt hij de telefoon al wel eens op en roept hij: "Papa, Elvis aan de telefoon voor jou!" Maar hij beseft dan helemaal niet wie hij aan de lijn heeft.

Toch werd ik vanavond door de buurvrouw betrapt op propaganda. Zij heeft sinds kort een nieuwe auto van de zaak, van een merk waarvoor ik mijn neus ophaal. Ze boog zich over de lage schutting en vroeg -zogenaamd beledigd- aan mij: "Zeg, vertel jij je zoon dat Audi's langzaam zijn?"

2

Tammar simone Morgen wordt mijn dochtertje twee. Aan de vooravond van haar verjaardag deed ik haar onder de douche, maar zij wees naar de hoek en zei: "Tee." Ik keek, maar snapte niet wat ze bedoelde. "Tee", zei ze nogmaals en wees naar de w.c. En toen snapte ik het, ze wilde op de wc zitten. Ik tilde haar erop en hield haar vast. Zij keek met haar hoofdje voorover tussen haar beentjes en we zagen het plasje komen. 1 jaar, en ze plast al op de w.c.

Ik heb daarnet slingers opgehangen en een fietsje in elkaar gezet. Dat was nog niet eenvoudig. Van ongeveer elk onderdeel stond in de beschrijving hoe je het moest monteren, behalve van het onderdeel wat ik niet snapte, het voorwiel. Na een uur kwam ik erachter dat er in een beschermkapje nog twee bouten en bevestingingspalletjes zaten. Dat maakte het een stuk eenvoudiger. Morgen fietst ze zo weg op haar nieuwe fietsje met zijwieltjes. Linda is blij met mij. Dat weet ik wel zeker.  Niet alleen omdat ik het fietsje in elkaar zette maar ook omdat ik altijd dezelfde grapjes maak. En dan zegt ze zonder een lachspier te ver(t)rekken:  "Je kunt het niet aan me zien, maar ik lach van binnen, hoor!"

Het gaat hard.

Sinds ik samenwoon zijn mijn eetgewoonten veranderd. Ik heb namelijk sinds die tijd al 0 keer gekookt. (Dit schrijf ik even omdat ik de laatste tijd nogal wat e-mails kreeg van vrouwen die een ideaalbeeld van mij hadden gevormd, en ik het niet netjes vond om dit, slechts gedeeltelijk terechte, beeld te laten bestaan.) Ik kook dus nooit. Ja, toen ik op mezelf woonde, één of twee keer per week. En toen ik Linda leerde kennen ook nog één keer, ik weet niet meer precies wat, het zal iets met rijst geweest zijn, maar in elk geval, zij nam vanaf dat moment het koken op zich.

Sinds Hans er is eten we nog aan de tafel ook. Tenminste 's avonds. Linda overlegt nog wel vaak wat we zullen eten, maar in 99% van de gevallen ben ik het er mee eens. Goedzak dat ik ben. Vanavond zat ik gebakken aardappeltjes te eten in dolfijnvorm. En in olifantvorm. En in roofvogelvorm. Het moet niet gekker worden. Gelukkig worden kinderen met mijn genen snel volwassen en zullen ze die aardappeltjes wel vlug te kinderachtig vinden. Ik wilde vanaf mijn tiende al geen slingers meer als ik jarig was. Hans wordt helemaal snel volwassen. Gisteren stelde Linda voor om binnenkort een keer naar Kids Playground te gaan, maar omdat Hans tegenwoordig meeluistert doen we de speltruuk. Dus dan praat je een beetje onduidelijk en zeg je: sulleweeenkeer naar KA IE DE ES PE EL….enzovoorts gaan? Want dat werkte altijd. Maar nu niet meer. Want Hans riep: "ik woe ook mee!" Dus wij keken wat verbaasd en vroegen tegelijk: "Waar naar toe dan?" Nou," zegt-ie, "naar A-B-C…" 

Frisbieren

Ik ben nu echt aanbeland in het stadium van: “oh, wat hebben wij leuke kinderen.” Ik ga tegenwoordig ’s avonds even frisbieren met Hans en Tammar, want dat vind ik nu eenmaal leuk, even ravotten met mijn kroost vóór op het veldje. Want oh oh, wat heb ik leuke kinderen! Oké, de helft van de tijd ben je ze aan het corrigeren omdat Hans met een verongelijkt gezicht en een pruillip in staking gaat, en Tammar die bovengemiddeld veel interesse heeft in voortuinen met kiezelsteentjes omdat je daar lekker mee kunt gooien, maar ik blijf een trotse papa.

Helaas, helaas, elke avond komt het driekoppig adderengebroed van de overburen naar buiten. Drie onnozele witkoppen met peenhaar. De jongste is net anderhalf en spuuglelijk. En hij kraamt alleen maar “huss huss” uit. En de oudste is de grootste betweter van het westelijk halfrond. De middelste is constant de klos omdat de oudste hem aftroeft.

“Hans, ik doe mee, ” roept de oudste. De tweede roept een octaaf hoger: “Hans, ik doe ook mee.” De jongste roept: “huss huss.” Ik grijp nog even in door te zeggen dat Hans en ik bepalen wie er mee doet, en dat er alleen kinderen mee mogen doen die dat fatsoenlijk vragen. “Nee hoor,” roept de oudste, “je mag altijd overal aan meedoen.” Ik zeg hem dat hij het fatsoenlijk moet vragen maar hij herhaalt zijn argument en gaat klaar staan. Ik gooi de frisbier naar Hans en zeg het kereltje dat ik het leuk vind dat hij meedoet, maar dat zolang hij het niet gevraagd heeft, hij geen frisbier toegeworpen krijgt. Daar heeft het betwetertje niet van terug en vraagt of hij mee mag doen. “Ja, tuurlijk joh, doe gezellig mee!” En dan barst de hel los. De twee broertjes rennen achter elke frisbier aan en proberen hem als eerste te pakken. Met z’n tweeën rukken ze aan het ding en jammeren allebei dat ze hem het eerst hadden. Ik zeg de oudste dat zijn broertje hem het eerst had, want ik zag het. “Niet, want ik had mijn voet er het eerst op!” Even later betrap ik mezelf erop dat ik de frisbier op mijn hardst richting het betwetertje gooi, in de hoop dat die tussen zijn tanden belandt. Ook niet helemaal eerlijk. Gelukkig raak ik hem niet.

Kortom, het frisbieren met mijn eigen geweldig mooie kinderen wordt mij onmogelijk gemaakt. De kleinste witkop brengt al het speelgoed wat hij in onze voortuin ziet staan naar het grasveldje zonder duidelijk doel. Ik leg het terug maar het mannetje begint te protesteren en wil alles direct weer uit onze voortuin halen. Ik grijp hem bij beide armpjes en til hem naar de overkant van het veldje. “Hier moet je zijn, mormel,” fluister ik hem toe. Dat optillen vond hij wel grappig. “Huss Huss.”

Ik besluit Tammar onder de douche te gaan zetten en zeg Hans dat hij nog even mag spelen totdat ik hem kom halen. Tammar met haar haartjes nat en met de douchekop in haar handjes is een stuk mooier dan die drie witkwasten bij elkaar. En even later als ik Hans binnenhaal en ik zet hem onder de douche, met zijn gespierde lijfje dat al helemaal bruin verbrand is denk ik: “Oh, oh, wat hebben wij mooie kinderen.”