Boycot les Francais!

Eigenlijk zou je een logje moeten schrijven in de hitte van de strijd. Die strijd had ik vanmiddag toen ik Hans wilde helpen met een verjaardagscadeautje. Knex, was het. Een soort Lego, maar dan voor arme kindertjes. Het komt uit Frankrijk en in Frankrijk kunnen ze nog geen fatsoenlijke muur metselen. Wat een troep zeg! Hans zat maar te wachten tot ik zijn Formule 1 auto in elkaar had, zodat hij er nog even mee kon spelen in zijn bed, maar het lukte mij niet. 5+ staat er op de doos. Ik weet dat kinderen tegenwoordig vroeg volwassen zijn, maar dit slaat helemaal nergens op. Il bat de rien!

Uiteindelijk moest ik het opgeven, want de tekening klopte gewoon niet. En u kunt denken dat het aan mij lag, boekhoudertje met twee linkerhanden, maar dat is niet zo. De tekening was verkeerd en dat wisten ze donders goed daar in die fabriek. Ze wisten heel goed dat die auto niet paste en desondanks hebben ze op de tekening gewoon gedaan of er niks aan de hand was. Dat heeft de commercieel directeur, le chef commercièl, bevolen. Want hij dacht bij zichzelf: “je vais die voiture pas opnieuw fabriquer parceque ca kost d’argent! Regardez-het maar.”

En zo moet je je kind teleurstellen, ten eerste omdat hij nu geen auto mee naar bed kon nemen, en ten tweede omdat hij nu denkt dat hij een vader heeft die geen autootje voor vijf-plussers in elkaar kan zetten. Nou, ik bouw de complete Twin towers op ware grote na hoor, als het moet. Maar wel van Lego, want dat is tenminste kwaliteit. Merde, nondejuu!

De jarige

Voor ik goeiemorgen zeg, ben jij op je brommer weg” zong Herman van Veen in misschien wel het mooiste lied over een dochterje ooit. Zo gaat het inderdaad. Ik heb nooit een brommer gehad, bovendien ben ik geen dochter, dus voor mij ging het niet op. Toen ik voor het eerst motor ging rijden kwam ik, toen ik overmoedig werd, ten val. Ik was schaaf gewond, en de motor had oppervlakkige schade maar als de bestuurder geen geldig rijbewijs heeft, is dat voor de verzekeringsmaatschappij aanleiding om niet uit te keren. Jaren later heb ik dat motorrijden nog eens herhaald, op de eerste motor van mijn schoonvader, een Bol d’or voor de kenners, maar dat ging verder goed. De motor op de foto is onderhand zijn tiende, want de man is nooit tevreden. Terwijl ik denk, een motor is een motor, toch?

Tegen onder andere dit gevaarte moet ik het eind volgende week weer opnemen met mijn Alfa Romeo, want het motorweekend van vorig jaar wordt herhaald. Geen van de partijen heeft zich bekeerd, dus het is nog steeds één auto en een handjevol motoren. Let trouwens eens op de spiegel van de motor, daarin bevindt zich een rode Alfa Romeo. Doorgaans zijn in motorenspiegels, auto’s alleen zichtbaar in het daarvoor bedoelde gedeelte, maar voor Alfa’s geldt dat niet. Die zijn alleen zichtbaar in het niet daarvoor bedoelde gedeelte van de spiegel.

Mega Toby op de foto was jarig vandaag, en zo ziet een jarige er uit. Mega Mindy was niet in haar rol en dan heet ze overigens gewoon Mieke.

Zes!

Toen ik ruim 20 jaar geleden begon met werken, destijds als manager of the empty bottle department bij een jonge, dynamische supermarktketen met korte communicatielijnen en waar alle neuzen de zelfde kant op wezen, kon ik niet bevroeden dat ik mijn genen ooit zou doorgeven aan dit jongetje. Hij is hier drie, maar morgen wordt hij zes. Ik vind het jammer hoor, dat de tijd zo hard gaat. Hier was hij nog twee keer zo schattig dan dat hij nu is. Dat klinkt misschien gek, maar hij wordt al een doerak. Hij maakt af en toe al grapjes die mijn niveau benaderen, maar dat zegt meer over mij. Gisteren, we doen een spelletje memory en hij had verzonnen dat we beiden een knuffel moesten kiezen die ons zou assisteren bij het omdraaien van de kaarten. Hij nam zijn cowboy Woody en liet die een kaart pakken, maar het was niet de kaart waarop hij hoopte. “Ehm, volgende keer wel een beetje beter, Woody!” zei Hans verontwaardigd. Toen moest ik lachen. Gelukkig hebben we voor het schattige Tammar nog, al ontwikkelt die zich nog veel sneller dan Hans. Nog even en hij krijgt van die voortanden die veel te groot zijn voor zijn hoofd. En niet veel later worden het van die slome slungels. Wat dat betreft vind ik de natuur wel knap. Zij vertekent het beeld van het kind zodanig, dat degene met wie het kind genen deelt, het kind ziet als het mooiste. Dat werkt bij mij niet anders. Bovendien, andersom werkt het ook zo. Ik had vroeger geen enkel vriendje dat een knappere vader en moeder had dan ik. Het kwam niet eens in de buurt. Het gold zelfs voor mijn grootouders. Familie, dat is niet zomaar iets. Dat is een ingewikkeld systeem van optisch en psychologisch bedrog. Maar daar moet je niet verder over nadenken. Je moet je gewoon laten foppen. Ik doe dat graag. Gefeliciteerd Hans. Dat je je maar vaak mag laten foppen door de natuur.

Piemel

“Jij heb een glote* piemel en Hans heb een kleine piemel. Mama en ik hebben niet een piemel. Wij hebben een plasser.” Hoe ze aan die wijsheid komt, geen idee maar dit zegt Tammar ongeveer vijf keer per dag. Op de meest onmogelijke momenten. Als je in een winkel staat. Of als je haar net wegbrengt naar de juffrouw van de kinderopvang. Dat laatste is nog niet gebeurd, maar ik ben vast aan het oefenen om het compliment dan quasi-achteloos weg te wuiven. “Mwah, Tammar, dat hoeft niet iedereen te weten hè?” Maar zo zal het natuurlijk niet gaan. Nee hoor. Ze gaat me echt een keer voor schut zetten binnenkort. Ik voel het aan mijn theewater.

Overigens, grote piemelgrapjes doen het altijd erg goed bij mannen onder elkaar. Het liefst slaan ze hem twee keer om hun nek, of na het plassen op het kantoortoilet slaan ze hun hand even tegen de zijkanten van de schotjes, als ware het hun piemel die ze droogslaan. Het blijft toch een kwestie van het andere mannetje imponeren. Ik kan er niks aan doen, maar ik lig dan dubbel. Net als bij scheetgrapjes. De meeste mannen begrijpen deze humor wel. Eigenlijk overtreed ik nu een erecode door het hier te vermelden, maar ach, volgens mij was het allang geen geheim meer. Uiteraard doe ik er nooit aan mee.

* in de ogen van een kind, red.

Impulsieve educatie

Onze kinderen worden ’s ochtends wakker en zitten dan bovenop de liefberg. Naarmate de dag vordert zetten ze de afdaling in, om tegen de tijd dat ik thuis kom, bijna in het dal te zijn aangeland. Uit zichzelf luisteren is er niet meer bij, en omdat iedereen het meeste van zijn energie wel heeft verbruikt tegen etenstijd, is er geen sprake meer van een geoliede gezinsmachine. Soms herken ik scènes uit de film schatjes. Hans bijvoorbeeld, maar het had net zo goed de andere doerak kunnen zijn, werd verzocht zijn handen te wassen voor het eten. Volgens hem waren ze niet vuil maar toen ik keek wel. Hij was dan ook verontwaardigd toen hij zijn handen moest gaan wassen, trok een pruillip, maakte protesterende geluiden, en zette het begin van een huil in.

Nu heb ik geen idee welk artikel van het educatief handboek in deze situatie toegepast moet worden, maar mij zou vroeger gedreigd zijn met iets waar ik vatbaar voor was, en ik zou mijn handen zijn gaan wassen. En niet dat ik vind dat de opvoedingen van vroeger niet deugden, maar tegenwoordig zijn op één of andere manier de overige omstandigheden zo gewijzigd, dat toepassing van ouderwetse opvoedingen geen voldoening geven bij de opvoeder. In elk geval niet bij mij.

In zo’n geval reageer ik impulsief, zonder me af te vragen of dat wat er in mij opkomt wel educatief verantwoord is. In een ver verleden probeerde ik eens mijn schoonzus bij de opvoeding te helpen door haar zoontje vijf euro te bieden als hij zijn bord leeg at. Nou, zelfs mijn schoonzus verslikte zich op dat moment, en dat wil wat zeggen. Oké, dat was niet slim. Jeugdzorg is daarna nog jaren over de vloer geweest, en dat was waarschijnlijk mijn schuld. Maar goed, ik heb bijgeleerd.

“Hans luister, jij gaat je handen wassen en ik ga me omkleden, en dan doen we wie het eerste klaar is.” Eerst mokte hij nog van nee, maar toen ik snel opstond om naar boven te lopen zag ik al een lach door zijn traan. Ik rende de trap op en ik riep nog tegen Linda dat ze hem niet mocht helpen. “Nee hoor, dat doe ik niet,” riep Linda en ondertussen hoorde ik haar zeggen: “Hans kom snel!” Drie minuten later kwam ik, hard en luid de trap afrennen. Met beide armen geheven en een overwinningskreet roepend, kwam ik de huiskamer in rennen om daar te constateren dat ik verloren had. Mijn overwinningskreet verstomde. Hans zat triomfantelijk en lachend aan tafel. En zo werd het toch nog gezellig.

Bezeten

Ik heb twee hele lieve kindertjes. Het zijn schatten. Hoe het is als ze 16 zijn weet ik niet, maar nu is dat zo. Zulke kindertjes moeten naar mijn mening beschermd worden tegen het kwaad, al is dat hun eigen moeder. Want moeder is bezeten. Anders kan ik het niet noemen. Zij heeft een foto gezien waarvan ze helemaal weg is. En nu vroeg ze aan mij of ik er moeite mee had als ze die op canvas bestelde. En niet dat ik hier de baas ben, maar soms moet je als man doen wat een man moet doen. En dat is je gezin beschermen. En nu is zo’n soms. Ik kom ernstig in opstand tegen het ophangen in ons huis van deze foto. Al is het in de kruipruimte. De kinderen, en niet in de laatste plaats ikzelf krijgen er nachtmerries van. Wat? Ik besprenkel me nu al met wijwater als ik in Linda’s buurt kom. Dat het alleen al in haar opkomt zeg! Vannacht had ik mijn eerste nachtveulen al. (ze zijn over het algemeen vrij mild) En dan hangt die foto er nog niet eens!

Zondag, de herkansing.

Eigenlijk had ik mij vanmiddag carnaval vierend richting dorp moeten begeven, maar in plaats daarvan liep ik met Hans en Tammar naar buiten. Ik liep, zij fietsten. Na 20 seconden werd Hans door buren geconfisqueerd om mee naar het kindercarnaval te gaan en hem heb ik na een snelle verkleedpartij pas weer na het eten teruggezien. Met Tammar liep ik verder en zij zag een klein meisje. Of ze daarheen mocht, vroeg ze en ze trapte al in de richting van het meisje. Ze reed zo ongevraagd de voortuin in en het meisje lachte naar haar. Ineens rende het richting Tammar, omhelsde haar en gaf haar een kus. “Ik heet Annabel, en jij?” Zo ongeveer ging het ook toen Jip en Janneke elkaar voor het eerst ontmoetten. Jammer dat dat verhaal al geschreven is anders had de politiek het misschien binnenkort wel gehad over “Annabel en Tammar-taal”

Vanochtend was ik al naar de speeltuin/kinderboerderij geweest met mijn kroost en een buurjongetje. Dat was een groot succes. Ik hobbelde achter Tammar aan omdat die elk speeltoestel wilde uitproberen. En elk beest in de kinderboerderij wilde bekijken. Ik fungeerde als slaaf. Behalve toen we weer weggingen, toen waren de rollen omgedraaid. Ik was degene die de zweep hanteerde. Nou ja, de conclusie van vandaag is dat het een stuk beter ging dan vorige week zondag, alleen ben ik zo bejaard dat ik niet meer een hele zondag red zonder op de bank in slaap te vallen. Zittend deze keer, naast Tammar, die met een duimpje in haar mond een tekenfilm zat te kijken.

Tropenjaren

Ik vond het een taaie zondag. Eerst gezwommen, dat ging nog wel, maar daarna was het vooral hangen en de dag doorkomen. Valt er nog van die vieze natte sneeuw ook. De afwasmachine is nog steeds kapot dus ik deed een afwasje. Mevrouw Mack en ik deden om beurten een slaapje op de bank en eigenlijk kom je je vermoeidheid op zo’n dag niet meer te boven. Kinderen en katten eisen gewoon hun normale aandacht en het bleef maar sneeuwen. Bah. Ik ga er iets op verzinnen. Ik zal in het vervolg fitter zijn op zondag. Vroeger bestond dit probleem toch helemaal niet? Waar komt dit uit voort? Tweeverdieners denk ik. In het weekend zijn wij niet vrij maar moeten de opgelopen achterstanden van de week ingehaald worden. Tropenjaren noemen ze het wel, met kleine kinderen. Maar er was weinig ‘tropisch’ te bespeuren. In de zomervakantie ben ik nog veel intensiever bezig met mijn kroost. Maar dan kost het me geen moeite. Kwestie van vroeg naar bed en vroeg opstaan. Dat is het hele geheim volgens mij. Wat dat betreft is de zomervakantie bij mij heilig en onbetaalbaar.

Wat ik al geleerd heb

Tammar mooi Er zullen ongetwijfeld theorieën zijn over de trots van een vader op zijn kind. Sommige vaders lopen ervan over en proberen dit uit te dragen aan de wereld. Het belang van de vader is dat hij aan de vrouwelijke exemplaren wil laten zien waartoe hij in staat is. Opdat ze hem aantrekkelijk vinden omdat hij zulke goede genen bezit en zodat hij zijn paringskansen kan vergroten. Het is de verderfelijke mannelijke soort die slechts één belang heeft. Deze gedachtengang heeft van mij bezit genomen sinds mijn eerste ontmoeting met één der ontsnapten.Eigenlijk wist ik het al, ik kon het alleen nog niet onder woorden brengen. Dus laat u niet bedriegen door de uiterlijke schijn, laat het voorgaande eens bezinken en de wereld ziet er voortaan heel anders uit. De bedoelingen van de heteroman zijn zelden zuiver. Het is een trieste constatering.

Desalniettemin, toch een foto geplaatst door een trotse vader. Ik zal dit meisje later moeten beschermen tegen mijn eigen soort. Of ik dat doe met een knuppel of door haar bovenstaande theorie te leren, daar ben ik nog niet uit. Ik zal het eens overleggen met de goeroe zelf. Nee wacht, ik doe haar op judo. Tammar, niet de goeroe.

Zoetjes

Doorgaans trek ik geen volle zalen met mijn zangkunst. Ook best logisch, want ik ontbeer zangkunst. Mijn bereik is ternauwernood één octaaf, en eigenlijk nog vals ook. In de vierde klas had ik een onderwijzer die liever niet had dat ik meezong. Toch heb ik wat bereikt met zingen.  Er zijn namelijk twee mensen die graag naar mijn gezang luisteren. Één daarvan ben ikzelf. En de tweede is Tammar. Voor haar zing ik graag liedjes. Geen vrolijke liedjes, maar liefdesliedjes. Want ik ben lief op haar. Het is dan ook een mooi moment als ik haar eindelijk in bed heb liggen, nadat er een boekje is gelezen met plaatjes van etenswaren waarvan het de bedoeling is dat het kind opnoemt wat er op het plaatje te zien is, maar in mijn geval al het eten zogenaamd voor mijn neus wordt weggegrist door Tammar, die daar om moet schateren. Meestal aan het einde zegt ze: "Mag wel," en krijg ik nog een ui of een paprika.

Maar daarna moet ik gaan zingen. Mijn en haar favoriete liedje is "zoetjes gaan de paardevoetjes." Als het gezongen wordt door een kinderkoor, dan is het lied niet om aan te horen. Maar als ik het zachtjes zing met mijn beperkte bereik, ligt Tammar met een duimpje in haar mond en een tuttie erbij te voor zich uit te staren. Ik laat af en toe wat woordjes weg zodat ze die kan invullen. Het is het paard van ….  "Sinterklaasje," fluistert ze dan. Ja, ik ben enorm lief op haar.