Wasbeer m/v. Full Time.

Handig hoor, die bordjes in een pretpark die aangeven vanaf welke lengte kinderen in een attractie mogen. Het heeft mij behoed voor een persoonlijk drama. Want ik zou anders zo in iets gestapt zijn wat er onschuldig uitzag, maar waarbij er een levensgevaarlijke ondergrondse arm omhoog kwam, die de karretjes hoog de lucht in tilde en die daar met een noodgang in plaats van horizontaal, verticaal liet draaien. Want normaal gesproken als je daar achter komt, is het al te laat. Het zou niet de eerste keer geweest zijn dat ik de beugels waarmee ik vastzat, los zou breken en schreeuwend of ze nu helemaal gek waren geworden, naar beneden sprong. Bedankt Tammar, dat je nog geen 1,20 m. bent.

Ponypark Slagharen. Toen ik vijftien was, mijn vader net overleden, zijn we er een weekje geweest. Mijn moeder dacht dat dat wel goed zou zijn voor ons. En dat was ook zo. Het enige wat ik me na 26 jaar nog bekend voorkwam, was het schip dat over de kop ging en de achtbaan. Voor de rest kun je zo’n pretpark niet even 26 jaar links laten liggen zonder dat ze de complete boel verbouwen. Ik heb geen pony gezien, bijvoorbeeld.

Hans had zijn dag niet. Hij was doodop en nadat ik hem ’s avonds in bed legde sliep hij binnen een minuut. Tammar wel, maar die mocht bijna nergens in. Dat is maar goed ook, want ze kent geen angst. Alleen spookhuizen moet ze niks van hebben. “Spookhuis stinkt, bwèèh,” zegt ze dan, haar neus dichtknijpend. Hier was dan wel geen spookhuis, maar een wildwest-attractie in het donker. Ik hield haar vast en voelde haar hartje tekeer gaan. Nee, dat is niks voor haar. Aan het einde van de dag stal ze weer mijn hart door nog even mee te dansen met de wasberen. Alles deed ze na en aan het eind knuffelde ze de wasbeer -met roze dameslaarzen- vier keer. De wasbeer stak wel zijn handen uit naar haar, maar bleef uiterlijk onbewogen. Mensen die een kind knuffelen verliezen doorgaans elke harde trek uit hun gezicht. Degene die in dit pak zat niet hoor. Daar zouden ze wel eens beter op mogen letten, bij de sollicitatieprocedure.

Meneer Lego

Lego f1 Na mijn niet geheel tot tevredenheid afgeronde Knex-avontuur van laatst, bouwde ik vandaag met Hans zijn Lego familie 1 vrachtwagen in elkaar. Het was een klus van een uurtje of twee, maar het ging perfect. Alle tekeningen klopten, en alle onderdeeltjes pasten. Tijdens het bouwen liep ik over van enthousiasme. Ik speelde nog met de gedachte om meneer Lego zelf een brief te sturen waarin ik mijn bewondering zou laten blijken. Want deze formule 1 auto met Scuderia Ferrari stickers klopte tot in detail. Meneer Lego moet wel erg gek zijn met kleine kinderen om zulk fijn speelgoed te vervaardigen.

Nu was Lego ook het favoriete speelgoed van mij en mijn broertje. Wij hadden een ton vol. Zo’n kartonnen wasmiddelton met onderin nog kleine korreltjes wasmiddel die gedoemd waren om daar tot in lengte van jaren te blijven zitten. Wij konden alles maken van Lego. Zo hadden wij beide eens een auto gemaakt van zo min mogelijk onderdelen, slechts de meest noodzakelijke. De auto moest zo stevig mogelijk zijn omdat wij ieder aan een kant van de huiskamer gingen zitten en dan de auto’s op elkaar in lieten rijden. Wiens auto de meeste onderdelen verloor, verloor. Bovendien moest de auto daarna weer eenvoudig in elkaar gezet kunnen worden voor het volgende duel. Het leek misschien wat agressief, maar het was niet anders dan een stel leeuwenwelpen die met elkaar stoeien om zich spelenderwijs voor te bereiden op de harde toekomst.

Nou ja, dat laatste is niet gelukt, want de toekomst is onvoorspelbaar gebleken. Zou de toekomst alleen hard zijn geweest, had je je nog voor kunnen bereiden. Maar dat je later gevechten moest leveren met tegenstanders die hun ziel verkochten, nee, dat zijn geen dingen die een kind moet begrijpen. Een Formule 1 auto is eerlijk. Elk onderdeel draagt bij tot het sneller maken van de auto. En je wint slechts als je als eerste over de streep komt. Zo zit de wereld helaas niet in elkaar. Meneer Lego echter wel. Was iedereen maar als hij.

Boycot les Francais!

Eigenlijk zou je een logje moeten schrijven in de hitte van de strijd. Die strijd had ik vanmiddag toen ik Hans wilde helpen met een verjaardagscadeautje. Knex, was het. Een soort Lego, maar dan voor arme kindertjes. Het komt uit Frankrijk en in Frankrijk kunnen ze nog geen fatsoenlijke muur metselen. Wat een troep zeg! Hans zat maar te wachten tot ik zijn Formule 1 auto in elkaar had, zodat hij er nog even mee kon spelen in zijn bed, maar het lukte mij niet. 5+ staat er op de doos. Ik weet dat kinderen tegenwoordig vroeg volwassen zijn, maar dit slaat helemaal nergens op. Il bat de rien!

Uiteindelijk moest ik het opgeven, want de tekening klopte gewoon niet. En u kunt denken dat het aan mij lag, boekhoudertje met twee linkerhanden, maar dat is niet zo. De tekening was verkeerd en dat wisten ze donders goed daar in die fabriek. Ze wisten heel goed dat die auto niet paste en desondanks hebben ze op de tekening gewoon gedaan of er niks aan de hand was. Dat heeft de commercieel directeur, le chef commercièl, bevolen. Want hij dacht bij zichzelf: “je vais die voiture pas opnieuw fabriquer parceque ca kost d’argent! Regardez-het maar.”

En zo moet je je kind teleurstellen, ten eerste omdat hij nu geen auto mee naar bed kon nemen, en ten tweede omdat hij nu denkt dat hij een vader heeft die geen autootje voor vijf-plussers in elkaar kan zetten. Nou, ik bouw de complete Twin towers op ware grote na hoor, als het moet. Maar wel van Lego, want dat is tenminste kwaliteit. Merde, nondejuu!

De jarige

Voor ik goeiemorgen zeg, ben jij op je brommer weg” zong Herman van Veen in misschien wel het mooiste lied over een dochterje ooit. Zo gaat het inderdaad. Ik heb nooit een brommer gehad, bovendien ben ik geen dochter, dus voor mij ging het niet op. Toen ik voor het eerst motor ging rijden kwam ik, toen ik overmoedig werd, ten val. Ik was schaaf gewond, en de motor had oppervlakkige schade maar als de bestuurder geen geldig rijbewijs heeft, is dat voor de verzekeringsmaatschappij aanleiding om niet uit te keren. Jaren later heb ik dat motorrijden nog eens herhaald, op de eerste motor van mijn schoonvader, een Bol d’or voor de kenners, maar dat ging verder goed. De motor op de foto is onderhand zijn tiende, want de man is nooit tevreden. Terwijl ik denk, een motor is een motor, toch?

Tegen onder andere dit gevaarte moet ik het eind volgende week weer opnemen met mijn Alfa Romeo, want het motorweekend van vorig jaar wordt herhaald. Geen van de partijen heeft zich bekeerd, dus het is nog steeds één auto en een handjevol motoren. Let trouwens eens op de spiegel van de motor, daarin bevindt zich een rode Alfa Romeo. Doorgaans zijn in motorenspiegels, auto’s alleen zichtbaar in het daarvoor bedoelde gedeelte, maar voor Alfa’s geldt dat niet. Die zijn alleen zichtbaar in het niet daarvoor bedoelde gedeelte van de spiegel.

Mega Toby op de foto was jarig vandaag, en zo ziet een jarige er uit. Mega Mindy was niet in haar rol en dan heet ze overigens gewoon Mieke.

Zes!

Toen ik ruim 20 jaar geleden begon met werken, destijds als manager of the empty bottle department bij een jonge, dynamische supermarktketen met korte communicatielijnen en waar alle neuzen de zelfde kant op wezen, kon ik niet bevroeden dat ik mijn genen ooit zou doorgeven aan dit jongetje. Hij is hier drie, maar morgen wordt hij zes. Ik vind het jammer hoor, dat de tijd zo hard gaat. Hier was hij nog twee keer zo schattig dan dat hij nu is. Dat klinkt misschien gek, maar hij wordt al een doerak. Hij maakt af en toe al grapjes die mijn niveau benaderen, maar dat zegt meer over mij. Gisteren, we doen een spelletje memory en hij had verzonnen dat we beiden een knuffel moesten kiezen die ons zou assisteren bij het omdraaien van de kaarten. Hij nam zijn cowboy Woody en liet die een kaart pakken, maar het was niet de kaart waarop hij hoopte. “Ehm, volgende keer wel een beetje beter, Woody!” zei Hans verontwaardigd. Toen moest ik lachen. Gelukkig hebben we voor het schattige Tammar nog, al ontwikkelt die zich nog veel sneller dan Hans. Nog even en hij krijgt van die voortanden die veel te groot zijn voor zijn hoofd. En niet veel later worden het van die slome slungels. Wat dat betreft vind ik de natuur wel knap. Zij vertekent het beeld van het kind zodanig, dat degene met wie het kind genen deelt, het kind ziet als het mooiste. Dat werkt bij mij niet anders. Bovendien, andersom werkt het ook zo. Ik had vroeger geen enkel vriendje dat een knappere vader en moeder had dan ik. Het kwam niet eens in de buurt. Het gold zelfs voor mijn grootouders. Familie, dat is niet zomaar iets. Dat is een ingewikkeld systeem van optisch en psychologisch bedrog. Maar daar moet je niet verder over nadenken. Je moet je gewoon laten foppen. Ik doe dat graag. Gefeliciteerd Hans. Dat je je maar vaak mag laten foppen door de natuur.

Piemel

“Jij heb een glote* piemel en Hans heb een kleine piemel. Mama en ik hebben niet een piemel. Wij hebben een plasser.” Hoe ze aan die wijsheid komt, geen idee maar dit zegt Tammar ongeveer vijf keer per dag. Op de meest onmogelijke momenten. Als je in een winkel staat. Of als je haar net wegbrengt naar de juffrouw van de kinderopvang. Dat laatste is nog niet gebeurd, maar ik ben vast aan het oefenen om het compliment dan quasi-achteloos weg te wuiven. “Mwah, Tammar, dat hoeft niet iedereen te weten hè?” Maar zo zal het natuurlijk niet gaan. Nee hoor. Ze gaat me echt een keer voor schut zetten binnenkort. Ik voel het aan mijn theewater.

Overigens, grote piemelgrapjes doen het altijd erg goed bij mannen onder elkaar. Het liefst slaan ze hem twee keer om hun nek, of na het plassen op het kantoortoilet slaan ze hun hand even tegen de zijkanten van de schotjes, als ware het hun piemel die ze droogslaan. Het blijft toch een kwestie van het andere mannetje imponeren. Ik kan er niks aan doen, maar ik lig dan dubbel. Net als bij scheetgrapjes. De meeste mannen begrijpen deze humor wel. Eigenlijk overtreed ik nu een erecode door het hier te vermelden, maar ach, volgens mij was het allang geen geheim meer. Uiteraard doe ik er nooit aan mee.

* in de ogen van een kind, red.

Impulsieve educatie

Onze kinderen worden ’s ochtends wakker en zitten dan bovenop de liefberg. Naarmate de dag vordert zetten ze de afdaling in, om tegen de tijd dat ik thuis kom, bijna in het dal te zijn aangeland. Uit zichzelf luisteren is er niet meer bij, en omdat iedereen het meeste van zijn energie wel heeft verbruikt tegen etenstijd, is er geen sprake meer van een geoliede gezinsmachine. Soms herken ik scènes uit de film schatjes. Hans bijvoorbeeld, maar het had net zo goed de andere doerak kunnen zijn, werd verzocht zijn handen te wassen voor het eten. Volgens hem waren ze niet vuil maar toen ik keek wel. Hij was dan ook verontwaardigd toen hij zijn handen moest gaan wassen, trok een pruillip, maakte protesterende geluiden, en zette het begin van een huil in.

Nu heb ik geen idee welk artikel van het educatief handboek in deze situatie toegepast moet worden, maar mij zou vroeger gedreigd zijn met iets waar ik vatbaar voor was, en ik zou mijn handen zijn gaan wassen. En niet dat ik vind dat de opvoedingen van vroeger niet deugden, maar tegenwoordig zijn op één of andere manier de overige omstandigheden zo gewijzigd, dat toepassing van ouderwetse opvoedingen geen voldoening geven bij de opvoeder. In elk geval niet bij mij.

In zo’n geval reageer ik impulsief, zonder me af te vragen of dat wat er in mij opkomt wel educatief verantwoord is. In een ver verleden probeerde ik eens mijn schoonzus bij de opvoeding te helpen door haar zoontje vijf euro te bieden als hij zijn bord leeg at. Nou, zelfs mijn schoonzus verslikte zich op dat moment, en dat wil wat zeggen. Oké, dat was niet slim. Jeugdzorg is daarna nog jaren over de vloer geweest, en dat was waarschijnlijk mijn schuld. Maar goed, ik heb bijgeleerd.

“Hans luister, jij gaat je handen wassen en ik ga me omkleden, en dan doen we wie het eerste klaar is.” Eerst mokte hij nog van nee, maar toen ik snel opstond om naar boven te lopen zag ik al een lach door zijn traan. Ik rende de trap op en ik riep nog tegen Linda dat ze hem niet mocht helpen. “Nee hoor, dat doe ik niet,” riep Linda en ondertussen hoorde ik haar zeggen: “Hans kom snel!” Drie minuten later kwam ik, hard en luid de trap afrennen. Met beide armen geheven en een overwinningskreet roepend, kwam ik de huiskamer in rennen om daar te constateren dat ik verloren had. Mijn overwinningskreet verstomde. Hans zat triomfantelijk en lachend aan tafel. En zo werd het toch nog gezellig.

Bezeten

Ik heb twee hele lieve kindertjes. Het zijn schatten. Hoe het is als ze 16 zijn weet ik niet, maar nu is dat zo. Zulke kindertjes moeten naar mijn mening beschermd worden tegen het kwaad, al is dat hun eigen moeder. Want moeder is bezeten. Anders kan ik het niet noemen. Zij heeft een foto gezien waarvan ze helemaal weg is. En nu vroeg ze aan mij of ik er moeite mee had als ze die op canvas bestelde. En niet dat ik hier de baas ben, maar soms moet je als man doen wat een man moet doen. En dat is je gezin beschermen. En nu is zo’n soms. Ik kom ernstig in opstand tegen het ophangen in ons huis van deze foto. Al is het in de kruipruimte. De kinderen, en niet in de laatste plaats ikzelf krijgen er nachtmerries van. Wat? Ik besprenkel me nu al met wijwater als ik in Linda’s buurt kom. Dat het alleen al in haar opkomt zeg! Vannacht had ik mijn eerste nachtveulen al. (ze zijn over het algemeen vrij mild) En dan hangt die foto er nog niet eens!

Zondag, de herkansing.

Eigenlijk had ik mij vanmiddag carnaval vierend richting dorp moeten begeven, maar in plaats daarvan liep ik met Hans en Tammar naar buiten. Ik liep, zij fietsten. Na 20 seconden werd Hans door buren geconfisqueerd om mee naar het kindercarnaval te gaan en hem heb ik na een snelle verkleedpartij pas weer na het eten teruggezien. Met Tammar liep ik verder en zij zag een klein meisje. Of ze daarheen mocht, vroeg ze en ze trapte al in de richting van het meisje. Ze reed zo ongevraagd de voortuin in en het meisje lachte naar haar. Ineens rende het richting Tammar, omhelsde haar en gaf haar een kus. “Ik heet Annabel, en jij?” Zo ongeveer ging het ook toen Jip en Janneke elkaar voor het eerst ontmoetten. Jammer dat dat verhaal al geschreven is anders had de politiek het misschien binnenkort wel gehad over “Annabel en Tammar-taal”

Vanochtend was ik al naar de speeltuin/kinderboerderij geweest met mijn kroost en een buurjongetje. Dat was een groot succes. Ik hobbelde achter Tammar aan omdat die elk speeltoestel wilde uitproberen. En elk beest in de kinderboerderij wilde bekijken. Ik fungeerde als slaaf. Behalve toen we weer weggingen, toen waren de rollen omgedraaid. Ik was degene die de zweep hanteerde. Nou ja, de conclusie van vandaag is dat het een stuk beter ging dan vorige week zondag, alleen ben ik zo bejaard dat ik niet meer een hele zondag red zonder op de bank in slaap te vallen. Zittend deze keer, naast Tammar, die met een duimpje in haar mond een tekenfilm zat te kijken.

Tropenjaren

Ik vond het een taaie zondag. Eerst gezwommen, dat ging nog wel, maar daarna was het vooral hangen en de dag doorkomen. Valt er nog van die vieze natte sneeuw ook. De afwasmachine is nog steeds kapot dus ik deed een afwasje. Mevrouw Mack en ik deden om beurten een slaapje op de bank en eigenlijk kom je je vermoeidheid op zo’n dag niet meer te boven. Kinderen en katten eisen gewoon hun normale aandacht en het bleef maar sneeuwen. Bah. Ik ga er iets op verzinnen. Ik zal in het vervolg fitter zijn op zondag. Vroeger bestond dit probleem toch helemaal niet? Waar komt dit uit voort? Tweeverdieners denk ik. In het weekend zijn wij niet vrij maar moeten de opgelopen achterstanden van de week ingehaald worden. Tropenjaren noemen ze het wel, met kleine kinderen. Maar er was weinig ‘tropisch’ te bespeuren. In de zomervakantie ben ik nog veel intensiever bezig met mijn kroost. Maar dan kost het me geen moeite. Kwestie van vroeg naar bed en vroeg opstaan. Dat is het hele geheim volgens mij. Wat dat betreft is de zomervakantie bij mij heilig en onbetaalbaar.