Ik liep in het bos en zag twee vrouwen koffiedrinken op een omgevallen boomstam. Omdat de hond dat wel interessant vond zei ik haar om naast mij te blijven. De hond jankt dan zachtjes omdat ze er heen wil, maar ik herhaalde het commando nog een keer en liep ze zo voorbij.
Een van de vrouwen sprak mij aan. Ik hoorde een bekend accent. “Als je niet wilt dat die hond naar mensen toegaat, dan moet je tegen die mensen zeggen dat ze jou aankijken en niet de hond.” Ik begreep het niet en vroeg om uitleg. “Nou gewoon, da’s allemaal negatieve energie, dat voelt zo’n hond. Ik heb twintig jaar honden gehad en ik kijk altijd naar Cesar Milan. Dat vind ik prachtig. Kijk, jouw hond zit nu ook braaf te wachten, die voelt nu geen negatieve energie meer.” “Dat komt ook omdat daar om de hoek een hond staat,” zei ik. Nog wat verderop stond het baasje. “Oh, staat daar nog een hond?! Er is er ook eentje vermist hiero, een Mechelse herder. Kijk, hier heb ik een plaatje!” Ze liet me een plaatje op haar telefoon zien. De hond die om de hoek stond was inmiddels aan het spelen met mijn hond. “Hee, is dat hem niet,” vroeg de vrouw. Ik zei dat dat geen Mechelse herder was en dat zijn baasje verderop stond. Het baasje van de hond, die het gesprek kennelijk had gevolgd, stond op een afstandje te grijnzen. “Oh is die van u, wat is dat voor hond,” vroeg de vrouw aan hem. “U hebt toch twintig jaar honden gehad, ” merkte de man droogjes op. “Dit is geen Mechelse herder. Verre van zelfs.” “Ja, kent u dan alle honden uit uw hoofd, ” vroeg de vrouw? “Wel veel, ” zei de man. “Nou, dat vind ik dan heel knap van u.” De man liep door en de vrouw zei tegen mij: “ja, als we bijdehand gaan doen dan ken ik dat ook! Gezellig hiero!” Ik legde haar uit dat het hier het hondenuitlaatgebied was. “Ja, het is hier wel mooi, ” zei ze. Ik vroeg haar waar ze vandaan kwam. “Uit Vaassen” was het antwoord. Ik reageerde verbaasd vanwege haar accent en omdat ze de plek niet leek te kennen. “Oh, u heeft een wat andere tongval dus ik dacht dat u niet van hier was.” “Oorspronkelijk niet nee. Ik kom uit Amsterdam”. “Ik ga weer eens verder,” zei ik. Ze wenste me nog een fijne dag en ik deed hetzelfde.
Ik besefte ineens dat ik al 25 jaar honden heb. En dat ik nooit Cesar Milan kijk. En dat ik voordat ik honden had al wist hoe een Mechelaar eruit ziet. En dat mijn hond eigenlijk alles al goed deed. En dat Amsterdammers zo ook wel een vooroordeel in stand houden. “Die luu uut ’t West’n, die denk dat sie alles weetn.” Ik hoor het een Veluwenaar zo zeggen.



