Excuses kosten geld.

Deze week was Obama in Hiroshima. Voor het eerst bezocht een zittende Amerikaanse president deze door een atoombom getroffen stad. Zittend, als in in de regeringszetel, niet dat u denkt dat hij zat. Amerika zou geen excuses maken voor de bom, en ik vroeg me af waarom niet. Natuurlijk, de Japanners waren geen lieverdjes, en de oorlog moest beëindigd worden, maar je kunt je afvragen of dit nu nodig was. De Amerikanen redeneerden dat ze de Tweede Wereldoorlog konden bekorten door Japan tot overgave te dwingen. En zo geschiedde. We mogen hier van geluk spreken dat Hitler al verslagen was, anders waren de bommen op Frankfurt en Stuttgart terecht gekomen. Niet dat daar al plannen voor waren, maar het leken mij goede strategische doelen.

Tja, en dan sta je daar als Amerikaanse president, te midden van de overlevenden van de bom, en in je speech staat niks over excuses maken. Dan roep je maar op tot het terugdringen van kernwapens en je hoopt op een tijd waarin ze niet langer nodig zijn. Waarmee hij zegt dat ze nu wel nodig zijn, en daarmee bedoelt hij om de wereld naar Amerika’s pijpen te laten dansen. En verder benadruk je de vriendschap tussen Japan en Amerika. Onder Obama zijn er weinig tot geen kernwapens ontmanteld in Amerika, dus heel erg sterk vond ik het niet.

Eigenlijk had ik wel gehoopt op excuses. Duitsland heeft ook nooit excuses gemaakt voor wat het heeft aangericht, maar hoe kon dat ook? De latere bondskanselier Brandt maakte 25 jaar later een knieval bij een monument in Warschau, en dat wordt algemeen aanvaard als excuses namens het land. Zoiets zou ik hier ook op z’n plaats hebben gevonden. De overlevenden vonden het al heel wat dat Obama kwam herdenken en zagen dat ook als een soort van excuses. Een oude Japanner en overlevende van de bom omhelsde de president en brak.obamahiroshima

Officiële excuses zijn natuurlijk duur. Daarom wordt er altijd moeilijk gedaan door een land om excuses aan te bieden. Japan aan de troostmeisjes, Nederland voor zijn slavernijverleden, en Duitsland voor de gruweldaden tijdens de oorlog. En aan de andere kant zeggen ze weinig. Veel meer zegt het als Willy Brandt een knieval maakt. Of als Obama een slachtoffer troost. Ik denk dat Trump niet eens gegaan was.

Gek.

Ik moest daarnet lachen om een status op Facebook van een zekere Kim Kötter, die de pers bedankte voor hun terughoudendheid tijdens haar zwangerschap. Persoonlijk denk ik dat die hele pers geen idee heeft wie die mevrouw is, en dat ze aan waanvoorstellingen lijdt. Tegelijkertijd weet ik dat het aan mij ligt. Er bestaan inmiddels zoveel bekende Nederlanders die ik niet ken. Ik word bijna dagelijks met zo’n naam geconfronteerd.

Het deed me een beetje denken aan een wethouder, genaamd Elvira Sweet, die ooit eens van haar vakantieadres terugkeerde omdat er zich in haar stadsdeel in een paar weken een aantal schietincidenten hadden voorgedaan. Ik hoorde het op de radio en dacht nog: mens, was lekker op vakantie gebleven. Niemand kent je, dus het heeft ook geen zin om je vakantie af te breken.

Zo begint het natuurlijk wel met je carrière. Ik kan er wel lacherig over doen, maar dat soort mensen gaat zich gewoon vast beroemd gedragen, en hebben op zeker moment beet. Terwijl ik ze van binnen uitlach, maar aan de andere kant zie dat ik inmiddels zo oud ben geworden dat ik op mijn werk mijn bek moet gaan houden, omdat mijn carrière tot stilstand is gekomen en ik een zielige oudere werknemer word die bij de gratie Gods nog getolereerd wordt. Verantwoordelijkheden weg, ik ben door de recente overnames een nobody geworden die wereldwijd 13.000 bazen heeft. Salaris mocht ik houden, wat mij alleen maar kwetsbaarder maakt. Ik ga richting de 50, en na je 50e is het sowieso afgelopen op je werk, tenzij het je gelukt is op een hele hoge positie terecht te zijn gekomen. Vanaf nu bek houden en hopen dat je het haalt tot aan je pensioendatum.

Nee, misschien moet ik ook mijn komende vakantie eens afbreken als er een boom is omgevallen in ons dorp. Of een status plaatsen waarin ik de pers bedank voor het respecteren van mijn privacy. Ja, wie is er nu gek?

Waarom herdenken we?

Ik denk het belang van dodenherdenking te begrijpen. En ik hoop eigenlijk dat er een verband is tussen het herdenken van oorlogsslachtoffers en vrede. Wereldvrede is wat teveel gevraagd, maar met de vrede in West-Europa gaat het goed. Zo goed zelfs dat ik me wel eens afvraag of die vrede nog serieus bedreigd wordt. Een herhaling van WOII lijkt mij erg onwaarschijnlijk. Op het gevaar af voor naïeveling te worden uitgemaakt zou ik niet weten wie in West-Europa voor een gevaar zou kunnen zorgen dat zou kunnen leiden tot een herhaling van de verschrikkingen die de nazi’s veroorzaakten.

Ik probeer het scenario te bedenken, maar mij lukt het niet. Het sterft een vroege dood. Het wordt in de kiem gesmoord. Iedereen houdt elkaar in de gaten. Er kan niets meer verborgen worden gehouden in deze moderne tijd. Een herhaling van WOII lijkt mij uitgesloten. Er worden geen burgerdoelen meer gebombardeerd door beschaafde landen. Alleen achterlijken zijn nog tot zoiets in staat, en wij lijken dat soort achterlijkheid wel voorbij. Misschien moeten we toch de voorzichtige conclusie trekken dat we op dit punt in elk geval beschaafd zijn geworden?

Doden herdenken we om verschillende redenen. Oorspronkelijk deden we het om de doden te laten weten dat we ze niet vergeten waren. Toen werd het element van de waarschuwing eraan toegevoegd. Opdat we het ons zullen herinneren. Maar wat misschien even belangrijk is als de twee genoemde redenen, is dat een ieder die herdenkt op 4 mei, meedoet met het saamhorigheidsgevoel. En dat dat gevoel niet bedreigd moet worden door mensen die terug willen in de tijd.

Wij waren erbij

In de geschiedenis van de mensheid duurde het slechts een oogwenk of het was alweer voorbij. En dan hadden wij nog het geluk dat we van al die miljarden mensen er eventjes deel van mochten uitmaken. Het best kon je geboren worden tussen 1930 en 1950 om het maximaal te beleven. Het was de verzorgingsstaat die in Nederland werd opgebouwd. Precies in die tijd kon het uit, maar we hebben hem zorgvuldig om zeep geholpen. Er waren een aantal factoren exact goed afgestemd zodat de verzorgingsstaat zijn entree kon maken.

De wederopbouw na de oorlog, men kon zuinig leven en er golden andere normen en waarden. Mensen waren wat minder mondig en verschillen tussen oud en jong, baas en knecht, en man en vrouw waren algemeen geaccepteerd. Hard werken was een deugd en God lette op ons. Er was harmonie tussen een aantal factoren waardoor precies op dit stukje wereld, precies in die tijd dat wij er waren, we het genoegen mochten smaken.

Het heeft echt bestaan, en ik verlang er vaak naar terug. Hoewel ik ook wel snap dat de omstandigheden niet meer ideaal zijn en dit gedachtegoed voorgoed tot het verleden behoort. Je moet ervoor in een opbouwfase zitten, in een overgangsfase van het éne tijdperk (een kort en hard leven vóór 1900) naar het andere. (een lui en zinloos bestaan na 2000)

Het was slechts een kantlijn in de geschiedenis, maar we waren erbij. We gingen van ieder voor zich en God voor ons allen, via de verzorgingsstaat naar ieder voor zich. Dat laatste noemen we de participatiemaatschappij. Dat is de maatschappij die volgt op de verzorgingsstaat, waarbij het de bedoeling is dat je actief en positief bijdraagt aan je naaste en dus aan de maatschappij. Vooral ook omdat de verzorgingsstaat te duur werd. Opoffering van jezelf ten gunste van de staat dus. Forget it but, zou mijn wiskundeleraar gezegd hebben. Het zijn praatjes van leiders die geen leiding geven aan hun falende bevolking, en ook hun eigen falen willen verdoezelen.

De firma Aftroef

Een man vertelde dat hij door de crisis dakloos was geworden, dat hij straks de schuldsanering in moest, drie jaar op een houtje bijten, en dat hij gezien zijn leeftijd -ergens in de vijftig- waarschijnlijk geen werk meer zou krijgen en de rest van zijn leven in armoede zou moeten leven. Er is weinig wat ik zo triest vind als dat. Geen terroristische aanslag, geen oorlog in Syrie, en geen vluchtelingendebat.

Gewoon een Nederlander die altijd gewerkt heeft en door welke oorzaak dan ook een uitzichtloos bestaan tegemoet moet zien. We kunnen de politiek de schuld geven, maar dat doe ik niet. Want niemand gaat dit oplossen. Die oplossing is er niet. Ik weet wel dat als ik de baas was van ons bedrijf (de holding. red), er miljoenen bespaard zouden worden aan overbodige uitjes. Er is geld genoeg, maar hoe bestrijd je de verspilling? Het opbieden tegen elkaar?

Ergens onderweg naar waar we nu zijn is iets misgegaan. En ik weet niet waar. Op de lagere school waren we nog allemaal gelijk. Op de Mavo had je één of twee uitzonderingen. Op de (het) Havo voelde ineens de halve klas zich verheven. En nu zijn we allemaal in dienst getreden bij de firma Aftroef en partners. Op het onzinbudget van ons niks voorstellende bv-tje, hadden 100 bijstandsgezinnen een keer een dertiende maand kunnen krijgen. En dan heb ik het nog maar over een niks voorstellend bedrijfje van 10 man. Dat doet mij wel eens pijn. Ik had er graag een hoop onzin voor opgegeven. Waar is Robin Hood als je hem nodig hebt?

Een alinea vol vraagtekens

Ik hoorde op de radio een item over het toegankelijk worden voor iedereen van een test om een ongeboren kind te beoordelen op het syndroom van Down. Het ging om een bloedtest die 99% uitsluitsel geeft, en die in IJsland er al bijna voor gezorgd heeft dat Down uit de samenleving is verbannen. Verbannen. Als je het zo zegt, en daar komt het eigenlijk op neer, dan klinkt dat gelijk heel eng. Alsof er geen mongolen (downsyndroom) in de samenleving mogen zijn. En alsof je mongolen (scheldwoord) uit de samenleving kunt bannen.

Ik weet dat vrijwel elke ouder hoopt op een gezond kind. En dat als het kind het syndroom van Down heeft, men even moet slikken. Maar dat dat van korte duur is en men houdt van het kind, ongeacht welk syndroom. Dat men het van tevoren wil weten kan ik me ook nog voorstellen. Maar als je dan besluit om het te aborteren, dan doe je dat voor jezelf, niet voor het kind. Hoewel we ook niet ouders een schuldcomplex moeten aanpraten, het is erg zwaar om voor een down kind verantwoordelijk te zijn. Maar het is wel een volwaardig kind. En laten we niet vergeten dat als het kind met het downsyndroom er eenmaal is,  geen ouder hem nog zou willen ruilen voor een ander kind.

Als in IJsland het syndroom van down uit de samenleving wordt verbannen, zegt dat dan iets over de samenleving, of over de ouders? Of over medici? Of zijn medici en ouders de samenleving? Moeten we alles wat medisch mogelijk is ook maar in de praktijk toepassen of zijn er grenzen? Kun je het ongeboren kind straks ook testen op intelligentie? Kun je het VMBO kind laten aborteren en doorgaan tot je een VWO kind hebt verwekt? Dan voelen we het probleem al aankomen. Wie gaat dan het uiterst belangrijke VMBO werk opknappen? Robots die door de VWO kinderen zijn ontwikkeld? En uiteindelijk, als we 1000 jaar verder zijn en er is een maakbare samenleving, is die dan nog één cent waard? Of gaat het zo geleidelijk dat we het niet merken er ineens in beland zijn? Zoals we nu ook al zijn waar we zijn? Een alinea vol vraagtekens.

The All Blacks

Ik ben wat terughoudend als het over de aanslag in Parijs gaat. Want ik weet niet goed wat ik daaraan zou kunnen toevoegen en vind het net zo erg als u. Maar vanavond kwam mij iets ter ore waarover ik toch even iets kwijt wil. Want zoals overal werd vanmiddag op een school in Apeldoorn een minuut stilte gehouden. Voorafgaand aan die minuut vond een zeventienjarige jongen van besneden afkomst het nodig om te applaudisseren vanwege het aantal doden dat in Parijs was gevallen. Het maakt mij kwaad, en ik maak me niet zo gauw kwaad. Ja, gespeeld kwaad, dat wel, maar echt kwaad, dat zelden. Wat me het kwaadst maakt is de machteloosheid van de groep tegen het individu. Zijn actie zal zo goed als zeker vrijwel onbestraft blijven omdat onze samenleving zo is gedevalueerd dat we er niks tegen kunnen doen. We mogen hem niet van school sturen omdat hij minderjarig is, en bovendien maken we het probleem dan erger. Maar dat zo’n jongen het gore lef heeft om ons zo te provoceren omdat hij weet dat we te bang zijn om er iets tegen te doen, dat zit me het meest dwars aan deze actie. Meer dan dat ik me zorgen maak over de kans dat hij een terrorist wordt.

En dan nog wat, ik hoorde mensen tevreden vaststellen dat moslims zich nu meer uitspreken tegen deze terroristische daad dan een klein jaar geleden, toen Charlie Hebdo het slachtoffer was. Ja, nogal wiedes denk ik dan. Charlie Hebdo beledigde de profeet en daarmee de moslims, ik zou me ook van commentaar onthouden als iemand die mij stelselmatig beledigde een kopje kleiner werd gemaakt. Ik ben bevriend met Hassan Schonmak. Zo meldt hij zich altijd door de intercom. Hassan, schonmak. Ik hoef van hem niet te weten wat hij ervan vindt, want ik vertrouw erop dat hij er net zo over denkt als ik. En als dat niet zo is, dan zegt hij het toch niet, net zoals de terroristen die ook aan niemand verteld hadden dat ze terrorist waren. Dus ja.

De samenleving zou weer wat duidelijker moeten worden. Wat er wel en wat er niet getolereerd wordt. En als je staat te applaudisseren vanwege het aantal doden dat gevallen is, ook al ben je nog maar zeventien, dan zou je verplicht moeten worden om samen met wat gelijkgestemden een wedstrijd te moeten spelen tegen The All Blacks, het nationale rugbyteam van Nieuw Zeeland.

Het is tenslotte al augustus.

Als in Nederland een zwarte zich beledigd voelt omdat een kind hem zwarte piet noemt, dan is dat hier de schuld van zwarte piet. Terwijl er vijf partijen in het geding zijn, dus waarom zou zwarte piet de hoofdschuldige zijn? Nou, vast omdat het de kleinste aanpassing vergt om hem blank te vegen. Niemand die het in zijn hoofd haalt de zwarte te schuld te geven want die kan er eenmaal ook niks aan doen dat hij zwart is. Zwart zijn ligt in Nederland gevoelig en is helemaal niet leuk, dat zie je ook aan de lading die het woord “zwarte” heeft. Maar volgens Wikipedia is het beter om het woord zwarte te gebruiken dan het woord neger. Als ik het over en blanke heb bedoel ik daarmee een bleekscheet. Een bleekneus. Tja, wij blanken zijn eenmaal lelijke witte inteeltkoppen dus waarom zouden we ons superieur voelen? De enige reden daarvoor is omdat we hier in de meerderheid zijn. En ik kan natuurlijk gewoon zeggen dat wij lelijke witte inteeltkoppen zijn, want ja, ik ben immers zelf blank. Met het aanduiden van zwarten moet ik duidelijk voorzichtiger zijn. Zij en wij, het zullen over een aantal jaren verboden woorden zijn omdat het steeds minder geaccepteerd wordt dat je jezelf of anderen tot een groep rekent. Tenminste, als het zover komt dat zwarte piet ons land niet meer bezoekt.

Het mag misschien de makkelijkste aanpassing lijken om zwarte piet af te schaffen, maar is dat ook zo? Lost het iets op van het gevoel van discriminatie dat een zwarte ervaart? Welnee, in een veilig en overvloedig land dat zelden op CNN genoemd wordt, moet men blijven zoeken naar dingen die niet kloppen, anders lost het gevoel van eigenwaarde op. Anders wordt Nederland een soort Luxemburg, het land waar niks gebeurt en waarover niemand iets weet. Maar buiten dat, houdt de zwarte wel genoeg rekening met de blanke? Die laatste moet immers zo maar even zijn vaderlandse trots aan de kant zetten omdat de zwarte wellicht beledigd is. Weigert hij dat, dan volgen er al snel verdachtmakingen. Hij zou wel eens een sympathisant van foute ideologieën kunnen zijn. Terwijl hij slechts hunkert naar de tijd toen Sinterklaas een feest was waarvan het hele land gelukkig werd. En nu staat de verjaardag van de goedheiligman onder druk. Wie garandeert mij dat de blanke niet verbitterd wegkwijnt in het verleden en een zondebok zoekt? Moet daar dan geen rekening mee worden gehouden?

Zou het misschien kunnen dat in plaats van bij Zwarte Piet, de schuld bij het beledigende kind gezocht moet worden? Ook dat ligt gevoelig. Een kind kan immers aan niet zoveel dingen iets doen. Hij ziet een zwarte, associeert zijn huidskleur met zwarte piet en zegt: “hee, zwarte piet!” Zo doen kinderen dat eenmaal. De mijne ook hoor, elke dag gebeurt het wel een keer. Ikzelf deed het vroeger ook aan de lopende band. Bij elke zwarte die ik zag riep ik: “hee Zwarte Piet!” Kan me voorstellen dat dat op een gegeven moment gaat irriteren. En zeker in deze tijd waarin je kinderen geen draai meer om hun oren mag geven voor zo’n opmerking. Als vierde betrokken partij komen de ouders van het kind aan bod. Zij gaan toch ook niet vrijuit. Zij behoren immers hun kind te corrigeren maar in plaats daarvan schamen ze zich dood als de situatie zich voordoet en lopen met een rood hoofd door met hun winkelkarretje. Maar wat is er nu makkelijker dan om in het bijzijn van de zwarte, het kleine kind duidelijk te maken dat de meneer of mevrouw in kwestie geen zwarte piet is maar slechts een man of vrouw met een donkere huidskleur, en dat hij of zij zeker geen pepernoten bij zich heeft?

De vijfde partij, en zeer zeker medeschuldig aan de hele discussie zijn de opruiende sociale media. Wat zouden westerse landen een stuk beter af zijn zonder hen. Door hen zit Nederland vol met olifanten die eerst muggen waren. Misschien is er zelfs nog wel een zesde schuldige. En is dat degene of datgene die of dat er voor gezorgd heeft dat wij verschillen zien. In één oogopslag stellen wij het ras vast van de ander. Wit, zwart, geel, rood. Instinctief wordt ons ingegeven dat het voor de overlevingskansen handiger is als je begeeft onder hen die het meest op je lijken. Het racisme als overlevingsinstinct. Al willen we niet, onze hersenen maken onderscheid. Dat onderkennen van verschillen is er nog lang niet uitgeëvolueerd. Kennelijk biedt het een evolutionair voordeel om te discrimineren, zo zou men, niet geheel vrij van cynisme, kunnen stellen.

Het zou mooi zijn als we het niet meer zouden zien, zoals mijn hond het niet uitmaakt of hij een zwarte, een witte of een gevlekte soortgenoot tegenkomt. Zolang het maar een kwispelende soortgenoot is. Met enige trots kan ik zeggen dat ik het steeds minder zie. Vroeger zag ik het als collega’s een kleurtje hadden of als een voetbalelftal uit veel donkere spelers bestond. En net nu ik dat amper meer in de gaten heb, loopt Dafne Schippers de 200 meter in een wereldtijd en legt iedereen er de nadruk op dat ze blank is. Er zijn in de Zwarte Pietendiscussie vele verdachten. Ik heb al zes mogelijke daders in kaart gebracht. Het was nog maar augustus toen de discussie weer oplaaide. Ik weet niet of ik er nog zin in heb in december.

Wachtgeld voor bloggers

Jammer, ik schreef daarnet weer een stuk dat het niet verder dan concept brengt. Het bevatte info over mijn werk, en aangezien je soms niet weet hoe een koe een haas vangt besloot ik het toch maar niet te plaatsen. Straks herkent iemand het en ik had de poppen toch al aan het dansen vandaag. Werk gaat dus wel ten koste van je onafhankelijkheid als blogger en dat is een kwalijke zaak. In de politiek is het allemaal redelijk goed geregeld, al zijn de wachtgeldregelingen ook niet meer wat ze waren. Maar in elk geval, in de politiek moet je kunnen zeggen wat je wilt, zozeer zelfs dat als je iets gezegd hebt dat niet bij je partijgenoten in de smaak valt en ze je eruit willen zetten, je het dan in elk geval niet terug hoeft te nemen omdat je ineens zonder inkomen dreigt komen te zitten. Je kunt minimaal een paar jaar vooruit.

Zo zou het met bloggers ook moeten zijn. Een wachtgeldregeling. Het gaat schitterende verhalen opleveren. Ongecensureerd en rauw. Ik geloof zelfs dat in arbeidscontracten tegenwoordig al iets staat over social media, en ik heb ook een akkoord moeten geven op een gedragscode die ik moest lezen en accorderen, omdat een andere mogelijkheid er niet was. Als je niet voor een bepaalde datum op akkoord klikt, krijg je HR in je nek dus het is allemaal wat dictatoriaal. Het enige wat ik als verzetsdaad heb kunnen doen is aangeven dat ik ongelezen op akkoord heb gedrukt omdat als er geen keus is, het ook geen zin heeft om de gedragscode te lezen. Zal hen boeien, door mijn akkoord is er weer aan een zinloze procedure voldaan en de accountant, die uiteindelijk de baas is, is weer tevreden.

Vroeger waren accountants echte ambachtslieden. Kundige serieuze mensen die fraude konden opsporen en die konden hoofdrekenen. Met veertienkolommenpapier, een vulpotlood en een telmachine waren ze gewapend. Ze hadden hetzelfde respect als de Porsche-brigade van de rijkspolitie. Maar tegenwoordig zijn het zeikerds. Ze controleren niks meer maar doen aan damage control. Zetten alles dicht met procedures, en zolang ze maar niet van de lekken horen, zijn ze tevreden en geven ze de vereiste verklaring dat het allemaal klopt. Want zonder zo’n verklaring kom je als bedrijf nergens. Terwijl de goedkeurende verklaring van de accountant een formaliteit is. Het zegt niks behalve dat er in theorie is voldaan aan de vereiste procedures. En daarom, een wachtgeldregeling voor bloggers! Pas als die er is en er verschijnt geen negatieve publiciteit over je bedrijf, dan pas heb je zekerheid dat de cijfers kloppen.

De erflaters

En zo ramden we er in drie weken tien afleveringen uit de serie Band of Brothers doorheen. Na de laatste aflevering bleef ik naar de televisie staren. De interviews met de echte hoofdrolspelers, oude mannen ten tijde van de opnames -eind jaren negentig- ongeveer 80 jaar oud en nu waarschijnlijk allemaal dood, maakten diepe indruk. Ze kwamen aan het begin van elke aflevering aan het woord, maar na de laatste werden hun namen in beeld gebracht en wist je wie de oude man was die zojuist gesproken had. Ze hebben elke gebeurtenis uit de serie meegemaakt. Mede dankzij hen leven wij nu in vrede, dat weten we allemaal wel en daar wil ik zeer zeker niks aan afdoen. Maar op één of andere manier wordt hun leven verfilmd, en het mijne niet. Zij waren niet uitbundig blij nadat het Duitse leger gecapituleerd had, want voor hen betekende het afscheid van hun intense leven en van hun broeders.

Door alle ellende die zij meemaakten, door hun gezamenlijke bloedvergieten werden zij broeders voor het leven. Als ze er over praatten, deden ze dat ontroerd, en ontroerd is intens. Hun levens waren intens door de oorlog, en onze levens zijn oppervlakkig door de vrede. Of ik dan soms wil dat het oorlog is? Nee geenszins. Net als de soldaten uit Band of Brothers dat niet wilden. Maar er viel niks te willen, ze moesten het ermee doen. Maar het vechten om de bezetter te verslaan, het speculeren over het einde van de oorlog, het bevrijden van steden en het optrekken met je makkers om een doel te bereiken, dat maakte het leven intens. Sommige nieuwe soldaten die er net bij kwamen, hadden nog geen actie meegemaakt en hoopten op een confrontatie met de Duitsers. Ze kwamen wel van een koude kermis thuis en waren daarna in één klap genezen, als ze het al overleefden. Ik kan me voorstellen dat als je onder vijandelijk mortiervuur waarbij veel van je kameraden omgekomen zijn, hebt gelegen, je intenser en respectvoller leeft.

En dat deed je dan allemaal voor jouw nazaten, de feestgeneratie die het bevrijde land intussen opnieuw heeft bezet, en van weekend naar weekend feest. Dan moet je toch het gevoel hebben dat ze je nalatenschap aan het verbrassen zijn. Je hoort de oude mannen er niet over. Zij zijn blij dat ze mochten dienen tussen hun heldenvrienden en ze zijn blij voor elke heldenvriend die het heeft overleefd. Zonder blij voor zichzelf te zijn en zonder zichzelf als held te zien.