Helaas of misschien wel gelukkig gaat het al lang niet meer over de inhoud. En als het daar toch niet meer om gaat, dan wordt het verleidelijk om er ook niet meer naar te luisteren, maar alleen te letten op de gedragingen, de toonhoogte en het volume. Het leek erop dat de lijsttrekkers allemaal dezelfde instructies hadden gekregen van hun spindoctor, namelijk nee te schudden als de tegenpartij aan het woord was. Zelfs het publiek deed er aan mee. Je kon aan de shirtjes die de mensen in het publiek droegen precies zien wanneer ze nee zouden gaan schudden en wanneer ze zouden gaan klappen.
Geert Wilders was wat mij betreft glorieus winnaar van het debat als het tenminste gaat om het zichzelf verkopen. Als politiek voetbal was zouden alle partijen hem willen kopen. De man waar ik op ga stemmen komt minder goed uit zijn woorden, al weet ik nog niet helemaal of ik op de welbespraakte ‘stotteraar’ of op de vlugpratende mompelaar ga stemmen. Het maakt me ook niet zoveel uit. Ik woon in een deel van het land waar je moeilijk kunt volhouden dat het hier vol zit, en met ons eigen huis en onze twee inkomens zie ik eigenlijk helemaal niet in waarom ik me druk zou moeten maken over eigen bijdrages in de zorg of de hypotheekrenteaftrek. Ik kom zelfs tot de conclusie dat de politiek mij helemaal niet aangaat. Ik zal dus met het geven van mijn stem vooral aan anderen moeten denken. En welk onderwerp laat ik daarbij het zwaarst meetellen? Ik vind de vrijheid van webloggen heel belangrijk.
Tot slot moet er nog een woord van waardering naar André Rouvoet omdat hem de uitstraling minder leek te deren dan de inhoud, maar vooral ook om de volgende zin die hij zei tegen een hem in het nauw drijvende Ferry Mingelen: Meneer Mengele, ik probeer uw vraag te beantwoorden.