Vlak voordat ik in 2004 begon met webloggen, kreeg ik angstaanvallen. Er zat waarschijnlijk al iets niet goed in mijn hoofd, maar het werd aangewakkerd door een verhaal over “awareness” in het programma Kopspijkers. Awareness is het verschijnsel dat je onder narcose alles voelt en meekrijgt, maar dat je niet bij machte bent om het aan te geven, en dat de doktoren niks in de gaten hebben. De drie weken na dat programma ging het malen in mijn hoofd, tot het er op een vrijdagavond uitkwam en ik volledig in paniek raakte. Uiteindelijk is de apotheker ’s nachts langs geweest om kalmerende middelen te brengen. Daarna volgde een aantal keren huisartsbezoek en ben ik een tijdje onder behandeling van een psycholoog geweest. Ik besefte vanaf dat moment ook pas voor het eerst dat ik ook ooit dood zou gaan, iets waar ik daarvoor nooit over nagedacht had. Tegelijkertijd met mijn angsten voor ziekenhuizen, narcose en de dood, schaamde ik mij voor mijn angst. Ik maakte immers een punt van iets wat niet aan de orde was, terwijl dagelijks mensen serieuze operaties moeten ondergaan die voor hen de enige kans op herstel of uitstel van de dood zijn. Ik schaamde mij omdat mijn vader in zijn leven twee hele zware operaties heeft moeten ondergaan, en uiteindelijk de beslissing voor “de zachte dood” heeft moeten maken. Ik werd zowat gek als ik eraan dacht wat hij doorgemaakt had.
Gisteren ging ik nietsvermoedend naar het ziekenhuis. Ik dacht aan een kleine ingreep met een spuitje in mijn vinger op de behandelkamer van de arts. Nu was het ook een kleine operatie, maar ik moest operatieklaar worden gemaakt, d.w.z. aan het infuus, operatieschort aan en in een bed naar de OK gebracht worden. Velen van u zullen hun hand er niet voor omdraaien, maar bij mij kwam de angst terug. Er werd zelfs gesproken over narcose en een nachtje blijven, waarop ik de zuster meldde dat als ik dit geweten had, ik helemaal niet gekomen was. Bovendien had ik nergens op gerekend, en had ik ook geen nachtkleding of tandenborstel bij me. Ik snap ook wel dat het een onzinopmerking was, maar ik wilde dat de zuster duidelijk werd hoe het met mijn angsten zat. De dokter werd erbij gehaald, die uiteindelijk weer ging overleggen met de anesthesist, en er werd me verzekerd dat de operatie onder plaatselijke verdoving plaats kon vinden, waardoor ik durfde.
Om een korte operatie lang te maken: uiteindelijk is het angst voor het onbekende. Ik wist altijd zeker dat ik een martelkamer ingereden zou worden waar beulen opereerden. Iedereen snapt precies hoe hij het moet aanpakken. De anesthesist had mijn verhaal gehoord, gezegd dat hij het serieus nam maar er wel luchtig over bleef doen omdat mijn angst anders groter zou worden, de assistentes snapten al helemaal hoe ze mij konden lijmen met een vriendelijke glimlach en wat vleiende opmerkingen (oh, wat ben ik toch makkelijk te beïnvloeden) en de dokter bemoeide zich niet veel met mij, maar straalde uit dat hij wist wat hij aan het doen was. Geen injectienaald deed me zeer, zelfs niet degene waarvan ze zeiden dat het een gemene was. Het enige wat niet prettig was, was toen het block in mijn arm ging werken. Alsof je schrikdraad vastpakt, maar dat was maar even. Daarna leidde mijn arm een eigen leven en ik kon hem urenlang niet meer bewegen. Toen ik er eenmaal lag, was het eigenlijk best een rustieke ervaring. Je voelt niks, je hoort de mensen in de OK met elkaar praten als collega’s in elk ander bedrijf, en je ligt een beetje te liggen en de anesthesieassistente aan te staren. Ik kreeg zelfs het gevoel dat als ze me op dat moment onder narcose hadden gebracht, ik dat had goed gevonden. Maar als het even kan raad ik iedereen aan: blijf er gewoon bij!