We gaan het helemaal anders doen!

Ik was vanochtend voorlopig voor de laatste keer bij de fysiotherapeut en spontaan heb ik weer meer last van mijn been. Pijn kun je het nu niet echt meer noemen, maar toch loop ik weer iets moeilijker dan gisteren. Ik kwam wat aan de praat over mijn leeftijd en dat ik toch wel het gevoel had dat het beste eraf was. Dat ik bij het minste of geringste last kreeg van mijn rug en dat dat toch de leeftijd moest zijn. Dat ik nu 43 was en het wel begon te merken. Ik gaf nog net niet alle hoop op. Hij was het er niet mee eens. Hij zei dat hij nu 44 was en zich in de bloei van zijn leven voelde. Dat hij nog steeds hard de berg af skiede en dat hij zich prima voelde. Ik bekeek hem nog eens, en schatte hem toch wel bijna tien kilo lichter dan ik. Ik zei dat hij ook wel in een wat betere conditie verkeerde, maar die kreeg ik terug met de opmerking dat ik daar zelf bij was.

Hij legde me uit dat mijn rug niet perse een zwakke plek hoefde te blijven als ik maar ging lopen. Ik kreeg een technisch verhaal over drukverschillen en doorbloeding en ik geloofde hem. Ik gaf hem een hand en stapte in mijn auto. Het eerste wat ik deed was Linda bellen met de mededeling dat we het helemaal anders gingen doen. Niet dat ik haar kon bereiken, dat niet, en toen ze ’s middags terugbelde was de essentie van mijn opgewektheid alweer weg, waardoor het verhaal niet goed overkwam en ze geen idee had waar ik het nu eigenlijk over had, en ze snapte al helemaal niet waarvoor ik nu gebeld had.

Maar goed, het is dus nog niet te laat. Ik had me er eerlijk gezegd al wel bij neergelegd dat ik er voortaan een tandje af zou moeten halen. Maar dat blijkt dus niet nodig. Er kan eigenlijk makkelijk nog een tandje bij. We gaan het helemaal anders doen! Wanneer is de volgende Tour?

Geduld

Vanochtend was ik gelijk als eerste aan de beurt bij de fysiotherapeut. Hij zei al vaker dat ik meer moest gaan lopen, maar ik kon niet lopen, dus dat was gauw klaar. Vanmiddag probeerde ik het weer en ik kwam wel 100 meter ver. En dan moet ik ook nog terug. De 100 meter terug voel ik in mijn bovenbeen en in mijn scheenbeen. Ik heb de neiging om mijn broekspijp omhoog te trekken om te kijken of er geen bloedende wond op mijn scheen zit, want het voelt vochtig. Mijn bovenbeen protesteert al helemaal tegen zo’n behandeling en vindt dat ik het zelf maar uit moet zoeken. Ik ben nu drie weken en 80 meter verder. Ik vind het niet leuk meer, voor zover ik dat al vond. Het overheerst momenteel alles en ik twijfel een beetje of dit wel uit mijn rug komt. Maar volgens de fysiotherapeut was dat wel zo en was het sleutelwoord “geduld”. Geduld en lopen. Nog drie weken heeft de huisarts gezegd. Ik wens mijzelf een spoedig herstel toe in 2013. U wens ik altijd al het beste.

Lijmen

Ik ben niet zo goed met mankementen. Ik loop nu bijna twee weken te klooien met pijn in mijn been en ik weet er niet goed raad mee. Ik kan nu ook niet zomaar over iets anders bloggen, omdat dit overheerst. Het is geen pijn waarbij je het uitschreeuwt, maar ik word er ’s nachts wel wakker van en als ik een stukje loop gaat het steeds zeerder doen. Het lijkt wel uit mijn rug te komen want als ik mijn rug strek voel ik de pijn erin schieten. Aan de andere kant lijkt het wel alsof er een bloedvat afknelt, al weet ik niet hoe dat voelt. Ik word er best een beetje moedeloos van omdat het niet opschiet. Als ik zou weten dat het volgende week over zou zijn, zou ik er een stuk vrolijker onder zijn.

Vandaag is in het ziekenhuis de pin die in mijn pink zat eruit geschroefd door een vreemde dokter. Toen ik de pleister eraf haalde schrok hij en riep: “So!” Waarop ik vroeg wat er aan de hand was, maar hij deed het uitsluitend om mij aan het schrikken te maken. Hij zei dat hij ook wel eens zei: “Wie heeft dát gedaan?” Vervolgens vroeg hij of ik het zelf wilde doen, en of ik nog een laatste wens had. En dat het misschien wat pijn kon doen, en terwijl hij de pin eruit schroefde en vroeg of het ging, deelde hij mij mee dat het vanuit zijn kant fantastisch ging. Dat soort grapjes. Best wel een droogkloot voor een arts. Hoogervorst was zijn naam, dan weet u dat.

Volgens hem stond de breuk mooi recht maar mijn pink nog niet echt vind ik. Ook daarover twijfel ik of het nog goedkomt. Maar ja, aan de andere kant, ik ben 43 geworden zonder noemenswaardige schade en mag je dan klagen? Neen. Ik moet me er nu bij gaan neerleggen dat het tijdperk van mijn looks definitief voorbij is, maar ik weet nu al dat ik dat niet ga doen. Daar ben ik te onzeker voor. Net nog, Linda zei dat ze zo blij met me was en het eerste wat ik dan zeg is dat ik ook wel een soort Richard Gere ben. Twee seconden zag ik dat ze haar gezicht in de plooi probeerde te houden, maar bij het eerste oogcontact barstte ze in lachen uit. Ik lach dan wel mee, maar eigenlijk is het niet de reactie die je wilt. Maar goed, we doen het er maar weer mee. Als mijn been over is, ga ik me maar eens meer naar mijn leeftijd gedragen. Grmpff.

Het been.

Sinds vorige week woensdag is er iets mis. Het begon als ik opstond van mijn stoel, dan voelde ik een waarschuwing in mijn rug waarvan ik dacht: oppassen. De pijn in mijn rug verdween snel, maar ik kan nu niet fatsoenlijk meer lopen. Een loopje naar de brievenbus die zich 50 meter verder op bevindt heb ik halverwege opgegeven onder het motto: beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald. Echt heel veel pijn in mijn linkerbeen. Twee huisartsen en een fysiotherapheut hebben er inmiddels naar gekeken, en bij geen van allen zijn er alarmbellen gaan rinkelen. Het woord hernia is wel gevallen, maar, werd er gezegd, al is het een hernia, wat ze niet denken, dan doen ze daar praktisch nooit meer wat aan. In beweging blijven en rustig aan doen. Het duurt vier tot zes weken, tot ziens.

Oh ja, morfine, dat heb ik gekregen. Tictac volgens mij. Ik merk niks. Geen verminderde pijn, geen sufheid, niks. Nu, een week verder, is er nog geen enkele verbetering. Ik kan thuis werken, want zitten is het meest pijnloos. In volgorde van pijn is het lopen, staan, liggen, zitten, fietsen. Maar je kunt eenmaal niet de hele dag fietsen. Zelf heb ik het vermoeden dat het niet de klassieke lage rugpijn is, maar misschien wel een hernia. Maar dat baseer ik alleen op de pijn in mijn been en het feit dat er nog geen verbetering is. Hoevaak ik te horen krijg dat ik terug moet naar de dokter. Goed bedoeld, maar de de dokter ziet me na vijf dagen aankomen terwijl hij gezegd had dat het vier weken zou duren. Naar een andere arts gaan, heb ik ook te horen gekregen. Maar ik ben daar niet van. Ik heb geen enkele reden om aan te nemen dat mijn huisarts zijn vak niet verstaat en daarbij heb ik een aangeboren moeite om het beter te weten dan iemand die er voor heeft geleerd en dagelijks zijn beroep uitoefent. Maar goed, dat gold ook voor Jansen-Steur, dus helemaal waterdicht zit dat niet.

In elk geval, ik kijk het nog even aan. Als u nog adviezen of tips hebt, ook al is het naar een andere arts gaan, dan hoor ik die graag, want ik zoek altijd naar het meest gegeven advies. Ik maak er een soort gemiddelde van. Ondertussen ploeter ik voort.

Mijn eerste “operatie”

Vlak voordat ik in 2004 begon met webloggen, kreeg ik angstaanvallen. Er zat waarschijnlijk al iets niet goed in mijn hoofd, maar het werd aangewakkerd door een verhaal over “awareness” in het programma Kopspijkers. Awareness is het verschijnsel dat je onder narcose alles voelt en meekrijgt, maar dat je niet bij machte bent om het aan te geven, en dat de doktoren niks in de gaten hebben. De drie weken na dat programma ging het malen in mijn hoofd, tot het er op een vrijdagavond uitkwam en ik volledig in paniek raakte. Uiteindelijk is de apotheker ’s nachts langs geweest om kalmerende middelen te brengen. Daarna volgde een aantal keren huisartsbezoek en ben ik een tijdje onder behandeling van een psycholoog geweest. Ik besefte vanaf dat moment ook pas voor het eerst dat ik ook ooit dood zou gaan, iets waar ik daarvoor nooit over nagedacht had. Tegelijkertijd met mijn angsten voor ziekenhuizen, narcose en de dood, schaamde ik mij voor mijn angst. Ik maakte immers een punt van iets wat niet aan de orde was, terwijl dagelijks mensen serieuze operaties moeten ondergaan die voor hen de enige kans op herstel of uitstel van de dood zijn. Ik schaamde mij omdat mijn vader in zijn leven twee hele zware operaties heeft moeten ondergaan, en uiteindelijk de beslissing voor “de zachte dood” heeft moeten maken. Ik werd zowat gek als ik eraan dacht wat hij doorgemaakt had.

Gisteren ging ik nietsvermoedend naar het ziekenhuis. Ik dacht aan een kleine ingreep met een spuitje in mijn vinger op de behandelkamer van de arts. Nu was het ook een kleine operatie, maar ik moest operatieklaar worden gemaakt, d.w.z. aan het infuus, operatieschort aan en in een bed naar de OK gebracht worden. Velen van u zullen hun hand er niet voor omdraaien, maar bij mij kwam de angst terug. Er werd zelfs gesproken over narcose en een nachtje blijven, waarop ik de zuster meldde dat als ik dit geweten had, ik helemaal niet gekomen was. Bovendien had ik nergens op gerekend, en had ik ook geen nachtkleding of tandenborstel bij me. Ik snap ook wel dat het een onzinopmerking was, maar ik wilde dat de zuster duidelijk werd hoe het met mijn angsten zat. De dokter werd erbij gehaald, die uiteindelijk weer ging overleggen met de anesthesist, en er werd me verzekerd dat de operatie onder plaatselijke verdoving plaats kon vinden, waardoor ik durfde.

Om een korte operatie lang te maken: uiteindelijk is het angst voor het onbekende. Ik wist altijd zeker dat ik een martelkamer ingereden zou worden waar beulen opereerden. Iedereen snapt precies hoe hij het moet aanpakken. De anesthesist had mijn verhaal gehoord, gezegd dat hij het serieus nam maar er wel luchtig over bleef doen omdat mijn angst anders groter zou worden, de assistentes snapten al helemaal hoe ze mij konden lijmen met een vriendelijke glimlach en wat vleiende opmerkingen (oh, wat ben ik toch makkelijk te beïnvloeden) en de dokter bemoeide zich niet veel met mij, maar straalde uit dat hij wist wat hij aan het doen was. Geen injectienaald deed me zeer, zelfs niet degene waarvan ze zeiden dat het een gemene was. Het enige wat niet prettig was, was toen het block in mijn arm ging werken. Alsof je schrikdraad vastpakt, maar dat was maar even. Daarna leidde mijn arm een eigen leven en ik kon hem urenlang niet meer bewegen. Toen ik er eenmaal lag, was het eigenlijk best een rustieke ervaring. Je voelt niks, je hoort de mensen in de OK met elkaar praten als collega’s in elk ander bedrijf, en je ligt een beetje te liggen en de anesthesieassistente aan te staren. Ik kreeg zelfs het gevoel dat als ze me op dat moment onder narcose hadden gebracht, ik dat had goed gevonden. Maar als het even kan raad ik iedereen aan: blijf er gewoon bij!

Elektricien

Toen ik thuis kwam ging ik naar boven om me om te kleden en drukte op de lichtschakelaar. Er gebeurde niks. Een kapotte lamp, dat gebeurt wel vaker. Maar bij nadere inspectie deden meer lampen het niet, en ook de wasmachine en de droger stonden zonder stroom. En dat was nog niet het ergste, er was ook geen verwarming of heet water meer. Ik ging op zoek naar de oorzaak, en waar kun je beter naar een oorzaak zoeken dan in de meterkast? De kinderen assisteerden mij door elke lichtschakelaar uit te proberen en mij te melden of hij het deed of niet. In het begin is dat leuk, maar veertig schakelaars later heb je toch liever dat ze even hun mond houden. Tammar had nog het beste advies, ik moest maar even naar de buurvrouw gaan om daar stroom te halen.

Ik zocht op internet en belde een servicebedrijf. Ik moest mijn naam en nummer inspreken en dan zouden ze terugbellen. Dat irriteerde me enigszins, want ik heb slechte ervaringen met mensen die beloven terug te bellen. Maar vijf minuten later werd ik al gebeld. De elektricien vroeg me een paar dingen en zei toen dat hij langs zou komen. Een half uur later kwam er een elektricien binnen die vertrouwen uitstraalde. Een grote man met grijze krullen en slechts gewapend met een schroevendraaier en een tang. Hij testte het een en ander in de meterkast maar kon de oorzaak niet vinden. Aangezien hij echt niets anders bij zich had -hij was met zijn eigen auto in plaats van met de bedrijfsbus- belde hij een collega die hier in de wijk bleek te wonen om te vragen of die een zogenaamde tester had. De elektricien haalde de tester op, maar ook daarmee kon hij het probleem niet vinden.

Maar deze elektricien was niet voor één gat te vangen. Hij ging naar boven en schatte in waar het probleem kon zitten. Ik lichtte hem bij, en de eerste de beste lamp die hij losschroefde kwam knetterend en vonkend naar beneden. Ik hoefde hem niet eens meer te assisteren met de zaklamp. Een draad bleek finaal doorgefikt waarop hij zei dat het beter was om daar een nieuwe draad in te laten zetten. Dat leek mij ook ja. Hij wilde het wel even provisorisch repareren, en zocht zijn zakken na of hij toevallig nog een stop had. Nee, die had hij niet, dus ging hij in zijn auto zoeken. Een paar minuten later kwam hij terug met de benodigde stop. Of ik de stroom er even af wilde halen, vroeg hij. Ik deed het maar zei hem wel dat ik niet zeker wist of ik de goede groep te pakken had. Het boeide hem niet zoveel en ging aan het werk. Even later vonkte de boel weer, waarop hij droog opmerkte dat ik niet de goede groep te pakken had. Alles doet het nu weer, morgen komt hij een nieuwe draad trekken. Ik dacht vroeger dat als er zo’n stroomdraad in je huis niet meer werkte, je dan je huis kon weggooien, maar dat bleek mee te vallen.

Maar zo zie ik de elektriciens graag. Hij had natuurlijk ingeschat aan mijn gestuntel aan de telefoon dat hij alleen maar een knopje hoefde om te zetten, dus kwam hij zonder gereedschap van betekenis. Maar als een ware MacGyver klaarde hij de klus. Een man zoals een man ooit bedoeld was. Ik neem er mijn pet diep voor af.

Gevaar op de weg.

Wat veel gevaarlijker is dan met een slok op rijden, is rijden met lage rugpijn. Die rugpijn liep ik op tijdens een zogenaamd beach-event van mijn werk, waarbij er tijdens het gladiatorenspel zo hard mogelijk gemept moest worden. Het is nu voortaan kiezen of delen; of ik ga mijn buikspieren trainen, of ik beweeg me de rest van mijn leven alleen nog maar voorzichtig.

Strompelend naar de auto en je dan in de stoel laten zakken, die veel te laag staat zodat je weet dat op dat moment al op je kiezen moet bijten. Maar dan. Koppelen, remmen en gasgeven lukt alleen met veel pijn. De truuk is dan ook om de vijfde versnelling in te schakelen en daar tot aan huis niet meer uit te komen. Met al die reclamecampagnes over het nieuwe rijden moeten de medeweggebruikers zich toch ook wat vloeiender over de weg bewegen, nietwaar? Niet waar. Iedereen duikt in elk gat en iedereen staat plotseling op zijn rem. Alleen het signaleren van de remlichten voor je doet al pijn. Dan moet de voet van het gas, pijnscheut één, voet boven het rempedaal brengen, pijnscheut twee, en dan met halve kracht remmen, lange pijnscheut drie. Wat heb ik gevloekt in de auto als er vlak voor mij weer iemand de weg opdraaide waardoor ik moest remmen. De cruise-control bood iets verlichting, totdat er weer geremd moest worden.

Ik besloot de laatste 15 kilometer niet binnendoor te gaan, zoals ik altijd doe, maar om te rijden via de snelweg, om zo minder te hoeven schakelen. Niet veel later reed ik in een stilstaande file. Een auto in brand op een plek waar praktisch nooit files staan. Ik wou dat ik de binnendoorweg had genomen. Het zweet brak me uit. Daar zou de politie eens wat beter op moeten controleren, mensen met rugpijn die een auto gaan besturen.

Geef er een draai aan.

Nou, nog maar een keertje dan, over het Nederlands Elftal. Want waar heeft het volgens mij, voor 1/16 miljoenste deel coach, dan aan gelegen? Aan het ontbreken van een middenveld. Tenminste, aan spelers die daar horen te staan. De verdediging was ook erg zwak, evenals de aanval. Eigenlijk was het allemaal niks.

Echter, het hoeft ook niet allemaal negatief bekeken te worden. Want ten eerste, wat stelt zo’n EK nu helemaal voor? Het WK winnen, daar gaat het om. Daarmee krijg je de felbegeerde ster op de borst. En ten tweede, als ik even doorreken breken er over 8 jaar weer gouden tijden aan voor het Nederlands Elftal. Want in 1978 werden we ook tweede op het WK, twee jaar later werden we weggespeeld op het EK. Duitsers stonden toen met 3-0 voor, uiteindelijk werd het nog 3-2 door een van de Kerkhofjes.

Maar het was een beroerde tijd. Na 1980 duurde het tot 1988 voordat we weer mee mochten doen met een eindronde. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat we in 1984 wel mee hadden mogen doen, als Spanje Malta niet had omgekocht. Spanje won met 12-1, precies genoeg om Nederland uit het WK te houden. Je zag de verdediging van Malta destijds uit de baan van elk schot van Spanje lopen, en daarna kochten alle spelers een mooie auto.

Nog verder doorgerekend betekent dat dus dat we in 2020 Europees kampioen worden. Hoezee. Ongeveer nu staat er ergens in Nederland een nieuwe Marco van Basten op. De eerste acht jaar hoeft u uw huis niet meer oranje te versieren.

Is er iemand staande bij?

Het zijn stevige tijden die we hier ongemerkt doormaken. Linda heeft een hunka-hunka burning out, en ik studeer me een hersenkronkel, zwem in het diepe en de kant is in de verte zichtbaar. Ik kan gelukkig aardig zwemmen, maar ik zwem er niet recht op af. Ik heb ook niet meer zo heel veel inspiratie om diep over onbelangrijke dingen na te denken (logwaar), want het is momenteel overleven. Ik blijf tot nog toe kalm, maar dat de opwinding door mijn aderen stroomt kan ik ook weer niet volhouden. Ik ben moe en de situatie zat.

Ondanks alles, zichtbaar en onzichtbaar, is de thuissituatie stabiel. De kinderen merken denk ik niks, ze zijn lief en vervelend als altijd, en Linda is Linda, burnout of geen burnout. In huis is het warm en we hebben allemaal een schoon bed. Ik knijp mijn handjes maar weer eens dicht. Het gaat allemaal weer goedkomen. En anders roep ik uw hulp in.

Rolletjes

Er gaat hier iets niet helemaal goed. De voortdurende stress heeft zijn weerslag op vooral Linda die op haar laatste benen loopt. Ze geeft het voortdurend aan maar wil er tegelijkertijd niet aan omdat wij geen uitzonderingen zijn op andere gezinnen. Twee banen, twee kinderen, twee krakende ruggen, en een studie, het is gewoon veel. Sommigen zullen erom lachen, maar ik zie het in Linda’s betraande ogen. Volgende week gaat ze naar de huisarts, waarschijnlijk om het probleem weg te lachen.

Ik trek het mij aan want zij maakt mijn leven makkelijk. Niet omdat ik niet meewerk, maar omdat ik niet meedenk. Het denken en organiseren laat ik aan haar over, ook omdat zij daar altijd het initiatief toe neemt, en omdat het niet in haar aard ligt het uit handen te geven. Daar ligt het grote probleem. Het sluipt erin en voor mij is het wel makkelijk. Dus er moet iets structureel veranderen.

Morgen zou ze een verzetje hebben en zou ik met de kinderen alleen thuis zijn. Vanochtend stak mijn rug daar een stokje voor. Uit eigen beweging zegde ze het verzetje af, ik zou mij misschien wel gered hebben, maar toch ben ik blij dat ze niet gaat. Linda houdt ervan om dan flink op mij af te geven, maar in haar huidige gemoedstoestand is ze eigenlijk ook wel blij dat ze thuis blijft. We zijn best een sterk team, maar misschien moeten de rollen eens onder de loep genomen worden.

Nou, kom maar op met de goede raad.