Triljard

Ik heb een haat-liefde verhouding met lezen. Ik hield ervan, op de middelbare school ging ik het haten, en inmiddels hou ik er weer van, mits het functioneel is. Dus liever geen romans. Ik lees en leer liever tegelijk. Niet dat het iets uithaalt, want alles wat ik lees over het heelal, over onze hersenen of welk wetenschappelijk onderwerp ook, vergeet ik toch weer. De hele grote lijnen hou ik wel vast, maar die kun je ook op Wikipedia lezen. Dat scheelt enorm veel tijd die ik ook zou kunnen besteden aan een roman bijvoorbeeld. Mits je daar iets mee opschoot.

In elk geval, ik las gisteren over een triljard. Er zijn naar schatting zo’n 300 triljard sterren in het waarneembare heelal. Da’s een 3 met 23 nullen. En dat is nog niet eens zo veel, want de aarde weegt meer kilo’s dan er sterren in het heelal zijn. Ik kan me er eigenlijk niks bij voorstellen.

Vanochtend in de auto probeerde ik me voor te stellen hoeveel een miljoen nu is. Waar heb ik er ergens een miljoen van? Nergens van. Dus moest ik het op een andere manier bedenken. Als je nu op elke centimeter langs mijn route een euro zou plaatsen, dan zou je na een kilometer of 12 bij de miljoenste komen. Dat is me verdorie een eind! Geen wonder dat ik geen miljoen heb. Je praat wel eens over miljoenen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, maar dan vergeet je de details van een miljoen, namelijk de losse euro’s.

Er zijn ook berekeningen van het aantal elementaire deeltjes in het heelal. Het viel mij nog mee. Iets van een 1 met 80 nullen. En dan is er nog een snaartheorie waarbij men zegt dat één snaar zich tot een atoom verhoudt als een atoom tot ons zonnestelsel. Nou, voor mij is een atoom al ver voorbij mijn begrip. 200, da’s het hoogste getal dat ik begrijp.

Ik vind het dus razend interessant allemaal, dat heelal, maar ik begrijp er geen sikkepit van. Desalniettemin zal ik doorlezen, ook wat ik niet begrijp. In de hoop dat het een keer valt. Dat een van mijn 100 miljard neuronen het oppikt. Eigenlijk is dat een enorme kans. Lukt het de eerste niet, dan de 100 miljardste wel.

De sukkelslaap

Ik vind het al jaren de verkeerde kant uit gaan met Nederland, maar ach, wie vindt dat eigenlijk niet? Premier Rutte waarschijnlijk, als één van de weinige. Dus laten we het daar niet over hebben. Wat mij wel een beetje dwars zit is het verhaal van de Utrechtse serieverkrachter, en dan met name de manier waarop hij is gepakt. Ik vind het neigen naar valsspelen door de recherche. Want dat DNA dat tegenwoordig maar gematcht wordt, ik vind het een gevaar voor de rechtsstaat. Duizenden jaren zijn er generaties geweest die nooit van DNA hadden gehoord. En precies nu ik er ben, kan het gebruikt worden als bewijs tégen je. Ik vind dat het in een vrij land een recht is om iets verborgen te kunnen hebben. Het moet volledig je eigen keuze zijn of je iets wilt verbergen of niet. Dat houdt ons alert.

Ik begrijp dat het wat ver gaat, maar we hebben in het verleden best wel wat misdaden gehad die ons leven opleukten. Ik noem bijvoorbeeld een Heineken ontvoering. Natuurlijk, het was beroerd voor Heineken en Doderer, maar wij vonden het spannend. En we hielden er nog een mooie film aan over. Rutger Hauer heeft er goed aan verdiend. Stel nu dat er toen al DNA had bestaan. Holleeder zou allang DNA afgestaan moeten hebben wegens eerdere criminaliteit.  Op de plek van de ontvoering zou men sporen vinden, men stuurt die naar het lab, en bingo, een match. Vervolgens haalt men Holleeder op en hij vertelt dezelfde avond nog waar de heer Heineken en Doderer zitten. Klaar. Weg spanning, weg sensatie, weg film. En ga nu niet zeggen dat u er minder om geslapen heeft, want een mens slaapt alleen slecht door eigen sores.

Waarom moet je bij een fietsendiefstal al DNA afstaan? En als je weigert, wat gebeurt er dan? Is het wel zo fijn, een land zonder misdaad? Een land waar alle gevaren en gezondheidsrisico’s worden uitgebannen? Daar zit ik dus mee. We kunnen een maximumsnelheid van 20 km/u invoeren op de snelweg en we zitten jaarlijks op 0 doden. Maar ook met miljoenen geïrriteerde weggebruikers. Wat is belangrijker? Hoe hard zouden we mogen rijden? Mogen we 0 doden rijden, of 50 doden als we 50 invoeren als maximumsnelheid? Of 400 als we 100 invoeren? 700 bij 120, is dat nog acceptabel? Moeilijk, moeilijk, moeilijk.

Ik worstel ermee. Niemand wil slachtoffer worden en dat is volkomen terecht. Maar zullen we allemaal bij onze geboorte DNA afstaan aan de overheid zodat we allemaal te traceren zijn? Of is het beter dat we allemaal een chip krijgen die precies registreert waar we zijn, en als we in de buurt van een misdaad waren krijgt de politie automatisch een signaaltje. Is dat wat? Een jaarlijkse opbiecht inenting? Een slachtoffervrije samenleving waar iedereen 100 wordt? Het lijkt mij niks. Ik ben bang dat we langzaam in slaap gesukkeld worden. Een eerlijke boef zou toch een kans moeten hebben in een vrij land.

De jacht van de ijsbeer

Vanochtend stond “The Hunt” aan. Een beetje riskant met Tammar erbij, want die wil nog wel eens gaan huilen als een roofdier een prooi pakt. Vanochtend niet. Het ging over een uitgehongerde ijsbeer die in de zomer heel moeilijk aan voedsel kon komen. Op winterse ijsvlakten is het makkelijker een rob te vangen dan op smeltend ijs. Een ijsbeer deed ontzettend zijn best om ongezien een rob te naderen, wat op zich nog wel lukte, maar om dan in een verrassingsaanval uit het water te schieten, en vóór de vluchtende rob het water bereikt toe te slaan, da’s heel lastig op een ijsschots.

In een ultieme poging (hoe heet besloop in het water, maar dat werkwoord hoort hier) de ijsbeer zijn prooi, sprong op de ijsschots, de rob sloeg op de vlucht, de beer vloog er achteraan, maar de rob was al bij de rand en dook in het water. De ijsbeer leek te laat en dook er achteraan. Twintig seconden later kwam hij boven met een rob in zijn bek. Hij had hem als een wonder onder water te pakken gekregen en wij stonden te juichen. Hij kon weer een week vooruit.

De macht van de portretteerder is groot. Hij bepaalt de publieke opinie. De ijsbeer was de held. Daarom is het uitermate belangrijk dat het achtuurjournaal het nieuws brengt, en niets anders. Het is echter een nieuwsshow aan het worden met lopende presentatoren, alles om de kijker maar vast te kunnen houden. Terwijl het juist de bedoeling van de kijker zou moeten zijn om op het nieuws af te stemmen omdat hij dat belangrijk vindt, en vervolgens zijn aandacht twintig minuten op het journaal te richten.  Maar ja, gevaren schip.  Ik doet het zelf al niet eens meer. Wat is er nog echt belangrijk in het leven? Gezondheid ja. Duidelijk. Want anders word je geen honderd. Maar alles wat ik belangrijk vond, is inmiddels vakkundig weggeredeneerd door…tja, door wie eigenlijk? Wat maakt het uit of je correct kunt spellen als mensen toch wel begrijpen wat je bedoelt? Waarom moet je kunnen hoofdrekenen? Waarom zijn manieren belangrijk? Waarom moeten winkels op zondag dicht? Waarom moet je een krant hebben?

Ik heb intussen over veel dingen geen idee meer. Ik weet wel dat ik dat soort vragen vroeger nooit had. Het was nu eenmaal zo, en ik kon daar prima mee omgaan. Er werd voor mij door grote mensen bepaald wat goed was en wat slecht, en die wisten het eenmaal beter. Anders zouden ze niet groot geworden zijn.  Het heeft ook te maken met yolo. Dat was vroeger niet zo, toen was het yolt. En had je niet de druk om alles eruit te halen wat erin zat. Maar tegenwoordig wordt die kale kip gewoon geplukt alsof hij veren heeft.

Ik vind het belangrijk dat de ijsbeer de klimaatverandering overleeft. Maar waarom? Ik heb nooit een ijsbeer in het wild gezien, ik zou het verschil niet eens merken. Bovendien heb ik laatst een stuk gelezen waarin een klimatoloog stelde dat er geen enkel probleem is als de aarde een paar graden opwarmt. Weg vaste grond onder mijn voeten. Ik wil gewoon ergens van op aan kunnen. Iets wat onherroepelijk vast staat. Al is het maar omdat er niemand op het idee komt om eraan te twijfelen.

De ijsbeer is niet goed of slecht, hij heeft slechts honger en als die gestild is wil hij zich voortplanten. Dat is uitermate belangrijk om te weten. Misschien staat het wel onherroepelijk vast. Misschien.

Vooruitgang

Ik heb nog nooit geinternetbankierd. Dan heb ik over mijn privérekeningen. Dat klinkt achterlijk voor een boekhouder, en dat is het ook. Maar toen ik Linda leerde kennen deed ik mijn betalingen nog via acceptgirokaarten, en dat hadden ze nooit moeten veranderen. Kort daarna werd zij bewindvoerder en zorgde voor betalingen. Ik heb wel eens ooit het saldo bekeken, maar nog nooit een betaling uitgevoerd voor zover ik mij kan herinneren. Uiteraard wel op mijn werk, maar ik heb gewoon geen zin om mijn werk mee naar huis te nemen.

Gisteren moest er iets overgemaakt worden naar de vrienden waar we waren en Linda zei dat we toch in een ideaal tijdperk leefden. Even de app aanklikken, overmaken en klaar. Ik zei dat we dat vroeger oplosten door even je portemonnee te pakken, geld te geven, en klaar. Natuurlijk ben je dan een spelbreker. Maar het is zo waar als de snaartheorie. Eigenlijk zijn we geen zak opgeschoten met alle technologische vooruitgang van de laatste 25 jaar. Het enige wat echt handig en vernieuwend was, is het internet. We gebruiken het wel verkeerd, maar het is handig. De een facebookt, de ander weblogt prachtige stukken die niemand leest, weer een ander kijkt porno, en vaak zijn we op zoek naar kennis die we, zodra we het gevonden hebben, weer vergeten. Maar soms is het handig.

De mobiele telefoon met camera is ook vernieuwend. Overal zijn beelden van. Van jonge meisjes met blote borsten tot een onderwijzer die probeert les te geven. En het bellen in de auto vind ik handig, want ik heb een hekel aan thuis bellen. Bellen en niks doen kan ik niet. Ik wil bewegen als ik bel. Navigatie, ook nuttig, maar dat heeft me net zo vaak de verkeerde kant opgestuurd als de goede. Er zijn situaties geweest dat het me redde, maar ook dat het me enorm veel extra tijd kostte. Ik streep die tegen elkaar weg.

Verder kan ik niks verzinnen wat het leven draaglijker maakt. Ik vind de auto’s niet beter geworden, de tv niet handiger, alles met i-kanmegestolen worden, eigenlijk vind ik het een vrij irritant tijdperk. Het is dat ik niet heb op zitten letten, anders had ik het nooit zover laten komen. Dan had ik ergens ingegrepen. Maar de verandering hou je niet tegen. Sommigen ervaren het als vooruitgang, maar van vooruitgang is pas sprake als iets slecht was, en beter wordt. Vooruitgang is relatief en afhankelijk van de waarnemer, zo ontdekte Einstein. En omdat ik weinig tot geen vooruitgang signaleer de laatste 25 jaar, kan dat niet anders dan betekenen dat ik als waarnemer meebeweeg, daar waar degene die de vooruitgang signaleert, stil staat. Ik heb dit weer prachtig verwoord.

 

Gangetje.

Ik vraag mij af wat een midlifecrisis is. Of het een serieuze ziekte is, of verzonnen flauwekul. In beide gevallen zit ik er midden in, hoewel ik geen behoefte aan een motor heb, en slechts een kleine aan een snelle auto, maar die laatste behoefte bestond altijd al. De midlifecrisis uit zich in het besef dat mijn beste tijd voorbij is. Ik zal geen honderd meter meer in 13.9 kunnen lopen, mijn haar zal niet meer donker kleuren, ik heb twee hernia’s achter de rug, en mijn lijf zal geen jeugdigheid meer uitstralen. Ik haal mijn vreugde uit iets dat ik presteer en wat nog indrukwekkend genoemd mag worden, niet alleen gezien mijn leeftijd, maar omdat het indrukwekkend was.

Dat is de waarheid, en het besef dat dat de waarheid is, maakt het nog erger. Want de ondankbaarheid straalt er vanaf, en de wetenschap dat ik ondankbaar ben helpt me verder de leegte in. Het aloude gevoel van niks presteren ligt op de loer, al ben ik de hele maand oktober doorgekomen zonder depressie. Dat was vorig jaar nog anders. Nu ligt de depressie in de verte op de loer, maar ik zie hem en weet hem honderden meters voor te blijven. Ik voel mij niet slecht, maar slechts een beetje leeg. Het gaat zijn gangetje maar dat lijkt niet goed genoeg, terwijl het dat wel is. Als de draaimolen zijn gangetje draait is dat juist prima en worden alle kinderen blij. Als de trein zijn gangetje maakt, zijn alle reizigers tevreden.

Dat gangetje betekent dat de omstandigheden ideaal zijn om eens te excelleren. En van daaruit kun je weer rustig afremmen tot het weer zijn gangetje gaat. En natuurlijk kun je gewend raken aan het tempo van de draaimolen, maar zoals we weten is snelheid relatief en vooral afhankelijk van degene die waarneemt. Dus zou je van je paard stappen en een rondje lopen, dan duurt zo’n rondje net zo lang als in het geval de draaimolen stil staat. Echter, voor de waarnemer langs de kant ga je twee keer zo hard. En daar word ik volgens mij gefopt door veel mensen. Ik sta langs de kant en zie ze in een ijltempo voorbij komen.

Wereldleiders

Ik had een vreemde droom. Ik was op bezoek in het Kremlin, bij Vladimir Poetin. Vladimir sprak Russisch maar ik kon hem verstaan. Hij zei dat hij zijn invloed zou uitoefenen bij het bedrijf waar ik gesolliciteerd had om mij aan te nemen. Na mij had Vladimir nog meer belangrijk bezoek. Zijn personeel was al bezig de kamer op te ruimen en de tafel te dekken, maar Vladimir zei tegen zijn personeel dat het bezoek even moest wachten, hij was nog even met mij bezig. En eerlijk gezegd vond ik Vladimir een toffe peer.

Ik snap precies wat deze droom mij vertelde, voor wie Vladimir stond en wat dat met die baan betekende. Nu droomde ik dit gisteren, maar door een uitzonderlijk toeval had ik vannacht een afspraak met Obama. Ik meldde mij bij het witte huis noemde mijn naam en zei dat ik om 13:00 uur een afspraak had, zonder daarbij te vertellen met wie, want dat vond ik wat opschepperig klinken. Maar de receptionste wilde weten hoe ik dat voor elkaar gekregen had. Zij wist al dat mijn afspraak met de president was. Toen die kwam was hij erg veranderd. Hij was blank en dik en at een stuk taart. Ik vertelde hem dat ik ook een afspraak bij Poetin had gehad, en dat vond hij wel interssant maar hij leek het ook niet helemaal te vertrouwen. Maar daar eindigde het al. Volgens mij een soort naschok van de eerste droom, die veel realistischer was. Want dat was sprekend Poetin. Ik ben benieuwd bij wie ik vanavond op bezoek mag.

Dronken

Ik heb mezelf in de war gebracht vandaag. Ik was in de war omdat ik vasthoud aan wat ik denk en niet meega of kan met allerlei nieuwe eigenaardigheden. Ik kreeg het aan de stok met collega’s die mij halsstarrig vonden omdat ik hun nieuw verkregen inzichten niet met gejubel ontving. Zij hadden het licht gezien maar bij mij was het nog donker. Ik zag de voordelen eenmaal niet en zolang ik die niet zie ben ik niet enthousiast. Of er wel iets was van de laatste tien jaar dat ik dan wel kon waarderen, was de vraag. Ik moest hen het antwoord schuldig blijven.

Ik moest een filmpje kijken dat mij zou overtuigen. Twee mannen die zeiden dat je out of the box moet denken, ik heb het al honderden keren gehoord. Ik was wederom niet enthousiast, en men dacht dat ik het expres deed. Ik had diezelfde ochtend nog een filmpje laten zien van twee F1 coureurs in een opgevoerde kever, waarbij ik wel stond te kwijlen. Ik moest maar begrijpen dat er eenmaal verschillen waren in de dingen waar mensen enthousiast van raakten. Maar het verschil voor mij was toch duidelijk dat de out of the box jongens mij probeerden te overtuigen om mijn geld naar hun box 3 te storten, terwijl Coulthard en Button op hun beurt als kinderen zo blij waren in hun snelle Volkswagen Kever uit 1974.

Op de terugweg had ik het weer glashelder. Ik ben in een groot toneelstuk beland waar mensen de werkelijkheid niet meer van fictie kunnen onderscheiden. Alleen als ze dronken zijn kunnen ze nog helder denken. Dan hangen ze aan mijn schouder en schreeuwen ze dat ik gelijk heb. Maar als de drank is uitgewerkt en hun programmering weer in werking treedt, heb ik moeite ze te volgen. Ik was in de war gebracht omdat ik kennelijk altijd dronken ben. Zeker in de auto op weg naar huis.

Uilen.

Ziet u wel eens een uil in het wild? Ik zie ze uiterst zelden, de laatste keer is alweer een paar jaar geleden. Het grappige is wel dat als je er een ziet in het donker, je gelijk weet dat het een uil is. Hoe dat komt? Uilen zijn apart. Uilen zijn kille jagers met superkrachten. Ten eerste gaat geen enkele andere vogel ’s nachts vliegen, dus dat is al een indicatie dat je met een uil te maken hebt. En ten tweede heeft een uil een kenmerkende langzame vlucht. Hij klapwiekt minder vaak met zijn vleugels dan andere vogels. Niet alleen minder dan een kolibrie, maar ook minder dan een gans.

Zijn vleugels zijn relatief groot en bol van boven zodat de lucht sneller langs de bovenkant moet dan langs de onderkant. Dit creëert een drukverschil en opwaartse kracht voor de uil. Het basisprincipe van de vliegtuigvleugel. Daarbij heeft de uil stille veren. Geluiddempende veren welteverstaan. Hij zal zonder dat je het hoort vlak langs je heen kunnen vliegen. Een uil is een Stealth jachtbommenwerper, al ver voordat er Stealth jachtbommenwerpers waren uitgevonden.

Verder kan de uil verticaal opstijgen. Zoals een Hawker Harrier. Hij kan stil boven de grond blijven hangen op zoek naar een prooi. Zoals een Airwolf supersonische militaire helikopter. Alsof het nog niet genoeg is kan de uil in het donker zien. Niet als een kat, maar nog veel beter. Als een infrarood camera. Grote ogen en extreem gevoelige oogzenuwen zorgen dat een uil in het donker een muis op de grond ziet lopen.

Een van de mooiste supereigenschappen vind ik het gehoor van de uil. Nog in het ei hoort het uilskuiken zijn moeder al en trekt haar aandacht met een kreet. De oren van de uil bevinden zich links en rechts op verschillende hoogten zodat hij weet dat als het geluid zijn linkeroor eerder bereikte, het van beneden kwam en als het zijn rechteroor eerder bereikte, het van boven kwam. Technisch vernuft van de bovenste plank. Dan heeft hij ook nog een kop die de vorm heeft van een radiotelescoop. Ik heb me in Westerbork wel eens verbaasd over afstand waarover zo’n vorm nog geluiden opvangt. De uil kan er een muis die onder de sneeuw loopt mee lokaliseren. Dan draait hij zijn kop ook nog moeiteloos 270 graden om zijn zintuigen maximaal te benutten. Speciaal ontwikkelde bloedvaten zorgen ook dan nog voor bloedtoevoer naar de hersenen.

Als de uil deze militaire wapens allemaal heeft ingezet en zijn prooi heeft gelokaliseerd, stort hij zich met een noodgang op de ongelukkige die door de impact op zijn minst gedesoriënteerd is, maar meestal gelijk dood.

De BBC zond het allemaal uit vanavond, en ik toen ik de vorm van de kop zag en dacht aan mijn verbazing in Westerbork verloor ik mijn geloof in de evolutietheorie. Tenminste, als enige verklaring voor het ontstaan der soorten. Hoe het dan wel gegaan is, ik heb geen idee, maar het kan toch niet zo zijn dat er een duif was die trek in vlees kreeg en daarom in een uil transformeerde? En daarbij bedacht dat het misschien handig zou zijn om zijn oren op verschillende hoogten te laten groeien om zo razendsnel geluid te kunnen lokaliseren. De uil is met militaire precisie ontwikkeld, geschapen, misschien wel geëvolueerd Deo Volente, dusdanig dat hij een set unieke jachteigenschappen heeft dat geen ander beest bezit. Eén klein ontwikkelingsfoutje heeft hij maar. Hij kan niet functioneren in de regen. Stille vederen kunnen niet waterdicht zijn, luidt een oude natuurkundige wet. Regen is zijn Waterloo, zijn Kryptonite. Maar iedereen heeft een zwakke plek.
kerkuil

Wakker liggen

Ik ben langzaam een slechter mens aan het worden. Was mijn ziel vroeger begaan met het lot van de mensheid, maak ik mij tegenwoordig drukker om de blessure van Robben. Zo’n aardbeving in Nepal, het gaat vrijwel aan mij voorbij. Ik vond het zelfs ronduit irritant dat Facebook bovenaan mijn pagina met een Nepal steunactie kwam waarbij ik alleen op de knop “doneer” kon klikken en verder niks.

Waar deze verharding van mijn ziel vandaan komt, ik weet het niet. In 1986 was er Tsjernobyl, ik vond het vooral vervelend dat de wind onze kant op stond. In datzelfde jaar verongelukte de Challenger, ik vond het spectaculaire beelden, maar ik had andere dingen aan mijn hoofd, als puber van 16. Pas in 1992 was ik van slag doordat er een Boeing neerstortte in de Bijlmer. De vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, 9-11, de Koersk, dat waren rampen met impact. Latere grotere rampen deden mij steeds minder. Een Tsunami met honderdduizenden slachtoffers, een aardbeving met duizenden slachtoffers, zelfs de ramp met MH-17 hadden allemaal niet dezelfde impact als bijvoorbeeld het verhaal van een overlevende van een concentratiekamp. Zelfs een slachtoffer dat verzonnen is door een romanschrijver (de peuter uit: haar naam was Sarah) kon me meer raken. Ruben en Julian, of het jongetje dat bij mijn kinderen op school zat, die hadden meer impact op mij.

Het moet iets te maken hebben met een deel van mijn hersenen dat zich afsluit. Waarschijnlijk ter bescherming van zichzelf. Misschien omdat ze doorkregen dat het geld wat ik na een ramp doneerde mij vooral was afgetroggeld doordat Linda de Mol op de emoties ging spelen? Dat ik een aflaat had gekocht? Dat ik doorkreeg dat mevrouw de Mol zelf ook niet wakker lag van zo’n ramp? En wie lag er eigenlijk wél letterlijk wakker van?

Ik geef mijn hersenen al de schuld van mijn eigen verharde gedrag. Terwijl ik en mijn hersenen grotendeels dezelfde zijn. Ik zou het kunnen schuiven op mijn kring van invloed, maar dat is ook wat hypocriet. Alsof ik mijn kring van invloed wel ten volle benut. De harde waarheid is misschien dat ik wel een slechter mens aan het worden ben. Of op zijn minst, niet zo goed als Onze-Lieve-Heer het bedoelt. Soms werp ik deze last van mijn schouders en merk dat dat veel lekkerder loopt. Totdat er weer een ramp gebeurt als in Nepal. Dan weet ik even niet wat de bedoeling ook al weer was. Medelijden, geld geven, vrolijkheid onthouden? Of moet je eerlijk zijn naar jezelf en als je niks voelt, ook niks simuleren? Ik ga er nog eens even een nachtje over slapen. Of wakker liggen, zo u wilt.

Wat je in de toekomst nog gaat vergeten

Ik had laatst weer zo’n moment dat ik het even niet meer snapte. Want wat gebeurde er? Ik kreeg op Facebook een vriendenuitnodiging van een meisje, inmiddels vrouw, die vroeger bij mij in de klas zat op de MEAO. Ik fietste veel met haar mee, omdat zij woonde op de route die ik fietste, alleen moest ik verder. Later tijdens het examen MBA (het enige echte ouderwetse staatsexamen voor Moderne Bedrijfsadministratie, niet te verwarren met het tegenwoordige Master of Business Administration, een afschuwelijke Engelse term waarbij ik me niet kan voorstellen dat zo’n master de edele kunst van het dubbel boekhouden verstaat, maar dit terzijde) kwam ik haar weer tegen en ze reed die week met mij mee. Twee jaar terug kwam ik haar tegen bij de Chinees, en we praatten een beetje bij. En nu nodigde ze me uit en vroeg ze of ik de Mack was die vroeger bij haar in de klas zat. Pardon? Ik antwoordde dat ik dat natuurlijk was en deed er nog wat van bovengenoemde feitjes bij. Ze wist het niet meer.

Daar kan ik nu echt niet bij. Ben al wel vaker geconfronteerd met acute dementie van oud klasgenoten, maar dit? Het gaat mij er niet om dat ik kennelijk weinig indruk maakte, maar het zal mij niet gebeuren dat ik iemand uit mijn klas vergeet, en al zeker niet als ik daar veel mee opgetrokken ben. Het bracht mij tot een gedachte over het geheugen die ik eens zou moeten verifiëren bij Douwe Draaisma. Ik heb veel opgeslagen in mijn langetermijngeheugen omdat veel mensen en dingen indruk maakten. Als je niet zo snel onder de indruk bent, heb je ook geen reden om het op te slaan, omdat het je de volgende keer in een vergelijkbare situatie niet hoeft te helpen. Mij moeten al die herinneringen helpen om de volgende keer beter te kunnen reageren op eenzelfde persoon of situatie. Als ik het onder de knie heb, kan de herinnering gewist worden omdat hij niet langer nodig is.

Misschien is het wel zo dat onbezorgde mensen veel minder opslaan dan bezorgde. Eigenlijk klinkt het volkomen logisch. Het is ook sinds ik kinderen heb dat ik wel eens begin te twijfelen aan een naam van vroeger. Gewoon omdat je er lang niet meer aan gedacht heb en je blik meer op de toekomst gericht was dan naar het verleden. Ik ben benieuwd welke herinneringen ik allemaal nog ga vergeten in de toekomst. Herinneringen die niet langer nodig zijn en ik bij mezelf denk: hoe heette zij ook alweer?