Ontspanning

Door het aardedonker loop ik ’s ochtends, voordat ik naar mijn werk ga, te wandelen met de hond. Wij noemen het “het zandpad”. Ik geloof niet dat het zandpad een naam heeft, maar je kunt er met de auto over, al zie je er zelden een auto rijden. Ik ben er in het donker ook de enige die er loopt, samen met mijn hond.

Ik zie de hond niet in het donker, pas als ze op vijf meter afstand is zie ik haar gestalte op mij af komen. Ze heeft wel een halsband met een lampje, maar ik denk er niet altijd aan die om te doen. Maar wat ik laatst ontdekte was dat als ik niet midden over het zandpad tuurde, maar meer over het weiland ernaast,  ik haar zwarte gestalte al veel eerder kon zien vanuit mijn ooghoeken. Als ik vervolgens weer focuste was ze verdwenen, en keek ik er langs, dan zag ik haar weer.

Hetzelfde verschijnsel heb ik met een aantal sterren die ik altijd “de kleine beer” heb genoemd. Ik weet intussen dat ik vroeger verkeerd ben voorgelicht, en dat het steelpannetje dat ik zo noem, niet de kleine beer is. Mijn steelpannetje geeft heel weinig licht maar is altijd te zien aan een heldere sterrenhemel. Het bestaat uit zes sterren, en als je ernaar kijkt zie je het bijna niet. Kijk je ernaast, dan is het er ineens veel duidelijker.

Voor gevorderden is dezelfde truuk er ook met het gehoor. Soms als er verschillende gesprekken in een kamer te horen zijn, en je focust je er op een, dan krijg je het niet mee. Maar soms, als je je niet focust, volg je moeiteloos één gesprek en schakel je de andere geluiden uit. Als je je best doet iets te ruiken, ruik je het veel minder goed.

Wat we hier nu uit kunnen leren? Dat als we te graag willen of te veel ons best doen, het doel uit het zicht raakt. Het geldt overal. De ronde waarin je je het meeste inspande, was zelden de snelste. Soms moet je het allemaal even naar buiten laten, het niet vasthouden, en het komt naar je toe.

Het spoor bijster

Ik hoorde een stem, de stem had een bekende klank, maar ik kon hem toch niet direct thuisbrengen. Eigenlijk kon ik het wel, maar de stem zei dingen die de drager ervan niet paste. Want het was de stem van Paul Witteman, die klonk wat ouder en hij had het over het geloof. Dat het wetenschappelijk was aangetoond dat mensen die geloven, gelukkiger zijn dan zij die dat niet doen. En daar baalde hij van. Dus ging hij naar een kerk in Veenendaal, een zogenaamd refodome waar 2000 voornamelijk jonge mensen kwamen luisteren naar gospelachtige muziek. Na afloop reed hij met de pest in terug naar huis, en vroeg zich af waarom hij toch zo de pest in had? Hij kon uiteindelijk niet anders dan concluderen dat hij jaloers was op de blije mensen waar hij zojuist had bijgezeten.

Paul is inmiddels 70, zijn stem klonk bekend, maar wat hij zei was niet des Pauls. Zou hij over klassieke muziek hebben gepraat, dan zou ik het gelijk geweten hebben. Zouden ze Marcel van Dam erbij hebben gezet, zou ik het gelijk weten, maar nu hij praatte over het geloof, herkende ik zijn stem niet.

Het deed me denken aan een smaakexperiment dat ik ooit zag, waarbij ze aan Cola een gele kleurstof hadden toegevoegd en twee groepen mensen het drankje lieten proeven. Geblinddoekten en niet-geblinddoekten. De geblinddoekten hadden gelijk in de gaten dat het cola was, terwijl de niet-geblindoekten het drankje niet konden thuisbrengen.

Smaak wordt mede bepaald door het gezichtsvermogen, en stemmen worden herkend door het geheugen voor klanken en door referenties. Grote kans dat als u André van Duin een verklaring van Al Quaida hoort voorlezen, u zijn stem niet zult kunnen thuisbrengen. Of als u uw partner ineens vloeiend hoort spreken in een taal waarvan u niet wist dat hij of zij die beheerste, dan herkent u hem of haar ook niet. Vreemd, hoe onze hersenen altijd maar voor de gek gehouden kunnen worden als je één detail verandert. Zo werkt goochelen ook. “Wauw” als je de truc ziet en “ooh” als je hem snapt. Context en referenties. Als we die niet zien, zijn we het spoor bijster.

Verzet

Als de wereld steeds gekker lijkt te worden, kan dat natuurlijk ook betekenen dat het aan mij ligt. Ik maak me daar zorgen over, want ik krijg dat idee steeds meer. Zo denk ik dat ik vandaag geen goede indruk gemaakt heb bij een telefonisch gesprek over een vacature. Of ik proactief was, want dat was belangrijk. Terwijl ik helemaal niet weet wat het betekent. Ik weet alleen dat je het moet zijn tijdens sollicitaties. Net als dynamisch, dat moet je ook zijn. Terwijl ik helemaal geen zin heb om dynamisch te worden. Ik wil gewoon m’n werk goed kunnen doen.

Verder las ik dat er een aantal beroepen gingen verdwijnen maar er zouden nieuwe voor in de plaats komen. Gewone beroepen als boekhouder en verpleegkundige bestaan straks niet meer, maar dronepiloot en personal brander komen er voor terug. Tevens schijnt psycholoog een beroep te zijn waar veel vraag naar komt. Nou, dat is dus een bevestiging dat het niet aan mij ligt maar aan de wereld. Want zou ik het alleen zijn, hoefden ze niet een heel leger psychologen aan te laten rukken. Haa!

Nee, de wereld is niet gekker aan het worden. Het is de mensheid die langzaam verstrikt komt te zitten in haar eigen kapitalistische drang. Snapchat is 25 miljard waard. Pokemon Go draait recordomzetten. Het is zó ver van mijn interesse verwijderd dat ik er een beetje triest van word. Alsof ik ergens langs de weg gegeten heb van de verboden vrucht. Ineens begrijp ik veel medemensen niet meer. Ik geloof dat ik zojuist het begrip depressie heb ontleed. Het is helemaal geen lusteloosheid. Het is verzet tegen gekte.

 

Een bijna-wonder.

Ik hoop nog altijd eens een wonder mee te maken. Maakt niet uit wat, maar gewoon iets meemaken wat sceptici toch niet geloven. Laatst ervaarde ik een bijna wonder. Ik liep met mijn dochtertje en de hond door het bos en ze wilde klimmen. Want daar is het een dochter voor, die klimt graag. Nu staan er enkele goede klimbomen op de hei, dus daar wilde ze heen. We doolden over de hei, wat eigenlijk verboden is want in de rubbertegelmaatschappij zult gij zich niet buiten de paden begeven, maar goed.

We liepen van boom naar boom en kwamen langzaam terug bij het punt waar het pad was dat terugliep naar de auto, en waar een grote, omgevallen, dikke, dode boom lag. Maar de grote, omgevallen, dikke, dode boom lag er niet meer. En het pad naar de auto was ook weg. Een zekere opwinding maakte zich van mij meester. Zou ik het dan nu toch meemaken? Zou die vierde dimensie nu eindelijk door mij gevonden zijn? Zou ik deze wereld voortaan anders gaan bekijken?

Het duurde even voordat ik doorhad dat we in een andere hoek van de hei stonden dan waar ik dacht dat we stonden. Mijn richtingsgevoel had me volledig gefopt. Jammer, want ik hou wel van een wonder. Een wonder zal me vertellen dat de mens niet het laatste woord heeft, want volgens mij kan de wereld wel wat hulp van buiten gebruiken.

Heb het hart!

We zijn donor, mensen! Ik heb het op een of andere manier nooit aangedurfd om me als donor te laten registreren, daarom doet de overheid het nu maar voor me. Ik mag bezwaar maken als ik wil, maar ik vind dat bezwaarlijk. Want ja, wie ben ik dan weer om iemand die het nodig heeft een orgaan te weigeren? En als ik weiger, heb ik dan wel recht op het orgaan van een ander? Ik vind zelf van wel. Pertinent van wel. Als je eigen beslissing daar vanaf moet hangen, is het al geen eigen beslissing meer, en ik zou dat een ernstige inbreuk op de vrijheid vinden. En je creëert goede en slechte mensen,  zoals ze dat ook met rokers en niet-rokers hebben gedaan. Terwijl iedereen gelijk is. Roker of niet-roker, donor of geen donor.

Maar waar we niet erg goed over geïnformeerd schijnen te zijn, is de consequentie van orgaandonor zijn. Ik hoorde op de radio een mevrouw, verpleegster, wier man plotseling op sterven lag en in wiens organen men wel geinteresseerd was. Uiteindelijk moest de vrouw de beslissing nemen omdat haar man had aangegeven dat de nabestaanden de beslissing moesten nemen. Eerst had ze nee gezegd, toen bedenktijd gevraagd en na een paar uur kwam haar ja. Echter, door haar ja heeft ze niet goed afscheid kunnen nemen van haar man. Die nog warm -hersendood- bij haar werd weggehaald en bij wie allerlei, voor de nabestaanden vervelende testen gedaan moesten worden. En daar zat ze mee.

Op basis daarvan heeft ze voor zichzelf nee gezegd, en, gaf ze erbij aan, dan hoef ik ook geen orgaan van een ander. Sportief, dat wel. Maar ik vind niet dat iemand erop aangekeken mag worden mocht hij anders willen. Net zoals iemand die rookt gewoon gereanimeerd moet worden in het geval van een hartstilstand, als hij tenminste niet anders heeft aangegeven. Want zouden we hier mensen wel op aankijken, dan vind ik eigenlijk dat u ook bij leven een nier zou moeten afstaan. Want waarom zou u twee nieren voor uzelf willen houden, terwijl u met ééntje prima kunt leven en u iemand anders het leven kunt redden? En dat als u veel rookt, geen donorlongen zou mogen krijgen. En als u veel hardloopt, geen kunstknieën op kosten van de verzekeringsmaatschappij.

Ik zou natuurlijk nooit mijn organen mee willen nemen als een ander vecht voor zijn leven. Dan ga je er wel vanuit dat de ander een goed mens is. Dat hij geen kinderlokker is of zo. Of dat hij in het geval van een oorlog overloopt naar de vijand. Dat weet je van te voren niet. Eigenlijk zouden ze dat ook in de voorlichtingscampagne moeten meenemen. Want met de verhuftering van de samenleving wordt de kans wel steeds groter dat uw organen bij een hufter terecht komen. Maar de bedoeling van Pia Dijkstra is natuurlijk wel dat u aan een ziek kindje denkt.

Ik word dus donor. Mits de ontvanger niet fraudeert, rookt, verkeerd stemt, vreemdgaat, klaploopt, diesel rijdt, nagelbijt, onzin verkoopt of dictator wil worden. En stel nu dat mijn hart toch bij Erdogan terecht komt, dat mijn familie daar niet op aangekeken wordt.

 

Men zegt…

Men zegt dat je maar één keer leeft. Dat we zijn ontstaan uit een gaswolk en zwaartekracht. Dat we vroeger samenklonterden en zo de aarde vormden. En dat we begonnen als microben en uiteindelijk mensen zijn geworden. Dat we hier toevallig zijn en dat alles in chronologische vorm verloopt, van geboorte tot aan de dood. En na de dood, zegt men, zijn we weg, weten we niet meer, en kan niemand ons nog bereiken. Dat was het dan. We zijn hier toevallig en het dient geen enkel doel. Als de zwaartekracht ons niet gevormd had, had niemand geweten dat we er niet waren en was het heelal nu een plek waarvan niemand kon getuigen dat het er was.

Wij mensen kunnen ons afvragen waarom, alleen omdat we mensen zijn. Zou het niet verder gekomen zijn dan microben, dan zou dat zelfs niet gaan. Dan waren we gewoon. Dan had ik dit niet kunnen schrijven en niemand zou zich ooit over iets druk gemaakt hebben, want er was niemand. De aarde als eenzame planeet in een heelal dat niets om ons geeft. Jupiter, da’s de enige die om ons geeft en vangt voor ons veel klappen op. Daarom konden we uiteindelijk mensen worden, zo zegt men.

Het wordt nog erger. Uiteindelijk doven alle sterren uit en wordt het heelal één grote donkere leegte. Wij zijn er dan niet meer, alleen de leegte. Tja, en dat was het dan. In de tussentijd waren wij heel even hier, in een heel klein hoekje, om een foto te maken van wat er was. Die foto moeten we naar buiten zien te krijgen, opdat hij niet vergaat in dit heelal, waarin we hopeloos gevangen zitten. Zelfs onze gedachten, waarvan men zegt dat je ze nooit gevangen kunt zetten, weten er niet uit te komen. Het is een hopeloze en uitzichtloze situatie.

Je zou er haast gelovig van worden.

 

Determinsime

Ik kende van vroeger het begrip predestinatie, wat ik eigenlijk vertaalde met geschiftheid. Tenminste, de ernstigste vormen ervan, waarin gesteld wordt dat het niet uitmaakt wat je doet, want God heeft het toch al bepaald. Eigenlijk is je vrije wil je afgenomen en kun je doen wat je wilt, het staat toch al vast of je uitverkoren bent of niet. Ik haalde mijn schouders op en probeerde ondertussen uit de buurt te blijven van de waanzinnige die mij dit leerde.

Onlangs keek ik Stephen Hawking, toch bepaald niet iemand die je de term geschift zou opplakken, en die beweerde exact hetzelfde. Of eigenlijk beweerde hij het niet, hij vroeg zich af of mensen wel een vrije wil hebben. Niet omdat de Franse wiskundige en astronoom Laplace daaraan twijfelden, maar omdat hersenscans hadden laten zien dat voordat het bewustzijn een keuze maakt, die keuze in het onderbewustzijn al is gemaakt.

Om gek van te worden. Eerst blijkt de godsdienstwaanzinnige misschien gelijk te hebben, vervolgens lijkt Hawking zijn gezonde verstand te verliezen en tenslotte moet ik mijn onderbewustzijn nu constant in de maling nemen. Want er komt een t-splitsing aan en ik weet nog niet of ik links of rechts ga. Ik beslis links, maar omdat mijn onderbewuste dit kennelijk al voor mij beslist had, ga ik toch snel rechts. Mijn onderbewuste is ook niet gek natuurlijk, en had deze draai al voorzien, waardoor ik toch weer linksaf ga. En zo ga ik door tot ik het zelf niet meer kan volgen. Je kunt er niet aan ontkomen. Een zwart gat.

En toch, Herman, u weet wel, diegene wiens leven nu al was bepaald, en van wiens jongensdromen alleen het oud worden was gehaald, die Herman lukte het. Die was ineens los van alles en nam voorzichtig een beslissing die nog niet van te voren vast lag. Welke, dat weten we niet precies, omdat het lied dat niet vertelt. En zolang we dat niet weten, kon hij nog elke beslissing nemen en rekent hij af met de geleerde en de religieuze.

De hogere macht genaamd toeval

Mijn gedachten waren vanmiddag waarschijnlijk kortstondig op hol geslagen, vandaar dat ik geen idee meer heb hoe ik erbij kwam. Misschien had het te maken met een muziekquiz die ik afgelopen maand op internet deed, maar ik moest denken aan een tekst die ik ooit schreef op de melodie van Feliz Navidad. Het was een grappig bedoelde tekst, die precies liep op die melodie. Ik weet niet eens wat ik met die gedachte wilde, waarschijnlijk een nieuw soort quiz beginnen waarbij de nieuwe tekst door middel van rijm en metrum maar op één lied naadloos zou passen.

Nou ja, vergeet dit verder maar, deze gedachte duurde waarschijnlijk ook maar twee seconden eer hij weer uit mijn hoofd verdween. En ik zou hier ook niet meer aan gedacht hebben ware het niet dat bij mijn Topberichten & Pagina’s -dat zijn de logjes die hier het meest gelezen worden- ineens een logje verscheen dat ‘tekstschrijver’ heet. Toen ik erop klikte kwam die betreffende tekst te voorschijn die zou moeten lopen op Feliz Navidad. Twaalf jaar later ben ik niet van mening dat het zo goed loopt als destijds, maar daar gaat het niet om. Het gaat even om de toevalligheid.

Is toeval een samenloop van onvoorspelbare gebeurtenissen die verband met elkaar houden? Als ik alleen de gedachte had gehad, en het logje was niet tevoorschijn gekomen onder de topberichten, dan was de gedachte verdwenen in het niet. Als ik die gedachte niet had gehad, en het bericht was wel opgekomen, dan zou me niks opgevallen zijn. Maar nu die twee zeldzame gebeurtenissen op één dag plaatsvonden, dacht ik aan toeval. Maar eigenlijk niet. Toeval is een verklaring die ik mezelf heb aangeleerd teneinde niet steeds voor idioot te worden aangezien. Maar mijn eerste gedachte is juist altijd dat het geen toeval kan zijn. Mijn eerste gedachte is dat ik aan die tekst van twaalf jaar terug dacht doordat iemand op dat moment dat logje zat te lezen. Maar dat kan natuurlijk niet, want dat zou een wetenschappelijk onverklaarbaar fenomeen zijn, en daar kun je lacherig over doen, zoals ik nu, of je kunt het serieus nemen en voor idioot doorgaan. Nee, dan geef ik liever de hogere macht van het toeval de schuld. Dan hoef ik er verder niet over na te denken.

Onvolledig

Ineens was ik gefascineerd door de onvolledigheidstelling van Kurt Gödel. Dat kun je soms hebben. Ik hem wel twintig keer opnieuw gelezen voordat ik hem snapte. Bleek ik ook slechts nog de vereenvoudigde versie te hebben. Ik pakte er een artikel van de UVA bij en dacht dat wel even te kraken. Geen kans. Wiskunde is van een totaal andere orde dan alle andere vakken. Natuurkunde? Simpel. Economie? Eitje. Duits? Niet te doen.

De onvolledigheidsstelling van Gödel is een stelling waarmee je kunt aantonen dat een computer, hoe geavanceerd ook, bepaalde logische stellingen die een mens kan beredeneren, nooit zal kunnen toetsen op waar of onwaar. In taal omgezet (want taal begrijpen wij bloggers) luidt de stelling: deze bewering valt niet te bewijzen. Een computer gaat daar nooit uitkomen en loopt vast in een oneindige reeks van logische afwegingen, maar een mens kan denken: hmmm…als die bewering niet waar is, dan valt de bewering dus wel te bewijzen, waardoor de stelling ineens waar wordt. We hebben hem immers net bewezen. Maar dat kan niet, want we hebben juist gesteld dat de bewering onwaar was. Dus als dat niet kan, moet de bewering waar zijn, en valt hij dus niet te bewijzen. Dus niet alles wat waar is, valt te bewijzen.

Natuurlijk, als ik het uitleg klinkt het ineens alsof elke wiskundige koekoek is, maar in het geval van Gödel was dat niet zo. De rest van de wereld was wel koekoek, maar hij niet. De man werkte samen met Einstein, en eerlijk gezegd snap ik beter waar Einstein het over heeft (of denk dat) dan Gödel. Gödel heeft zelfs wiskundig het bestaan van God aangetoond, alleen heeft hij dat nooit durven publiceren. Gödel is door verhongering aan zijn eind gekomen omdat hij dacht dat zijn eten vergiftigd werd. Het zou mij niet verbazen als hij die stelling ook had bewezen.

Einstein stelde in 1940 al niet meer zoveel voor. Natuurlijk, zijn werk is nog steeds van onschatbare waarde, alleen wat hij tegen die tijd deed, niet meer. Hij gaf ook zelf toe dat hij alleen nog naar Princeton kwam voor zijn wandelingetjes met Gödel. Eergisteren had ik nog nooit van de man gehoord. Nu schrijf ik een stukje over hem alsof ik hem al jaren ken.

godel

Evolutieleer.

Ik ben een boek aan het lezen over de evolutietheorie. Nou, laat dat theorie maar weg, volgens de schrijver is er geen theorie zo nauwkeurig als de evolutietheorie. Eigenlijk ben je een enorme dombo als je niet in de evolutietheorie gelooft, daar komt het op neer. Met het woord geloven doe je de voorstanders van de theorie al geweld aan. Eigenlijk moet je zeggen, zo is het en anders niet!

Nu ben ik daar niet zo van, van theorieën die als absolute waarheid verkondigd worden, maar dat levende wezens evolueren lijkt mij duidelijk. Ik leg de theorie even kort uit. We hadden de onverklaarbare start van ons heelal in de vorm van de oerknal. Daarbij ontstonden deeltjes. Na verloop van tijd klonterden die deeltjes samen en creëerden met behulp van de vier universele krachten, sterren en planeten en uiteindelijk leven. Hoe dit precies ging, wordt in het boek uitgelegd, en valt in grote lijnen wel te begrijpen. Alleen hoe de oerknal ontstond, en hoe dode atomen langzaam leven konden vormen, daar zitten wat pijnpuntjes.

Mijn grootste bezwaar is het gemak waarmee alles om ons heen verklaard wordt. Zien wij een vlieg met vleugels, dan had deze een evolutionair voordeel boven de vlieg met zwemvliezen, en daarom is de vlieg met zwemvliezen uitgestorven en de vlieg met vleugels niet. Een voordeel dat de evolutiewetenschap heeft is dat het eigenlijk altijd klopt. Het ging immers niet van vader op zoon, maar er waren miljarden jaren de tijd waarin alle scenario’s naar hartenlust de tijd hadden om uiteindelijk alles te maken wat we nu om ons heen zien. Al het leven ontstond uit de eencellige. Het is zoals het is.

Het mooiste voorbeeld dat de schrijver gaf, vond ik wel de theorie van het evolutionaire vreemdgaan. Vreemdgaan van de partner is voor een man veel erger dan voor een vrouw. Gaat een vrouw namelijk vreemd, dan zou het kunnen gebeuren dat de man niet zijn eigen kinderen opvoedt, en dus zijn eigen genen niet doorgeeft. Terwijl als een man vreemdgaat, hij alleen maar meer nakomelingen op de wereld zet, en dit voor hem een enorm voordeel is. Een man vindt het erg als een vrouw seksueel vreemdgaat om bovengenoemde reden, terwijl het voor een vrouw weer veel erger is als haar partner verliefd wordt op een ander, want dat zou de opvoeding van hun kinderen in gevaar kunnen brengen. En als ik het heb over erger, dan bedoel ik dat dit ergens in onze hersenen zit geprogrammeerd en wij hier onbewust naar handelen.

Mijn vrouw houdt nauwlettend in de gaten of ik niet verliefd wordt op een ander zodat ik mijn kroost ga verwaarlozen. Of ik ergens anders nog kroost heb dat ik niet verzorg, zal haar, evolutietechnisch gezien, een biet wezen. Terwijl mij het weer niet boeit of ze verliefd wordt op een andere man. Zolang ze het maar niet met hem doet. Want dan loop ik straks verkeerde genen groot te brengen. Ik probeer altijd de uiterlijke en innerlijke overeenkomsten tussen mijn kinderen en mij te spotten. Zodat ik weet dat het klopt. Mijn vrouw zegt het ook iets te vaak naar mijn zin, dat ze zoveel op me lijken. Alsof ze me vertrouwen wil geven. Één op de tien kinderen schijnt niet van man te zijn die denkt dat hij de vader is. Dat moet u eens bedenken als u van plan bent uw stamboom uit te pluizen.