I.p.v. gezwam over een allochtonenbos lijkt het mij nou wel een goed idee om eens een echt bos aan te leggen waar je nog kunt verdwalen. Dus ter grootte van de randstad, wat misschien ook een geschikte plaats is, zonder wegwijzers of wegen. Aan de rand van het bos staan dan enkele boerderijen en achter de weilanden begint het Barre Bos. En daar moeten dan wolven en lynxen worden losgelaten. Het moet een gevaarlijke plaats worden waar je na zonsondergang niet meer wilt komen. Een bos waar weer ouderwetse sagen over ontstaan, mensen die daar dwaallichten hebben gezien en zeggen dat het er niet pluis is. Zo'n plek waar je je overdag al maar matig op je gemak voelt, en waar je uit wilt zijn voor het donker wordt. Dat bos moet uiteraard wel de kortste weg ergens naar toe zijn anders zou iedereen het vermijden. Struikrover wordt dan weer een gerespecteerd beroep, en de handelswaar van de koopman is er niet veilig. Als de naam van het bos valt, lopen de koude rillingen je over de rug.
's Nachts schijnt de maan spookachtig door dorre takken, dode boomstronken lijken schimmige figuren, zo'n bos waar je verlamt raakt van angst, waar je je hart in je keel voelt, en je ieder moment een vreemde hand op je schouder verwacht . Zo'n bos waar al tientallen zijn verdwaald en nooit meer teruggevonden.
Groepjes kinderen jagen elkaar angst aan, en altijd ééntje die zegt er wel in te durven. En juist die éne is op een dag spoorloos verdwenen.
Respect voor de natuur krijgt dan weer een heel andere betekenis.
Ja, dat lijkt mij nou wel wat hebben.