Verborgen leed.

Mijn oma (1917) komt zo langzamerhand op het punt dat ze naar een verzorgingshuis moet. En dat wil ze niet. Het is een van de laatste angsten in haar leven, maar ook dat blijft je niet bespaard. Wij nemen hier in het Westen eenmaal geen ouders in ons huis op terwijl dat vroeger toch een van de belangrijkste redenen was om veel kinderen te krijgen. Het Westerse leven is er niet op ingericht, en daarom moet je aan het einde van je leven nog een vernedering doorstaan. Ik heb wel met haar te doen. Linda was gisteren bij haar op bezoek en zij merkte net als ik dat ze dingen meerdere keren vertelt. Soms vijf keer in een half uur. Terwijl zij toch altijd bekend stond als iemand met een uitzonderlijk goed geheugen.

Het lijkt mij ook drama, een verzorgingshuis als je oud bent. Het lijkt mij sowieso een drama om oud en afhankelijk te zijn. Afhankelijk van bezoek, van de verpleegster, van alles. Ik kan me in de verste verte niet voorstellen dat ik straks samen met u in een bejaardenhuis zit, en dat we liedjes zingen in de gemeenschappelijke ruimte. “Kom op meneer Mack, zing eens gezellig met ons mee!” Dat blijft je in elk geval bespaard als je op jonge leeftijd overlijdt, maar een echt alternatief is het niet. Vaak denk ik er over na hoe onomkeerbaar het proces is. Op een gegeven moment kun je niet anders dan constateren dat je stokoud bent en dat je in de extra tijd zit. Dat lijkt mij heel vreemd. Een hoofd vol ervaring en herinneringen aan dingen waar je nooit meer naar terug kunt. Mijn oma is de laatste nog levende van al haar broers en zussen. Ook dat is iets wat ik niet kan bevatten. Maar misschien werkt het anders in je hoofd als je oud bent. Het zal haast wel, want ook iedereen die oud wordt gaat zemelen, ongeacht hoevaak men zich in zijn of haar jeugd heeft voorgenomen niet te gaan zemelen.

Mijn andere oma, die in 1997 overleed, sleet de laatste vijf jaar van haar leven in een bejaarden/verzorgingshuis. Wij kwamen ’s zondags op bezoek en we zwaaiden nog een keer als we weer weggingen en langs haar raam reden. Altijd huilde ze als we kwamen en weggingen. Weer een week wegkwijnend in eenzaamheid. Eigenlijk is het een grote massale mishandeling van bejaarden, wat er hier in de beschaafde wereld gebeurt. En oh wee als je niet meezingt.

De stoelendans.

Ik heb het niet, het opeisvermogen. Het komt mij hoogst onbekend voor. Mooie dingen komen vrijwillig en als je ze moet opeisen dan verdwijnt het vermogen om ervan te genieten. Ik vind het heel raar dat in onze hoofdstad mensen plekken opeisen om hun troep te verkopen. Nog veel raarder vind ik het dat het verkopen ze ook daadwerkelijk lukt. Maar in eerste instantie vind ik het raar dat stukken openbare weg al dagen van te voren worden opgeeist. Ik vraag me af wat de eiser eraan denkt te gaan doen als iemand anders daar een kleed neerlegt om zijn afval te verkopen.

Ik heb het ook bij de Donalds, als ik een plek bezet moet houden. Ik doe het vanwege Linda, maar ik ben in mijn hoofd aan het zoeken naar het wetsartikel dat mij het recht geeft acht stoelen bezet te houden als ik er alleen zit. En wat ik er aan denk te gaan doen als een tokkie zonder nek – er komen voornamelijk tokkies zonder nek bij de Donalds- mij kwaad aankijkt als ik zeg dat de stoel al bezet is, en hem vervolgens gewoon meeneemt? Kijk, bij een kinderstoel voor Tammar zou het me nog lukken, dan moet ik immers opkomen voor mijn kind, en daar is geen wetsartikel voor nodig. Dat begrijpt iedereen.

Het begon al met stoelendansen op de kleuterschool. Een naar spel. Een stiekem spel ook. Een spel waarbij het eigenbelang hoogtij viert. En de valse opluchting die je voelde omdat het je gelukt was een stoel in te kwartieren, terwijl een ander kind teleurgesteld moest afdruipen. Badhanddoeken, ligstoelen en Duitsers. Dat zijn de perfecte ingrediënten om je zelf te harden in het spel dat dagelijks leven heet. Je moet er een beetje schaamteloos voor zijn. Misschien is je waardigheid niet zo belangrijk voor je.

Vanochtend hoorde ik dat er een patroon ontdekt was in de schadeverzekeringsclaims. Op het moment dat er een nieuwe versie van een I-… op de markt komt, verliezen of beschadigen ineens opvallend veel mensen hun oude. Ik wed dat die vroeger altijd de stoelendans wonnen.

Raadplicht.

Gisteren was er een minuutje waarin ik even zat na te denken over het waarom van mijn weblog. En ik wist precies het antwoord. Het is een uiting van mijn enige vorm van creativiteit, en creativiteit moet eruit. Dat moet je niet opkroppen. Kijk maar naar degenen die wel heel goed zijn in webloggen, maar het desondanks nooit hebben gedaan. Dat zijn echt levensgevaarlijke individuen. Ik noem een Adolf Hitler, een Idi Amin, een Pol Pot, om maar even het maatschappelijk belang van webloggen aan te tonen.

Er is echter wel een probleem. En dat is het geheugen. Nou, eigenlijk niet het geheugen want dat is prima in orde. Het geheugen heeft maar één functie en dat is het opslaan van gegevens. En daar is niks mis mee. Het gaat om het kunnen raadplegen van het geheugen. Daar schort het aan. Want als iemand je herinnert aan iets dat je vergeten bent, blijkt dat je het helemaal niet vergeten bent, want je weet het immers weer. Nou ja, ik dool een beetje in het rond. Maar een poosje geleden deed zich werkelijk een uitgelezen mogelijkheid voor tot het maken van een briljante grap. Ik dacht letterlijk op dat moment: ik maak de grap niet, ik bewaar hem voor op mijn weblog. Dat weet ik nog. Maar ik kan niet meer op de grap komen. Jammer. Gisteren, aan het einde van mijn minuutje schoot mij een prachtig onderwerp voor een logje te binnen. Ik dacht nog: deze keer onthoud ik het. Toen viel ik in slaap en de volgende ochtend was het weg. Goed, het zit nog wel ergens in mijn hoofd natuurlijk, net als de grap en dan ga ik er even vanuit dat het hoofd de plek is waar het geheugen zich bevindt. En dat is vrijwel zeker want mensen zonder hoofd weten zich zelden iets te herinneren. Maar het raadplegen van het onderwerp, dat is dus nu het probleem. Om die reden en om geen andere verzaak ik dus vanavond de blogplicht. (artikel 4, lid 1, onderdeel b, blogwet 2011)

Ha!

Tijdens het bestuderen van belastingwetten blijft ook het hersendeel dat verantwoordelijk is voor het doorgronden van natuurwetten actief. Daar kwam ik vanavond achter. U heeft misschien wel eens gehoord, of hier gelezen dat een natuurkundige wet slechts geldt zolang het tegendeel niet bewezen is? Dus, de zwaartekracht trekt aan de tennisbal zolang overal proefondervindelijk wordt vastgesteld dat de bal in de richting van de aarde valt? Zolang de tennisbal nu maar aan die wet gehoorzaamt blijft de wet in stand. Zou ergens op de wereld ook maar één tennisbal omhoog vallen, kan de wet worden geschrapt. Nou, zo ontdekte ik vanavond een natuurkundige wet die uit de boeken kan. En dat is het verhaal dat de afgelegde afstand het produkt is van de snelheid en de verstreken tijd. Ter verduidelijking: een half uur met een snelheid van 200 km/u rijden levert een afstand op van 100 km. Dus 100 km = 200km/u maal 0,5 uur. Maar nu komt het: als ik precies een uur lang met 100 km/u rij, heb ik 100 km afgelegd. Hoe kom ik aan deze berekening? 100 km =100km/u gedeeld door 1 uur. Ha!

Hits

Ik ben een boekje aan het lezen van Martin Bril, die onder de vleugelen des Heeren rust, over zijn grote passie Napoleon. Hoe iemand een passie ontwikkelt voor Napoleon weet ik niet, maar hij ging daarin ver. Zo reed hij over wegen die Napoleon ook bereden moest hebben en bezocht hij de slagvelden waarop Napoleon streed, om vervolgens tot de ontdekking te komen dat een historisch slagveld tegenwoordig gewoon een weiland kan zijn. Napoleon interesseert mij niet zo, maar desondanks is het een leuk boekje om te lezen. En dat kenmerkt het schrijftalent van Martin Bril.

Ondanks zijn grondige onderzoek betrapte ik hem op een misser. Volgens Martin won Napoleon op Google de strijd met Jezus van Nazareth en Elvis Presley, ook niet de eersten de besten. En wel als het ging om het aantal zoekresultaten. Nou, dat geloofde ik natuurlijk niet en ik checkte. Oké, wat betreft Jezus klopte het, maar Elvis Presley, laat me niet lachen. Ja, Martin had het over 32 miljoen hits, tegen 69 miljoen voor Napoleon, maar dat is alleen als je op Elvis Presley zoekt. Als je op Napoleon Bonaparte zoekt, krijg je vier miljoen resultaten. En op alleen Elvis, 90 miljoen. Kijk. Ik bedoel maar. Eventueel trek ik er daar nog 100.000 van af omdat die naar naamgenoten verwijzen, maar dan nog, een gigantisch verschil.

Gedurende het schrijven van dit logje kwam ik erachter dat Madonna en vooral Michael Jackson, Elvis nog ruimschoots verslaan, maar goed, voor iemand van voor het internettijdperk is het heel netjes. Maar goed, wat zegt dat allemaal? Ik zie net dat Justin Bieber, Michael Jackson weer ruimschoots verslaat. Wie zeg je? Justin Bieber. 226 miljoen hits. Nou ja, geen hits, maar zoekresulaten. Wie of wat heeft er eigenlijk de meeste zoekresultaten op Google?

Imitatiedrang

Vroeger, als ik een ‘Kung Fu film had gezien, ging ik daarna oefenen op mijn broertje. Niet dat u denkt dat dat oneerlijk was, want hij was en is groter dan ik. Over het algemeen resulteerde dat in een voornamelijk verbale Bruce Lee imitatie en wat hoge trappen waardoor je hopeloos uit balans raakte. Tevens veroorzaakte de overmoed een pijnlijke rechterhand als gevolg van het doormidden willen slaan van het voorwerp dat het dichtst in de buurt was, en wat daarvoor het meest in aanmerking kwam. Een houten bureau bijvoorbeeld.

Nu trad die imitatiedrang wel vaker op. Na Miami Vice maakte ik mijn haar nat en kamde het achterover of ik ging schor en met weinig woorden praten, net als Castillo. Soms praatte ik tegen een denkbeeldige krokodil die Elvis heette. Ook na de overigens geweldige serie ‘The Master’ zocht ik manieren om mij als een Ninja te verkleden en te verplaatsen. Ik was duidelijk zoekende.

Gisterenavond zat ik promotiefilmpjes van anti-terreureenheden van het Korps commandotroepen te bekijken. Daarna liep ik de tuin in en sloop ik geluidloos naar het hek, op zoek naar een eventuele vijand. Ik communiceerde via hersengolven met Bob, onze rode kater die zich afvroeg wat ik aan het doen was. Hij deed mee, want hij sloop geluidloos achter mij aan. Toen hij bij het hek was aangekomen, zette hij zich af en met één soepele sprong stond hij boven op het hek. Ik zag zijn gestalte zich nog eenmaal naar mij omdraaien. Hij ging op nachtpatrouille, ik ging naar bed.

Malasaus.

Bij het wokken vraagt de wokker altijd welke saus je wilt. Het is dan kiezen uit wat er op het bord staat geschreven. Zoetzuur, oester, kerrie, zwarte peper, rode curry, knoflook en malasaus. Achter die laatste saus hadden ze vier banaantjes getekend, daar waar er bij de andere minder stonden. En omdat ik van bananen hou zei ik: “de malasaus.” De wokker zei lachend: “de malasaus,” en ging aan de gang met mijn wokwaar op een vlam waarvan ik vermoedde dat die rechtstreeks was aangesloten op het gasveld van Slochteren. “Eetsmakelijk,” zei hij en ik liep met mijn bordje terug naar de tafel. Moeder Maria, was ik maar nooit geboren! De bananen bleken helemaal geen bananen maar rode pepers. (dat wist ik wel, maar even voor het verhaal.) Die malasaus schroeit je palatum uit je bek. Blussen met bier werkt niet. Lijdzaam moet je je lot ondergaan totdat het gif een kwartier later is uitgewerkt. En waarom? Gewoon om even te proberen of je tegen hete saus kunt. Ik leef nog, dus ik kan het. Maar het maakt geen bal uit wat je eet hoor, met die saus. Als is het een paardenvijg, dat proef je toch niet.

Wat vindt u?

Bent u ook zo iemand die het geen zak interesseert wat een ander van u vindt? Ik vind dat juist reuze interessant. De vraag is of u zich er anders van moet gaan voelen als iemand iets van u vindt. Beter of slechter, dat maakt niet uit. Uiteindelijk is het maar een mening van iemand die niks meer of minder is dan uzelf. Toch vind ik het belangrijk wat sommigen van mij vinden. Ik laat alleen nooit merken wie dat dan zijn. Nou ja, mijn baas en Linda, waarbij ik expliciet vermeld dat dat twee verschillende personen zijn, zijn er natuurlijk wel twee van wie ik het vrij belangrijk vind wat ze van me vinden. Maar over het algemeen blijf ik redelijk mezelf. Tenzij ik mezelf niet meer ben, dan niet. Nou ja, eigenlijk is het ook een onderwerp waar u zich als weblogger, en dus waarschijnlijk niet tot het meest domme deel van de mensheid behorend individu, allang niet meer druk over maakt. Dat is meer iets voor giechelende secretaresses, om je daar druk over te maken. Best jammer, want ik heb mijn mening over u gegeven in mijn linklijst. Maar trekt u het zich niet aan. Als u het al leest.

Het zal mijn tijd wel duren…

In de eerste Golfoorlog viel het mij steeds op dat Irak en Amerika elkaar tegenspraken als het om feiten ging. Amerika rapporteerde dan de vernietiging van militaire doelen en claimde dat de slachtoffers die gevallen waren allen vijandelijke soldaten waren. Irak daarentegen, claimde dat het was getroffen door een laffe Amerikaanse raketaanval, dat er voornamelijk ziekenhuizen waren vernietigd en dat er honderden onschuldige burgerslachtoffers waren gevallen. Twintig jaar later gaat het in Libië nog net zo. Ontkenning is de te volgen strategie. Ik, ervaren inwoner van het Koninkrijk der Nederlanden, erger me eraan dat ik niet serieus word genomen als journaalkijker. Alsof zo’n Libische Said Al-Sahaf denkt dat iemand zijn berichtgeving nog serieus neemt. Het zijn ook net managers hè, altijd de zaken anders voorstellen dan ze zijn. Er zijn twee beroepsgroepen waarvan niemand de uitspraken serieus neemt; managers en persvoorlichters. Nou, misschien zijn er wel meer. Eigenlijk is alleen de koningin nog te vertrouwen. Trouwens, wat maak ik me druk over Libië? Syrië komt er al weer aan. Veel interessanter, want die opstand zijn we nog niet moe.

Wat is eigenlijk het belang van het nieuws? Er wordt een verkeerde voorstelling van zaken gegeven en zodra men een onderwerp zat is, moet er iets anders gebeuren. Wat dat betreft ben ik best jaloers op mensen met idealen, zoals Jolande Sap. Die wil van Rutte de verzekering dat Afghaanse politieagenten niet zes maar acht weken worden opgeleid, en dat ze niet ingezet zullen worden voor gevechtstaken, en dat ze niet zullen overlopen naar de Taliban. En Rutte verzekert dat. Terwijl die Afghaanse agenten nu allemaal denken: “در صورتیکه عبارت مورد نظر شما پیدا نشود، می توانید خودتان آنرا به لغتنامه اضافه کنید یا درخواست افزودن معنی برای آن را بدهید” Want ja, die hebben nog nooit van Rutte of Jolande Sap gehoord, dus trekken ze hun eigen plan.