De wet van naam en faam.

Kent u Alain Delon? De mooiste jongen van Frankrijk bij wie vergeleken Brad Pitt en George Clooney lelijke eendjes zijn? Ik niet. Tenminste, ik kende hem heel lang niet. Ik kende hem uitsluitend van naam, maar de naam was genoeg om te weten dat we hier te maken hadden met een serieuze femme-tueur. Spreek de naam eens even op uw gemak uit. Alain Delon. Mooi hè? Word je geboren met zo’n naam, krijg je ook nog bijbehorende regardes.

In Nederland heb je niet van die mooie namen. Laat staan kijks. Driekus Wortelboer zou nooit een befaamd internationaal filmster kunnen worden. Rutger Hauer wel, maar die heeft een Duitse naam. Tjibbe Veenstra, die weer niet, maar dat komt omdat die beter kan fierljeppen dan acteren. René Froger, ik mag hopen dat dat geen artiestennaam is, komt met deze naam ook nooit verder dan de landsgrenzen.
In Duitsland, daar heb je pas mooie namen. Wat dacht u van Jens Weißflog? Of Karl-Heinz Rummenigge? Of de mooiste van allemaal, Uwe Jens Mey! Met zulke namen zou je daar makkelijk een beroemd sporter kunnen worden.

In Engeland is je naam automatisch goed. Allan McNish. John Lennon. Angus Young. Daar hoeft je uiterlijk zich niet eens aan je naam aan te passen, beroemd word je toch wel. De mooiste namen komen echter uit Italië en Brazilië. Luca Cadalora. Valentino Rossi. Romario de Souza Faria. Jezus van Nazareth. Maar ook Spanje kent schitterende namen, zoals Luis Enrique, Emilio Butragueño en Johan Cruijff, in het Catalaans uitgesproken als El Salvador.

Kortom, wat ik wil zeggen is dat kennelijk de naam waarmee u geboren wordt, bepalend is voor uw latere internationale doorbraak als beroemdheid. Deze wetmatigheid wordt door mij gedefinieerd in de drie faamwetten van Mack: I. Naarmate de geboortenaam van een persoon beter in het gehoor ligt, nemen zijn kansen om faam te vergaren toe. II Naarmate het aantal keren dat een geboortenaam vaker voorkomt, neemt de kans om faam te vergaren omgekeerd evenredig af. III Als een geboortenaam dezelfde is als die van een reeds bestaande beroemdheid, is de kans om faam te vergaren verkeken.

Roue Verveer.

We waren vanavond bij Roue Verveer, de cabaretier uit Suriname. Hij heeft weer eens aangetoond dat humor betrekkelijk is. Zijn de beste grappen die waarom je het hardst moet lachen? Ja, dat vind ik. Je kunt ingewikkelde politieke constructies verzinnen en uiteindelijk weer terugkomen op een thema, zodat de intellectueel de grap begrijpt en er om lacht ten teken dat de grap begrepen is, je kunt het ook over scheten hebben. En het voordoen. En er eindeloos over doorgaan. Dan zit ik te stikken van de lach. Dan lach ik harder dan dat ik bij Herman Finkers ooit zou doen, terwijl dat toch echt mijn favoriet is.

Ik kan het niet helpen. Waarschijnlijk omdat de situaties mij bekend voorkwamen. Van de stiekeme blaaswind onder het dekbed die even tijd nodig heeft om de neus van je echtgenote te bereiken. Man, man, man, ik was blij dat hij op een gegeven moment een ander onderwerp aansneed. Ook die lock-knop van de elektrische ramen in de auto… En dan de paniek die uitbreekt bij de passagiers. Ik kwam niet meer bij. 41 ben ik. Het komt nooit meer goed.

De belastingaangifte 2010

Het is weer tijd om belastingaangifte te doen. Het is vooral een kwestie van goed lezen wat er staat.

Vraag 1: Hebben u en uw partner in 2010 gedurende meer dan zes maanden onafgebroken anaal contact gehad? j/n

Vraag 2: Was uw partner in die periode meerderjarig? j/n

Vraag 3: Stonden u en uw partner bij de gemeente ingeschreven als uitgewoond op hetzelfde adres? j/n

Vraag 4: Woonde u in 2010 samen met uw vader of moeder een minderjarig kind uit? j/n

Vraag 5: Heeft u in 2010 slechts met een partner anaal contact gehad? j/n

Vraag 6: Kiezen u en uw partner voor de inkomende ontlasting geheel 2010 voor het anale partnerschap? j/n

Als u alle vragen met ja heeft beantwoord, bent u voor de belastingdienst anaal partner. U kunt dan gezamenlijk uw partner aftrekken. Indien een persoon meer dan één niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot anaal uitwoont, wordt slechts die partner uit de oudste verbintenis als partner aangemerkt. Let op: In 2011 gelden andere regels voor het anaal partnerschap. U kunt dan als ongehuwd uitwonende niet meer kiezen voor het anaal partnerschap, u bent dan automatisch anale partners op grond van feitelijke omstandigheden.

Kinderachtig

Tegen vijven hoorde ik een auto met een dikke motor door de straat rijden. Een BMW 6 in lijn, volgens mij. Ik keek op de klok en dacht eraan dat ik mijn Alfa V6 zo meteen ook even door die straat zou laten brullen. Ja, ik had er duidelijk zin in. Toen ik een half uur later de deur uit ging, bleek dat ik op de fiets was. Dat doe ik te weinig, op de fiets naar mijn werk, vandaar ook dat ik daar niet bij stil gestaan had. Een tegenvaller. Alhoewel, vanochtend op de fiets was het best leuk. Koud, maar er stond geen wind en het was droog. Het fietspad langs het kanaal in Apeldoorn wordt amper gebruikt, terwijl het echt een mooi fietspad is. Met aan je ene hand het Apeldoorns kanaal en aan je andere hand de Grift. Je rijdt over een dijk, als het ware. Eigenlijk heet het hier ook “Vaassen aan de Grift”.

Langs de waterkant stonden meerdere reigers. Het opmerkelijke was, dat de meeste bleven zitten toen ik langs kwam. Normaal vliegen ze lang van te voren weg. Reigers hebben een hele angstige gelaatsuitdrukking over zich, viel mij op. Of misschien wel niet, en waren ze gewoon echt bang voor mij.

Maar nu moest ik terug. Het begon al donker te worden en de reigers lagen al op bed. Maar ik had er een lekker gangetje in. In de derde versnelling (van vijf) trapte ik in hoog tempo rond en dacht rare dingen voor iemand van mijn leeftijd. Iets met de topsnelheid van mijn auto verhogen met de snelheid van mijn fiets en dat ik dan al 270 km/u reed. Desondanks voelde het wel gezond, een inspanning te leveren in de frisse namiddaglucht. Eerlijk gezegd vond ik mij en mijn generatie best goed. Wij fietsten kilometers ver naar school, in weer en wind, en wij wisten niet beter. En we hielden er nog een stief tempo op na ook. Beter dan die ongeïnteresseerde scooterjeugd van tegenwoordig die, als ze al een keer op de fiets zitten, massaal het wereldrecord sur-place lijken te willen verbeteren.

Net toen ik dat dacht, schrok ik op. Een klein en tenger meisje met een digitale walkman kwam naast mij fietsen en zei “hallo.” En voor ik hallo terug kon zeggen was ze me al voorbij. Ik kon mijn benen niet geloven. Ik trapte echt hard! Waar haalde zij de kracht vandaan? Ik met mijn jarenlang zorgvuldig opgebouwde en diepgewortelde conditie, en met bovendien vier keer zo dikke bovenbenen als dat meisje, werd gewoon voorbij gereden door een wicht. Een lichtge, welteverstaan.

Dit kon ik niet over mijn kant laten gaan. Ik schakelde naar vier en probeerde in hetzelfde traptempo te komen als het meisje. Het ging zwaar maar het lukte. Het fietste lang zo lekker niet. Eventjes ging ik nog harder en liep een beetje op haar in -iets met prestatiedrang in de midlife-crisis- en toen kon ik haar laten gaan, mijn bewijs was immers geleverd. Maar het bleef me niet lekker zitten. Dus ik beredeneerde naar mij toe dat het lege kinderzitje achterop mijn bagagedrager erg zwaar was en bovendien nog veel meer wind ving. Om het leed te verzachten, als het ware.

Zonnestorm

Er komt een zonnestorm aan mensen. Morgen bereikt hij de aarde. Wat een zonnestorm allemaal niet kan veroorzaken, u wilt het niet weten. Van niet startende auto’s tot haperende computers. Van defecte mobieltjes tot lekke banden. Van platvoeten tot zweetoksels. Van spastische darmen tot lusteloosheid. Ik draag morgen een anti-stralingspak. Mijn auto heb ik vast gestart en ik laat hem de hele nacht stationair draaien. Ik heb nu de wegenwacht vast gebeld voor het geval ik morgen lekke banden heb.

Bij de laatste zonnestorm van 2003 begaf mijn weblog het. Tien jaar geschiedenis gewist. Gelukkig was er niet heel veel gebeurd in die tijd, maar toch. Is er dan niks tegen te doen? Toch wel. Op de planeet Sverksoc 5c, op precies drie lichtjaren van de aarde, hebben ze inmiddels een afweerschild gebouwd. Met één druk op de knop te activeren. Er hangt in de ruimte een gigantische plastic fles met een enorme opening. De fles slokt op afroep de planeet op en de opening draait zich van de zon af. Zo komt er toch nog vers helium -ze ademen daar helium- de atmosfeer binnen. Heel ver lopen ze niet voor op ons daar hoor. Eigenlijk lopen ze zelfs een klein beetje achter. Het zou daar naar aardse maatstaven nu 1973 zijn. Het idee is ook niet zo heel ingenieus. Alleen erg arbeidsintensief. Maar het werkt wel want niemand heeft er platvoeten.

Klassenfoto

Zo, dit wilde ik u toch niet onthouden. Een klassenfoto van de klas waarin Hans zit. Leuke kindertjes niet? Ja, ze staan er tegenwoordig een stuk leuker op dan vroeger, vind ik. Er wordt er tenminste op gelet dat alle kindertjes naar de camera kijken in plaats van dat de helft ergens naar het luchtledige aan het staren is. U heeft Hans natuurlijk allang herkend. In het midden met die rode trui, dat is hem.  

 

Wickie de Viking, zoon van Hagar de verschrikkelijke.

Wickie de Viking was een inspiratiebron voor velen. De schrijver van het verhaal kon begin jaren zestig niet bevroeden wat het angstige vikingjongetje met de goede ingevingen, Vikke Hagarson Viking allemaal teweeg zou brengen.

Zo kregen we de non-profit organisatie Wikimedia en de daaruit voortvloeiende Online encyclopedie Wikipedia voor algemene vragen. Vervolgens kwam Wikesnedia voor medische vragen. Al snel volgde Wikiledia voor specifieke vrouwvragen en het kon niet uitblijven, Wikischedia voor 18+ vragen.

Verder hebben we nog Wikizedia voor het anoniem aangeven van zedendelicten, Wikiredia voor het online spreken in het openbaar, Wikipledia voor het opsporen van het dichtstbijzijnde openbaar toilet, Wikipredia voor het vooraf bekijken van foto’s, en natuurlijk Wikivedia voor boeren.

Binnenkort zijn nog te verwachten: Wikizambia, Wikikenia, Wikitalia, Wikizwedia en Wikitinië, allen gericht op topografie. En het einde is vast nog niet in zicht voor de kleine Viking die slechts met langs zijn neus wrijven en een vingerknip steevast tot een geweldig idee kwam.

Kaal? Doe even normaal!

Dit weekend was het -pis op Mack- weekend. Eerst wordt mijn stoere imago mij afgenomen, dan word ik kaal genoemd, terwijl de kapper nog altijd vraagt of ik gel in mijn haar wil. Oke, toegegeven, als ik helemaal kaal zou zijn, zou ik ook gewoon gel op mijn kale bats smeren, al was het maar om te kunnen zeggen dat ik nog steeds gewoon gel gebruik. Kaal is een relatief begrip en bovendien afhankelijk van de grootte van het hoofd. Mijn opa van mijn moeders kant (1901), van wie ik de dunner wordende haardos in de generfenis heb gekregen, kamde tot aan zijn laatste levensjaar een scheiding in zijn haar. Wij, kinderen dachten dat hij kaal was maar wij keken niet goed. Hij had heel dun wit haar en wij dachten daar doorheen te kijken.

Een dergelijk lot zal mij bespaard blijven. Kaalheid bestaat helemaal niet en wordt slechts veroorzaakt doordat de waarnemer niet goed kijkt. In werkelijkheid heeft de kale man evenveel haar als zijn met teveel oestrogeen opgezadelde collega, alleen zijn de haren van de vermeende kale met het blote oog niet zichtbaar. Voortaan zal ik de kapper vragen om mijn kale plekje ook van gel te voorzien.

Oh, u gelooft me niet? http://www.nu.nl/wetenschap/2415515/haar-groeit-bij-kaalheid.html 

HAHAA!

Brokkel

brokkelHaha. Toen ik je nog niet kende dacht ik dat je een hele stoere mannen-man was. Nog met gevoel voor humor ook. Dat paste niet bij Elvis. In het echt ben je een boekhouder; het prototype van. Daar past Elvis al een stuk beter bij. Alleen dat gevoel voor humor staat nog overeind bij het beeld dat ik in den beginne had.

Hier is slechts een gemene vrouw toe in staat. Om in verdekte termen te zeggen dat je een sulletje bent. Je denkt iemand tot je vrienden te mogen rekenen, maar je vertrouwen wordt beschaamd, je imago wordt gedeukt en het wordt je verteld met een haha als inleiding.

Het prototype van een boekhouder. Ik. Met mijn Alfa Romeo. Alsof ik ellenboogstukken aan mijn trui heb. Die eerste volzin, die doet pijn. Toen ze me nog niet kende, vond ze me interessant. Zo zijn vrouwen, in en in gemeen. Dit doet zeer, mensen. Ik ga naar bed en huil mezelf in slaap…

 

Vrouwen en kinderen eerst.

Naar de kapper gaan is voor de jongen die ik was en voor de man die ik ben een redelijk gênante gebeurtenis. Voor de jongen die ik was omdat ik het stom vond in de stoel te zitten en elke keer weer hetzelfde antwoord te moeten geven op de vraag: "Hoe moet het geknipt worden?" Want ik zei altijd wat mijn moeder me gezegd had: "Hetzelfde model alleen een stukje korter." "Oren vrij?" "Ja, oren vrij." En daar zat je dan, te wachten tot de kapper zei: "zo, dan kun je er weer een poosje tegen", en je weg kon om thuis met de kam en water te corrigeren waar de kapper zijn best op had gedaan.

Tegenwoordig is het gênant omdat kapsters altijd dezelfde vragen stellen. "Wat een weer hè?" "Heb je nog iets gedaan in de vakantie?" "Zo, dat is hard gegaan, zeker alweer een behoorlijk poosje geleden?" Ik merk wel dat ik voorkeur voor twee kapsters heb. Die praten je niet je oren vrij maar knippen ze vrij. Of ze stellen vragen over de kinderen, altijd leuk, want die hebben ze zelf ook. En op de vraag "wat is de bedoeling?' zeg ik allang niet meer: "Hetzelfde model, alleen een beetje korter." Welnee, ik zeg meestal: "Wat kun je er nog mee?" En vandaag, ik was in een extra lollige bui en zei: "Redden wat er te redden valt."