Vernederingssysteem

Mijn schoonvader was vrachtwagenchauffeur, internationaal zelfs, dus die man kent ongeveer alle wegen van hier tot Italië uit zijn hoofd. Ik stond gelijk al 6-0 achter, want ik kan qua kennis van het Europese wegennet nooit tippen aan haar vader, terwijl dit voor mij een van de dingen geweest zou zijn waarmee ik mijn mannelijke energie kon laten stromen. In plaats daarvan heb ik talloze keren gehoord: “rij je nu wéér verkeerd,” en moet ik de jaarlijkse vernedering ondergaan op de terugweg uit Frankrijk wanneer zij contact heeft met haar vader over waar we rijden, en hij dan zegt hoe laat we thuis zijn. Ik ga dan expres 150 rijden om eerder thuis te zijn.

Advies dan ook voor jonge mannen die willen trouwen met de dochter van een vrachtwagenchauffeur: als kaartlezen een ding is waarmee je je mannelijkheid wilt laten gelden, doe het niet!

Gisteren vertrokken wij naar Tilburg, en ondanks dat ik weet waar dat ligt stonden er al voordat ik de straat uit was twee navigatiesystemen aan die mij moesten leiden. Één in mijn auto, en voor de zekerheid ook nog één op Linda’s telefoon, en ik had geen van beide ingesteld. Ik negeer die dingen dan ook volkomen. We zouden er bijna twee uur over doen volgens het vernederingssysteem maar ik zei dat dat onzin was. Tilburg ligt op een uur en 25 minuten van Vaassen en geen minuut langer. Het ding leidde me bij Apeldoorn al de verkeerde kant op, dus ik volgde mijn eigen route. De reistijd nam hierdoor met een kwartier toe, en het systeem probeerde mij terug te leiden naar waar ik er volgens het betweterige advies af had gemoeten, en het probeerde mij elke afslag te laten nemen om terug te keren. En elke keer als ik het advies negeerde en doorreed kwamen er weer een paar minuten reistijd bij.

Dat irriteerde mij en aan de stilte in de auto hoorde ik dat het Linda ook irriteerde. En zeker toen we de file inreden waarvoor het systeem mij waarschijnlijk probeerde te behoeden. Maar ik had nu mijn zinnen gezet op dat we via Utrecht gingen in plaats van over de A50, en dan gaat dat ook gebeuren ondanks dat mijn Navi heftig protesteert en contact maakt met de elektronische verkeerssignalering boven de wegen dat mij met knipperende teksten vertelt terug te gaan. Er steeg zelf een reclamevliegtuig op dat voor ons ging vliegen met het spandoek: Mack, keer terug!

Afijn, na bijna drie uur kwamen we op de plaats van bestemming aan, maar dat was volledige overmacht. Ik wist niet, kon niet weten, en het zou zelfs niet door verkeersdeskundigen voorzien worden dat er in de vakantietijd, op vrijdag, om een uur of twaalf, twee dikke files zouden opdoemen op een route die dertig jaar terug volledig filevrij was. Dat is van een toevalligheid die overeenkomt met het inslaan van de bliksem als je net een hartstilstand hebt en je de defibrillator niet kunt vinden.

In normale omstandigheden -als er geen complot tegen mij is opgezet- zou dit een uitstekende alternatieve route zijn geweest die hooguit vier minuten extra gekost zou hebben. Nu, juist als je je probeert te bewijzen, komt er bijna anderhalf uur bij en ik krijg daar de schuld van! Terwijl dit toch duidelijk de schuld was van het navigatiesysteem dat me de verkeerde kant op stuurde. Het enige dat ik kan hopen is dat het nu eens duidelijk is voor Linda zich niet te bemoeien met de route, want dat was natuurlijk de werkelijke oorzaak van deze vertraging.

Ratio

Er is een gadget waar maar weinig mensen iets mee hebben, maar ik kan niet zonder. De hoogtemeter. Ik had hem in een paar auto’s, maar vooral in de laatste was hij geweldig. Altijd op het scherm was de actuele hoogte beschikbaar, waardoor ik mij in het buitenland als een kind zo blij voelde als ik door de bergen reed. En hoewel in Nederland minder zinvol, toch als ik over de A50 bij Terlet kwam, of over de Amersfoortse weg, wierp ik altijd even een blik op de hoogtemeter die dan bijna 100 meter aangaf.

Mijn huidige auto heeft geen hoogtemeter, dus had ik hem nooit moeten kopen, maar ja, de ratio heeft de beslissing gemaakt in plaats van het gevoel, en auto’s dien je te kopen met gevoel. Met als gevolg dat ik nu een auto heb die ik respecteer, maar waar ik minder liefde voor voel dan voor mijn Franse Voitures. Dit onder andere door het gemis van de hoogtemeter.

Dus wat heb ik gedaan? Ik bestelde een horloge met hoogtemeter. En dan niet zo’n smartwatch, maar een analoge met een luchtdrukmeter. Ik ben geen persoon voor een smartwatch, te veel opties, te veel mogelijke displays, ik word daar onrustig van. Ik had vroeger een autoradio waarbij ik kon kiezen tussen een oranje of een blauw display en dat vond ik al lastig. Als je het op blauw had staan wilde je toch weer zien hoe oranje eruitzag en andersom. Zinloos. Ik wil één keer een keuze maken, en dat is het dan. Ik wil dan ook nooit naar een tapas restaurant.

Het was nog geen eenvoudige zoektocht, een goed afleesbaar analoog horloge met hoogtemeter, maar het is onderweg. Als ik geen hoogtemeter had gehoeven was ik stukken goedkoper uit geweest, maar de ratio deed even niet mee.

Bizar

Een jaar of vijf geleden zat Hans op school en had hij goed contact met een docent. Op Facebook zag ik een foto en de man kwam mij bekend voor. Het duurde even voor ik de link legde, maar de man leek sprekend op iemand die bij mij op de Havo zat. Ik had destijds amper contact met hem, ik wist zijn naam ook niet meer. Ik zocht een klassenfoto van 5 havo waar hij en ik op stonden en ik vroeg Hans eens te checken bij zijn docent of hij dat was. Hij was het. Pas toen ik zijn volledige naam hoorde, viel het langzaam weer op z’n plek en ging die naam weer bij die jongen horen, en we werden bevriend op FB.

Tammar kwam later ook bij hem in de klas, en zijn zoon zat weer bij Linda op school, dus in die hoedanigheid en in de hoedanigheid van docent van onze kinderen had hij ook contact met Linda.

Vorige week maandag kregen wij van hem het nare bericht dat het niet goed met hem ging en dat het zijn wens was om ons nog een keer te zien. Wat een vreemd verzoek was, want ik had hem voor het laatst gezien in 1987 en toen kende ik hem amper. Linda, Hans en Tammar kenden hem beter. Ik stuurde hem een bericht om hem te laten weten dat het me niet onberoerd liet. We waren op vakantie, maar ik wilde hem dat wel laten weten aangezien hij Linda had geappt. En ook omdat ik niet zeker wist of we nog op tijd zouden zijn om hem te bezoeken.

Vandaag bezochten we hem en hij lag op bed. Zijn hoofd kaal van de chemo, en hij kon niet meer lopen. Maar wat een heldere ogen en een heldere stem nog. Hij zei dat hij me nog herkende, dat hij weer wist waar ik zat in de klas en we spraken over die tijd. Ik zei dat hij een kakker was destijds, en hij zei dat dat klopte omdat het op die school voordelen bood om een kakker te zijn. Ik had het moeilijk op die school, maar ik was dan ook geen kakker. Hij vertelde me ook over een klasgenoot die was omgekomen bij de aanval op de MH-17, waar ik tot nog toe geen weet van had.

Hij vertelde over z’n bijzondere band met Hans, dat ze het altijd even over voetbal hadden, dat Hans voor de verkeerde club is, en dat Hans na z’n eindexamen nog een keer of vijf is langsgekomen, ook in z’n legerkleding. En over Tammar, waar hij van toegaf dat hij haar onthouden had door Hans, en doordat hij haar naam verkeerd uitsprak en door haar gecorrigeerd werd.

Hij vertelde over hoe zwaar zijn ziekte was verlopen en hoeveel pech hij had, maar dat hij besloten had het op te geven. Over hoe hard het was dat hij z’n vrouw en kinderen (9, 16 en 20) moest achterlaten. Maar de manier hoe hij het vertelde en de rust die hij over zich had, waren indrukwekkend. En nu heeft hij nog maar kort te leven. Het is bizar dat hij vroeger bij mij in de klas zat, dat hij later docent van mijn kinderen zou worden, dat hij mijn vrouw zou leren kennen en dat ik veertig jaar later aan zijn sterfbed zou staan. Ondenkbaar destijds.

Toen we afscheid hadden genomen deed ik de deur dicht en zag hem voor zich uit staren. Hij heeft de naderende dood geaccepteerd maar afscheid nemen doet altijd pijn.

Terug

Dat was het dan weer, de laatste avond van een bloedhete vakantie, de eerste in 21 jaar met z’n tweeën. Hans werd hier verwekt aan de Lot, en van Tammar weet ik het ook nog precies. Hoe ik dat weet? Gewoon, dat weet ik. Een soort Annunciatie. Net als dat je bij kleiduiven schieten voelt als je raak gaat schieten. Dan zit alles mee, geen zijwind, geen zenuwen, je weet het gewoon. Wat heeft dit met deze vakantie te maken? Niets, behalve dat we toen ook met z’n tweeën aan de Lot zaten.

Twee weken terug lijkt een eeuwigheid geleden. Dat we bij ons overnachtingshotel aankwamen, dat we de hond daar uitlieten en dat we hier aankwamen en verblijd werden door het uitzicht. Inmiddels begint het te wennen, de mevrouw van de bakker herkent me al, ik rij met de zender RFM op en hoor nieuwe Franse hits, en ik loop ‘s middags bij het meertje om Lori te af te laten koelen.

Wonderlijk hoe snel het went. Zou ik hier nog twee weken zijn zou er vanzelf een albinopet op mijn hoofd groeien. Maar de hitte is nu mooi geweest. Het is hier sinds wij kwamen niet onder de 33 graden geweest, en het was vier keer 39 of hoger. Nou ja, het zakte ‘s avonds natuurlijk wel onder de 33, maar het bleef warm. De natuur moet hier tot woensdag wachten voor er enige tegen van betekenis gaat vallen.

Morgen ben ik weer blij dat ik thuis ben, en overmorgen wil ik weer terug. Zo werkt het al jaren.

Mannetje

Linda wil nogal eens vroeg opstaan om met de hond te gaan wandelen, zo ook in Frankrijk. Hier zoekt ze wandelroutes en rijdt er met de auto naartoe. Vanochtend stond ze om zes uur op en vertrok. Om zeven uur stuurde ze een appje met: ik heb een probleem. Om tien voor negen las ik dat pas en schrok. Ik appte terug en keek op haar locatie en zag dat ze al een uur op dezelfde plek stond. Ik kreeg geen antwoord en ik belde. Ze nam niet op en ik werd ongerust. Ik schoot in mijn kleren maar kon geen kant op, maar toen stuurde ze een foto.

Ze stond vast met de auto. Ik was enigszins opgelucht, gezien haar geschiedenis blijf je altijd alert, en bedacht wat ik kon doen. Niet veel. Ik dacht eerst om er met de mountainbike heen te gaan, maar dat zou haast gekkenwerk zijn, dus ik zocht een taxi. Een vrouw in een ander land in een dergelijke situatie moet bijstand hebben.

Toen stuurde ze een spraakbericht dat ze iets aan het regelen was en dat ze me wel op de hoogte zou houden en of er een touw in de auto lag. Dat lag er, en ik wachtte af. Ik ging maar stofzuigen en de keuken opruimen, dat was nog niet gebeurd, dat eerste zelfs in twee weken nog niet. Ik kreeg weer een berichtje dat ze dacht dat er een tractor kwam en even later kreeg ik deze foto:

Toen volgde ik haar via de locatie en ik wist niet zeker of ze nu reed of niet. Dan stond ze weer stil, dan reed ze met 7 km/u, helemaal gerust was ik niet. Reed ze of liep ze?

Een paar minuten later zag ik fatsoenlijke snelheden en kwam ze weer deze kant op. Ik bereidde mij vast voor op nog naar de bakker moeten en met de hond naar het water, want dat was haar doel, maar gezien de paniek was dat in het water gevallen.

Toen ze hier langs kwam rijden zat ik in de tuin en hoorde een vrolijke toeter. “Gelukkig, daar zit nog leven in,” dacht ik. Toen stapte ze uit met een stokbrood onder haar arm en ze was gewoon aanspreekbaar. Ik had gedacht een uitgeputte en huilende vrouw aan te treffen. Er kwam een enthousiast verhaal over hoe mooi het daar was en dat Lori overal kon rennen en zwemmen. Ja maar, mijn mannelijke heldenrol dan? Oh, ze had zichzelf vastgereden maar omdat het zo vroeg was kon ze nog nergens aanbellen en was ze eerst gaan wandelen. Daarna wilde ze ergens bellen maar toen kwam ze -voor de tweede keer in een hulpbehoevende situatie- Nederlanders tegen. En die Nederlanders hadden een Franse schoonmaakster en die schoonmaakster regelde iemand met een trekker. Ondertussen had ze de garage in Nederland gebeld die haar vertelde hoe het sleepoog werkte.

Waar het dus op neerkomt, zij staat haar mannetje in doodenge (ja toch) situaties en ik ben goed in stofzuigen. Het is ook toch niet gek dat ik soms last van midlifecrises heb?

Avond.

Er is hier op zondagavond een lokale markt waar etenswaren uit de streek worden verkocht volgens het bord. Vorige week liepen wij er al even overheen en zagen de Fransen massaal aan tafels zitten met eten en drinken. Dat wilden wij ook wel, dus de volgende zondag, gisteren dus, togen wij ernaartoe.

Het was bloedheet nog, maar even snel douchen, een schoon shirt en een vleugje eau de toilette en wij konden ons mengen onder de plaatselijke bevolking van Zuid Frankrijk. Wij zouden er in op gaan, en in het Frans converseren over Molière en Honoré de Balzac. Wij zouden de fijnste wijnen proeven en ons de geneugten van de streek laten welgevallen.

Dus, toen we daar kwamen zagen we frites met magret de canard, foi grasse, rosé en allerlei salades. Ze hadden niet eens frikandellen. Bovendien liepen alle Fransen met een bord in hun hand dat ze kennelijk van huis hadden meegenomen. Toen ik iets van aanstalten maakte om in een rij te gaan staan zag ik dat ze allemaal een blauw briefje met daarop iets geschreven in hun hand hielden. Ook geen idee waar ze glazen of bestek vandaan haalden. En ondanks dat ik normaal makkelijk het werk van Jean-Paul Sartre uitdiep, kon ik nu even niet op het woord bestek komen, de warmte waarschijnlijk, en ik wilde ook niet overkomen als een onervaren Noorderling, wat ik ook helemaal niet ben natuurlijk. Alleen al mijn voornamen (Maurice Emile) stralen uit dat Frankrijk geen geheimen voor mij heeft.

Goed, we keerden dus onverrichter zake terug naar ons huisje wat 150 meter terug was en aten daar sla, gebakken aardappels en steak hachee. Dat dan weer wel.

Ochtend.

Vanochtend toen ik de hond uitliet en een andere weg nam kwam ik op een weggetje naar beneden langs een uit de toon vallend gebouw. Het was rechthoekig, uit beton opgetrokken en het had om de zoveel meter een vierkant raam. Het had meerdere etages, ik denk drie, en er kwamen rare geluiden uit de openstaande ramen. Was het seks of was het gewoon raar geschreeuw? Woonden er aso’s of drugsverslaafden of zo?

Toen ik terugkwam besloot ik het AI te vragen. Ik weet inmiddels dat als je AI goed voedt en zelf het meeste speurwerk doet, het uiteindelijk met het juiste antwoord kan komen. Dus ik schreef wat ik gezien had en gaf daarbij aan dat het in het Noordwesten van Monclar was.

AI doet dan net of het je de zorgen uit handen neemt en gaf aan dat het de plaatselijke modelbouw motorclub of iets dergelijks was, en dat het geschreeuw wat ik hoorde waarschijnlijk van enthousiastelingen afkwam en dat ik niet zo wantrouwig hoefde te zijn en wellicht eens naar binnen kon gaan omdat ze dat bij die club wel op prijs stelden. Van die overbodige bemoeizucht waar je niks aan hebt, en bovendien wat hij me op de kaart liet zien was in het zuiden. Dus ik wees hem daar op.

Het gebruikelijke geneuzel, sorry, bedankt voor je oplettendheid, bla bla, laten we het proberen op te lossen. Terwijl ik denk, ik stel een vraag die die motorclub al uitsluit, dus blaas eens iets minder hoog van de toren, gast. Maar Ai heeft geen gevoel, het doet alsof, en blijft zo doen.

Goed, nadat ik op de kaart gezocht had waar ik gelopen had, en zei dat ik tegen de achterkant aan keek, dus dat de voorkant waarschijnlijk aan die en die straat lag, kwam hij met het juiste antwoord. Een zorginstelling voor volwassenen met een verstandelijke beperking. En of ik daar niet eens een bezoek wilde brengen want, bla bla.

Het avondverhaal is nog mooier, maar dat typ ik morgen als ik het nog over weet te brengen in de 40 graden die voorspeld wordt.

40

Ik bemoei me nooit met de keuze van het vakantieadres, omdat dat nu eenmaal lastig genoeg is. Ik geef slechts mijn medegoedkeuring als ze wat gevonden heeft. Vorig jaar was het prima, en nu op sommige punten nog beter. Alleen één ding was ik vergeten te checken, en dat hoorde ik op de heenweg; er zit geen airco in het huis.

En laat dit nu ook net de heetste vakantie ooit worden met temperaturen tot boven de 40 graden. Vannacht was de eerste hete nacht. Nadat ik eerst beneden 15 vliegen had doodgeslagen en daarvan moest bijkomen, lag ik zwetend op een bloedheet matras, de ventilator aan, op mijn telefoon te wachten tot ik het koud zou krijgen. Op de slaapkamer zaten ook vliegen, want ik had overdag de deur open laten staan. Steeds als je zo’n kreng verjoeg voelde je hem twee tellen later weer ergens op je lichaam.

Bloedirrirant, maar ze waren loom geworden. Door de avond of de warmte, dat weet ik niet, dus ik kon ze doodslaan. Alleen als ik er een had, landde de volgende alweer op mijn scherm. Vier heb ik er nog geplet. Gadverdamme.

Uiteindelijk viel ik in slaap. Het viel nog niet tegen. Maar het wordt nog warmer vandaag. Misschien dat ik mij helemaal inspuit met antimuggenspray en buiten ga slapen.

Hittegolf.

Het is hier heet, canicule zeggen de Fransen, en dit is de eerste dag. De vorige dagen waren slechts 30 of 31, vandaag wordt 34 voorspeld. Volgende week 39 op mijn site, 41 op die van Linda. 34 stelt niks voor hier, ik zit onder de parasol bij het zwembad en de thermometer die op de goede plek hangt geeft slechts 28 aan. Mijn auto gaf 32 aan, dus laten we zeggen dat het 30 is.

Gisteren liep ik met Lori in de volle zon, dat was pas warm. Maar wij gaven beiden geen krimp. Hier lijken ze zich ook niet druk te maken over de warmte. In Nederland had dit allang geleid tot verontwaardigde reacties op Facebook, en er zou ook zeker een schuldige worden aangewezen, waarschijnlijk uit linkse hoek.

Ik liep daar ergens, het groene veld in het midden zijn zonnebloemen, ik liep in het dorre veld links. Vanuit daar had ik uitzicht op onze parasol, maar ik kon niet rechtstreeks ernaar toe en moest weer over het zinderende asfalt en Lori in de berm. Op de terugweg kwam een vervaarlijk blaffende Duitse herder ons achterna, maar wij gaven wederom geen krimp, en de Duitser erkende zijn gelijke in de Hollandse, ondanks dat Lori een slagje kleiner is. Het is hier goed, u moet dit huis een keer boeken.

Ik help de eigenaar, die in Nederland zit, een beetje met zijn onderhoud. Zo heb ik de parasol gesmeerd, een fietspomp gekocht om de banden van de mountainbikes op te pompen, ik draaide een loszittende bout aan en zo komen we er wel.

Vanavond barbecue, nu een biertje. Die zijn wel verrekte klein hier, dus misschien wel twee. Of drie.

D.D.R.

Ik las een boek over wat zich indertijd aan de oostzijde van het ijzeren gordijn afspeelde. Deze grens tussen oost en west en het leven van de anderen fascineerde mij als kind al. Een keer in de jaren zeventig ben ik in de buurt geweest en zag de hekken. Volgens mijn vader hadden ze ons allang gezien, wat misschien zo was, maar ze zullen ons in tegenstelling tot wat ik toen dacht, allerminst interessant gevonden hebben. Het IJzeren gordijn was er immers om de eigen bevolking op te sluiten, niet om Westerlingen buiten te houden.

En daar wist je natuurlijk al dat er iets goed mis was. Er was in de DDR een strook van vijf kilometer vanaf de grens die verboden gebied was voor burgers. Dan was er een signaalwand van twee meter hoog, waarvan vluchtelingen uit het boeren- en arbeidersparadijs dachten dat het de grens was, maar het hek gaf slechts een signaal door aan de grenswachten die een schietbevel hadden. Via betonplaten konden ze zich razendsnel naar de plek begeven waar het signaal vandaan kwam om de vluchteling te arresteren, mocht deze nog niet omgekomen zijn door het volgende mijnenveld of de muur die automatisch fragmenten ijzer in het rond begon te schieten. En dan was daar pas de drie meter hoge muur waar de bondsrepubliek West Duitsland begon.

De hele DDR was corrupt en bang. Overal zaten mensen die aan de Stasi rapporteerden, dus iedereen hield zijn mening voor zich en ging mee in het systeem. Bij de minste of geringste kritische uiting op de heilstaat kwam er een aantekening in je dossier en kon je een verdere carrière vergeten. Het systeem zelf maakte geen fouten, dus als ze gemaakt werden, verdwenen ze uit het dossier, of er verdween iemand in een psychiatrische inrichting. Er werd psychologisch gemarteld, mensen werden onder druk gezet, bedreigd, en ze werden slaap onthouden of moesten lang in een houding staan waardoor ze vanzelf zwichtten.

In de Sovjet-Unie onder Stalin was het zo mogelijk nog erger. In Belarus werd ongeveer elke intellectueel naar de Goelag gestuurd zodat alleen mensen die geen vragen stelden overbleven. Na zijn dood kaartte het systeem zijn misdaden aan, maar Poetin heeft de geschiedenis weer veranderd en in de geschiedenisboeken op laten nemen hoeveel Stalin voor de Sovjet-Unie heeft betekend. Naar schatting twee miljoen Duitsers zijn na de oorlog door zijn toedoen omgekomen, en natuurlijk had niemand daar medelijden mee. Maar Stalin deed amper onder voor Hitler en wordt tegenwoordig weer als held vereerd. Maar dat geldt ook voor Hitler trouwens.

Het systeem was van binnen al kapot voordat het begon. Het wantrouwen zit nog altijd in de mensen. Mijn Duitse baas heeft het nog altijd over Ossies. Hele generaties hebben niet geleerd voor zichzelf te zorgen en worden ook wel Jammerossies genoemd. De schrijfster van het boek trekt de vergelijking met een leeuw die in gevangenschap is geboren en ook geen prooi weet te vangen. Veel Oosterlingen zouden weer terug naar die tijd willen waar de staat voor je zorgde als je meeliep met de meute. Waar eten en een warm bed was en je geen verantwoordelijkheid hoefde te nemen. Ze zien het niet als een slechte tijd en stemmen daarom vaak op een nationalistische partij in de hoop dat die hun eigen verantwoordelijkheid weer wegneemt. Het is jammer dat zo’n systeem alleen kan bestaan door aanwezigheid van verraders, zijn natuur vernietigt, inwoners onderdrukt, misstanden ontkent, de bevolking voorliegt en waar de top zich verrijkt, anders leek het me wel wat.