"Papa, mag ik op voetbal? Pleeeaasee? Het kost maar f 2,50 per maand." die vraag stelde ik in 1980 aan mijn vader en had niet verwacht dat hij het goed zou vinden. Ik zat immers al op judo.
Maar papa lachte en vond het goed, als ik maar wel zorgde dat ik er zelf heen ging en dat hij mij niet ieder weekend ergens naar toe moest rijden.
De teams in de F-divisie waren genoemd naar ere-divisieclubs. Ik kwam bij Roda en mijn eerste wedstrijd tegen PSV op een half veld scoorde ik drie keer. Daarna speelde ik in de D. en werden we kampioen met mij als linksbuiten. De trainer trakteerde op frikandellen. In de C. stonden we bovenaan op het moment dat ik verhuisde. Ik ben in mijn nieuwe woonplaats niet meer op voetbal gegaan. Ik kende immers de in's en out's van het voetbal al, getuige de volgende analyse waar je Cruijff of Van Hanegem dus nooit over hoort.
Als je geblesseerd raakte deed dat pijn. Niet vreselijk maar je moest het er wel ernstig uit laten zien want anders zagen ze dat je je aanstelde. En dat doen de profvoetballers nog precies zo. Let maar eens op, als ze op een brancard worden weggedragen liggen ze altijd op hun rug, een pijnlijke grimas op hun gezicht en één arm over hun ogen. Maakt niet uit waar het pijn doet. Ik weet waarom ze dat doen met die arm. De pijn is niet onhoudbaar maar ze zijn bang dat ze anders in de lach schieten. Zeker weten.
Vorige week vrijdag overleed op 34-jarige leeftijd Engelands eerste en enige wereldkampioen rally (2001), Richard Burns aan een hersentumor. Zijn dood werd overschaduwd door die van George Best. In tegenstelling tot George was het niet de drank die hem fataal werd.