Alfa Romeo 156 2.5 V6-24 Rosso.

Met gepaste trots moet ik toch even vertellen dat mijn auto het fantastisch deed tijdens dit motorweekend. Met een lichte inspanning hield ik de accelererende racemonsters goed bij en kon ik vrij makkelijk aanhaken. Op bochtige bergwegen, met slecht weer en bij een slecht wegdek kreeg de auto het steeds makkelijker om te volgen. Ik genoot met volle teugen van zijn krachtige V6, zijn strakke wegligging en zijn directe stuurgedrag. En ook op snelwegen was het vrij makkelijk. Natuurlijk, als ze voluit accelereren zijn ze niet bij te houden, maar de Alfa kraande zich werig. Echter, in de stad of op drukke wegen was het moeilijk ze te volgen, maar gelukkig werd er steeds gewacht als ik een stoplicht niet haalde of als ik nét niet snel genoeg kon oversteken.

Ik kreeg zelfs complimenten over de snelheid van mijn auto en dat het een mooi gezicht was om erachter of ervoor te rijden. Oei, ik groei. Maar het mooiste compliment kreeg mijn Alfa vanavond van mijn bloedeigen vrouw, nadat ik met twee kinderen aan boord met 170 km per uur haar inhaalde op de A50 (omdat Hans dat wilde) en ik in het voorbijgaan een enorm kwaaie kop naar me zag kijken, en thuis zei dat ze wel boos was, maar het stiekem toch wel een heel mooi gezicht vond om een rode Alfa als een streep aan zich voorbij te zien trekken. Ik heb haar even omhelsd want van haar hou ik nog nét iets meer als van mijn Alfa.

Auto’s zullen dus mijn voorkeur boven motoren houden, hoewel ik moet zeggen dat het me best mooi lijkt om rustig door zo’n mooi landschap te toeren op een motor. (mits het mooi weer is). Het allergrootste nadeel van een auto ondervond ik overigens in de Harz. Tijdens een snel stukje bergaf had ik drie motoren voor mij en ééntje achter mij. Ik zag in recordtempo flits, flits, flits, toen kwam mijn flits, en achter mij volgde nog een flits. De motorrijders vonden het een stuk minder erg dan ik, niet omdat ze meer geld hebben, maar omdat ze geen kentekenplaat hebben aan de voorkant.

Ramona

Vier dagen lang bevond ik mij in de stad Hamelen en omgeving en ik moet mijn mening over Duitsers toch weer bijstellen. Want de Duitser die ik bedoel, daarvan ben ik er maar ééntje tegengekomen. Het was een boer op een tractor die enorm kwaad werd omdat ik even mijn auto stilgezet had op een plek waar hij door wilde en nu dus tien seconden moest wachten voordat ik de auto verplaatst had. Hij claxoneerde langdurig, schold ons verrot en even was ik bang dat hij met zijn tractor over mijn auto heen zou rijden. Gelukkig weet mijn zwager de lucht extra koud te krijgen door op dat moment twee vingers onder zijn neus te houden, zijn gestrekte benen om en om hoog in de lucht te gooien en op hoge toon een imitatie af te geven waardoor ik enorm in de lach schoot terwijl de boer ziedend van woede het pad af reed dat ik zojuist blokkeerde.

Voor de rest zijn Duitsers nette mensen alhoewel ik er nog wel eentje met z’n broek op z’n knieën op een vensterbank zag zitten. En toen ik een toiletdeur open trok zat er eentje op de wc die het niet nodig vond om de deur op slot te doen. Maar wij hebben Ramona ontmoet. Ramona is een voormalige inwoonster van de DDR die moest lachen om onze zang van het lied "Ramona". Toen Ramona ergens vlak bij ons zat te lezen en wij het lied inzetten, kon ze een lach niet onderdrukken, borg haar tijdschrift op, kwam bij ons zitten en vroeg onze namen en beroepen. Ik wil er verder niks mee zeggen, maar dat vind ik nu leuk. Voor de zekerheid heb ik haar telefoonnummer gevraagd. Je blijft toch een getrouwde man die alleen van huis weg is en als je in zo’n situatie niet om haar telefoonnummer vraagt, gelooft niemand dat je een getrouwde man bent die alleen van huis weg is.

Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?

Het is bijna zover, donderdag ga ik voor het eerst in de geschiedenis van heel lang, alleen van huis voor een paar dagen. Het Harzgebergte in Duitsland is het reisdoel. Het werd voorgesteld als grap om met mijn auto mee te gaan met een aantal motorrijders op hun jaarlijkse motoruitje. Maar ik hapte toe. Ik ben eenmaal een autofanaat en autorijden maakt mij gelukkig. En natuurlijk, mijn auto is vlot maar motoren zijn bij het accelereren niet bij te houden. Maar er staat wel tegenover dat ik een echte rijdersauto heb die hunkert naar heuvelachtige, bochtige wegen. Dat is zijn domein en daar zal ik de eer van de auto verdedigen. En op de autobahn natuurlijk, maar dat is geen kunst. Kwestie van gasgeven en dat kan eenmaal iedereen.

Nee, op een bochtig circuit heeft een auto een kans om van een motor te winnen maar in de echte wereld, vergeet het maar. Ik zal dus mijn best moeten doen om het bij te benen. Maar er is hoop. Na een uurtje of twee worden de motorrijders moe en zal hun concentratie naar beneden gaan en hun tempo omlaag moeten. Bovendien moeten ze vaker tanken. Daar zal ik mijn winst pakken en ze claxonerend inhalen. Victory is mine.

Morituri te salutant

Stierenvechten vinden wij Westerlingen barbaars. De stier wordt in zijn nek gestoken met banderillas en wordt tenslotte gedood door het plaatsen van een zwaard tussen zijn schouderbladen. Maar van een afstand is het makkelijk kritiek hebben op dit eeuwenoude culturele festijn. Wat wij westerlingen niet begrijpen is dat het een enorme eer is voor een stier om op deze manier te sterven. Als een stier zou mogen kiezen tussen dit en in de wei staan koos hij dit. Ook een stier heeft testosteron en wil dit ten gelde maken.

En daarom vind ik het jammer dat er steeds meer stemmen klinken om stierenvechten te verbieden. Want ook voor de man is het een ultieme gelegenheid zijn dapperheid te tonen. Als het een torero lukt om de stier binnen de twintig minuten te doden, is dat een enorme eer. Als het publiek vindt dat de stier dapperheid heeft getoond, dan wordt het lichaam van een stier een ereronde door de arena gegund als eerbetoon aan de eigenaar van de stier. Dat is toch iets prachtigs?

Eigenlijk vind ik dat stierengevechten ook in Nederland moeten worden gehouden, want hier heb je pas écht dappere mannen. En de stieren hier in Nederland (maar ook de mannnen) schreeuwen erom. In dit veel te softe klimaat worden mannen tot mietjes gemaakt (met dank aan Nivea for men) en dat is eenmaal onnatuurlijk. En daarom vind ik: stierengevechten! En dan niet zoals de doetjes in Spanje die eerst de stier zout laten eten, het geen drinken geven en het dier inwendige bloedingen toebrengen waardoor de stier al te zwak is om een kalfje aan te kunnen. Welnee, hier in Nederland vechten de mannen tegen gezonde, krachtige stieren. Uiteraard alleen en niet met behulp van assistenten die de stier kunnen afleiden zodra het de stierenvechter te heet onder de voeten wordt. Nee, als je hier de Arena betreedt ben je overgeleverd aan de goden. Zij die gaan sterven groeten u. En ja, als je dan wint van een stier, dan ben je een grote jongen en hoef je ook niet zo’n homofiel stierenvechterspakje aan als de Spanjaarden.

Unaniem eensgezind.

Wij praten hier in huis nog wel eens lyrisch over muziek zoals ik lyrisch over snelle auto’s praat. Alleen, als het over muziek gaat krijg ik ook antwoord terug. Laatst, ik zag Rob de Nijs op tv en ik zeg tegen Linda: Die Rob de Nijs, dat is toch helemaal niks hè, die heeft alleen maar bagger gemaakt. Nou, "Bo" vond Linda dan wel mooi. En ik "Een beetje meer." En "Het werd zomer." En "Zondag." En "Hou me vast." En "Het huis in de zon." Eigenlijk heeft-ie keigoeie platen gemaakt, die De Nijs. Eigenlijk is het een artiest van wereldklasse concluderen we dan eensgezind.

Meestal zijn we niet eensgezind over muziek. Afgezien van de kernoorlog  Elvis (ik) – Middelmatige artiesten (Linda) die we hier ééns in de zoveel tijd voeren, zijn we het praktisch ook nooit eens over wat nu het beste nummer van een bepaalde artiest is. Moé word ik ervan om er nog langer energie in te stoppen. Voorbeeld: Metallica. Middelmatig bandje maar hun beste nummer is dan altijd nog "Nothing else matters." En dat vind ik niet alleen, alle statistieken bewijzen mijn gelijk. Maar nee, dan komt Linda met een onbekend, volledig naar bagger klinkend, slap aftreksel dat "Master of Puppets" heet. Nou, daar ben ik gauw klaar mee, want dat heeft niks met muziek te maken maar met willen laten zien dat je veel verstand van muziek hebt terwijl je het hele muzikale spoor allang bijster bent.

Maar daar ging het nu niet over. We waren het vandaag ééns over een nummer dat op de radio klonk en dat we beiden bestempelden als het beste nummer van Het Goede Doel.  Alles geprobeerd.

Der Führer Tor

Julianatoren Wij vierden gisteren het kinderfeestje van Hans in pretpark "De Koningin Juliana Toren." Mijn enige opdracht was om de vijf jongens in het gareel te houden. Ik ben met ze het spookhuis in geweest, het reuzenrad en voor de rest heb ik ze alleen maar geholpen bij het in de rij staan. Maar toen ik ze even overgeleverd had aan Linda en ze aan het spelen waren in een overdekte hal, zag in mijn kans schoon en onttrok mij even aan het feestgedruis voor een beklimming van de Julianatoren zelf.

Het was niet druk in het park en ik was op dat moment de enige die de beklimming in de hitte deed. Het zijn een paar treden maar bovenop wacht de beloning: uitzicht over de uitgestrekte glooiingen van de Veluwe. Natuurlijk keek ik eerst of ik het mysterieuze huis van laatst kon zien want daar was ik hemelsbreed hooguit een kilometer vandaan. Maar nee, geen spoor van het huis. Alleen maar bomen, bomen en nog eens bomen. Maar dat mocht de pret niet drukken want ik toornde hoog boven iedereen uit voor zolang als het duurde. Ik moet nog eens een rondvlucht maken boven dit gebied.

Overigens, wist u dat de Koningin Juliana Toren vroeger de Prinses Juliana Toren heette maar dat die naam op last van de Duitsche bezetter niet meer gevoerd mocht worden? De Juliatoren moest het zijn. Dat is toch een belachelijke naam voor een bezetter? Je bent bezetter of je bent het niet hoor! Die toren had op zijn minst de "Prins Bernard" toren moeten heten, maar een béétje bezetter had er gewoon "Der Führer Tor" van gemaakt. Met Juliatoren maak je je als bezetter toch compleet belachelijk? Als het de Russen waren geweest had die toren destijds echt wel Stalintoren geheten hoor! Nee, dit is slappe hap. Fantasieloos volk. Geen wonder dat ze de oorlog verloren.

Geld maakt meer kapot dan drank kan goedmaken.

Daarnet heb ik voor het eerst in ik denk twee jaar, weer eens een voetbalwedstrijd in z’n geheel bekeken. Ik ben gek op voetbal, maar clubvoetbal heb ik een beetje afgezworen. Natuurlijk, ik volg het in de krant op maandagochtend, maar daar blijft het wel bij. Vanavond werd mij weer duidelijk hoe het komt dat ik dat clubvoetbal een beetje beu ben. Het heeft te maken met die onvermijdelijke geldstroom die ermee gepaard gaat. Vanavond, Internazionale speelt de finale van de Champions League zónder één Italiaan in de basis. Ja, in de laatste minuut mocht Materazzi nog invallen, dat is die uiterst sympathieke Italiaan die een kopstoot kreeg van Zinedine Zidane tijdens het WK van 2006, nadat hij de zus van Zinedine had uitgemaakt voor hoer.

Maar zonder één Italiaan in de basis? Waar slaat dat op? De club met het meeste geld koopt de beste spelers en wordt kampioen, zo simpel is het. Barcelona zou theoretisch het complete elftal inclusief trainer van aartsrivaal Real kunnen kopen en dan zouden Barcelona fans nog altijd roepen: Hup Barca? Ik vind het dom, maar dat is inherent aan het voetbal, om maar eens een mooie mediatrainingsterm te gebruiken. Waar is de clubliefde gebleven? Ja, bij de fans, maar voor de rest is voetbal commerciëler dan Stock, Aitken and Waterman. Die Materazzi werd dan nog geprezen om zijn clubtrouw, maar wat wil je ook? Koud kunstje, als je toch al bij de best betalende club speelt. Maldini, ook zo’n geval van misplaatste clubtrouw.

Mijn eigen geliefde club, PSV, moet 10 Brabantse jongens en 1 Braziliaan opstellen, anders loop ik er niet meer warm voor. Berry van Aerle, Willy van der Kuylen, dat soort voetballers. Geef die jongens een knaak en een bos wortels en ze zijn tevreden. Maar Arjen Robben en Wesley Sneijder, wat doen die in godsnaam in het buitenland? Verraders zijn het.  Zij hadden het Nederlands voetbal op een hoger niveau kunnen brengen als ze gewoon tevreden waren geweest met 1,5 miljoen euro per jaar.

En ook de landenteams zijn niet meer veilig voor de destructieve commerciële handen. Bij het Nederlands Elftal zit straks het hele stadion vol met toeterende gekken omdat in Nederland elk bedrijf meent zich met het WK te moeten bemoeien. Daarbij is het dat de regels van het WK (nog) niet toestaan dat je met buitenlandse spelers speelt, maar het is een kwestie van tijd voordat een tot de hel gedoemde advocaat een procedure begint vanwege het feit dat dat discriminatie van spelers zou betekenen ten opzichte van trainers, die wel het grote geld in het buitenland mogen gaan halen.

Tot die tijd: Hup Holland! Toeeehooeeet! 

Tammar en Tammar

Tammar_en_tammar

Kijk, dit zul je niet vaak zien, twee Tammars op één foto. Juffrouw Tammar was de juffrouw van Hans en Tammar op de babyafdeling van het kinderdagverblijf. En omdat wij vlak voor Tammar’s geboorte een meisjesnaam moesten forceren, en ik de naam riep van de eerste vrouw die in mijn hoofd opkwam, is het Tammar geworden. Inmiddels is kleine Tammar de babygroep ontgroeid, maar ze kunnen het nog steeds goed met elkaar vinden. Ik denk ook wel dat dat zo blijft, de rest van hun leven. Je kunt natuurlijk moeilijk degene aan wie je naam is ontleend een irritant persoon gaan vinden. Ik vind ook alle Mack’s die ik ken leuk.

Een Spaans spreekwoord

Zo, na een prachtige, romantische film te hebben gekeken in de vorm van What dreams may come, moet ik toch even naar de realiteit van vandaag en die is: verkiezingen. Heel af en toe wil ik het ook eens over verkiezingen hebben, want ik vind verkiezingen stom! Ja, natuurlijk, er is gevochten voor onze vrijheid en we zijn allemaal blij dat we niet in een dictatuur leven, dat weet ik allemaal wel, maar de constitutionele monarchie is ook niet meer wat het is geweest. De enige reden dat ik ga stemmen is omdat ik mij niet voor vier jaar de mond wil laten snoeren door mensen die zeggen: als je niet gaat stemmen, mag je ook niet zeuren.

Kijk, zonder mijn voorkeur op te willen dringen -ik twijfel nog tussen links en rechts- hoorde ik op het nieuws weer precies de reden waarom je niet zou moeten gaan stemmen maar je toch het recht zou moeten mogen behouden om eens flink te klagen. Want is het spreekwoord immers niet: beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald? Nu, de Pvda is ten halve gekeerd, zag dat het fout was, geeft die fout toe en neemt een nieuwe beslissing. Als de Pvda een man was geweest, dan was het een moedig man. Nobel. Eerlijk en niet te vol van zichzelf. Waarschijnlijk zou ik die man mogen.

Maar nee, wat vinden de lijsttrekkers van de tegenpartij? Draaikonten! Blijf eens bij je standpunt! Nou ja, dat vinden ze niet, maar ze roepen het in de hoop hun opponent ernstige schade toe te brengen. Nou, dat bedoel ik dus. Daar mag je dan uit kiezen. Een Spaans spreekwoord luidt: Een wijs man verandert wel eens van gedachten, een dwaas nooit.