Twee keer gelaserd!!

Mijn beroep zou het niet zijn, politieagent, maar het is natuurlijk goed dat ze er zijn. Alleen, die flitsers hè, daar kan ik maar niet aan wennen. Vanochtend, wij hadden haast omdat mevrouw Mack naar Berlijn moest en de bus vertrok om acht uur. Ik moest nog tanken en dat was niet bij de rit ingecaluleerd, aan de andere kant gingen we met mijn auto, en die heft die verloren tanktijd makkelijk op.

Op twee plekken, hooguit 600 meter uit elkaar, richtten agenten een pistool op mij. Een laserpistool welteverstaan. Je mocht er 30 en ik reed iets van xxxxxtig dus die agent had geen tijd genoeg om mij én te laseren, én om de weg op te springen om mij staande te houden. Hij laserde wel, maar toen hij op het schermpje keek hoe hard ik ging was ik al voorbij. Ik riep nog uit het raam dat ik nu geen tijd had omdat ik mijn vrouw weg moest brengen, maar dat ik morgen wel even zou stoppen.

Nou ja, bij de volgende post 600 meter verderop, zie ik er dus alweer ééntje staan, en ik moest toch remmen omdat we bijna bij de kinderopvang waren (Hans en Tammar moesten eerst veilig weggebracht) en met een gangetje van 30 passeerde ik de agent. Dus ik roep weer uit het raam tegen die agent dat-ie beter achter die en die boom kon gaan staan, want zó zag ik hem al op honderden meters afstand. Maar ook dat kunnen ze niet waarderen en gelijk dreigen ze dan met een bekeuring voor het hinderen van politiewerk, maar ik vond juist dat ik bijdroeg. En ik heb dat twee keer eerder gehad, dat ik een agent wat tips gaf ter verbetering van zijn werk, maar dat kunnen ze absoluut niet waarderen. Sommige mensen willen gewoon niks bijleren.

Het was overigens aangekondigd in de krant, dat ze wat vaker zouden gaan controleren op snelheid en wel precies op twee punten waar ik altijd rij. Langs het kanaal en op de weg naar de kinderopvang. Ik noem dat niet toevallig. Er is een verrader onder ons.

Berlijn

Zo, mevrouw Mack vertrekt morgenochtend voor vier dagen Unter Den Linden, dus ik sta er alleen voor. Misschien kunt u zich nog herinneren dat ik mijn wintersport afblies een paar maanden terug, uit angst voor gezinswee. Nou, daar krijg je dan dit voor terug. Vorig jaar, toen ze ook zou gaan, schoot het haar een dag van tevoren in haar rug, de schat. Maar nu zie ik nog geen signalen dat het afgeblazen gaat worden. Zou ik er dan echt vier dagen alleen voor staan?

Nou nee, dat valt mee, want morgenavond breng ik Tammar naar mijn moeder, overmorgenavond dump ik Hans daar ook, en voor de dagen erna heb ik twee negerinnen besteld, maar dat zit nu nog in de dreigementsfase, zodat ze de gelegenheid heeft om het alsnog af te blazen. Ja, zo zijn wij niet getrouwd natuurlijk hè?

U hoort morgenavond van mij…

Welk onderschrift stond er bij deze foto?

Ik heb het er liever niet over, maar dit is dus mijn ex-aanstaande bruid. (voor de grappenmakers: met het witte blousje) We zitten hier op ons vrijgezellenfeestje, en één of andere gladjakker probeert haar te versieren met een gladjakkersgoocheltruuk en volgens mij lukte dat ook nog want onze bruiloft is uiteindelijk niet doorgegaan. Zij vond mij te jaloers. Nah, belachelijk toch? Kijk ik jaloers op deze foto? Ik doe toch hartstikke mijn best om niet jaloers over te komen? Ik ben vergeten wat ik dacht op dat moment. Maar misschien weet u het wel.

Taxi! France vs Allemagne

De Franse Film Taxi uit 1998 ligt hier al een paar jaar in de kast zonder dat wij hem ooit hadden bekeken. Dat komt zo: wij kijken nooit in ons eentje een film dus als er een avond is dat er op televisie geen film is, en we hebben desondanks nog steeds zin in een film, dan pakken we een DVD die mevrouw Mack mooi vindt, want die is hier hoofd film en hoofd afstandsbediening. En zij houdt niet van Franse films.

Maar na lang aandringen en een paar eerdere pogingen is het mij gelukt: wij keken vanavond deze film in z'n geheel. Potverdrie, wat heb ik weer gelachen. Bij Top Gear kunnen ze Zjermans belachelijk maken maar de Fransen slaan alles hoor! Alsof alle Duitsers waanzinnig van woede worden als ze iets niet zint! Verdammt, Scheisse, $#@%%^^Schweinhund^#!@!@#$% (in het Duits) Ietwat overdreven als je het mij vraagt, Herr Derrick bijvoorbeeld, zag je nooit zo.

De film gaat over een taxichauffeur in Marseille met racetalent (en met een enorm knappe vriendin maar dat doet voor het plot niet ter zake, tenminste niet voor het plot van dit logje) die door omstandigheden gedwongen de politie meehelpt met het arresteren van een stel arrogante Duitse bankovervallers. De Taxichauffeur rijdt een opgevoerde Peugeot 406 V6 met voorwielaandrijving en gaat daarmee de strijd aan tegen de Duitsers in hun dikke Mercedessen W124.

Op een gegeven moment staan de twee Mercedessen naast elkaar en onze taxiheld met zijn Peugeot wringt zich ertussen. Dat kost één van de Mercedessen een buitenspiegel maar de Fransman steekt zijn arrogante kop uit het raam en vraagt: "Wat zijn dat voor leuke autootjes jongens? Ik wist niet dat ze in Duitsland ook auto's maakten?" En dan weer Verdammt, Scheisse, $#@%%^^Schweinhund^#!@!@#$% (in het Duits).

Wiskundeleraar

Meneer B. was mijn wiskundeleraar in Havo 4 en 5. Hij had in Zwitserland gestudeerd en dat moesten wij bijna dagelijks aanhoren. Een klein, autoritair en vrijgezel mannetje dat zichzelf enorm geweldig vond en hele vervelende humor had. Op een paar dingen na want als er een wesp in het lokaal vloog, sloeg hij het klassenboek open op vier oktober, en ging op wespenjacht. Soms duurde het tien minuten, maar aan het eind van de zomer zat het hele klassenboek op die datum vol met vier-oktobertjes zoals hij dat noemde.
Verder had-ie een oude Rover 3500 Vitesse met open dak, en hij kwam soms de straat in rijden met zijn hoofd uit het dak gestoken. En als het hoofd der school binnenkwam zei hij altijd respectloos: "Daar hebben we het opperhoofd."
De man geilde echter op de meisjes uit onze klas, (ik ook, maar ik was 16, hij 55) want hij maakte vaak dubbelzinnige opmerkingen. En hij klakte altijd zijn hakken tegen elkaar als hij iemand groette, en wij verdachten hem van extreemrechtse sympathieën.

Na de zomervakantie zat hij vol met stoere verhalen over het meisje dat hij in Tunesië had leren kennen. Hij had de hele vakantie met haar opgetrokken en hij had haar als cadeautje een klein radiootje gegeven, en daar was ze enorm blij mee. Maar het contact was nu verbroken vertelde hij lachend. Haha.

Toen ik twee jaar later informeerde naar meneer B. hoorde ik dat hij was overleden aan Aids. "Huh, was hij homo dan?" vroeg ik destijds. (1987)

1 April

Ik zat vroeger bij een meisje dat April heette in de klas. Ze mocht er zijn, die April en ze was nog wel aardig ook, alleen we waren niet van dezelfde stroming want zij was kakker en ik was overtuigd punker. Tenminste, voor zover ik dat mocht van mijn moeder. Ze zei altijd: "Mack, ik vind het prima dat je punker wilt zijn, maar je gebruikt geen make-up en geen kleurtjes in je haar. Bovendien ga je ééns in de zes weken naar de kapper." En verder betaalde ze mijn kleding, dus die mocht ik niet kapot scheuren. Maar binnen dat kader was ik punker. Ik was eigenlijk de enige punker met college schoenen. Maar toch…het was een wilde periode. Want ik mocht wel naar The Cure luisteren.

Maar om op April terug te komen, ik weet niet meer hoe haar achternaam was, alleen dat ze voor mij zat met handelswetenschappen en dat ze af en toe omkeek en aardig was. Soms was ze zo aardig dat ik haar ten huwelijk wilde vragen. Een keer heb ik dat ook gedaan. Maar ze begon te huilen en zei: "Dat gaat niet, ik mag nooit met een punker thuis komen." En ik, ik moest kiezen tussen haar of mijn levensovertuiging. Zo ging dat in de jaren tachtig. Ik koos voor punk. Omdat ik wist dat het uiteindelijk beter zou zijn. Maar daar heeft zo'n verdrietig meisje op dat moment niks aan. En ook ik had er goed moeite mee. Ik ben blij dat het slechts bij 1 April is gebleven. Een tweede had mij vast doen zwichten.

Ook droom.

Laurent schreef over een droom, ik dacht, dat zouden meer mensen moeten doen.
Ik droom dus echt heel erg vaak dat ik niet hard kan lopen. Nu was ik nooit een snelle sprinter, maar op de middellange afstand best wel goed. Ik hoef ook niet te trainen om bijvoorbeeld drie kilometer achter elkaar hard te lopen; dat doe ik als het moet vanavond nog. En na een paar keer loop ik makkelijk zeven, geen probleem. Nog langer vind ik vervelend, hardlopen is best leuk, maar na 35 minuten heb ik het meestal wel gezien.

Maar in je droom moet je soms snel weg kunnen rennen. Sprinten omdat je achterna wordt gezeten door iemand voor wie je heel bang bent. En dan ga je niet hard genoeg, gewoon omdat je benen niet harder willen. Vroeger zakte ik echt diep weg in de modder, later had ik het gevoel aan een elastiek vast te zitten, maar tegenwoordig accepteer ik gewoon dat de veertig nadert, en dat ik daarom niet meer snel genoeg weg kan komen. Eigenlijk zijn de dromen waarin ik wegren niet eens echt eng meer. Oke, ik word achternagezeten maar ik mep even een keer naar achteren als ik niet wegkom. (Ook nooit voltreffers met k.o., helaas) Eigenlijk droom ik het zo vaak dat ik onderhand in mijn droom eens door moet gaan krijgen dat ik aan het dromen ben.

Rond de twintig

Een tijdje terug schreef ik eens een keer een logje over de jaren tachtig, hoe k.u.t. ze wel niet waren. Echter de jaren tachtig hadden ook mooie dingen in petto. Zoals bijvoorbeeld de komst van de cd-speler. Of eigenlijk nog net iets daarvoor, toen je nog gewoon platenspelers had. En cassettedecks, die waren ook geweldig. Tevens snapte ik die dingen nog, in tegenstelling tot muziek die je uit je telefoon, I-pod, pc, mp3 en wat vergeet ik nog kunt krijgen. Ik snap daar helemaal niks van en eigenlijk wil ik dat zo houden.

Hetzelfde heb ik met muziek uit de jaren '80. Geweldig decennium. Modern Talking uitgezonderd. En waar ik het helemaal mee heb zijn auto's uit de jaren '80. Nooit zijn er zulke mooie auto's gemaakt als in de jaren 80. Ik wil mijn lezers die niet van auto's houden er niet teveel mee vermoeien, maar ze houden praktisch allemaal van auto's, want waarom koop je er anders een, denk ik dan. (Ferrari Testarossa, Lancia Delta integrale, Lancia Thema 8.32, Lamborghini Countach, Alfa 75 3.0 America)

Dus zat ik te denken, da's wel heel toevallig dat de jaren '80 het beste decennium was, en dat ik daar toevallig was om al dat moois waar te nemen. Wat blijkt? Volgens Douwe Draaisma, geheugenprofessor, maakt alles wat je rond je 20e jaar meemaakt meer indruk dan dingen die je op andere leeftijden meemaakt. Een mooi voorbeeld zijn zijn interviews over de meest levendige herinneringen van 80-jarigen die veruit het meest spraken over de tweede wereldoorlog. Maar als een 100 plusser over de oorlog sprak, bedoelde hij/zij de eerste; over de tweede wisten zich amper meer iets te herinneren.

Dus ja, elk tijdperk heeft zijn charme, als je rond de twintig bent.

Schijnwerkelijkheden

Volgens Douwe Draaisma, geheugenprofessor, zou het zo kunnen zijn dat sommige mensen denken dat ze een uitstekend geheugen hebben, omdat ze te vergeetachtig zijn om zich te herinneren wat ze zijn vergeten.

En sommige mensen zien blauw wat de meeste mensen als groen zien, maar doordat ze blauw al hun hele leven groen noemen, hebben ze niet in de gaten dat gras bij hen de verkeerde kleur heeft.

En verder is het zo dat de meeste mensen denken dat dit soort berichten altjd over een ander gaat. Dus mijn vraag aan u: bij wie doet zich één van bovenstaande schijnwerkelijkheden voor? Of wie ervaart nog andere schijnwerkelijkheden die hijzelf niet opmerkt?

Kindonvriendelijk

Hans, dat lijkt op de foto's zo'n voorbeeldig lief jochie, en dat is hij ook. Echter, zijn dwarse kant is zich nu ook aan het ontwikkelen want anders kun je straks zijn lieve kant nergens meer aan toetsen.
Hij begint te drammen met alles. "Ik woe da nie!" is zijn meest gebruikte zin van de laatste tijd. Hij lust ineens geen eten meer, wil helemaal niks meer weten van oefenen met zindelijk worden, en hij luistert alleen als het hem uitkomt.

Linda is de meest directe van ons twee en ik de meest vergevingsgezinde. Dus Hans neemt sneller een loopje met mij dan met Linda. Hans heeft ook vaak vele sterkere argumenten dan ik. Bijvoorbeeld vanavond. Dan wil hij in mijn bed slapen en op de avonden dat hij de volgende dag vrij heeft van de uni-dichtbij-siteit (whooeeehahahahaa, hoe kom je erop?) vind ik dat meestal wel goed. Dan leg ik hem als ik naar bed ga weer in zijn eigen bed, en meneertje is tevreden. Maar vanavond niet want hij had niet geluisterd dus moest hij van mij in zijn eigen bed. "Maar ik woe dat nie!" "Maar ik woe dat wel." "Maar ik niet." "Hans, luister, jij was vanavond aan het klieren dus je slaapt gewoon in je eigen bed." "Maar ik woe dat nie." "Dan heb je pech gehad." "Maar ik woe da nie."
Ja, dan ben ik dus uitgeluld want zijn argument is zo sterk dat hij het elke keer weer kan gebruiken.

Ik was dus tegen mijn gewoonte in niet vergevingsgezind en heb hem vanaf een halve meter hoogte in zijn bed gepleurd. Dat pikte hij natuurlijk niet en hij smeet kwaad met een knuffel, en ik trok zijn deur achter me dicht. Drie seconden later was die weer open en er stond een huilende Hans. Ik woe niet in mijn eigen bed!
Moet je horen Hans, jij gaat nu in je eigen bed en als je dat niet wil, lees ik ook geen verhaaltje voor!

Dan volgt gelukkig het voorspelbare gedeelte want je kunt zelf het moment bepalen waarop je Hans kunt troosten. Want getroost worden wil hij altijd wel even in papa's of mama's armen. En dan vraag je of je nog een verhaaltje moet lezen, er volgt zo'n zielig snikje met ja, en dan geeft-ie zich eindelijk over en gaat liggen. Dit was wel de eerste avond in zijn leven dat hij al sliep voor ik het verhaaltje uit had.