Mini-serie Engeland, deel 1.

Toen Linda en ik elkaar nog niet zo lang kenden, en nog in de ontkenningsfase zaten zijn we met z'n tweeën een week naar Engeland geweest. In oktober 2001 hadden wij een hotel geboekt op een CenterParcs park, Elveden Forest, Suffolk. Engeland, daar waren wij beiden nog nooit geweest.
Met de catamaran vanuit Hoek van Holland naar Harwich was al een avontuur op zich. (voor ons tenminste wel.) Ik zit niet vaak op boten en zeker niet op boten met vier bioscoopzaaltjes, een McDonalds, bars, winkeltjes en een dansvloer aan boord. Dus die bootreis van een paar uur was geen enkel probleem.

Het eerste probleem ontstond pas toen we de boot afreden en wij ineens aan de verkeerde kant van de weg moesten gaan rijden. Dat was even zweten maar na de eerste rotonde begon het te wennen. Na een poosje ging ik zelfs rechts inhalen op de snelweg, alsof ik een gevorderde Engelsman was. Wat opviel was het aantal dode dieren langs de weg. Die laten ze daar wat langer liggen dan in Nederland. Tenminste, dat mammoetskelet dat we zagen zag er niet uit alsof het beest vanochtend was aangereden. Ik denk allemaal een gevolg van het links rijden. Zelfs de beesten rekenen er bij het oversteken op dat verkeer van links komt, zoals in een normaal land.

Na een lange reis door het land van Robin Hood, kwamen wij aan bij Elveden Forest, waar we moesten zijn. We waren afgepeigerd door de lange reis en ik was eigenlijk te moe om nog wat te gaan eten en ik wilde eigenlijk op een zak Engelse drop proberen te leven. Gelukkig was Linda het er niet mee eens, zodat we een half uur later toch aan een tafeltje van een restaurant zaten. Ik heb daar iets Mexicaans gegeten, en het zal wel door de honger zijn gekomen, maar die maaltijd herinner ik me als de lekkerste ooit. In Engeland!

Ik kan me niet precies meer van dag tot dag herinneren wat we hebben gedaan, maar we zijn in elk geval een dag naar Cambridge en naar Londen geweest.

Wordt vervolgd.

Fiets, helm, droom.

Ik heb vandaag voor het eerst gefietst met Hans op zijn fietsje naast mij. Ik had hem goed geïnstrueerd; hij moest aan mijn rechterzijde blijven fietsen en als ik zei dat hij moest stoppen, dat hij dan ook stopte. Zo niet, mocht hij nooooit meer mee fietsen. Mama vond het niet zo'n goed plan en wilde dat ik hem gewoon achterop zou vervoeren, maar een vader neemt natuurlijk beslissingen in het belang van het kind. Fietsen dus, want jong geleerd is oud gedaan. In tegenstelling tot al het andere wat er bestaat, is hij er met fietsen vroeg bij. Hij was zo vroeg dat wij niet eens tijd hadden zo'n helmpje voor hem te kopen, en nu fietst hij al te goed voor zo'n helmpje. Ja komop, als hij een helmpje moet dan moet ik ook een helmpje hoor. We hebben het hier wel over een toekomstig tourwinnaar.

In elk geval, hij luisterde braaf naar de instructies en gaf aan dat hij ze begreep. Hij was veel te trots dat hij nu op zijn eigen fiets met mij mee naar het dorp mocht fietsen, dus hij luisterde als een getrainde politiehond. Maar toch, hij rijdt ineens wel op dezelfde weg waar de auto's ook rijden en dat is toch een tikje spannend. Maar ik heb vertrouwen in Hans én in de automobilist zodat als Hans een fout zou maken dat dat nog niet gelijk ernstige gevolgen hoeft te hebben. Ik heb zelf ook wel eens een Renault 16 in het pré ABS tijdperk met rokende banden tot stilstand laten komen omdat ik al overstak terwijl mijn vader nog stond te wachten. "Goeie remmen", zei mijn vader nog. Kon allemaal in de jaren '70.

Over mijn vader gesproken, ik heb vannacht van hem gedroomd. Dat we op vakantie waren en dat hij weer zoveel beter Frans sprak dan ik, dat ik het af en toe helemaal niet kon volgen. Terwijl ik toch een Franse naam heb. Maar het mooie van deze droom was, dat Hans jr. en Hans sr. voor het eerst verenigd waren in mijn droom. En ze gingen met elkaar om als opa en kleinzoon. Alsof ze elkaar al jaren kenden.

Mack goes Bob Geldof

Vandaag hoorde ik de nieuwslezeres zeggen dat wereldwijd 1 miljard mensen honger lijden. Dat is één op de zes mensen. Terwijl ik niet ééns ooit iemand heb gezien die honger leed. (zwervers hebben geen honger maar dorst) Een probleem wat wij hier amper snappen denk ik. Op mijn werk eet ik om een uur of tien meestal een appel omdat ik anders een beetje flauw word. De nieuwslezeres las verder en zei dat het toegenomen aantal mensen dat honger lijdt mede wordt veroorzaakt door de economische crisis. Als gevolg van de crisis verminderen rijke landen de ontwikkelingshulp. Je zal toch maar een ex-directeur van een omgevallen Amerikaanse bank zijn, dan heb je dit indirect toch maar op je geweten. Maar ja, het kan gewoon niet anders. Als wij de ontwikkelingshulp niet verminderen dan moeten volgend jaar de lonen weer bevroren worden en dat zou toch uiterst irritant zijn.

Gelukkig streven de V.N. ernaar dat er in 2015 nog maar maximaal 400 miljoen hongerenden in de wereld mogen zijn. Ik vind dat wel een fijn idee, nog maar vierhonderd miljoen knorrende maagjes. Dat slaapt wel zo lekker. Eigenlijk maakt het me gevoelsmatig niks uit of het er een miljard zijn of een miljoen. Het is sowieso niet eerlijk dat er überhaupt mensen met honger naar bed moeten, of dat moeders hun kind niet genoeg kunnen geven.

Ik ben vanavond uit 'wokken' geweest. Drie keer opgeschept. En daarna nog ijs. Pfff, wat een vol gevoel heb je dan. Ook niet prettig. Sorry voor dit misplaatste grapje maar de honger in de wereld ga ik niet oplossen. Als ik het kon, zou ik het doen. Helaas is voedsel geen water of lucht. Dat gewoon stroomt van de plek waar teveel is, naar de plek waar te weinig is. En het is mooi hoor, even stilstaan bij de honger in de wereld, maar ook wel schijnheilig. Want ik wil er natuurlijk niet constant mee lastig worden gevallen, want dan valt er nog zo weinig te lachen hier. Trouwens, de oplossing voor de honger vindt u bij Wok Loolaan in Apeldoorn. Onbepelkt eten en dlinken vool zesentwintig eulo vijftig.

Waterpokken-zeer besmettelijk! (deel 2)

Tammar heeft de waterpokken. Dat vermoedden zowel Linda als de huisarts. Niet dat Linda hypochonder is maar ze moest toevallig toch bij de dokter zijn voor een waterknie en dus heeft ze het gelijk maar even aangestipt, die waterpokken. Misschien weten sommige die-hards nog dat Hans de waterpokken had, toen hij 317 dagen oud was. Tammar heeft ze op 294-dagige leeftijd reeds. Nu gaat hier in Vaassen het gerucht dat baby's die vóór hun eerste levensjaar de waterpokken krijgen, ze op latere leeftijd nog een keer kunnen krijgen. Linda vroeg aan de dokter of dat waar was, maar volgens de dokter was het een fabeltje want hij had het nog nooit meegemaakt. Maar ja, als je toch niet naar de dokter gaat met waterpokken, hoe kan zo'n dokter daar dan iets over zeggen? Het enige zinnige wat hij erover zei was: "Soa's, die kun je wel twee keer krijgen."

Geprhomoveerd.

Volgens Amerikaanse onderzoekers heeft homosexualiteit in de dierenwereld een functie. Het zou namelijk helpen de soort te laten overleven want homosexualiteit was waargenomen bij meer dan 1000 diersoorten.

Als voorbeeld komen de onderzoekers met twee lesbische albatrossen die samen een nest met jongen groot brengen. De onderzoeker concludeert dat de functie hiervan is, dat in geval van een tekort aan mannetjes, de jonkies toch worden grootgebracht zodat de soort niet in gevaar komt. Juist, maar wat heeft dat met homosexualiteit te maken, vraag ik mij af?
Ander voorbeeld, de functie van homosexualiteit bij sprinkhanen. Vooral de zwakkere mannetjes zouden homo-koppels vormen zodat de zwakke genen niet worden doorgegeven en de sprinkhaan als soort sterker blijft. Briljante conclusie. Ze zouden natuurlijk ook gewoon op de treinrails kunnen gaan zitten, die zwakkere sprinkhanen, dan worden de zwakke genen ook niet doorgegeven. Of ze masturberen gewoon achter een paardebloem als ze sexueel opgewonden raken. Wij leerden vroeger op school dat zwakkere sprinkhanen eerder het slachtoffer werden van een sterke vogel. Wat verandert alles toch waar je bij staat.
Laatste voorbeeld, dolfijnen. Dolfijnen (Joehoe, het is hier dolfijn) zouden homofiele gedragingen vertonen om zo het onderlinge groepsgevoel te versterken. God verhoede dat er niet ooit eens een mislukte manager (die dus van geluk mag spreken dat hij niet als sprinkhaan is geboren) op het idee komt dat hij op zijn afdeling het groepsgevoel op één of andere manier wil gaan versterken.

Tot slot helpen de onderzoekers hun eigen conclusies om zeep door te stellen dat een mannetje dat besluit zich op het pad der herenliefde te begeven, niet meer beschikbaar is om zich voort te planten en zo de soort in gevaar brengt. Dat leer je dan toch allemaal weer even gratis bij op een woensdagavond.

De weg naar erkenning.

Ik hou van een goed gesprek. Bij voorkeur in aanwezigheid van meerdere mensen en dan het liefst in zo'n goede harmonie dat het gesprek zichzelf op gang houdt. Ik ben niet degene van de meeste woorden, maar aan het eind van de avond scoor ik altijd wel het hoogst op inhoud. Niet dat ik serieus kan praten, nee, dat niet, maar ik mag graag het gesprek goed volgen en op het juiste moment toeslaan met een grap. Of een tegenaanval. Kwestie van timing en ik ben in mijn element.

Maar soms word ik hondsbrutaal uit mijn element gehaald doordat er iemand anders een ander gesprek tegen weer een ander begint, midden door het eerste gesprek. Een hekel heb ik daaraan, want dan zit ik te kijken naar de één die met zijn mond beweegt, maar ik luister naar de ander die ik niet zie. Verwarrend.
Óf, iemand die geen ster is in interessante onderwerpen maar wel ellenlang kan lullen, die vind ik ook irritant. Want bij de minste of geringste afleiding vliegen alle hoofden de andere kant op, behalve die van mij omdat ik dat nu eenmaal onbeleefd vind om ineens afgeleid te zijn. Dan zie je de blik van de verteller zich razendsnel verplaatsen van de oorspronkelijke toehoorder naar mij, en dan ben ik de klos, want de rest gaat gewoon weer over naar een interessant onderwerp en ik zit opgescheept met een verhaal over een bejaarde in een ziekenhuis die op een knop drukte maar er kwam niemand. Tenminste, daar bleek het na vijf minuten op neer te komen.

Maar wat je dus echt niet moet doen bij mij is als ikzelf iets zit te vertellen in een groep, er ineens doorheen gaan zitten praten tegen een ander. Vandaag overkwam het mijn baas. Begint gewoon over iets anders wat-ie in z'n hoofd heeft. En omdat hij de baas is, luistert er ineens niemand meer naar mij maar allemaal naar de baas. Dus ik kijk dat even twee tellen aan en dan roep ik vrij hard: "Hallo!" Dat heeft nooit gelijk effect maar mijn tweede verontwaardigde en hele harde "HALLO" doet iedereen verschrikt opkijken. En dan vertel ik dus gewoon vrolijk verder waar ik gebleven was. Baas of geen baas. Nog geen tien minuten later, mijn collega flikt precies hetzelfde, ik vertel iets en zij vraagt ineens iets totaal anders aan mijn toehoorder. Ja, dat had ze gedacht. "Zeg, boerin, wat mankeert jou? Ik zit iets te vertellen! Het is dan kennelijk niet interessant maar heb tenminste de beleefdheid om dan gewoon te gaan gapen ofzo ja?" De collega keek verschrikt en bood gelijk haar excuses aan. Mooi zo. Ik moet me wel kunnen concentreren als ik iets vertel.

Mijn broer heeft er ook een handje van. Hij hoort en ziet me soms gewoon niet. Op een verjaardag lulde hij ook ineens door mijn verhaal heen. Ik riep vervolgens dwars door hem heen dat ik het gevoel had dat ik genegeerd werd. En dat helpt om niet meer genegeerd te worden. Zelfs zo goed dat ik een week later van mijn zus hoorde dat haar schoonouders er slecht van geslapen hadden omdat ze niet wisten of ik het nu meende of niet. Mijn gezicht verraadt dat ik eigenlijk best grappig vind wat er gebeurt. Maakt niet uit, soms moet je mensen meerdere malen corrigeren, maar uiteindelijk leren ze.

Hoofd-, bij- en halszaken.

Kijk, je hebt in het leven hoofd- en bijzaken. Voetbal is de belangrijkste bijzaak in het leven. Maar discussiëren over wie de beste voetballer aller tijden was, dat is een halszaak. Cruijff is natuurlijk de beste voetballer aller tijden, op gepaste afstand volgen Pele en Maradona. Maar dat is logisch natuurlijk.

Heden ten dage, vandaag de dag, tegenwoordig en momenteel liggen de zaken wat ingewikkelder. Want je hebt Kaka, Messi en Ronaldo. Niet de echte Ronaldo, maar de nep Ronaldo. Nu kun je natuurlijk gaan meten wie de beste is aan de hand van hun transferprijzen, maar dan zou de nep Ronaldo de beste zijn, maar dat is zo'n ongelooflijke sissy, dat ik dat dus niet doe. En verder ben ik niet objectief genoeg om een beste te kunnen kiezen. Een beste moet bij mij altijd aan een paar voorwaarden voldoen. Het moet geen blaaskaak zijn, geen popie jopie, hij moet geen clown zijn, en hij moet een uitstraling hebben die ik zo zou willen ruilen voor de mijne en het geheel moet er natuurlijk wel een beetje uitzien. Maar, als het tussen Messi, Kaka en Ronaldo gaat, kies ik Messi. Kwestie van uitstraling. Maar wat Kaka hier met de bal(len) doet, grenst aan het ongelooflijke. Maar onderschat ook Jan Mulder niet.

Vandaar!

Omdat Hans er een traditie van gemaakt heeft om 's ochtends om een uur of kwart over zeven aan mijn kant van het bed te verschijnen, verwacht ik dat dit morgenochtend weer gebeurt. En ik ben snel tevreden met weinig slaap, vooral doordeweeks omdat je dan op kantoor even lekker bij kunt slapen, maar vandaag merkte ik dat ik moe was. En veel kans om slaap in te halen is er buiten kantooruren niet. Om die reden denk ik dat het verstandig is om vanavond eens lekker vroeg naar bed te gaan en eens een keertje geen logje te plaatsen.

De grote toekomst

Weet u, ik ben goed bezig vind ik zelf. Misschien niet volgens wat ex-leidinggevenden want die hadden graag gezien dat ik managementcursussen ging volgen om een belangrijk financieel manager te kunnen worden. Maar ik dacht, fokjou, ik woe dat helemaal niet. Ik woe met een opgewekt gezicht naar mijn werk kunnen en werk doen waar ik voldoening uit haal. Dát woe ik. Want ik woe niet gestrest met een leasediesel en een galgdas naar mijn werk. Ik woe met een tweedehands Alfa 6-cilinder naar mijn werk. Dus ik koos voor een klein kantoor. (Huh? Je moet juist bij een groot bedrijf gaan werken, met méér verantwoording en méér mensen onder je, zodat je net zo'n eikel kunt worden als wij.)

Nou ja, ik heb het nu erg druk op mijn werk, maar geen negatieve stress, ik hoef niet meer in files te staan, ik word niet gemanaged maar er worden mij gewoon dingen gevraagd. Ik heb een baas die ook snapt wat ik voor werk doe en ik ben om zes uur thuis. En ik hoef niet zoals een beetje belangrijke manager, elke maand met het vliegtuig naar een ver land. Dat hoeven die managers nu vanwege de crisis ook niet meer, dus ik snap niet zo goed waarom dat dan eerder wel moest, maar dat is een ander verhaal.

Het komt er op neer dat ik een tevreden mens ben. Ik zou misschien zelfs gelukkig gezegd hebben als dat niet zo ontzettend mieterig overkwam, voor een man. Ik doe mijn kinderen dagelijks in bad, speel even met ze en doe ze naar bed. Oke, ik ben dan geen financieel manager bij een grote organisatie, maar ik heb ook geen plannen om te gaan genieten ná mijn pensioen. Ook geen ambitie om bij een rotaryclub te willen. En ik dacht laatst zelfs dat het veel beter dan dat het nu is, niet kan worden. Ondanks geblèr, vieze luiers en kinderen die niet willen eten. En dan vergeet ik haast nog mijn lieve en immer begripvolle vrouw die mij de baas is als het moet, en mij de baas laat als het kan. Zodat mijn ego ook tevreden kan zijn.